Maandag; nieuwe dag, nieuw kunstwerk. Deze keer hang ik mijn werkblad op aan de muur. Gewoon omdat dat een ander uitgangspunt is dan op de grond. Een nieuw uitprobeersel dus. En ik ging met verf en een kwast aan de gang, in plaats van houtskool. Het is gek om met een kwast te dansen en al helemaal om het papier op de één of andere manier te raken. Ik besluit om niet echt uitgebreid te dansen, maar meer een soort van dansbewegingen te maken zodat er wel iets op papier komt. Uit het resultaat van lijnen en ronde figuurtjes zijn er vakjes te zien. En in het kader van structuur en ordening ben ik deze vakjes gaan inkleuren. Het voelde een beetje alsof je als kind een kleurplaat aan het inkleuren bent; maar het levert wel een leuk beeld op. En ondanks de chaos van lijntjes, voelt het alsof het weer ‘opgeruimd’ is door de ingekleurde vakjes. En dat voelt goed.
Op dinsdag maak ik een nieuwe danstekening op de grond. Dit keer in een andere ruimte dan de zolder thuis, op ander materiaal en met ander tekenmateriaal. Syberisch krijt dit keer. Omdat dat permanenter is dan houtskool. Kijken hoe dat gaat.
Het voelde anders; want terwijl ik bezig was voelde ik de aanwezigheid van mijn medestudenten om me heen. Ze probeerden allemaal geruisloos te werk te gaan, waarschijnlijk om mij niet te willen storen. Wat heel lief was opzich, maar daardoor voelde ik des te meer dat ze rekening met mij hielden. Waardoor ik echt heel bewust werd van wat ik deed en dus niet de controle verloor. En daardoor wist ik ook heel goed wat er op papier kwam. Ik was ook niet echt meer aan het dansen, maar maakte meer sierlijke bewegingen. En ik dacht na over het eindresultaat. “Oh hier maakte ik deze beweging, dus die moet dan ook aan de andere kant worden gemaakt”, is een gedachte die vaak door mijn hoofd schoot. En ik was dus meer bezig met het feit dat het mooi en symmetrisch moest worden. De controle, het planmatige, resultaatgerichte en vooruit denken kunnen denk ik toch niet helemaal uitgeschakeld worden. Tenminste, niet als ik druk voel.
’s Avonds keek de heftige documentaire “Emma wil leven”. En een begrip wat me is bijgebleven was, is “strijdlust”. Ik voer zelf ook regelmatig een ‘strijd’ met en tegen mezelf. Altijd alles moet altijd zodanig goed zijn zodat ik ermee akkoord kan gaan, want perfect is het nooit. Maar ernaar streven is bijna een dagelijkse bezigheid. Terwijl ik in mijn achterhoofd ook wel weet dat het nergens voor nodig is. Alles moet schoon, alles moet recht, ik mag het huis niet verlaten voordat ik 2 laagjes mascara, een likje foundation én met de kwast mijn wangen heb gepoederd, Ik mag niet eten voordat ik de aardappels, groenten en het vlees heb gescheiden en nooit leverde ik een project in als ik het niet tig keer opnieuw had doorgelezen. En zo kan ik nog wel even doorgaan gok ik. Maar waarom? Stiekem weet ik ook wel dat het helemaal niet erg is om het toe te laten dat de bonen zich met de aardappelen mengen. Toevallig kwam ik een publicatie tegen van Utrechtse filosofiestudenten, waarin iemand stelde: “Alleen het Niets is perfect, want het is vrij van eigenschappen die imperfecties kunnen veroorzaken”. Dus met andere woorden: niks is perfect.
Woensdag begonnen we onze dag in de fundatie. Aldaar gingen we allen onze “eigen weg”. Eigenlijk, gingen we allemaal proberen te verdwalen. In een kunstwerk. Aan de hand van de stappen van Art Based Learning keken we ieder voor zich naar een bepaald werk, die je zelf had uitgekozen of die jouw uitkoos. Het leek me helemaal niks aan in eerste instantie. Ik wist ook eigenlijk helemaal niet waar ik moest beginnen. Met kijken dan he, want ja; er zijn zoveel werken en allemaal verschillend. Wat nou als ik er eentje kies en een andere (die me misschien nog wel meer zou aanspreken) mis… De vraag “Wat is perfectie?”, nam ik met me mee.
Ik koos best wel een horrorfoto. Niet horror als in; eng. Maar horror als in; het was vies, kapot, rommelig, oud, geen structuur. Kortom: chaos. En totaal niet een werk dat bij mij zou passen. Maar ik keek er langer dan een halve minuut naar, dus ik bleef staan. In eerste instantie omdat de persoon op de foto een fascinerende houding aannam. Als alle heisa er omheen weggehaald zou worden, dan had het ook zó een moment in een dansbeweging kunnen zijn. Volgens het stappenplan analyseerde ik de foto. Ik beschreef alles letterlijk en gleed daarbij met mijn ogen van boven naar beneden en van links naar rechts. Ik merkte een klein knuffeltje op, die aan de achteruitkijkspiegel van de auto hing. Het was een beertje, of een aapje. Best wel blij was hij, want hoewel het gezicht wegviel in de schaduw van de zon, zag ik wel een kleine glimlach op z’n gezicht. En hij hield 1 handje omhoog. Alsof hij zwaaide naar alle voorbijgaande dingen (als de auto überhaupt op de weg zou rijden dan, hij stond immers half in het water). Hij hing aan een kralenketting, maar op zo’n manier dat het me aan een schommel deed denken. Of aan een stoeltje van een zweefmolen. Je weet wel, die immense dingen op de kermis of in het pretpark; waarin je dan een paar minuten schuin mag zweven. Met vrolijke lampjes, muziek en lachende kinderen die met hun opa’s en oma’s een dagje weg zijn. Ondanks dat het geheel heel chaotisch oogt, heb ik toch een klein beetje een gelukzalig momentje ervaren door het blije knuffeltje aan de achteruitkijkspiegel van de auto, perfect!
Tijdens de filosofieles hebben we het over 7 perspectieven, waarvan er één is die te maken heeft met het werk dat ik maak. Het maken van de danstekeningen is een sublieme ervaring, maar.. daarbij is wel opperste concentratie nodig. Toen ik dinsdag een werk op de grond maakte deed iedereen, zoals gezegd, een poging tot zo stil mogelijk zijn. En ik voelde dat, waardoor ik niet geconcentreerd bezig kon zijn en dus het sublieme niet kon ervaren. En nu we het dan toch over perfectie hadden: een perfecte sublieme danstekening is het resultaat van het moment dat ik me in een ‘andere wereld’ - waar muziek en emoties de leiding hebben - begeef en geen besef heb van de dingen die er om me heen gebeuren.