“Hoe dat precies moet, leven, daar ben ik nog niet helemaal achter, maar ik kan redelijk goed doen alsof. Dat is een begin, vind ik.”
— Griet Op De Beeck, Vele hemels boven de zevende
Doug Jones
cherry valley forever
PUT YOUR BEARD IN MY MOUTH
official daine visual archive
Cosimo Galluzzi

No title available
sheepfilms
let's talk about Bridgerton tea, my ask is open
🩵 avery cochrane 🩵

Product Placement

roma★
Not today Justin
2025 on Tumblr: Trends That Defined the Year

pixel skylines
$LAYYYTER
macklin celebrini has autism

izzy's playlists!
TMBGareOK. The Official They Might Be Giants tumblr

@theartofmadeline
art blog(derogatory)

seen from Brazil

seen from United States
seen from Vietnam
seen from United States

seen from United States

seen from Pakistan

seen from United States

seen from Germany

seen from United States

seen from Colombia
seen from Germany

seen from Czechia

seen from Japan

seen from Italy

seen from Switzerland

seen from United States

seen from Mexico

seen from Ukraine

seen from United States
seen from Russia
@relativischrijftheorie
“Hoe dat precies moet, leven, daar ben ik nog niet helemaal achter, maar ik kan redelijk goed doen alsof. Dat is een begin, vind ik.”
— Griet Op De Beeck, Vele hemels boven de zevende
“Wat hij wel weet is dat zijn nijd binnen afzienbare tijd zal worden afgelost door iets ergers: haar missen. Haar bij voorbaat, bij achterbaat, in toekomstig retrospectief en in alle andere mogelijke perspectieven missen. Het begint meteen, alsof hij haar al honderd jaar niet heeft gezien, en het zal voelen alsof het nooit meer zal weggaan, alsof ze de constitutie van zijn eeuwige eenzaamheid is. Weten dat het overgaat - het wéten - doet niets, de kennis is als een homeopathisch smeerseltje op een kankergezwel.”
— We zullen niet te pletter slaan || Nina Polak (via literatuur-uit-de-lage-landen)
“Als je weggaat” kom je dan weer terug?
“Als ik terugkom” ben je er dan?
Soms vraag ik me af of ik nog iemand ben als ik de breuken heb gelijmd
Mijn moeder belt als ik een pompoen snijdt en ze liegt als ik vraag hoe het gaat en ik wil (niet eten niet slapen niet denken niet voelen niet leven) stuk
ik mis de de zwarte vlekken voor mijn ogen de wazigheid de onbepaaldheid de duizeligheid van dagen die door elkaar lekken tot een uitgestrekt niet-bestaan
Ik haat dat dit ook beter worden is mijn handen om de rand van een klif haken de zee onder mijn voeten horen razen tieren smeken laat los laat los
en dan niet los laten niet vallen
“Een keer of twee, drie kom je in het leven een mens tegen die in een oogwenk je moleculen herschikt, iemand die zich manifesteert als de vraag op antwoorden die in je opgestapeld liggen van lang voor je zelf kon denken, en waarvan je het bestaan nooit eerder hebt vermoed. En de enige keuze die je gegund wordt is aan die vraag gehoor geven of haar negeren.”
— Godenslaap || Erwin Mortier
We leren om mensen uit een wak te redden, maar boven water weten we niet hoe we iemand op het droge moeten houden.
- De avond is ongemak || Marieke Lucas Rijneveld
(De vertaling van Rijnevelds debuutroman won de International Booker Prize, daarmee is Marieke Lucas (29) de eerste Nederlandse schrijver die deze prestigieuze literaire eer te beurt valt.)
“‘Je kunt vechten zonder taal,’ zei het meisje, ‘ik kan je wegsturen zonder taal, dan steek ik dit geweer tussen je ribben en ik grom en laat m’n tanden zien, we kunnen zwemmen zonder taal, huizen bouwen, lachen, zoenen, vrijen zonder taal.’”
— Sjoerd Kuyper || Bizar
Ontmoeting
Dit gaan we doen.
We gaan elkaar op eenzelfde dag op hetzelfde tijdstip op dezelfde plek ontmoeten, je zal op dezelfde manier naar me kijken en we zullen hetzelfde zeggen en je zal op dezelfde manier me aan je vader voorstellen en hij zal dezelfde grap vertellen, en ik zal hem op dezelfde manier niet begrijpen maar er toch op dezelfde manier verlegen om lachen en je zal me op dezelfde manier vertellen hoe je heet en waar je woont en ik doe dat ook. Op dezelfde manier.
En dan zullen het verleden en het heden één worden, de tijd dat we elkaar niet kenden wordt gisteren, onze eerste ontmoeting wordt onze laatste ontmoeting, en alles wat daar tussenin gebeurd is, zal losgekoppeld worden.
En dan kijk je naar me, en dan zie ik in je ogen de vragen: hoe zit het met de verwijdering, de pijnlijke stiltes, de ruzies, het doodzwijgen, het verdriet, het gevoel van ultieme verlatenheid?
En dan zeg ik: het is een droom. Het bestaat niet meer. Geef het maar aan mij. En ik pak je verweesde herinneringen in mijn hand en wrijf ze fijn tussen mijn vingers.
Dat gaan we doen.
- Gijs Smit || Uit de top 100 van De Grote Gedichtenwedstrijd editie 9
Voor een raam
Ik sta voor een raam. Ik zie woorden komen.
Sommige woorden herken ik: ofschoon, rood, alvorens, niettegenstaande in zijn wapperende jas, waarachtigheid, onvolkomen…
Sommige klimmen op elkaars schouders. ‘Wie ben jij?’ roepen ze. ‘Bewolkt,’ roep ik. ‘Zwaar of half?’ vragen ze. ‘Licht,’ zeg ik. ‘Licht bewolkt.’
Ik sla mijn ogen neer. Ik wou dat ik glinsterend was of enigszins of liever nog: desalniettemin.
Het begint te regenen. Ofschoon kijkt omhoog, haar wangen worden nat. Wijd en zijd hollen weg.
Duisternis valt.
- Toon Tellegen
Meisjes
elke ochtend worden we wakker in zweet. we pulken aan onze nagelriemen en douchen met onze hoofden op onze kinnen gelegen. onze lijven zijn rank en onze monden verlegen. we kunnen het vel van onze lippen pellen maar toch proberen we er steeds meer bewegingen uit te krijgen. we knijpen onze borsten om ze kleur te geven en zwijgen over haar waarvoor we niet naar de kapper gaan. we keren terug naar ouderlijke huizen om te vragen waarom ze logen toen ze zeiden dat alles mogelijk is en we alles kunnen worden
Ik wil een pleidooi voeren voor al wat authentiek en eerlijk is, voor het au sérieux nemen van mensen, zelfs als ze bevreesd zijn, voor het in de ogen kijken van de brutale werkelijkheid, omdat dat misschien niet het makkelijkst, maar wel het mooist is. Griet Op de Beeck, kom hier dat ik u kus
22.04.2020
Ik knijp een jonge merel fijn om te bewijzen hoe wreed ik kan zijn. Ik druk zijn buik tegen mijn borstbeen aan, voel hoe zijn lijfje opbolt, aanspant. Als de merel als een servet over mijn pols hangt, klem ik hem tussen mijn kaken. Ik beweeg me op handen en voeten naar mijn moeder toe en leg het dode dier in haar schoot, zeg: iets in mij is hiertoe in staat. Een kleuter trekt aan een losse nagelriem en wikkelt al het vel van zijn ringvinger af. Zijn huid is ruw als de pit van een nectarine, zwelt op, klopt. De kleuter steekt de vinger in zijn mond. In het bos zie ik een hert zonder kop. Het hert is glad en zwak glanzend. Hij ademt door de opening in zijn nek, stoot kleine pufjes lucht naar buiten. Als ik door de opening in zijn nek naar binnen kijk, zie ik dat de uiteinden van zijn aderen zuigende bewegingen maken. Ik streel ze voorzichtig. Aan de rand van een meer hurkt een gedaante van donker gruis. Ik ga naast de gedaante zitten, zie witte huid achter een van zijn oren en beschuldig hem: je bent een mens. De gedaante schudt zijn hoofd en scheurt een reep van zijn buik. Daaronder glanst een tweede laag gruis. Ik loop op een warm wegdek met een halve sinaasappel in mijn hand. De wolken hangen zwaar als bloedblaren in de lucht. Ik heb heb de vrucht opengebroken, het vlees uit het vel gezogen. Ik druip de hele weg naar huis. Ik kniel neer voor een plas zwarte stroop. De plas lijkt ondiep, maar wanneer ik mijn hand in de plas laat zakken, verdwijnen ook mijn pols, onderarm en elleboog onder het oppervlak. Op de bodem van de plas voel ik iets zachts. Ik omsluit het met mijn hand en til het uit de stroop omhoog. In het plakkerige lijfje herken ik de vorm van een pasgeboren kat, gerimpeld en glad. Op straat staat een vrouw die liefdevol de sjaal van haar dochter aantrekt. Steeds strakker, als een strop. Ik wil geen getuige zijn, maar ik bent te laat. Het meisje kijkt me al aan. Ik voel iets warms op het zachte vlees achter mijn gehemelte drukken. Ik plaats mijn vingers onder het gewicht, voel dat het groeit totdat het vlees dunner wordt en scheurt. Ik hoest een vogel op en huil, omdat ik niet klaar bent voor zijn komst. Gepubliceerd op Notulen van het Onzichtbare
‘Ik vang je in je eigen huid, geef je een nieuwe jas van liefde.’ - 8 april 2020
“Misschien is gemis wel het meest tastbare bewijs van geluk, van geluk dat is geweest, weliswaar, maar evengoed demonstreert dat het bestaat, als concept.”
— Griet Op de Beeck, Gij nu
‘Iemand die weggaat, kan niet verlaten worden en daarom gaat hij weg.’
- Geheel de uwe || Connie Palmen
Hoogtevrees
Als ze onder de Dom staat, kijkt ze even naar boven en stelt zich voor hoe het zal zijn als ze naar beneden kijkt, op het platteland
heeft niemand last van hoogtevrees maar hier in de stad trillen de benen van nieuwkomers wanneer scooters om hen heen razen als
op de vlucht geslagen koeien. Het duurt even voordat ze erachter komt dat de toren beklimmen niet aan de buitenkant maar
binnenin gebeurt zoals ook zij wenteltrappen in zich heeft maar dan zonder gids of huisregels. Soms verlangt ze ernaar om de klok te luiden
voor de keren dat ze zich in deze stad thuis voelt of als er een nacht is geweest waar de grachten haar borstkas ruimer maakten, het hart
vrij kon ademen, hier leerde ze dansen omdat iemand zei dat er maar één avond als deze bestond, dat de Domtoren speciaal voor haar
verlicht was, last van hooikoorts geeft je het recht om soms te huilen. De huisarts in het dorp zei bij het afscheid dat je altijd een
appeltje in je rugzak mee moet dragen dat je langdurig op kan wrijven als je ongemakkelijk en niemand kent, dat ze maar eens met een
meisje moest kussen. Het was op de Ganzenmarkt toen het gebeurde en iedereen om hen heen was zo vriendelijk om even te vervagen, daarna
bier en kaassoufflés om te vieren dat filmische momenten vaak zonder script tot stand kwamen, de dorpsbewoners enkel nog figuranten.
- Uit de bundel Fantoommerrie van Marieke Lucas Rijneveld
Zal ik weggaan?
Zal ik weggaan? Zal ik verdrietig worden en weggaan? Zal ik het leven eindelijk eens onbelangrijk vinden, mijn schouders ophalen en weggaan? Zal ik de wereld neerzetten (of aan iemand anders geven), denken: zo is het genoeg, en weggaan? Zal ik een deur zoeken, en als er geen deur is: zal ik een deur maken, hem voorzichtig opendoen en weggaan- met kleine zachtmoedige passen? Of zal ik blijven?
Zal ik blijven?
- Toon Tellegen