A guideline for sport specific performance screening.
No title available

❣ Chile in a Photography ❣
🪼

⁂
No title available
occasionally subtle

No title available
hello vonnie
art blog(derogatory)
AnasAbdin
Cosimo Galluzzi
Lint Roller? I Barely Know Her
Show & Tell
Jules of Nature
Stranger Things

ellievsbear
almost home
ojovivo
todays bird

JVL

seen from Chile
seen from United States
seen from United States
seen from United States
seen from Switzerland
seen from United States

seen from United States

seen from United States

seen from Germany

seen from Singapore
seen from United States
seen from United States

seen from Indonesia

seen from Germany

seen from Germany

seen from United Kingdom

seen from Malaysia

seen from United Kingdom

seen from Philippines
seen from Türkiye
@rogieru
A guideline for sport specific performance screening.
De route naar expertise volgens prof. dr. Peter Beek
Op de opleiding "master coach in sports" van NOC*NSF hadden we onlangs het genoegen een dag te mogen leren van prof. dr. Peter Beek. Peter is werkzaam op de faculteit der bewegingswetenschappen (afdeling bewegingsgedrag) van de Vrije Universtiteit Amsterdam en doceerde die dag over motorisch leren en elementen die te maken hebben met het begrip "expertise". Hieronder volgt een samenvatting van deze elementen.
“Expertise” kan gedefinieerd worden als het vermogen consistent een superieure prestatie te leveren op een bepaalde taak of groep van taken. Een expert is een persoon die beschikt over dit vermogen.
Als men de totstandbrenging van superieur uitgevoerde complexe taken aan een nadere beschouwing onderwerpt, dan ziet men dat er vaak sprake is van een lage variabiliteit in het resultaat of uitkomst van de taak die vaak gepaard gaat met een aanzienlijke variabiliteit in de uitvoering.
Hoe het mogelijk is dat een expert ondanks een aanzienlijke mate van variabiliteit in de uitvoering toch komt tot een lage variabiliteit in het resultaat wordt door prof. dr. Peter Beek uiteengezet aan de hand van drie principes: taaktolerantie, co-variatie en ruisreductie.
1. Taaktolerantie
De meeste taken hebben meerdere succesvolle oplossingen. Zo zijn bij het het schieten van een basketbal op een basket meerdere baltrajecten die ertoe leiden dat de bal in de basket belandt (de diameter van de bal is kleiner dan die van de basket, zodat er een bepaalde bandbreedte (taaktolerantie) bestaat voor een succesvol schot; bovendien zijn er diverse trajecten via het bord die leiden tot succes). Een expert is beter in staat dan een niet-expert om de diverse oplossingen die een taak verschaft te benutten.
2. Co-variatie
Bij de uitvoering van taken zijn steeds meerdere taak- of uitvoeringsvariabelen aan de orde die moeten worden gecontroleerd. Zo is bij het schieten op de basket de driedimensionale positie van het loslaten van de bal ten opzichte van de basket alsmede de snelheid van de bal in drie dimensies en de bijbehorende hoeken van loslaten bepalend voor succes en falen. Elke combinatie van uitvoeringsvariabelen kent een specifieke uitkomst: er is sprake van een zogenoemde oplossingsruimte. Als de ene waarde in de oplossingsruimte verandert, kan deze worden gecompenseerd door een aanpassing in een andere waarde (co-variatie), waardoor een succesvolle uitkomst gegarandeerd blijft. Zo kunnen wisselende combinaties binnen de uitvoering van de taak toch steeds tot dezelfde uitkomst (in termen van succes of falen) leiden. Een expert weet impliciet hoe de familie van oplossingen die tot tot succes leidt eruit ziet; hij of zij 'kent' de oplossingsruimte van een taak beter en weet deze beter te benutten dan een beginnende of gevorderde speler. Tijdens het leren uitvoeren van een taak leert de sporter de taakvariabelen zodanig met elkaar te variëren dat de taakprestatie allengs beter wordt.
3. Ruisreductie
Er zijn ook toevalsvariaties in de taak- of uitvoeringsvariabelen, die de taakprestatie in nadelige (en soms ook in positieve) zin kunnen beïnvloeden. Door deze toevalsvariaties te verkleinen (ruisreductie) kan een consistentere taakprestatie worden gerealiseerd.
Alledrie de genoemde aspecten spelen naast elkaar een rol bij het verwerven van expertise in het uitvoeren van een complexe taak.
Bovenstaande zienswijze kan praktische implicaties hebben voor de dagelijkse (training)praktijk. Het is aan de trainers om de training zodanig in de richten dat sporters door oefening een niveau van expertise kunnen ontwikkelen.
Hoe gaat de wereldtop in de atletiek om met mobiliteit? Ik maakte een samenvattend filmpje van mijn observaties tijdens het WK atletiek in Moskou. Kijk hier naar de flexibiliteit en lenigheid van enkele spinters waaronder Usain Bolt.
Opmerkelijk is de tijd die Usain besteedt op de behandelbank tijdens zijn warming up voor de wedstrijd. Het grootste deel van zijn "warming up" vindt plaats op de tafel, waar hij door zijn therapeut middels dynamische technieken en active relaese technics wordt geprepareerd voor zijn prestatie. Wat volgde op de "stretch sessie" waren slechts 5 versnellingsloopjes van ongeveer 80 meter en 2 startjes van 15 meter. That's all!
Ogenschijnlijk heeft Usain niet veel meer nodig aan specifiek werk in zijn warming up, het lichaam goed en soepel kunnen laten bewegen is blijkbaar een belangrijke deel van zijn voorbereiding. Veel technieken en oefeningen worden toegespitst op de heup- en bekken regio.
Dit deed me denken aan een uitspraak van Gray Cook tijdens mijn SFMA level 2 cursus in oktober 2011:
"Everywhere there’s a mobility restriction, there’s reduced information coming in. When reduced information comes in, reduced refinement is the result."
Het filmpje: https://vimeo.com/77979857
"What happens in your life, is what you believe will happen. And what we really need in life, is a coach who will give us the self believe to do what's extraordinary." - Dr. Tim Noakes in "the mindset to succeed"
Video report of the Dutch 4x100 junior girls relay team, competing at the World Junior Championships in Barcelona in 2012.
Kids love to announce that they’re not good at something. They usually do it just after they try something new and challenging, and they say it with finality, as if issuing a verdict.
I’m not good at math!” or, “I’m not good at volleyball.”
At that moment, our normal parental/teacher/coach instinct is to fix the situation. To boost the kid up by saying something persuasive like, “Oh yes you are!” Which never works, because it puts the kid in the position of actively defending their ineptitude. It’s a lose-lose.
So here’s another idea: ignore the instinct to fix things. Don’t try to persuade. Instead, simply add the word “yet.
Want to read more? Click on the link...
[source: www.thetalentcode.com]
How to find undervalued talent
by Rasmus Ankersen