Zorgen over sociaal domein
In ‘Eindhoven de sociaalste’ constateerden we samen dat het echt anders moest. Er waren te veel hulpverleners op een gezin, de inwoner stond niet centraal, en vaak de de knellende regelgeving. Daaruit ontstond de WIJvisie. In 2015 verwachtte het Rijk echter een driedubbele beweging: de ideologische verandering, de overdracht van taken (soms zelfs zonder gegevensoverdracht zoals bij jeugdzorg) en tegelijkertijd een flinke bezuiniging. Een verandering waar normaliter zo’n 10 jaar voor nodig is... En dat terwijl er ook tot een gemeentelijke reorganisatie besloten was. Kortom: te veel tegelijkertijd, te grote tijdsdruk en te snel willen bezuinigen.
En nu zitten we dan met een flink tekort. Hebben het Rijk en ook wij als raad het niet realistisch ingeschat? Waren we voldoende voorbereid? Is de gewenste transformatie voldoende opgang? Hoe dan ook, we moeten gezamenlijk de verantwoordelijkheid nemen het op te lossen. Naast de lange lijst aan eerder genomen maatregelen, is volgens het college nog een extra stap nodig: een tweede sluis om de uitgaven bij specialistische zorgaanbieders te begrenzen.
Per segment is er gezocht naar de beste aanpak. GroenLinks kan er helemaal in mee gaan, maar ziet een aantal risico’s waar we graag in gerustgesteld worden:
- Hoe stimuleer je ondanks de aanpak per segment dat er ook op tweedelijns niveau generalistisch gewerkt of samengewerkt wordt? Een probleem staat nl zelden alleen, zo blijkt bijv dat bij jongvolwassenen in de jeugdzorg een kwart tot de helft uit een instabiel gezin komt.
- Als er steviger op financiën gestuurd wordt, dan wordt het opportunistische gedrag vaak ook groter. Hoe voorkomen we dat bijv de complexe/duurder uitpakkende doelgroep niet tussen aanbieders wordt rondgepompt?
- Hoe voorkom je dat geld in portemonnee aanbieders verdwijnt ipv bij de client terechtkomt? Goed om te lezen dat er stevig op wet normering topinkomens, beperkte reserves etc gestuurd gaat worden. Vergeet daarbij de dividenduitkeringen niet. Dit voorkomt dat andere aanbieders een slechte naam krijgen.
- Het is goed dat er zorgvuldig naar aanvaardbare wachttijden wordt gekeken. Dit is alleen vrij lastig objectief te maken, kunnen we daarom naast dat het veld en de raad, ook clienten goed betrekken? Het draait immers om hen. We moeten vervolgens ook wachttijden monitoren. Een goede sturing op de instroom maar zeker ook de uitstroom is een vereiste. Graag ziet GL elk kwartaal de instroom en uitstroom per segment.
GroenLinks is er blij mee dat de oproep in onze motie Beweging in Transitie meegenomen is. Want prikkels om samenwerking tussen aanbieders te realiseren en innovatie te stimuleren, is hard nodig. Denk hierbij aan vrije budgetten voor innovatie, contractafspraken en incentives. Dat de transitie nog onvoldoende is ingezet, bleek bijv uit de onlangs verschenen publicatie van oa Lilian Linders naar onderzoek in Zuid-Oost-Brabant. Jeugdhulpverleners vallen snel terug in oude patronen, het kind/gezin wordt onvoldoende centraal gesteld, geharrewar over rollen/verantwoordelijkheden tussen wijkteams, Veilig Thuis en specialistische jeugdzorg.
De vraag blijft wel wanneer we aan de grens komen van de kwaliteit van onze zorg. Zolang we nog sturen op de transformatie en strakkere sturing staat GroenLinks erachter. Maar als we de bedragen maximeren, moeten de begrote bedragen wel realistisch blijven. Zo heeft Tilburg bijv voor 2018 op jeugd 4,5 mln meer begroot dan wat wij inclusief al onze overschrijdingen in 2017 uitgaven, en op WMO zelfs 17,5 mln. Om uit te gaan van realisatie 2016 bij de bedragen voor 2019 stellen we dan ook enige twijfels. GroenLinks wil graag dat het college benchmarkt versus vergelijkbare gemeenten bij de uitwerking van de notitie. En goed kijkt of de macro-budgetten wel toereikend zijn. En mochten we na alle maatregelen tekort komen, dit ook mee te nemen in de lobby naar het Rijk.
















