Elisabeth Lucie Baeten: "Ik wil niet altijd 'de zieke mama' zijn."
In haar prozadebuut 'Er Is Niks' vertelt Elisabeth Lucie Baeten (35) dat er wél iets is: chronische pijn, aanhoudende stress, sluimerende somberheid. Vorige zomer crashte ze. Sindsdien is haar toekomst een vraagteken. "Ik was totaal afhankelijk van pillen en thuisverpleging."
"Ik vind dit heel spannend", zegt Elisabeth Lucie Baeten wanneer ik mijn bandopnemer tussen ons in leg. Het is haar eerste interview over haar nieuwe boek. Vandaag ligt niet haar florerende carrière, maar haar stokkende leven onder het vergrootglas. Je zou voor minder met klamme handen je kop kruidenthee omklemmen.
We zitten in de loungehoek in haar tuin, vanwaar we uitkijken op het Antwerpse Ertbruggebos: een beschermde lap groen die gepromoot wordt als 'stilteplek voor mens en dier'.
Het is middag, alles is rust: echtgenoot Vincent is op verplaatsing zilverlingen aan het verdienen, dochter Alys en zoon Amos zijn op de schoolbanken minimumdoelen aan het halen, enkel poes Drama komt haar baasje wat aandacht ontfutselen. Ik weet nu welk stilleven er hoort bij de woorden die Elisabeth Lucie Baeten onlangs op Instagram schreef: 'Ik ben een mens op pauze, in een wereld die maar doordraait'.
Mijn gastvrouw ziet er mooi en monter uit, en ik stel mezelf teleur door dat opmerkelijk te vinden. Alsof haperende stervelingen per se een frietvet-coupe en panda-wallen moeten hebben. Een mens kan ook keurig naar de klote gaan, zoals Bregje Hofstede ooit schreef.
Want naar de klote gaan, dééd Baeten.
In de zomer van vorig jaar, een paar weken nadat ze Dancing With The Stars had verlaten, zakte ze op haar keukenvloer ineen. Ze kon zich nog net de bedenking maken dat op je keukenvloer ineenzakken een weinig originele manier van instorten is, nadien liep haar hoofd leeg.
De oorzaken van haar crash: decennia van chronische pijn en diepgewortelde stress, een hart vol onverwerkt verdriet, en een leven dat in recordtempo van gezapig naar onstuimig was gegaan. Het was het verhaal van een aangekondigde kortsluiting die, zoals alle aangekondigde kortsluitingen, toch nog uit het niets leek te komen.
Nadat ze weer wat was aangesterkt, zette Elisabeth Lucie Baeten haar agenda op dieet en begon ze te schrijven. Niet omdat het kon, maar omdat het moest: alleen al schrijvend kon ze de woorden die in haar keel bleven hangen alsnog bevrijden. Alleen al schrijvend kon ze uitzoeken waarom haar lichaam en geest uitgerekend nu in staking waren gegaan.
Het resultaat van haar schrijfdrift ligt volgende week in de winkel en heet 'Er Is Niks', een titel die uitstekend vertolkt hoe ze zowel zichzelf als de buitenwereld jarenlang voorhield dat er geen probleem was. Het boek wordt aan de m/v/x gebracht als een non-fictie roman en dat blijkt nog een accurate omschrijving ook: 'Er Is Niks' is een strak gecomponeerd verhaal, stelt meer vragen dan het antwoorden geeft en bevat - de tekstgoden zij geprezen - nergens zinnen als 'elk obstakel is een uitnodiging van het universum om op een dieper niveau met jezelf in verbinding te treden'.
Aan obstakels is er in het leven van Elisabeth Lucie Baeten nochtans geen gebrek. Ze maakt in haar boek melding van een kleine encyclopedie aan fysische en psychische klachten: van maagpijn, darmpijn en artrose tot stress, paniekaanvallen en ademhalings-problemen.
En de lijst blijft maar aangroeien. 'Mijn lichaam heeft weer nieuwe manieren gevonden om mij te veroordelen tot een horizontaal bestaan', liet ze nog geen drie weken geleden weten op Instagram. Het verklaart waarom ze in de loop van ons gesprek regelmatig zal checken of de uitslagen van recente medische onderzoeken haar mailbox al hebben bereikt. En waarom ze in haar boek onverbiddelijk is: 'Mijn lichaam is voor de vuilnisbak. Niks werkt aan mij.'
Elisabeth Lucie Baeten: "Al op mijn vijftiende had ik het lichaam van een oud, afbrokkelend mens. Ik had elke dag pijn. Als het niet aan mijn slokdarm was, dan was het aan mijn maag, en als het niet aan mijn maag was, dan was het aan mijn darmen. Ik had als tiener vrolijk en energiek door het leven moeten fladderen, maar mijn lijf hield mij tegen. Dat vond ik verschrikkelijk onrechtvaardig. Ik háátte mijn lichaam."
Twintig jaar later heeft haar lichaam niet minder dan twaalf operaties ondergaan: een krankzinnig aantal voor iemand die nog altijd maar vijfendertig is. Zeker als je bedenkt dat het merendeel van de operaties geen enkel resultaat opleverde. "Twee ingrepen zijn nuttig gebleken", vertelt ze. "De operatie waarbij een fistel - een soort zweer - uit mijn endeldarm gehaald is en de hysterectomie waarbij mijn baarmoeder verwijderd is. De tien andere ingrepen hebben geen grammetje pijn weggenomen."
Een minstens even grote bron van frustratie waren de talloze onderzoeken die 'niks abnormaals' aan het licht brachten. "Je voelt elke dag dezelfde pijn, je weet precies waar het pijn doet, je wacht maanden tot je een specialist te zien krijgt, en als het dan eindelijk zover is, word je in het beste geval twee keer onderzocht en krijg je te horen: 'Er is niks.' Resultaat: je begint aan jezelf te twijfelen. Je denkt: 'Ik zal wel flauwer zijn dan de rest van de mensheid.' Of, erger nog: 'Ik zal het mij wel allemaal inbeelden.' Maar je beeldt het je niet in, want de pijn is echt." "Er zijn momenten geweest waarop ik dacht: ik krijg nog liever een ernstige diagnose dan geen diagnose. Ik ben stikjaloers geweest op mensen bij wie een auto-immuunziekte was vastgesteld. Omdat zij tenminste een medisch verdict hadden gekregen, en een bijbehorend behandelplan."
Naast fysieke ongemakken, heb je al heel je leven stressklachten. Je schrijft: 'Niks in mij is rust, niks niks niks. (…) Mijn gedachten zijn met te veel, wespen in een nest, ze zoemen tegen mijn voorhoofd, ogen, keel, zoeken een uitgang, maar ze zijn met te veel en er breekt paniek uit.' Op een schaal van één tot tien: hoe vermoeiend is het om Elisabeth Lucie Baeten te zijn? "Je wilt het niet weten. (lachje) De zinnen die je aanhaalt, beschrijven hoe ik me voelde net voor ik implodeerde. Toen de chaos in mijn hoofd het grootst was. Sindsdien hebben de wespen plaatsgemaakt voor leegte. In de aanloop naar mijn crash was de fysieke pijn heviger dan ooit. Volgens mijn pyschologe zijn mijn hersenen zo druk bezig geweest met het verwerken van pijnprikkels dat ze al de rest hebben uitgeschakeld. En is mijn hoofd daarom zo leeg. Ik voel mij soms schuldig over mijn holle hoofd. Omdat ik merk dat mensen dingen van mij verlangen - ideeën, gevoelens - die ik hen op dit moment niet kan geven."
Je beschrijft jezelf als 'een stuk speelgoed waarvan de batterijen al lang leeg zijn'. "Zo voelde ik me een tijd geleden, ja. Mijn lichaam functioneerde niet, ik was totaal afhankelijk van pillen en thuisverpleging, ik was alleen nog maar een patiënt. Soms had ik het gevoel dat het leven uit mij aan het wegsijpelen was. Dat ik aan het verdwijnen was en daar niks tegen kon doen. Zo fatalistisch voel ik me vandaag niet meer. Maar de vermoeidheid blijft immens. Ik sta op, doe dingen, moet gaan liggen, doe opnieuw dingen, ben kapot, ga om acht uur slapen, klaar. Dat is niet wat je een rijk en meeslepend leven noemt."
Zie je een oorzakelijk verband tussen je lichamelijke en je psychische klachten? Die twee vormen niet zelden een succesvol duo. "Ik ben ervan overtuigd dat mijn brein mijn lichaam beïnvloedt en vice versa. Niemand is alleen maar lijf. Of hoofd."
Toen je op de middelbare school zat, kreeg je te horen dat je hoogbegaafd was. Nogal wat hoogbegaafden zijn extra gevoelig voor prikkels en stress en ontwikkelen daardoor maagklachten. "Mijn hoogbegaafdheid is vastgesteld in de nineties. Toen betekende dat niet veel meer dan: 'Je bent een slimme'. Dat hoogbegaafden dikwijls ook hoogsensitief zijn, en vaak piekeren, en regelmatig doodop zijn, en altijd wel ergens pijn hebben, en zich soms fundamenteel eenzaam en onbegrepen voelen - dat hun hoogbegaafdheid, kortom, hun hele zijn beïnvloedt - daar ben ik pas recent achter gekomen. Voordien probeerde ik gewoon om mij aan te passen. Om niet de betweter uit te hangen, om geduld te hebben, om niet irritant te zijn. En dat lukte mij nog ook. Maar ik had wel elke dag buikpijn." Ze valt stil, er landt een eend in de tuin. "Dat is nog nooit gebeurd', zegt ze. "Ik maak er snel een foto van. Voor Amos. Hij is geobsedeerd door dieren. Vraag hem wat hij over dino's weet en hij somt honderdtachtig Latijnse dinonamen op. Ik vrees dat ik mijn hoogbegaafdheid aan Amos en Alys heb doorgegeven. Mijn DNA moet gedacht hebben: meer hiervan."
Op het einde van je boek krijg je nog een extra diagnose die onder de noemer neurodivergentie valt. Je liet me weten dat je die nieuwe diagnose liever niet met naam en letterwoord in dit stuk ziet staan. Waarom niet? "Omdat ik de diagnose pas heb gekregen drie dagen voor de deadline van mijn boek zou verstrijken, toen ik de epiloog al aan het schrijven was. En omdat ik het fijn zou vinden, mochten ook de lezers van mijn boek pas op het einde te weten komen om welke diagnose het gaat. Mijn boek is een zoektocht. Ik zou die graag samen met mijn lezers afleggen."
Heeft de-diagnose-die-we-dan-maar-niet-zullen-benoemen voor jou iets wezenlijks veranderd? Is je leven na de diagnose gemakkelijker geworden? "Ik weet nu dat er iets is. En waarom ik mij al heel mijn leven anders voel. Dat opent de deur naar zelfinzicht, aanvaarding en ondersteuning. Ik zal nooit kunnen veranderen hoe mijn brein werkt. Maar ik kan wel uitzoeken hoe ik beter kan functioneren in een wereld die is afgestemd op neurotypische mensen."
In je boek benoem je je diagnose expliciet. Nochtans gaan er steeds meer stemmen op om labels zoals ADD, ADHD, ASS en OCS overboord te gooien en het enkel nog over neurodivergentie te hebben. Omdat dat woord de aandacht zou verschuiven van 'afwijking' naar 'verschil'. En omdat veel neurodivergente mensen sowieso kenmerken hebben van meerdere diagnoses tegelijk. Hoe kijk jij daarnaar? "Mm. Er zijn toch grote verschillen tussen al die neurodivergentielabels. Mensen met ADHD hebben vaak andere gevoeligheden dan mensen met ASS en omgekeerd, ook al zijn er overlappingen. Ik ben in ieder geval heel blij dat ik een specifieke diagnose heb gekregen in plaats van een parapluterm. Hoe precieser de diagnose, hoe beter je ermee kan omgaan."
We beklemtonen tegenwoordig niet alleen de kwetsbaarheden, maar ook de troeven van neurodivergente mensen. Zoals hun creativiteit, hun denksnelheid en hun hyperfocus. Vind je dat principiële positivisme een goeie zaak? "Ja, ware het niet dat mensen die erop staan om de voordelen van neurodivergentie te benadrukken doorgaans de neiging hebben om de nadelen ervan te banaliseren. En zelf voel ik mij momenteel toch vooral gekloot door mijn neurodivergentie. Ik voel me geen superheld, maar een schotelvod."
Volgens een recent onderzoek van consultancybedrijf Deloitte identificeert 53% van generatie Z zich als neurodivergent. Nog los van de vraag of je je wel kan 'identificeren' als neurodivergent: 53% is veel. "Er zijn veel overeenkomsten tussen een neurodivergent brein en een overspannen zenuwstelsel. Ik denk dat veel gen Z'ers vooral overspannen zijn. Dat ze zich niet goed in hun vel voelen en daar soms ten onrechte uit afleiden: ik ben neurodivergent. We mogen ons weleens afvragen wat we aan de algemene malaise bij gen Z'ers gaan doen. Hoe we ervoor gaan zorgen dat ze wat minder overprikkeld en wat meer ontspannen zijn. Ik denk dat we de wereld dringend weer wat rustiger moeten maken. Laten we, om maar iets te noemen, in alle treinen voor stiltecoupés zorgen. Daar zou iedereen bij gebaat zijn. Weinig mensen kicken op non-stop drukte."
Jij hebt in je leven nog maar één keer echte rust gekend, schrijf je: tijdens de week waarin je in je eentje ging schrijven in een cottage in Sussex. Je conclusie: 'Ik kan blijkbaar enkel functioneren, ademen, in een omgeving waarin niemand praat, waarin niemand iets aan mij vraagt en waarin ik niemand zie.' "Ik zou een heel goeie kluizenaar zijn. (lacht) Het publieke leven vaarwel zeggen en alleen nog maar de vruchten van mijn schrijfwerk de wereld in sturen: lijkt me heerlijk."
Zeg je nu. Volgens mij ben jij veel te sociaal voor het kluizenaarsbestaan. "Try me. (lacht) Uiteraard geniet ik er van om met mijn vriendinnen cocktails te gaan drinken. Maar dat neemt niet weg dat ik wel degelijk stilte nodig heb. Dat ik opleef wanneer er eens niks van mij verlangd wordt. Wat natuurlijk nooit gebeurt, want ik ben de moeder van twee kinderen. (denkt na) Laten we zeggen dat het voltijdse kluizenaarschap niet voor mij is weggelegd. Maar met 30% ben ik ook al tevreden."
Als je zo naar rust verlangt, kan ik me inbeelden dat je in de operatiezaal weleens reikhalzend hebt uitgekeken naar de narcose. (fluisterend) "Ik wil geen drug pusher zijn, maar narcose is het beste wat er is. Ik slaap veel beter als een anesthesist zich ermee bemoeit." (lacht)
De lente toont zich ten huize Baeten van haar uitbundigste kant. De middagzon doet het grasperk op een stukje Toscane lijken, de hemel oogt als een bluekey-scherm waarop alle dromen werkelijkheid kunnen worden, de bomen vieren ritselend hun nieuwe bladeren. Het contrast tussen het decor van ons gesprek en de inhoud ervan is groot.
Alsof ze mijn gedachten kan lezen, zegt Elisabeth Lucie Baeten: "Noteer je wel dat ik nog altijd van het leven kan genieten? Dat ik nog altijd plezier kan maken? Ik wil niet dat de mensen denken dat ik mijn gevoel voor humor kwijt ben."
Wat om te huilen is, is niet zelden ook om te lachen, zeg ik. En ik voeg eraan toe dat haar roman daarvan het beste bewijs is: 'Er Is Niks' is een grappig boek over dingen die niet om mee te lachen zijn.
Haar ogen lichten op. "Kan dat de kop van je stuk worden, alsjeblieft? Die zin mag wat mij betreft in alle recensies opduiken."
Je schrijfstijl doet me bij momenten denken aan die van David Sedaris: droogkomisch, ongegeneerd autobiografisch en licht neurotisch. (glimlacht) "Dat vind ik een groot compliment. David Sedaris is de max. Net zoals Lena Dunham, Richard Osman, Amy Poehler, Tina Fay en Jennette McCurdy, om nog een paar andere favorieten te noemen. Ik lees graag boeken van mensen die, net zoals ik, zowel televisie maken als schrijven. Mensen die een goed gevoel voor humor combineren met een scherpe pen. Die de grote thema's niet uit de weg gaan, maar zelfs in de diepste krochten van de hel nog een scheutje humor weten te vinden."
Ga jij je situatie ook in de huiskamer met humor te lijf? Of is thuis de plek waar je stuk gaat en leeg loopt? "Het is hier het afgelopen jaar niet altijd zo grappig geweest, vrees ik. Ik heb mij in mijn leven al vaak moedeloos gevoeld, maar in de zomer voelde ik voor het eerst een enorme zwaarte. Een donkerte die elk sprankeltje licht opslokte. Gelukkig voel ik mij ondertussen weer beter. Er hangt geen zwaarmoedigheid meer in huis."
Alys en Amos zijn respectievelijk acht en vijf. Krijg je het concept neurodivergentie al aan hen uitgelegd? "Ja, maar ze zijn nog jong, natuurlijk. Soms zeggen ze me: 'Jij bent altijd zo moe.' Dan krimpt mijn hart ineen. Ik wil echt niet 'de zieke mama' zijn. Ik moet huilen wanneer ik mijn schoonouders tegen mijn kinderen hoor zeggen dat ze 'stil moeten zijn voor mama'. Ik probeer mijn gezin dus zo weinig mogelijk te belasten. Maar ik probeer me ook niet schuldig te voelen als dat eens niet lukt. De pijn verbijten, krampachtig glimlachen en weer doorgaan, is geen optie meer. Ik moet echt rusten."
En stoppen met pleasen. Ik lees in je boek dat je door iedereen aardig gevonden wil worden. Ook dat is vermoeiend. "Ik weet het. Maar mijn drang om te pleasen zit er diep ingebakken. Dat komt ervan als je al vijfendertig jaar te horen krijgt dat je raar bent. Op de duur denk je: als ik mensen bij me wil houden, moet ik lief en aangenaam zijn. Niet schuren, maar buigen. Sinds kort probeer ik vaker mijn gedacht te zeggen. In een professionele context lukt dat al redelijk goed. Al loopt mijn eerlijkheid dikwijls vertraging op: 'Weet je nog dat ik vier dagen geleden zei: keigoed idee, moeten we zeker doen? Na vijf nachten nagelbijtend piekeren heb ik eindelijk de moed gevonden om je te zeggen dat ik het misschien toch niet zo'n goed idee vind.' (lacht) Er zijn maar twee mensen in de wereld aan wie ik me durf te tonen zoals ik ben: mijn man en mijn mama."
Je vergeet de toekomstige lezers van je boek. Ook zij zullen een rondleiding in je binnenwereld krijgen. "Dat is waar. Maar gelukkig voor mijn lezers hoeven zij niet met mij samen te leven." (lachje)
Je schrijft dat het je maatschappijke plicht is om over deze moeilijke periode in je leven te getuigen. Dat is natuurlijk niet waar: het recht op privacy blijft ook voor BV's onverminderd van kracht. Waarom wil je je verhaal toch delen? "Onze kijk op de wereld wordt gevormd door verhalen. Als we nooit verhalen lezen van mensen die ziek zijn of rouwen, gaan we denken dat die mensen niet bestaan. Dat we alleen zijn met onze miserie. Alleen al om die reden vind ik het belangrijk om niet alleen de grappige of glamoureuze versie van mezelf te tonen, maar ook de wanhopige en belabberde. Als ik mijn bekendheid kan gebruiken om de wereld een beetje authentieker te maken, zou ik wel gek zijn om dat niet te doen. Nu goed, dat is mijn mening. Wat andere BV's doen, moeten ze zelf uitmaken."
In de jaren waarin Vlaanderen jou leerde kennen als de ad remste aller Instagrammers, lag jij thuis vaak achter gesloten gordijnen in bed. Had je het gevoel dat je een dubbelleven leidde? "In de periode waarin ik bekend werd, had ik geen tijd om over mijn leven te reflecteren. Ik genoot van wat mij allemaal overkwam. Eindelijk had ik de job die ik altijd al wilde. Eindelijk kreeg ik de kansen waarvan ik altijd al droomde. Dat mijn lichaam ondertussen steeds meer pijn deed en mijn hoofd stilaan op ontploffen stond, negeerde ik. Fout, natuurlijk. De realiteit heeft mij pijlsnel ingehaald."
Dit lijkt me jouw paradox: enerzijds wil je gerust gelaten worden, anderzijds zoek je graag de aandacht op. Langs de ene kant besef je dat het BV-schap niet goed voor je is, langs de andere kant geniet je er ook van. "Je vergist je. Ik geniet van de dingen die ik mag maken - de boeken, de filmpjes, de tv-programma's - maar niet van de bekendheid die daaruit voortvloeit. Ik krijg nog altijd een hartverzakking als ik mijn naam in de krant zie staan. Zelfs als een filmpje van mij viraal gaat, denk ik al snel: de storm mag nu wel gaan liggen. Ik ben geen applauszoeker, ik hoef niet in de spotlights te staan."
Behalve als het de spotlights van Dancing With The Stars zijn. "Die show heb ik alleen maar gedaan omdat ik zo graag wilde leren dansen. Dat ik daarvoor op een podium moest gaan staan, was een vervelend neveneffect. Als ik met mijn danscoach in mijn tuin had kunnen dansen, zonder camera's of publiek, had ik het nog veel leuker gevonden."
Oké dan. "Had jij dat niet door? (lacht) Je kijkt me aan alsof je denkt: weer een BV die zegt dat ze het niet voor de aandacht doet. En toch is het zo."
Misschien vind je de aandacht niet altijd leuk, maar de erkenning toch wel? "Natuurlijk. Maar ik heb liever de erkenning van een vrouw die in een koffiebar naar me toekomt, discreet in mijn hand knijpt en zegt 'ik ben fan', dan de erkenning van een grote zaal vol joelende mensen. Ik ken collega's die energie krijgen van het publiek, maar ik krijg er juist stress van."
Je was de voorbije twee jaar erg aanwezig. Té aanwezig, misschien? Connie Palmen wees mijn verzoek om een interview ooit af met de wijze woorden: 'Overexposure is ook een vorm van zelfmoord.' "Ik begrijp wat je bedoelt. Maar a: ik ben maar op een derde van alle aanvragen ingegaan, en b: de meeste dingen die ik gedaan heb, wílde ik heel graag doen. Ironisch genoeg heb ik vaak ja gezegd omdat ik mij bij momenten zo slecht voelde dat ik dacht: 'Misschien lig ik binnenkort wel voor een paar jaar in de lappenmand en is het allemaal voorbij.' Dat ik zo het risico liep dat een zuurbal vanuit zijn luie zetel zou roepen: 'Is ze daar nu wéér, Lucieke Baetens?!', was het minste van mijn zorgen. Maar ondertussen ben ik wel degelijk wat selectiever geworden. Ik heb geleerd wat ik echt leuk vind en wat niet."
Voel je al welke richting je na je herstel uit wilt? Of hou je de toekomst nog even op afstand? "De komende maanden ga ik in de mate van het mogelijke mijn boek promoten. Verder kijk ik niet. Al heb ik wel herontdekt dat ik in mijn kern een schrijver ben. Schrijven is het enige wat mij energie gééft in plaats van kost. Schrijven heeft mij opnieuw doen leven."
Zijn er professionele dromen waar je om gezondheidsredenen afscheid van zal moeten nemen? "Ik ben een grote fan van Amerikaanse talkshows: Kimmel, Fallon, Colbert … Het is altijd al mijn droom geweest om zelf zo'n talkshow te maken. Maar op dit moment is dat onmogelijk: ik zou nooit vijf avonden per week een programma kunnen presenteren. En dus moet ik, minstens tijdelijk, stoppen met daarover te fantaseren."
Jammer. The Late Night Show met Lucieke Baetens: ik zie al het helemaal voor me. "Zwijg maar. Voor je me weer doet dromen." (lacht)
We hebben twee uur gepraat, op verlengingen aansturen zou zowel in medisch als in menselijk opzicht onredelijk zijn.
We gaan opnieuw naar binnen, waar Alys en Amos net hun boekentas in een hoek gekeild hebben en met hun oma in de woonkamer zitten. Zodra ze hun moeder zien, knuffelen ze haar alsof ze net van een realityprogramma op Antarctica is teruggekeerd.
Het tafereel doet me denken aan de zin waarmee Elisabeth Lucie Baeten een recente Instagram-post besloot. 'Het is niet alleen maar mooi en zon, het is soms pijnlijk en donker, maar het is nooit alleen.'












