Dus jij hebt verstand van auto’s. Met je slimme, dikke grote autoboek zonder plaatjes.
En als jij het allemaal zo goed weet, wat heb jij dan zelf voor grote auto?
Een Fiat Multipla, uit 1999. Die met de dolfijnenneus. Die zwemband. Al te vaak Multivlaai genoemd. Multibah. Bultipla. Of Multiplaag. Veel mensen vinden een Fiat Multipla lelijk. En zeggen dat ook gewoon ronduit tegen je.
De autocriticus van de Volkskrant schreef ooit: ‘Prima auto, maar het uiterlijk ervan doet volwassen mannen huilen.’
En iedereen praat elkaar na. ‘De lelijkste auto ooit ontworpen,’ schopte Martin Bril in een stukje met de kop ‘Schoonheid’, waarin hij schreef Katja Schuurman wél mooi te vinden.
Makkelijk mooi vinden, Katja. Makkelijk lelijk vinden, Multipla.
De ANWB Kampioen, het grootste maandblad van Nederland, pakt in zijn editie van september 2012 uit met de Verkiezing van de Multipla tot ‘de lelijkste auto op de weg!’. Compleet met uitroepteken. ‘Wij vroegen Kampioen-lezers naar de lelijkste auto op de weg en dat leverde een overtuigende winnaar op: de Fiat Multipla!’, schrijft de redactie triomfantelijk. Met uitroepteken nummer twee. Alsof ze het buskruit uitvonden.
Ongelooflijk vind ik dat.
Eric Corton, die een boek schreef over zijn auto’s, zei het ook al in Volkskrant Magazine. Op de vraag wat hij de lelijkste auto vindt reageert hij 'alsof hij een vies snoepje uitspuugt' met: 'de Fiat Multipla!'.
Net als in de Kampioen met een uitroepteken.
Heeft die Corton soms in een grot gewoond? Iedereen zegt dit altijd, al tien jaar. Het is kortzichtig, zeker voor een zelfbenoemd autoliefhebber. Noem dan de Cadillac Deville uit 1985. Of de Lancia Kappa coupé, waarover je dan sneert dat de wielbasis 10 cm te kort is.
Zeg nou zelf. Wie vond zijn eerste slok Barolo of Bourgogne lekker? Zijn eerste joint, of zelfs Camel? Hoe gaat dat met mosselen of oesters? En de eerste keer de 2e symfonie van Mahler?
Een Multipla wijkt misschien af van het gangbare model auto. Met die ronde koplampen in die bobbel onder de voorruit. En mensen houden niet van afwijkend en vreemd, kijk maar naar de opkomst van populistische rechts-nationalistische en anti-islampartijen. Hoe groter de wereld en Europa wordt, hoe meer behoefte mensen hebben aan houvast en herkenbaarheid. Aan een Ford, Opel of Toyota dus. Retromodellen als de Mini, 500 en Kever zijn ook een tegenreactie op de globalisering.
Openlijk beleden wansmaak is meelijwekkend, meelijwekkend als mensen die luid hun afkeer van Picasso betuigen of hardop roepen dat wat Karel Appelflap (ha ha) doet – ha! – dat kan mijn zoontje van vier ook.
Volwassen mannen vallen voor een erg gemakkelijk mooi te vinden Mercedes uit de jaren zeventig, een obligate Audi of Volvo.
In een Multipla moet je je verdiepen. De Multipla eist een kennersoog. Zoals je heel wat 19e- en 20e-eeuwse muziek en de Beatles gehoord moet hebben voor je de meeslepende Sinfonia van Berio op waarde kunt schatten.
De Multipla is als een Kandinsky of late Mondriaan. Honderd jaar geleden uitgejouwd en nu meer dan geaccepteerd en zelfs bewonderd door bezoekers van de oerconservatieve D-serie in het Concertgebouw.
Bij de eerste opvoering van Le Sacre du Printemps van Igor Stravinsky, precies honderd lentes geleden, brak er in de zaal een oproer uit, zo hevig dat de politie moest ingrijpen. De dirigent kon via een wc-raampje ontsnappen. De dag na de première op 29 mei 1913 schreven de kranten: ‘Het is niet het lenteoffer, maar de slachting van het trommelvlies.’
Maar anno 2013 rijst de vraag: wie durft er nog uniek te zijn? Iedereen volgt de kudde en de trends. ‘Het leren genieten van uitdagende kunst versterkt de samenleving doordat het ons helpt open te staan voor het publieke, voor de ander,’ doceert kunsthistoricus en filosoof Steven ten Thije in De Groene Amsterdammer.
Toen de Multipla in 1998 het levenslicht zag, wist het Museum of Modern Art in New York niet hoe snel het de auto moest exposeren, als ‘iconische auto en toonbeeld van highly innovative design'.
En het MoMa ís smaak. Ze herbergen daar ook de belangrijkste Picasso’s en Cézannes benevens de eerste Bic-balpen en de Volkswagen Kever uit 1938.
Mensen met wat kijkervaring zien in de Multipla het duende, de expressieve ziel, de Modigliani-lijnen en de architectuur die teruggrijpt op de roemruchte Dymaxion Car die de roemruchte architect Buckminster Fuller in 1933 ontwierp.
Het koetsje in de Multipla. Als je dat ontdekt hebt, wil je niet anders meer.
Ik weet ook wel: opzichtig kunsthistorisch vertoon biedt hier weinig of geen soelaas. Want een imago, daar doe je niks aan. En auto’s zijn niks anders dan verborgen verleiders. Wie heeft ooit een man in het café horen opscheppen over zijn dalurenkaart?
De Amerikaanse kunsthistoricus Alfred H. Barr junior, de eerste directeur van het MoMa, zei: ‘Kunst leert ons niet om te houden van wat op ons lijkt. Ze leert ons te houden van wat anders is dan wij.’
O ja. Nog één ding. Groot voordeel van een Multipla: je wordt nooit aangehouden door de politie. Zelfs bij alcoholcontroles hoef ik nooit te stoppen. Terwijl ik in mijn Lancia Delta in Amsterdam al door een agent te fiets op de bon werd geslingerd toen mijn auto een opgebroken straatje waar een tijdelijk inrij-verbod gold alleen nog maar in kéék. De neus was 10 cm te lang.
(Stukjes van dit stuk stonden ook al in mijn boek Wat je rijdt ben je zelf, uit 2011)
(Wie meer wil lezen, en daar ook voor wil betalen (graag): klik hier)