2 — Geen filosofie
Kritieke kunst. Een gek dagboek. Een strijd, een spanning, tussen ‘het boek van mijn wereld’, en ‘mijn boek van de wereld’. Teksten. Stukken. Stukken tekst. Notities uit het ondermaanse.
Het einde is nabij. Ik geloof dat een vorm van rationaliteit zal overleven. Een rationaliteit, aangevuld met metaforen. Potentieel ook omgekeerd: een metafoor, omsingeld door rationaliseringen. In die mogelijkheid leven we nu. Tropologics.
Eerder noemde ik het al de meest overtuigende ideologie; ik ga dat opnieuw doen. Preconstructie (ik had het er al over hier en hier). Aan deconstructie doen we al lang niet meer mee. Grondlegger-ondanks-zichzelf Jacques Derrida is zijn theoretische leugens achterna-gestorven — ook hij is niet ontsnapt aan de abstracte, ontastbare realiteit van de dood — zodat het Dasein dat hij aan een arrogante voorvader ontleende, veranderde in een Dadasein.
***
[Mijn dadazijn]
Er is geen afscheid, er zijn enkel begroetingen. Je wandelt een wereld binnen, en je leert de regels die er lijken te heersen, maar echt zeker ben je nooit. Het heeft iets van een spel, in zoverre dat een spel ook bittere ernst kan zijn. Of niet zo bitter — zoetzure ernst. Je hoeft de regels niet te respecteren, natuurlijk, maar je moet wel beslissen of je meespeelt.
Bitter spel.
Al wat we kunnen, is voortbouwen op wat gedaan is. Al wat we bedenken, is een gevolg van wat gezegd is. Onze ideeën zijn overblijfsels, ons lieve leven is het ambacht van de toeschouwer. En te allen tijde volgen wij de Structuur van Artistieke Ontdekkingen.
We zouden tot een Vriendschappelijk Verdrag moeten komen met de hele bevolking, wat volgens mij mogelijk is — als we door Filologische Onderzoekingen aanvaardbare Propagandae formuleren — zodat we eindelijk, hier & nu, op het einde van de geschiedenis, tot een synthese van Zijn & Geld kunnen komen. En we begraven de last die we achterlaten, als een zondebok — een zondeboek — in een universeel ritueel; en het graf van ons verleden vormt een Nieuw Fundament. Een veranderde context. Een Oneigentijds Woordenboek.
***
[L’écriture est la différence]
Een begin moet zijn als een donderslag bij heldere hemel. Als een ingewikkeld kluwen. Als een diffuus geweld. Een begin moet helemaal niet zijn wat het lijkt.
Een midden moet zijn als de wanorde van de eeuwigheid.
Een einde moet er zeker ook zijn.
***
[Kritik der kritischen Vernunft]
Helemaal op het einde komen de voetnoten, normaal. De modegril die een categorie werd, het idee een stukje werkelijkheid — waar de academici mee aan de slag konden, en de commerçanten — zodat iedereen weer iets had om over te praten.
De ruimte tussen de feiten. De feiten tussen de oren.
Een lagere waarheid.












