Soms krijg ik zo’n overweldigend gevoel van dankbaarheid voor hoe mijn leven is veranderd. Iets meer dan twee jaar geleden stond ik met een kapot, uitgehongerd en dronken lichaam op het spoor. Niet de eerste keer dat ik me zo enorm slecht voelde - hopelijk wel de laatste. Een paar maanden later begon ik met therapie en nu twee jaar later ben ik hier. Nog steeds soms wankel en af en toe donkere stormen in mijn hoofd, maar ook met zoveel meer kracht om te blijven staan. Het voelt soms alsof ik de laatste tien jaar van mijn leven niet geleefd heb, afgepakt door die donkere stormen. Dat ik me al die jaren heb laten mee slepen, geleefd door het donker en niet zélf heb geleefd. En nu wel. Eindelijk. Ik leef. Ik voel. Ik lach. Ik ben verliefd. Ik ben blij met mijn vrienden, trots op mijn afgeronde studies, voel me sterk in mijn lichaam. Ik hou van mijn lichaam en ik hou van mezelf. Ik kan mezelf troosten, ik mag kwetsbaar zijn, ik mag groot zijn en ruimte innemen. Ik mag bestaan. En het mag eindelijk goed met me gaan.














