Ik verhuis naar een nieuwe stad. Twee auto’s rijden, één enkel gevuld met planten. Een drie keer zo kleine kamer, maar alles lijkt toch te passen. Inmiddels een maand geleden, ruim. Het voelt soms alsof ik nog een vreemde ben hier, alleen op bezoek ben. De stad leeft niet zoals ze zou moeten leven.
Met het afronden van stage is dan ook het laatste stukje structuur verdwenen. Het is nu één lange sleur tot afstuderen. Agenda’s blijven leeg, er bestaat geen verschil meer tussen dag en nacht. De leegte van de dagen neemt me soms even over.
En ze kruipen ook wel voorbij hoor, die dagen. Ik til de boodschappen van de buurvrouw naar boven. Eet de vers gebakken koekjes van mijn huisgenoot, speel nog een spelletje met vrienden. Bel mijn moeder, geef de planten water, streep wat van mijn to do lijstje af. Ze kruipen voorbij, het blijft doorgaan.











