Als klein kind moest ik Aluminium melkdoppen sparen. Voor de arme kinderen in Afrika. Het hoe, wat en waarom heb ik nooit begrepen. Nu wordt aluminium met andere afvalstoffen apart ingezameld voor hergebruik.
Veel later ontmoette ik in mijn school een eerste Afrikaanse leerling. Iedereen sprak er met verbazing over dat zij grote zware dingen moeiteloos op haar hoofd kon dragen. Door de ophef die…
Prachtige creaties, mooi gepresenteerd. Zoals ik in een eerdere post heb benoemd vind ik Afrikaanse maskers prachtig voor in huis. Momenteel hebben ze drie exposities in het Afrika museum. Ze hadden een expositie over Tony Chocolony en hun missie, Fashion City’s Africa (de expositie wat hiervoor te zien was in het Tropenmuseum in Amsterdam), en hun vaste collectie “Masks”.
Alle drie de exposities waren erg interessant, maar vooral hun vaste collecties met maskers waarbij sommige maskers al honderden jaren oud zijn vond ik erg interessant. Deze maskers zijn met de hand gemaakt, en hebben hele fijne details. De kleuren contrasten van de kettingen zijn heel intens en echt prachtig. Elke kleur staat voor een bepaalde situatie of fase van het leven. Zeker een aanrader als je een keer in de buurt van Nijmegen bent!
Vijf vragen aan Martin Berger, Junior Conservator Midden- en Zuid-Amerika
Door Sanne de Vries, 6 mei 2015
Een museum is meer dan objecten in zalen. Tijd voor een kijkje achter de schermen! Conservatoren doen onderzoek naar de verschillende objecten en de verhalen. “Klinkt niet heel spectaculair, maar dat is het wel!”, zegt Martin Berger, Junior Conservator Midden- en Zuid-Amerika. Hij legt uit hoe hij als “detective” te maken krijgt met deeltjesversnellers en schedels.
1. Wat is je favoriete object van het museum?
Ik heb eigenlijk twee favoriete objecten, mag dat ook? Een schedel uit onze collectie is bedekt met mozaïek. Het is mijn favoriet, omdat het oud én nieuw is. De schedel en het mozaïek zijn oud, maar de combinatie is nieuw. Voor dit voorwerp heb ik detectivewerk gedaan. Ik ben in het museumarchief gedoken en heb geprobeerd dingen met elkaar te verbinden.
Schedel, afkomst onbekend.
Mijn andere favoriet is het model van een balspeelplaats. Het stuk is heel oud, het komt uit ongeveer 100 v. Chr. Het spel wordt echter nog steeds gespeeld door ongeveer tweehonderd mensen in Mexico. We hebben een video waarop je mensen het spel ziet spelen. De pose die je ziet in het model, zie je ook op de video! Het spel werd vijfhonderd jaar onderdrukt door de Spanjaarden. Toch is het mensen gelukt om vast te houden aan hun cultuur.
2. Waar ben je nu mee bezig?
Ik doe onderzoek naar de schedels. Ik probeer te kijken of deze schedels allemaal door dezelfde persoon versierd zijn. Ook doe ik onderzoek naar de dagboeken van Claudius Hendrikus de Goede. Hij was een onderzoeker in Suriname. We gaan zijn dagboeken koppelen aan foto’s en objecten van de collectie. We hebben een kammetje waarvan we weten wanneer en van wie hij die gekocht heeft. De nabestaanden van de verkoper zijn drie jaar geleden hier geweest. Hierdoor kunnen we echt een verhaal aan de objecten geven.
Pelota Mixteca.
Daarnaast doe ik mijn PhD-onderzoek naar Pelota Mixteca. Dit balspel wordt gespeeld in Oaxaca, in het Zuiden van Mexico. Ik probeer ongeveer duizend jaar ontwikkeling van het balspel te volgen. Dat is natuurlijk onmogelijk! Ik bekijk hoe de regels verschilden voordat de Spanjaarden het gebied bezetten. Ik onderzoek ook wat er gebeurt als mensen verhuizen van Mexico naar Californië.
3. Wat voor onderzoeken heb je gedaan?
Ik probeer vooral dingen uit te zoeken over individuele objecten. Ook heb ik de geschiedenis van de Mexicaanse volkskunstcollectie in kaart gebracht!
4. Wat is het meest bijzondere dat je hebt meegemaakt tijdens je onderzoek?
Meestal ga je als westerse archeoloog ergens naartoe en dan zit je in een hotel. Tijdens mijn studie deed ik mee aan opgravingen in Peru. Dat betekende dat we op vierduizend meter hoogte in de Andes, dertig dagen lang op het topje van de berg zaten. Er was geen elektriciteit of water, niks. Ik heb dertig dagen mijn was in een teiltje gedaan! Daar ervoer ik hoe het daar tweehonderd jaar geleden was.
Wat ook cool was: dat ik met zo’n schedel naar een laboratorium in het Louvre ging. Daar hebben we allerlei aspecten onderzocht met deeltjesversnellers, röntgenstralen en spectometrie. Ik begreep niet wat er gebeurde, maar de uitkomst begreep ik wel. Het mozaïek en de schedel zijn oud, maar de lijm ertussen is nieuw. Dat betekent dat het geheel dus niet oud is...
5. Waar zou je nog heel graag een tentoonstelling over maken?
Ik doe zelf onderzoek in Zuid-Mexico, in het Mixteekse gebied. Er wonen nog steeds zo’n drie tot vierhonderdduizend mensen die Mixteeks spreken. Deze mensen waren de handwerkslieden en bewerkten turkoois en goud voordat de Spanjaarden kwamen. Het is aan de ene kant heel bijzonder dat deze cultuur nog bestaat. Maar de Maya’s en de Azteken zijn er ook nog gewoon hoor! Het is alleen gek dat er zo weinig bekend is over de Mixteken. Zij stonden tussen de Maya’s en de Azteken in. Zij waren echt de vakmensen voor handwerkmateriaal.
De kans dat zo’n tentoonstelling er gaat komen, is niet heel groot. Veel mensen hebben er namelijk nog nooit over gehoord. Afgelopen jaar was er wel een tentoonstelling over Mixteken in Los Angeles. Die deed het heel goed, dus het kan wel!
Vijf vragen aan Annette Schmidt, conservator Afrika
Door Sanne de Vries, 4 september 2015.
Annette Schmidt is van oorsprong archeologe. Ze is werkzaam als de conservator Afrika voor Stichting Nationaal Museum voor Wereldculturen. Ze werkte 23 jaar in Mali, waarvan ze er ongeveer zes jaar woonde. De projecten die ze daar opzette voor Museum Volkenkunde zijn inmiddels afgerond. Ze geeft echter nog steeds les aan Nederlandse militairen die naar Mali worden uitgezonden.
1. Wat is uw favoriete object?
Dat is een kinderbierpotje, uit West-Afrika. Het wordt aan kinderen in Afrika gegeven om hun bier in te bewaren. Ik ben van oorsprong archeoloog, dus ik heb altijd een voorliefde voor aardewerk. Daarnaast ben ik bourgondisch en houd van lekker eten en drinken. Aardewerken potten zijn potten en pannen van het verleden en de toekomst.
Bierpot, Yauro: 1978
Naast de link met archeologie, is de link met pottenbakkers belangrijk. In Afrika zijn de vrouwen pottenbaksters. Pottenbaksters en smeden hebben een bijzondere positie in de samenleving. Ze kunnen van ruw materiaal iets bruikbaars maken. Men gaat ervan uit dat je dan over bijzondere kennis moet beschikken. Pottenbaksters wordt een grote vaardigheid toegedicht, maar ze zijn ook een beetje gevaarlijk. Daarom wonen ze vaak aan de rand van het dorp. Musea gaan meestal over bijzondere voorwerpen, maar dit potje is heel alledaags. Voorwerpen die toebehoren aan vrouwen en kinderen zijn vaak ondervertegenwoordigd in musea.
Dit potje komt van de Dogon. Daar zijn de vrouwen, naast pottenbaksters, ook bierbrouwers. Bier speelt een bijzondere rol in de Dogon-cultuur. Als je moeder bier maakt, krijg je als gezinslid een afgemeten hoeveelheid bier. Dit potje is de hoeveelheid bier voor een kind. Wil je meer bier, dan moet je dat bij een vrouw kopen. Het is dus een manier voor vrouwen om geld te verdienen en economische zelfstandigheid te ontwikkelen.
Ik vierde mijn 27ste verjaardag in het dorpje waar dit potje vandaan komt. Het is daar niet gebruikelijk om je verjaardag te vieren. Men weet namelijk vaak niet wanneer men jarig is. Als er iets te vieren is, wordt er bier gedronken. Dus ik had bij de beste bierbrouwster van het dorp twintig liter bier besteld. Ik had iedereen die ik kende uitgenodigd om bier te komen drinken. Toen kreeg ik zo’n klein potje. Daarom is het me erg dierbaar.
2. Waar bent u nu mee bezig?
Ik bereid nu de tentoonstelling Rhythm & Roots in het Afrika Museum voor. Deze tentoonstelling gaat in november open. Ik ben dus objecten aan het uitzoeken, teksten aan het schrijven, de storyline aan het ontwikkelen, overleggen met de tentoonstellingsmakers, met de ontwerpers, met inhoudelijk deskundigen. Dat is erg leuk!
Rhythm & Roots
Daarnaast krijg ik vragen van buitenaf, houd ik lezingen, beschrijf ik de collectie en schaf ik nieuwe collectie aan. Ook onderzoek ik de museumcollectie. Ik ben de laatste tijd bezig geweest met onderzoek naar Afrikaanse mode. Dat is ook in het kader van een tentoonstellings- en een onderzoeksvoorstel.
Ik maak ook tentoonstellingen voor externe partijen en geef voorlichting. Ik heb les gegeven aan Nederlandse militairen die naar Mali werden uitgezonden. Ik leerde ze over de culturele gebruiken en tradities in het land. Op die manier zijn ze beter voorbereid. Maar ik geef ook les op de universiteit en op de Weekendschool in Den Haag. Juist die diverse groepen, dat vind ik leuk. Ik vind het een uitdaging om een manier te vinden om mensen iets nieuws te vertellen over de collectie of thema’s.
Bovendien zit ik in een project met verschillende Europese musea over de Benin-collecties. Benin is een koninkrijk gelegen in Nigeria. De belangrijkste kunstschatten van dat koninkrijk bevinden zich in Europa. De Nigeriaanse bevolking wil graag de mogelijkheid krijgen deze objecten zelf ook weer te kunnen zien. Wij kijken hoe we daar een oplossing voor kunnen vinden.
3. Wat voor onderzoeken heeft u gedaan?
Ik heb onder andere gewerkt in de Democratische Republiek Congo, Zuid-Afrika en Ghana. Maar mijn hart ligt bij Mali, het is mijn tweede vaderland. Ik ben daar als archeoloog werkzaam geweest en heb een grote opgraving geleid. Het museum (Volkenkunde, red.) heeft een langdurige samenwerkingsrelatie met het museum in Bamako. We hebben bijvoorbeeld zestien jaar een restauratieproject gehad, waarbij we monumentale leemarchitectuur restaureerden. Dat was in samenwerking met lokale experts en medewerkers.
Het nationale museum van Mali, Bakamo.
Het museum heeft een prachtige collectie uit de Democratische Republiek Congo. Ik ben aan het kijken wat voor tentoonstelling we daarover kunnen maken. Maar we zijn ook bezig met fashion en streetwear. We kijken hoe je kleding is verbonden met je identiteit. We onderzoeken hoe kleding wordt gemaakt en wat inspiratiebronnen zijn.
Ik ben een conservator voor een heel continent, maar het is natuurlijk vrijwel onmogelijk om alles over de Afrikaanse materiele cultuur te weten. Ik heb met veel plezier in Afrika gewoond en weet veel over bepaalde regio’s en minder over andere. Ik doe mijn best, maar het is een vrij onrealistische opdracht. Afrika is een buitengewoon complex continent, dat veel landen omvat en nog meer verschillende groepen mensen.
4. Wat is het meest bijzondere dat u heeft meegemaakt tijdens uw onderzoek?
Dat is moeilijk. De opgraving van de stad Dia in Mali, die ik leidde, was bijzonder. Het was met studenten uit Engeland, Nederland, België, Frankrijk, Amerika en uit Mali zelf. Alles wat we vonden was belangrijk voor het reconstrueren van de geschiedenis van het land. Maar ook de onderlinge samenwerking tussen de nationaliteiten vond ik heel bijzonder. Afrikaanse studenten wezen ons op dingen die wij moeilijk op waarde konden schatten. Het uitwisselen van kennis en kunde, het samen zoeken naar oplossingen, dat vind ik heel erg leuk.
Archeologisch onderzoek doen in Afrika is moeilijk, omdat veel landen het zelf niet kunnen bekostigen. Iemand anders moet er dus financieel garant voor staan. Dit project werd gefinancierd door het Nederlands Ministerie van Buitenlandse Zaken in het kader van ontwikkelingssamenwerking. Ik vind het belangrijk dat er in ontwikkelingswerk aandacht wordt besteed de bestudering van de eigen cultuur wat zeer belangrijk is voor een eigen identiteit. Dat kan helpen in de toekomst.
We hebben een tentoonstelling gemaakt over de opgraving. Deze stond in de kleine dorpjes waar we hebben gewerkt en in het Nationale Museum in Mali. Dit was in een regio waar veel archeologische sites werden geplunderd. We hebben door het Nationaal Toneel een toneelstuk laten maken met als onderwerp dat je archeologische sites deel uit maken van het eigen verleden en gerespecteerd moeten worden. Dit toneelstuk werd op alle marktplaatsen in de regio opgevoerd. Er was een enorme opkomst!
5. Waar zou je nog heel graag een tentoonstelling over willen maken?
We hebben in Nederland een hele bijzondere Congocollectie. Deze is namelijk verzameld in de tweede helft van de 19de eeuw door handelsagenten uit Rotterdam. Daar zou ik heel graag een tentoonstelling over willen maken.
De Casa Rotterdam in Banana, Congo door J.A. de Cunha Moraes: 1870.
In die tijd bestond een bijzondere relatie tussen de museumdirecteur en de handelsagenten. De directeur heeft toen aan hen gevraagd: ‘Willen jullie niet eens wat meenemen?’. Het was een periode waarin in Congo nog niet zoveel verzameld werd. De handelsagenten hebben één van de oudste collecties van die regio verzameld. Die collectie kwam direct in het museum terecht, wat zeer uitzonderlijk is.
Het probleem met Afrika is dat het zelf niet zo’n verzameltraditie heeft. De klimatologische omstandigheden zijn ook heel slecht. Daarnaast wordt daar soms meer waarde aan iets nieuws gehecht, dan aan het oude. De oudste collecties van Afrika zijn zeldzaam en bevinden zich in Europese musea. Dat maakt oude Afrikacollecties bijzonder.
Wat nu een rijke, goed gedocumenteerde collectie voorwerpen uit Afrika is begon als een bescheiden, maar waardevolle particuliere verzameling van de missionarissen van de Congregatie van de H. Geest. Leden van deze missionaire geloofsgemeenschap werkten en werken in Afrika. De doelstelling van de paters: een bredere kijk geven op de belevingswereld van de mensen in die gebieden waar zij al lang werkzaam zijn.
Huize Ooster Meerdijk, de voormalige vestiging van het Afrika Museum
In 1954 neemt pater P. Bukkems, oud-missionaris in Tanzania het initiatief tot oprichting van een Afrika Museum. Langs die weg wil de congregatie een bredere kijk geven op de belevingswereld van de mensen in die gebieden waar zij al een eeuw werkzaam is. De eerste expositie bestaat uit voorwerpen die in de loop der jaren door de paters zelf uit Afrika zijn meegebracht en afkomstig zijn uit diverse reizende missietentoonstellingen.
In 2005 is het museum (met tentoonstellingsruimte binnen en buiten) ingrijpend verbouwd en uitgebreid. Er wordt aandacht besteed aan Afrikaanse architectuur, Afrikaanse visies op kunst en schoonheid, hedendaagse Afrikaanse kunst en religie en samenleving. De paternalistische visie van de jaren vijftig heeft plaats gemaakt voor een blik die de Afrikaanse cultuur op gelijke waarde schat. Wat kunnen we leren over het gedeelde, deels donkere verleden? Hoe kunnen we onze eigen blik verbreden? Vragen die van onverminderde waarde zijn en blijven.