Hoe
Zo’n kind dat aardig is, lief en nooit genoeg. Het is teveel om te dragen ook al zijn mijn botten sterk en vlees overvol aanwezig. Het is gewoon teveel.
Dat je dan 32 jaar later scherven moet gaan rapen, waarvan je het bestaan niet wilt kennen. Dat jij niet helemaal jij bent, maar versplinterd, door elkaar geschud en de sneeuw in de sneeuwbol maar niet wil gaan liggen. Lucht zonder zwaartekracht suist door je aderen, alsof je niet mag landen hier. Niet met alles, dat is teveel. Altijd al geweest en dat weet je wel.
Dat landen betekent dat je zo moe bent van je hoofd, geluiden, sirenes, dood en je dat zo normaal bent gaan vinden dat je jezelf in stukjes bent op gaan delen die de hele jou niet kennen en die ‘ik’ niet helemaal kent.
Dat je heel je leven je de tyfus hebt gewerkt, alles vol met splinters zit omdat jouw lichaam een boksbal was en gewoon om half zeven opstaan niet meer lukt en er dan succesvolle, rijke jongeren op televisie zeggen dat je maar gewoon van de bank af moet komen en je je succes moet ‘visualiseren’, terwijl je dat je leven lang gedaan hebt en iedere droom je in leven heeft gehouden en ze nu bijna op zijn. De kleur is bijna verdwenen, een enkele droom is pastelvriendelijk gekleurd en dat je dan je moeder gaat bellen op je 32 ste omdat je een keer een leuke droom hebt gehad in plaats van de gebruikelijke horrorfilms.
Hoe draag je jezelf als je jezelf niet meer kunt dragen?











