3 oktober. Duitsland viert met bescheiden feestje 25 jaar eenwording
Zonder al te groots uit te pakken en zonder hooggeplaatste internationale gasten viert Duitsland vandaag de 25e verjaardag van de Wiedervereinigung, de hereniging van Oost- en West-Duitsland die op 3 oktober 1990 officieel van kracht werd. Vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog was Duitsland eerst in vier en later in twee delen opgedeeld. Een ideologische breuklijn liep dwars door het land. Anders dan bij de herdenkingen van de Val van de Muur, vorig jaar november 25 jaar geleden, is er vandaag slechts een bescheiden feestje.
Duitsland is de laatste jaren in de eurocrisis en de recente vluchtelingenproblematiek weer een dominante factor in Europa gebleken, een vooraanstaande rol waar andere Europese landen voorafgaand aan de hereniging van Duitsland bang voor waren, en waar ze zich tegen verzetten. Bondskanselier Kohl zette echter door na de val van het communistische regime in de DDR, ondanks de kwade herinneringen die een sterk verenigd Duitsland opriep bij buurlanden. Hij beloofde de Oost-Duitsers “bloeiende landschappen”, wat niet geheel uit is gekomen: in de voormalige DDR is de werkloosheid hoger en zijn de lonen en het welvaartsniveau lager dan in de rest van het land. De achterstand was dan ook groot. Wellicht dat om die reden vandaag slechts een bescheiden feest wordt gevierd.
Duitsland en zijn inwoners hebben door de eeuwen heen een grote stempel gedrukt op de Europese geschiedenis, lang voordat er een Duitse natie ontstond. Je zou kunnen zeggen dat al in de Romeinse tijd de voorlopers van de Duitsers, de Germanen, al een prominente rol speelden. Minder controversieel is het om te zeggen dat Maarten Luther, Copernicus, Beethoven, Bach, Goethe, Immanuel Kant, Karl Marx en zelfs iemand als Karel de Grote zeer invloedrijke Duitsers waren, hoewel Duitsland in hun tijd nog (lang) niet bestond.
Daarmee raken we het ‘probleem’ van de Duitsland, dat eeuwenlang een sluimerende kwestie in Europa was. De term ‘Duits’ gaf in vroeger tijden een bepaalde culturele of taalkundige afkomst aan. Niet alle Duitssprekenden zijn uiteindelijk in Duitsland terecht gekomen, en de vraag welk gebied bij een eventueel verenigd Duitsland zou horen, toen bijvoorbeeld Frankrijk en Engeland in de late Middeleeuwen steeds gecentraliseerde raakten, is tot in de 20e eeuw nooit echt opgelost. Het ‘Duitse’ gebied was onderverdeeld in vele koninkrijken, zoals Beieren, Würtemberg, Pruisen en Saksen, hertogdommen als Mecklenburg en Baden, en vele kleinere vorstendommen, bisschopszetels en vrije steden en stadstaten, die in de loop der eeuwen vele samenstellingen en verschijningsvormen kenden.
Er wordt gesproken van het middeleeuwse Duitse Rijk, min of meer synoniem met het Heilig Roomse Rijk dat werd gesticht door keizer Karel de Grote. Dit Duitse of Roomse Rijk kwam pas officieel ten einde in de tijd van Napoleon. Het Duitse Rijk had een keizer, die echter niet net zoveel gecentraliseerde macht had als zijn Romeinse naamgever of een moderne variant als Napoleon of de latere Kaisers: Duitsland was een federatie zoals de EU die nu ook is.
Aan het eind van de 19e eeuw, de eeuw van de democratische revoluties en het nationalisme, ontstond er dan toch een onafhankelijke en verenigde Duitse staat, zoals dat in 1861 ook met Italië was gebeurd, een land dat net zo’n versnipperde geschiedenis heeft als Duitsland. Drijvende kracht achter de eenwording was het energieke en militaristische Pruisen, dat zich vanaf de 18e eeuw een belangrijke Europese mogendheid had getoond. De Pruisische kanselier Otto von Bismarck wilde de Duitse eenwording, waar al sinds 1867 met de Noord-Duitse Bond een grote stap in was gezet, naar een hoger niveau tillen, door ook de zuidelijke Duitstalige gebieden zoals Beieren erbij te betrekken.
Frankrijk zou die eenwording willen dwarsbomen, zo was de verwachting, en Bismarck rekende erop dat Franse vijandigheid de verschillende Duitse gebieden zou verenigen. De klassieke truc van de gezamenlijke vijand. Hij kreeg volkomen gelijk: onder Pruisische leiding verenigde een groot deel van het Duitse taalgebied zich tegen de Fransen. De Frans-Pruisische Oorlog van 1870-71 leverde Frankrijk een verpletterende nederlaag op. Parijs werd een tijd lang belegerd en gebombardeerd, de Franse troepen sloegen op de vlucht, overal in Frankrijk braken opstanden uit, en het Tweede Keizerrijk van Napoleon III, die moest aftreden, kwam ten val.
Het zou de eerste van maar liefst drie vernederende Duitse bezettingen van Frankrijk zijn in slechts zeventig jaar tijd. De Franse vijandigheid aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog was gegarandeerd: niet alleen was Frankrijk in 1870 onder de voet gelopen, maar in het hart van de trotse Franse natie, in de mooiste en grootste zaal van het Paleis van Versailles, de Spiegelzaal, hadden de triomferende Duitsers op 18 januari 1871 het Duitse Keizerrijk uitgeroepen, en de Pruisische koning Wilhelm tot Kaiser gebombardeerd.
Duitsland, dat toen een stuk groter was dan het huidige Duitsland, was geboren uit een grote triomf over Frankrijk, het land dat de komende decennia de aartsvijand zou zijn. In het midden van Europa lag opeens een groot keizerrijk, ambitieus op het wereldtoneel, op zoek naar erkenning en naar koloniën. Andere Europese mogendheden konden hier niet mee leven. De Eerste Wereldoorlog moest voor een oplossing zorgen, maar leverde zoveel ellende en wrok op dat de Tweede Wereldoorlog eruit voortvloeide. Als gevolg van die oorlog werd Duitsland, dat pas zeventig jaar bestond, weer opgedeeld. Het is niet geheel onbegrijpelijk dat de Fransen in 1990 niet stonden te springen toen er weer sprake was van een hereniging.
Ondertussen heeft Duitsland de dominante positie in het hat van Europa waar het in numeriek opzicht recht op heeft weer ingenomen. De ‘kinderziektes’ van de jonge Duitse eenheidsstaat zijn hopelijk verleden tijd, en Duitsland en de rest van Europa hebben hopelijk de nodige historische lessen geleerd. Om toekomstige conflicten te voorkomen, is de EU, de moderne variant van het Heilige Roomse Rijk, onmisbaar. Eenheid door verscheidenheid zou het devies moeten zijn, ongeacht de precieze ligging van staatsgrenzen.
Het Duitse gebied in 1803