EILANDLOPERS
Ahoy dekzwabbers en landrotten, Het is alweer een tijd geleden dat jullie gehoord hebben van Kapitein Zwartlus, zijn bemanning en hun avonturen. Er is veel gebeurd sinds de vondst van de schat van Kapitein Boeuf en de verhalen zijn uitgebreid, dus hoog tijd om weer eens wat flessenpost in het water te gooien. Gewapend met het geheim van de oude Kapitein Boeuf zette de bemanning koers naar open zee, op missie om het ultieme feest te organiseren voor het oude beessie. We bezochten vele eilanden en aanschouwden vele wonderen. Gedurende de maanden die wij op deze reis voorbij zagen gaan, kregen we steeds beter in beeld welke route we uiteindelijk moeten volgen, maar tegelijkertijd vergde het veel van de bemanning. Het kwam zelfs zo ver dat de Kapitein besloot om een aantal dagen aan land te gaan om tot rust te komen. De lucht was grauw en het water klotste vurig tegen de rotsen, aangedreven door een straffe wind, toen de uitgeputte bemanning aanmeerde in de haven van Lauwersoog. Wij verheugden ons op een tobbe gevuld met warm water en daarna een fles rum. Het was piraat Smilow die als eerste van boord ging en een voldaan gevoel vulde haar, toen ze aan wal was. Het genot was echter maar van korte duur, want al snel kreeg Smilow in de gaten dat er iets niet in de haak was. Toen zag Svert het. “Kap’tein!” riep hij. “Het zijn de mannen van de Koningin.” Kapitein Zwartlus reageerde direct en besluitvaardig. Hij leidde ons het wad in, daar dit onze enige kans was om dood door de strop te ontlopen. De aanvankelijke angst maakte al snel plaats voor gelach, want die papzakken van de Koningin zijn alleen geplaveide straten gewend, terwijl wij, ervaren eilandlopers, op elk terrein uit de voeten kunnen. We beleefden nog een enkel angstig moment toen Smilow een duik maakte in de blubber, maar Roodlapje hielp haar snel op de been en weg waren we. In de verte hoorden we nog het gekreun en gehijg van onze achtervolgers, dat steeds zachter en zachter werd...








