“Hoelang kun jij eigenlijk alleen zijn, als ik vragen mag,” vroeg ze. Ik was even overvallen door deze ogenschijnlijke simpele vraag. Ik weet niet hoelang ik alleen kan zijn. Wanneer ik van ‘s-ochtends vroeg tot begin van de avond alleen ben, word de sluipende angst in mij actief. Alsof de stilte me op wil slokken. Ik heb mensen om me heen nodig om te voelen dat ik er ben. Hoelang ik zonder de aanwezigheid van anderen kan, dat weet ik niet. Vast langer dan dat ik denk. Voor nu is denk ik drie a vier uur alleen zijn wel het opperste maximum. Het is een concreet antwoord op zoiets abstracts als gevoel en angsten.
Hulpverleners willen graag concrete antwoorden. Wie, wat, waar, hoe. Kort geformuleerde doelen en heldere handelingsplannen. Ik heb samen met mijn cliënten tientallen, zo niet honderden plannen geschreven. Het is makkelijk denken voor een ander. Maar een echte hulpvraag concretiseren is als toveren in een abstracte wereld.
Wat het soms lastig maakt, is dat herstellen niet in een rechte curve gaat. Het loopt niet lineair. Daarom heb ik flexibele begeleiding om mij heen nodig. Mensen die meebewegen met de veranderingen in mij en om mij heen.
Een rups groeit ook in zijn eigen tempo. Hij neemt in zijn eigen cocon voldoende tijd om tot vlinder uit te groeien. Voor deze ontwikkeling bestaat geen handelingsplan. Schijnt de zon harder dan heeft dit direct invloed op het blad en de rups. Zo ben ik blijer als de zon schijnt en kom ik makkelijker mijn bed uit.
Ik zit ook in een cocon waarin ik langzaam ontpop tot een gezond mens. Met zon is succes gegarandeerd.