Dat ik niet tegen dichte deuren kan wist ik eigenlijk wel.
Dat ik een gordijntje in de slaapkamer heb hangen als deur en dat het een beetje raar is wist ik ergens ook eigenlijk wel.
Maar dat ik hem niet meer terug hang. Of geen nieuw stangetje koop. De wc deur open moet laten, de bus niet meer in kan lopen. In paniek raak als er een auto voor mijn tuinhek stilstaat..
In de winkel in paniek raak als er links een kinderwagen en rechts een kind de weg blokkeert..
Dat zelfs Dolly naast mij op het prikbord mij… mij doet dissociëren
En ik onderweg naar therapie bevries midden op straat…
Ik in een dichte separeer cel heb gewoond.
Twee reeksen. Vijf nachten.
De deur zonder klink. Geen wc, enkel een kartonnen bak.
Dat ik nu niet meer slaap, omdat.. ik moet huilen en niet kan stoppen. Omdat ik niet weet hoe ik morgen op moet staan. Naar buiten moet gaan. Mijn been uit bed moet zetten. De buurman aan moet kijken.
Hoe straatschoffies juwelen stelen. Stenen door ruiten gooien. Opgepakt worden. Niet in cellen belanden of maar voor even. En wel hun kleren aan mogen houden. En wel hun riemen die blinken mogen dragen. En hoe zij wel een wc in hun cel..
Ik kan niet slapen omdat ik denk aan hoe ik mijzelf iedere dag uit bed hees, om mijn cliënten te helpen, te verzorgen. Zichzelf veilig te laten voelen. Hoe ik de woorden mijn mond niet uitkrijg zonder te huilen of zonder het behang van de muur te krabben dat ik ooit hulpverlener was die vocht voor vrijheid en dat ik nu alles ben wat ik niet wilde.
Vijf jaar voor mijn separeer opsluiting als suïcidale patient ben ik in de functie van persoonlijk begeleider vanwege visieverschil bij het dagcentrum waar ik werkte weggegaan omdat ik een cliënt vast moest binden met handboeien van staal, lammetjeswol en leer. En hoe we met alle disciplines, (waaronder een orthopedagoog en een arts verstandelijk gehandicapten) nu juist de andere weg ingeslagen waren die van: de cliënt op zichzelf laten vertrouwen, van nabijheid in plaats van inzet van vrijheid beperkende middelen, van stap voor stap de vrijheid in.
Voor het slapen denk ik steeds aan hoe ik tegen mijn manager zei op het moment dat het handboeienbeleid mij bekend werd: ‘Ik doe dit alleen als je mij een werkopdracht geeft.’ Hoe hij zei: ‘Ik geef je een werkopdracht.’
Hoe ik: ‘Ok’, zei. En we allebei wisten dat mijn laatste werkmaanden onder hem als manager waren ingegaan.
Hoe zij, de cliënt, een paar dagen later, toch ineens met spoed wel de juiste zorg kreeg, zodat zij niet langer die vrijheid beperkende maatregel opgelegd kreeg en ik op een andere plek verder ging werken aan veiligheid. Vanuit de cliënt. Met de cliënt. Samen. Hand in Hand.
En dat is op een of andere manier op GEEN ENKELE MANIER te rijmen met Sammie Eck die zelf harder en extremer drie jaar later compleet uitgekleed met alleen een blauwe scheurjurk zonder onderbroek in een keiharde separeer cel beland.
Wilt u weten hoe ik mijn diploma heb behaald?
Door Henk te leren dat hij tijdens momenten van hoge spanning, wat zich uitte in zelfverwonding en fysieke agressie naar zijn begeleiders, ook rustig kon worden in het lokaal waarin hij werkte, en daarvoor niet de separeer cel in hoefde, zoals hij alle twintig jaar daarvoor wel moest.
Dus vergeef mij alstublieft dat ik niet kan slapen zonder pillen. Dat ik huil in bed naar de maan. Niet weet hoe ik op moet staan. Vergeef mij alstublieft dat ik nog even een uitkering ontvang. Zodra ik kan ga ik weer werken. In een magazijn. Iets, maar niet meer in de zorg, want gebroken als ik ben kan ik er niet meer werken.
Als hulpverlener vocht ik voor veiligheid zonder opsluiting en onnodige vrijheid beperkende middelen en later belandde ik als patiënt in een van de laatste separeercellen die het land nog kent. Twee reeksen. Vijf nachten. Zes jaar geleden. Voelt als nu.
“We kunnen het gewoon noemen zoals het is. Je hebt een trauma.”