Kees Van de Wal
seen from United States

seen from United Kingdom
seen from United States
seen from China
seen from Australia
seen from United States

seen from Türkiye
seen from China
seen from United States
seen from United States

seen from United States

seen from Australia

seen from United States

seen from United States
seen from United States
seen from China
seen from United States

seen from United Kingdom
seen from India
seen from South Korea
KEES VAN DE WAL VORMT IN KARTONNEN DOZEN
In zijn werk is Kees van de Wal op zoek naar de ultieme vorm, een vorm die niets voorstelt, maar alles zegt. Zestien jaar geleden is die avontuurlijke reis in beeldtaal begonnen. En of hij die ultieme vorm inmiddels heeft gevonden is niet te hopen, want zijn zoektocht kent interessante vondsten en intrigerende vindingen. Zijn werk is te omschrijven als non-figuratief minimalistisch. Met weinig middelen weet de kunstenaar veel te zeggen. Een abstracte beeldtaal die aanspreekt, “één beeld zegt meer dan duizend woorden” zoiets. Kortom de kunst van Kees van de Wal moet gezien worden. Via exposities, tentoonstellingen en de uitgave in eigen beheer van kleine boekjes is zijn omzwerving in de kunst te volgen. Maar Van de Wal dwaalt echter niet, hij gaat recht op zijn doel af: de ultieme vorm, die niets voorstelt maar alles zegt.
Op dit moment laat hij zich in de zoektocht evenwel toch afleiden of beter omschreven begeleiden door bestaande vormen waaraan hij een eigen draai geeft. Het is geen afleiden in de zin van dat hij zich laat wegvoeren van het rechte pad, maar dat hij voor dit moment een andere weg inslaat. Een weg die hem uiteindelijk weer in de juiste richting zal brengen. De vormen van kartonnen dozen begeleiden hem op dit spoor. Het werken met karton start als experiment om de techniek van het scheuren en kleuren van het golfkarton in de vingers te krijgen. Dat is meer een ontdekkingsreis dan dat het een zoektocht is. Want met het karton, min of meer in zekere zin eigenzinnig materiaal, speurt hij niet naar de vorm maar loopt er als het ware tegenaan. De kunstenaar is niet leidend in deze, hij volgt op wat het materiaal hem geeft, aangeeft. Dat is de leidraad, het gegeven. Wel heeft hij in zoverre macht dat hij het karton kan scheuren en onderdelen samenvoegen, nadat hij eerst de vorm sec heeft bekeken en aangevoeld.
In tegenstelling tot eerdere creaties ontstaat de vorm niet tijdens het werk, maar is al in principe aanwezig. Wat Van de Wal doet is het vervormen. In eerste aanzet, in de verkenning, laat hij de doos als doos blijven zij het opengevouwen. Want niet de vierkante vorm met inhoud, de doos als verpakkingsmiddel op zichzelf, is het middel om te uiten maar het uitgevouwen patroon. Wanneer een doos uiteen getrokken wordt en plat neergelegd is er een vorm ontstaan met vouwlijnen. Dit is voor Van de Wal het uitgangspunt om verder te fantaseren en nieuwe uitdrukkingen op te verzinnen. In eerste instantie dus dit ruimtelijke model dat tot plat vlak is geworden. Hij beziet de mogelijkheden en gaat delen tussen de vouwlijnen kleuren. En laat het zijden de ruimte ingaan, doordat het eens en voor langere tijd vierkant ruimtelijk gevouwen karton weerbarstig deze hoedanigheid terug opzoekt. Daardoor kunnen flappen naar voren komen op de weg terug naar waar het ooit voor bedoeld was.
Eerst dat is het gegeven wat de kunstenaar gebruikt. Daarna gaat hij scheuren en snijden, knippen en plakken. Er ontstaan collages van karton, assemblages waarin op verzamelde details kleur is toegevoegd. Op dat punt neemt Van de Wal de leiding weer in handen en vormt het karton naar zijn hand tot er de vroeger gehanteerde beeldtaal in is verwerkt. De samengestelde vormen, waarbij dankbaar gebruik is gemaakt van gestanste handgrepen en ontluchtingsgaten. Deze openingen spelen mee in het object, vooral om het daarmee aan de wand te kunnen hangen. Maar deze schijnbare natuurlijke ophanging stoort niet in het geheel. Het was een noodzakelijk onderdeel van de doos en is een detail van de uitdrukking geworden. Wel een handig detail, maar even bruikbaar als de doos zelf.
Het karton gevouwen als doos op zichzelf is een gebruiksmiddel, een mogelijkheid om producten beschermd te vervoeren. Maar heeft het de functie bewezen verdwijnt het in stukken gescheurd in de container om als oud papier hergebruikt te worden. De idee en het wezen van de doos is daarmee verdwenen. Kees van de Wal echter brengt nieuw leven in het materiaal na bewezen diensten. Niet de container is de voorlaatste rustplaats, maar de wand van de expositieruimte.
Al eerder was het karton door de beeldende kunst ontdekt als materiaal om mee te werken. Maar de manier waarop Van de Wal het inzet op zijn zoektocht naar de ultieme vorm is een abstract hergebruik. De doos als uitgangspunt blijft herkenbaar. Het is geweld aan gedaan, vooral in de composities waarbij diverse lagen karton op elkaar geplakt en er vormen uitgezaagd zijn, maar de grondslag is bewaard gebleven. In die collages heeft de kunstenaar het materiaal zo naar zijn hand weten te zetten dat de uiteindelijke vormen in lijn zijn met zijn andere werk uit geëxtraheerd polystyreen ofwel xps. De geschakelde en geverfde onderdelen hebben eenzelfde sfeer. Een volgende stap op de tocht waarin Van de Wal zoekt naar de vorm die alles zegt. Het is een fascinerende voortgang, een avontuurlijk stadium. Is het kunststof weleens weerbarstig, het karton laat zich gedwee in allerlei standen vormen en vouwen. Enkel wil het nog wel koppig terugplooien in de oude vorm.
Kees van de Wal is ondernemend op weg in de kunst. Het beelden met karton is een speelse manier om een nieuw hoofdstuk aan zijn abstracte verhaal toe te voegen. De kleuren die hij toevoegt aan de ondergrond van bruinen, vouwkarton is natuurlijk een mengsel van oud papier waarin vele tinten zijn opgesloten en zich mengen tot het bruin in vele varianten, geeft het dode materiaal een levende uitstraling. De gebruikerssporen hebben een functie, worden wel geaccentueerd of zijn onderdeel en bijzaak in het geheel.
Wanneer de kunstenaar dicht bij het karakter van de doos blijft geeft het een spannend beeld op welke manier de uitgevouwen kubus tot kunststuk wordt. Voegt hij zijn eigen beeldtaal en kleurgebruik toe dan eigent de kunstenaar zich het materiaal toe, is het zijn werkstuk, zijn kunststuk en is de materie minder meer van zichzelf. Hoewel Van de Wal het karton zo eerlijk mogelijk wil gebruiken, het niet mooier maken dan dat het is, lukt hem dat na de eerste kennismaking niet. In aanvang laat hij zich nog leiden door het materiaal, gebruikt het middel zoals deze zich aan hem voorstelt. Maar naarmate ze elkaar beter leren kennen neemt Van de Wal het heft in handen en maakt nu de doodnormale doos mooier dan deze in feite is. Hij verheft het naar zijn stijl en in zijn techniek tot een kunstwerk. De doos krijgt een voetstuk. Een wand om te shinen.
05 Oude kartonnen dozen gaven me inspiratie. Kees van de Wal. Uitgave in eigen beheer, december 2022.
|en| Unfortunately, the booklets are only available in the Dutch language. If you are interested in the English version, please let me know.
VRIJE VORMEN VAN KEES VAN DE WAL ZIJN NIET VRIJBLIJVEND
“Op zoek naar de ultieme vorm, een vorm die niets voorstelt, maar alles zegt.” Dat is wat Kees van de Wal met zijn werken in de kunst doet. Het is als het ware zijn drijfveer, maar meer nog zijn credo, het motto in zijn kunstenaarsleven. Dat is zijn doel, dat is zijn streven. In de nieuwe uitgave uitgebracht in eigen beheer “04 – Vrije vormen” staat die slagzin, dat adagium, in cursief schrift als quote tussen de door hem geschreven verantwoording, ofwel het voorwoord. Op zoek naar de essentie van de vorm, het wezen van de uitdrukking.
Wat is een vorm, wanneer is het voorkomen een uiterlijk. Het is de ruimtelijke begrenzing van een voorwerp. Vormen kunnen rond of hoekig zijn, geometrisch of organisch, ruimtelijk of vlak, spiegelend of ongelijkmatig, en kunnen nog zoveel meer zijn. Maar wat is de aard van de vorm, zonder welke het de eenheid van vorm verliest. Welke randzaken denk ik weg om tot de kern van de vorm te komen. Wat zijn de bijzaken, wat kan ik weglaten. Van de Wal stoeit daarmee, om niet te zeggen hij worstelt met dit gegeven. Vanuit een min of meer herkenbare omgeving, omschreven en getoond in de uitgave “02 – Van landschap tot vorm, van schilderij tot object”, brengt hij de zichtbare waarheid terug naar de oorsprong.
De essentie van een voorwerp bevindt zich in de substantie zelf, dacht Aristoteles, het heeft de structuur in zich. Het is immanent, het blijft binnen de ervaring. Het is de innerlijk drijvende kracht van het wezen, de reden waarom het bestaat. Raakt het dit kwijt, dan stijgt het boven zichzelf uit. Het is niet langer waarneembaar, het is transcedent. Tot die grens tussen zichtbaar en voelbaar, of eigenlijk op die scheidingslijn van zichtbaar en transparant, probeert Kees van de Wal te komen. Daar wil hij het evenwicht vinden en bewaren, zo zodat zijn kunst met de minste middelen en materialen blijft aanspreken.
Na een noodgedwongen pauze van 10 maanden - door virus, lockdown en hartinfarct pas op de plaats - is Van de Wal weer het atelier in gegaan. Had zijn werk voorheen een geometrisch uitgangspunt en een ingetogen kleurgebruik, zijn nieuwe kunst is vrijer, spontaner en frisser van kleur. Het is alsof hij sterker en meer strijdbaar uit de tegenslagen is gekomen. Althans hij bekijkt de wereld van een zonnige kant – always look on the bright side of life, zal hij gedacht hebben nadat zijn wereld even had stil gestaan. “Ik leg mezelf minder kaders op, ben minder streng en volg nog meer mijn gevoel. Ik laat de dingen gebeuren, sta meer toe en blijf ook kritisch op mijn werk.” En ik bedenk hem zo vrolijk fluitend in zijn atelier, als Eric Idle in de film Life of Brian. Want je wordt er blij van, ik raak opgewekt door het werk van Kees van de Wal.
Doordat hij de essentie van de vorm raakt, in contour en kleur, kan ik het nemen zoals het is. Ik hoef niet na te denken over betekenis en bedoeling. De vorm hangt of staat er voor zichzelf zonder iets te duiden. Te willen of te moeten zijn. Maar toch laat Van de Wal het niet zonder titel, hij hangt er een label aan, het heeft een naam en dus zoek ik naar een bedoeling in de uitdrukking. Het werk is daarom niet vrijblijvend, helaas. Zijn vrije vormen laten mijn gedachten niet vrij. De objecten geven aanleiding om abstract iets toe te voegen, in gedachten het zichtbare uiterlijk te verklaren. Maar ik wil graag zonder verplichting kijken en beschouwen. Niet een richting op en in gestuurd worden. Het ‘zonder titel’ is daarom aangenaam, daar kan ik zelf dan een inhoud aan geven, mijn gevoel concretiseren.
De objecten van Van de Wal ontstaan tijdens het werken, welhaast intuïtief. “…hier een stukje eraf, deze lijn schuin, de hoek net wat ronder. Ik combineer vormen, verwijder delen, voeg elementen toe. Zoekend naar de juiste compositie, de juiste spanning en balans, naar het juiste karakter.” Van schilder is Kees beeldhouwer geworden, of eigenlijk beeldmaker, vervormer of strikter nog hervormer. In de ruimte die het object inneemt ontstaan restvormen – doordat de vorm bestaat is er een negatieve ruimte. Die restruimte gebruikt de kunstenaar om de strekking van het object aan te geven. Zonder die speling verliest het voorwerp de waarde. Door die tussenruimte heeft het juist recht van zijn, van bestaan: het is.
Waar de schilderingen vroeger ruimte suggereerden hebben de objecten nu volume en diepte. De verflaag deed een landschap vermoeden, de objecten laten marge voor een wijdte in gedachten. Het niets is een gegeven, maar blijkt altijd iets te zijn. Een abstract ding is concreet door de aanwezigheid ervan. De definitieve vormen die Van de Wal in de eerste tentoonstelling, na de pauze en een periode van intensief opnieuw werken, laat zien zijn overtuigend in idee en inzicht. Het schuurt tegen de ultieme vorm aan, maar zal altijd nog meer verfijnd kunnen worden. Er is een groei te onderkennen naar iets dat niets voorstelt maar alles zegt. Van de Wal is goed op weg. Bevraagt zichzelf best, maar heeft nog niet het betere antwoord gevonden.
Voor die tentoonstelling mag het werk voor het eerst op reis. Mag zich bewegen buiten het veilige atelier. Gaat het de wereld in en kan de beschouwer er iets van vinden. Van de Wal vindt dat een spannend moment, een moment om het werk los te laten. In het boekje nummer 04 heeft hij dat eerstens al op papier gedaan. Nu kan ik met de ogen vatten wat hij in de ruimte doet, zowel in reliëf aan de wand als ook het beeld op de sokkel. Straks is er beeld van de ware vorm en de lichtechte kleuren. Ik verheug me erop.
O4. Vrije vormen. Mei 2022. Kees van de Wal. Beeldend kunstenaar. Eigen uitgave, 2022.
Vanaf 5 mei 2022 is boekje 04 met de titel Vrije vormen beschikbaar. Dit boekje verschijnt gelijktijdig met de opening van de expositie the
DE EVOLUTIE VAN KEES VAN DE WAL OP SCHRIFT GESTELD
Het is een onzekere tijd. De kunst haal ik van internet of uit boeken en brochures. Want niet telkens is het live zichtbaar, sluiten musea en galeries omdat het virus dreigt. En is het beschikbaar dan mondjesmaat na reservering. Een galerie kan ik bezoeken, maar moet eerst mijn neus door de deur steken om te kijken of er voor mij al niet mensen binnen zijn zodat ik één teveel ben. Niet daardoor, maar wel als bijkomend gegeven, geeft Kees van de Wal boekjes uit waarin hij zijn werk van dat moment laat zien. En verantwoordt. Zomer 2019 begon hij met zijn atelierexpositie op schrift te stellen. Het heeft als titel “Vorm”. In een quote van Armando slaat hij alle vooroordelen over zijn werk bij voorbaat al in de wind: “Je maakt werk waar niemand behoefte aan heeft, dat komt pas later”.
Van de Wal heeft in zijn werk een groei door gemaakt, zoals iedere kunstenaar al experimenterend een eigen stijl vindt. Hij werkt met acrylverf op XPS of doek, maar ook met gips en hout. Zijn werk komt van verstilde landschappen uit in een minimale vormentaal. Het boekje “Vorm” laat alleen deze vormen zien. Het is een beeld van dat moment, zonder historie, zonder te laten zien vanwaar en waarom. Alleen in tekst is deze evolutie omschreven. Vormen die over elkaar heen geschoven zijn en een nieuwe vorm maken. Overlappend of samengesteld. In de overlapping zie je nog de afzonderlijke vormen. Maar in de samenstelling, die in een enkele kleur is gezet, zoek je naar de delen en vindt ze niet. De vorm is als een cel gedeeld en vindt zichzelf in een nieuwe zelfstandige vorm. Zo komt het tot leven.
De foto’s van het werk in de atelierexpositie geven een verstilling aan. Kees van de Wal heeft een groot atelier met voldoende ruimte om te exposeren. Want zijn werk heeft wel ruimte nodig, het moet vrij kunnen ademen. Dit komt vooral omdat het vlak om de vorm in het spel meegaat. Vooral wanneer er hard licht op gezet wordt, gaat de schaduw in de compositie mee. Zijn werk is omschreven als minimalistisch non-figuratief. In relatie tot de ruimte. In een zekere rust en verstilling.
Het tweede boekje “Van landschap tot vorm, van schilderij tot object” geeft wel de ontwikkeling weer. Want hem wordt vaak gevraagd door mensen die zijn werk niet kennen waar de inspiratie vandaan komt en wat hij bedoelt met de vormen die ze zien. Als zou het een bedoeling moeten hebben. De inspiratie komt vanuit het landschap, maar dat is nu nog nauwelijks meer te zien. Weet je het verhaal dan ontdek je de vorm. Figuren die achterblijven wanneer de horizon verdwijnt. Al experimenterend zet Van de Wal het doek eens op de kant. De gestalten komen naast elkaar te staan en het beeld van het landschap is verdwenen. Het is interessant te zien hoe de kunstenaar langzaam aan vanuit de relatiteit in de abstracte vormentaal komt.
Gaf het eerste boekje nog sec een beeld van werk in de expositieruimte van het atelier. Het tweede boekje is meer creatief opgemaakt met ook meer losse details, zodat ik als het ware een stap dichterbij kan doen en de structuur van het oppervlak met mijn ogen kan bevoelen. Ik zie de beweging van de kwast in de verf. Ik leer het werk beter kennen.
Van de Wal maakte bij zijn tentoonstelling dit jaar een audiotour langs de verschillende werken. De tekst van deze rondleiding staat in het boekje. Het geeft een mooie inkijk in de groei, de evolutie van het werk. Met voorbeelden in beeld. Leuk is de ontdekking van Kees zelf, doordat hij een enveloppe met tekeningen en plaksels gemaakt in zijn jeugd krijgt, dat hij toen al de vormentaal hanteerde waar hij nu na een omweg weer op uit komt. “Is het toeval of zaten deze vormen al in mijn hoofd?”, vraagt hij zich af. Toeval bestaat niet. Kees blijft op zoek naar de ultieme vorm die met zo min mogelijk middelen zoveel mogelijk zegt.
Boekje 01, Atelierexpositie Vorm / Boekje 02, Atelierexpositie Van landschap tot vorm, van schilderij tot object. Beeld en tekst van Kees van de Wal. Eigen uitgave, 2019 – 2020.
HET MYSTERIE GEORDEND IN KUNSTLOKAAL No.8
Soms is het niet eenvoudig een gevoel onder woorden te brengen. Ik bezoek een tentoonstelling, zie de kunst die gezien kan worden en vind er iets van. Maak aantekeningen van hetgeen mij aan emotie invalt en probeer daar later in een beschouwing een verhaal aan te geven. Maar mijn gedachten zijn dan nauwelijks onder woorden te brengen. Niet omdat de werken dat niet waardig zijn, maar omdat ze het denkelijk niet nodig hebben. Het spreekt voor zich, te mooi om waar te zijn. Ik kan dan het hoe en waarom van de kunstenaar aanhalen, zoals wel wordt gedaan. Wat heeft hem of haar bewogen dit werk te maken. Of het zijn van de plek waar het is. De techniek, de compositie en vormgeving. Allemaal zaken die rationeel verklaarbaar zijn. Maar komt het dan tot de emotie dan valt de pen stil. Zijn de gedachten niet te omschrijven. Kijk ik en ben slechts zwijgzaam.
Want de vorm is door Kees van de Wal bevrijdt van het kader, de context en samenhang. Het houdt geen verband meer met de zichtbare werkelijkheid, maar gaat daar wel een relatie mee aan. In Kunstlokaal No.8 legt het werk niet zichtbare onderlinge verbindingen met elkaar. Vooral de tussenruimte is daarbij van belang.
De vorm is een ruimtelijke begrenzing van het voorwerp, de uiterlijke verschijning. Het is complementair aan materie om samen ding te zijn. Het deelt de ruimte in, in inhoud en omgeving. Door vorm wordt ruimte zichtbaar en tastbaar. Het gevormde figuur kan dan ruimtelijk zijn, maar ook in het vlak de ruimte beheersen. Zonder vorm is er geen voorwerp en blijft ruimte zonder volume onmetelijk. De vorm begrenst de grootte en maakt het hanteerbaar. In essentie is de vorm niet meer dan een vierkant. Meer eenvoudig nog is het een cirkel, die in één snelle beweging kan worden geplaatst. Binnen contouren van de vorm kan een complex geheel aan lijnen en vlakken ontstaan. De hoogte, breedte en diepte geven er fysiek een inhoud aan, een volume. Het doet iets met de ruimte, plust deze als het ware op. Na het moment van plaatsing zal het niet meer zijn als het was. De vorm maakt en breekt de omgeving.
Kees van de Wal voert de vorm terug tot de essentie. Het wezen wat het in eenvoud is. Terug naar de basis van meervoudige samenstelling. Door die eenvoud is de vorm abstract. Niets anders dan een vierkant en minder meer dan een kubus. Maar niet zo strak in de ruimte gezet dat het tot wiskundig figuur wordt.
Daarbij gaat het werk van Colin de Rover de derde dimensie in. Hij onderzoekt hoe de vorm werkt als volume in de ruimte. Geen herkenbare eenheid, maar afgemeten gerangschikt als afzonderlijke delen tot elkaar. Het is een belevenis, voor het oog en de geest, deze vormen te vormen tot begrijpbare sculpturen. Niet het zichtbare op zich is daarbij maatgevend, maat het kunstzinnige gevoel dat me bekruipt. Ik weet niet wat ik zie en ik wil het ook niet omschrijven. Gezet in de ruimte is enkel de opdracht het te gaan zien. Dat is de uitnodiging bij deze. De werken van Van de Wal en De Rover gaan waarneembaar een relatie met elkaar aan. Het hoort zo te zijn als het is. Het vult aan, het één kan niet zonder het ander. De vormen lopen niet in elkaar over, maar passen als puzzelstukjes. Zo orden ik dit mysterie.
Tentoonstelling “vorm en vrijheid”, werken van Kees van de Wal en Colin de Rover bij Kunstlokaal No.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega. Tot en met 16 augustus 2020.







