En ze blijven stralen, ook als het regent
Hoe erg ik ook mijn best had gedaan om op tijd te vertrekken van huis, het lukte mij gewoon niet. Vlak voordat ik weg moest, ontdekte ik dat ik mijn trui binnenstebuiten aan had, dat kostte mij vijf extra minuten. Ik kreeg het schuurtje niet van het slot, plus vijf extra minuten. Toen ik eindelijk op de fiets zat kwam ik erachter dat mijn huissleutel nog binnen lag. De deur had ik achter me dichtgetrokken.
Mijn oren vingen het vrolijke gefluit van de vogeltjes op en er verscheen een glimlach rond mijn mond. Ik fietste over kleine paadjes omdat ik er niet veel voor voelde om bijna aangereden te worden door veel te hard rijdende auto’s.
Mijn fietslampen waren al maanden kapot.
De velden vol zonnebloemen trokken mijn aandacht en ik besloot om even af te stappen. Ik was toch al veel te laat. Mijn gedachten liet ik op de vrije loop en niet veel later kwamen ze uit bij jou. Jij zou dit prachtig hebben gevonden.
Ik legde mijn fiets in het hoge gras naast het fietspad en ik ging zelf midden op het pad staan. Achter de velden kwam een waterige ochtendzon langzaam omhoog gevolgd door een zee van donkergrijze wolken. Ik voelde een druppel op mijn arm. En op mijn gezicht.
Regen stortte op jou neer.
Minuten lang bleef ik zo staan in de regen. De tijd was ik al helemaal vergeten. Ondanks de grijze wolken en de dikke druppels bleef de zon schijnen.
Iets wat jij ook zou doen.
De kleur van de zonnebloemen leek feller dan eerst. Aanweziger. Ondanks de regen lieten de zonnebloemen hun blaadjes niet knakken.
Iets wat jij niet zou laten gebeuren.
Bij jezelf. Jij zou ook ijzersterk in de keiharde regen blijven staan. Je zou er misschien even bij gaan zitten omdat je benen moe worden, maar daarna zou je weer dapper opstaan en verder gaan.
Ik stond nog steeds midden op het pad. Mijn fiets lag nog steeds in het hoge gras. Rond mijn voeten was een plasje ontstaan door de regen. Druppels rolden over mijn gezicht.
Daar waar ik de hoop allang opgegeven zou hebben, zou jij vechten tot je niet meer kan. Daar waar ik allang was gaan zitten, bleef jij net iets langer staan. Daar waar ik mijn blaadjes allang zelf had geknakt, deed jij je uiterste best om dat niet te laten gebeuren. Ik voelde de behoefte om te vechten niet meer zo.
De zon en de regen hadden samen een regenboog gevormd boven de velden vol zonnebloemen. Iets wat wij samen hadden kunnen doen. Ik zou dan de regen zijn en jij de zon, niet omdat ik de zon niet wil zijn, maar omdat jij gewoon net iets positiever bent. Samen wordt het mooi. De zon en de regen.
De druppels werden zachter en daarna trok de bui langzaam weg. De zonnebloemen stonden nog fier overeind, alsof er niets met ze was gebeurd.
Zelfs in de regen bleven de zonnebloemen stralen.