Coelodonta antiquitatis Molaar 2 uit de rechter bovenkaak Pleistoceen Zandmotor
seen from United States
seen from United States
seen from United States
seen from United States

seen from United States
seen from Germany

seen from United States
seen from United States
seen from Russia
seen from Yemen

seen from Canada
seen from United States
seen from Tajikistan

seen from Malaysia

seen from Mexico

seen from Canada

seen from Canada
seen from Malaysia
seen from Russia

seen from Malaysia
Coelodonta antiquitatis Molaar 2 uit de rechter bovenkaak Pleistoceen Zandmotor
Coelodonta antiquitatis Premolaar 3 uit de rechter bovenkaak Pleistoceen Zandmotor
Coelodonta antiquitatis Premolaar 3 uit de rechter onderkaak Pleistoceen Zandmotor
Coelodonta antiquitatis Premolaar 3 uit de linker onderkaak Pleistoceen Zandmotor
Coelodonta antiquitatis Molaar 3 uit de linker onderkaak Pleistoceen Zandmotor
rund (Bos taurus)
Molaar
Scuol 19-7-2015
recent
De aardmol
Het rijk van Elrik
Vandaag aan de dag bewegen de grote jongens uit de onderwereld zich voort in een dure bolide of eventueel per scooter. Hoe anders was dat vroeger; in een vervlogen verleden was de onverlaten een slechter lot toebedeeld.
In het rijk van Elrik, zoon van Göktengri, koning van de onderwereld, leefde de grote jongens een gedwongen ondergronds bestaan. Ze moesten kruipen, als wormen door de grond. Een niet te benijden bestaan. Door hun logge lichaam was leven onder de grond een ondoenlijke opgave. Maar treuren had geen zin en zeuren al evenmin. Elke weeklacht over dit bestaan was aan dovenmansoren gericht. Daar had Elrik geen boodschap aan. De koning had sowieso een broertje aan ze dood, hij minachtte ze. Geringschattend noemde Elrik ze ook wel aardmol of erger nog aardworm. Uit pure hekel verbood Elrik de ‘mamonts’ (zoals de aardworm in de overleveringen van de Jakoeten worden genoemd), op straffe van dood, de onderwereld te verlaten en contact te maken met het licht. Meestal schikte de mamonts zich in hun lot. Maar zo nu en dan, gedreven door een opwelling van weerspannigheid, vaak alleen en soms massaal, ondernamen ze een vluchtpoging. Tevergeefs, want koning Elrik was meedogenloos! Zij die het waagden de duisternis te ontvluchten, werden bevroren of versteend.
Een ongeloofwaardig verhaal, zult u denken. Maar, er is bewijs! Er zijn overblijfselen. Regelmatig openbaren relicten van aan het licht gekomen aardmollen zich aan het aardoppervlak. In Siberië zijn ze met huid en haar gevonden, ingevroren in het eeuwige ijs. In Servië vonden ze nog niet zo lang geleden een berg vol en op Wrangel-eiland ontwaarden wetenschappers een dwergvariant van net over de datum. Ook in Nederland zijn er overblijfselen te vinden. Heel veel zelfs. Velen zijn al opgevist. Gewoon door vissers. Mede dankzij deze vissers heeft Nederland de grootste verzameling ter wereld. Netjes opgeborgen in de toren van Naturalis.
De relicten herbergen een vracht aan informatie. Hele studies zijn er aan gewijd. En met resultaat. Het bestaan van de mamont, door een spelfout van een Franse wetenschapper bij ons beter bekend als mammoet, is bevestigd. Slechts een aantal futiliteiten dienden in het oorspronkelijke verhaal aangepast te worden. Zo bleek de mammoet niet onder maar gewoon boven de grond te leven en hield hij zich niet op in het rijk der fabelen maar op de toendra’s van het Pleistoceen. De overleveraars zaten er dus niet ver naast.
Het begeerde gebit
Of het nou door het verhaal komt, door zijn afmetingen of omdat hij het boegbeeld van de laatste ijstijden is, mammoet is een gewild object bij verzamelaars. Vooral de slagtanden en kiezen staat hoog op hun lijstje. Het gebit van de mammoet is ’de zalm onder de fossielen’. De crème de la crème. De kiezen zijn heuse hebbedingen. Het zal u dan ook niet verbazen dat ik moederziel alleen stond te juichen toen ik onlangs op de zandmotor mijn eerste mammoetkies vond. En wat voor een! Een om mee te pronken. Een M2, helemaal gaaf en nog nauwelijks gebruikt. Voor de goede orde zal ik dit laatste ik even toelichten.
Een mammoet heeft per wangzijde de volgende tandformule 1.0.3.3/0.0.3.3. Het eerste cijfer betreft de snijtanden (in het geval van de mammoet de slag- of stoottanden) Het tweede cijfer duidt de hoektanden (die heeft de mammoet dus niet) het derde geeft het aantal premolaren, ook wel valse kiezen genoemd, aan en het vierde de molaren, oftewel kiezen. Vervolgens is het handig om te weten dat de cijfers voor de Duitse komma refereren aan de bovenkaak en die erachter aan de onderkaak. Op zijn twee slagtanden na heeft de mammoet dus enkel kiezen. Volgens de formule vierentwintig. Hoewel die formule klopt, had de mammoet voor zoveel kiezen geen plek. Er was maar ruimte voor twee kiezen per kaakhelft. Het totaal van vierentwintig werd bereikt door te wisselen. Zes keer in zijn leven. En dat was nodig ook. Het menu van droog gras dwong de mammoet namelijk zijn eten tot in den treure te malen, waardoor zijn kiezen gezwind sleten. De voorste voorop. Terwijl de voorste kies ijlings sleet schoof de volgende naar voren om de dienst over te nemen. Zo werd langzaam de versleten kies zijn bek uit gedrukt. Het laatste stompje, de spuugkies, viel uiteindelijk uit de bek of werd doorgeslikt. Tegelijkertijd groeide achterin de kaak alweer een nieuwe kies.
De kies die ik vond, heeft een bol kauwvlak en is derhalve afkomstig uit de bovenkaak. Kiezen uit de bovenkaak zijn namelijk bol in tegenstelling tot die uit de onderkaak. Daarnaast heb ik vast kunnen stellen, door het aantal lamellen waaruit de kies is opgebouwd te tellen, dat het de tweede molaar (M2) betreft. De voorlaatste kies dus. Met de juiste tabellen, over welke ik helaas nog niet beschik, zou je aan de hand van de kies zelfs de leeftijd van overlijden kunnen bepalen. Hetgeen ik zeker nog ga doen. Ik houd u op de hoogte.