Journalistiek over Privacy
Privacy in tijd waarin verwacht wordt dat persoonlijke informatie delen vanzelfsprekend is. Het is niet alleen een discussiepunt (een belangrijke) omdat het woord verwijst naar een door wettelijk ingesteld recht op behoud van persoonlijke informatie. Het concept privacy staat namelijk in het middelpunt van sociale interactie en keuzevrijheid: wij kiezen welke informatie over onszelf gedeeld of openbaar wordt. Dit concept verschuift, zoals vele concepten. Is persoonlijke informatie nog wel belangrijk? Is de bescherming ervan de moeite waard? Hebben wij überhaupt controle over de manier waarop persoonlijke informatie geaggregeerd wordt voor onbekende doeleinden? Willen wij die controle behouden? Wij hopen op deze vragen ja te kunnen antwoorden, maar de realiteit leert dat het niet zo eenvoudig is.
Het is daarom belangrijk dat wanneer privacy geschonden wordt, journalistieke media daar aandacht aan besteedt. We verwachten dat de regering een zekere mate van integriteit toont en privacy van diens burgers hoog op de lijst van prioriteiten heeft. Wanneer dit niet blijkt te zijn, hopen wij dat journalisten als aasgieren erop duiken. Wij hebben alleen niks aan niet onderbouwde verhalen. Dit is sensatie als prednison om de illusie van onrecht te verkondigen.
The Washington Post verteld dat o.a. Microsoft, Yahoo, Google en Apple goedkeuring gaven aan de Amerikaanse overheid om via hun servers de gebruikers te bespieden. Een massaal complot van privacyschending. Het halve internet stond zwart van kraaien die deze berichtgeving deelde als feitelijke waarheid. Wanneer er zoveel nieuwssites hetzelfde roepen over de Amerikaanse overheid, is het bijna onmogelijk om de berichtgeving niet te geloven. Vandaag verscheen op The Next Web dat The Post deze berichtgeving heeft aangepast. De bedrijven werken toch niet gewillig mee met het
spionage programma van de overheid. Ook in tijden van gouden onderwerpen dient een krant zijn journalistieke integriteit te behouden. Het betekent niet dat de The Post helemaal geen gelijk heeft (er zijn immers geen bewijzen). Door achteraf hun verhaal op een kritisch punt aan te passen, geven ze wel aan dat fact checking geen prioriteit had. Hoe zit het met hun andere artikelen?
Of de Amerikaanse regering nou wel of niet aan preventieve privacyschending doet blijft een ambigu onderwerp. Dat het programma verantwoordelijk voor privacyschending (PRISM) bestaat, is bevestigd door Obama. Maar hoe het precies gebruikt wordt, dat is geheim. Trek zelf de conclusies.
Een samenvatting van de verschillende artikelen vind je hier