IN OMSTREKEN KOMEN BEELDEN EN WOORDEN SAMEN
De dichter kent het werk van de schilder niet, wanneer hij het in een tweetal catalogi aan de keukentafel van een Fryske uitgever ziet. Vrijwel meteen wordt hij door de platen uitgedaagd. Ze intrigeren, houden de aandacht vast. Hij vraagt zich af welke afslag hij heeft gemist door dit werk niet eerder op te merken. Doordat Eppie Dam zo geïnspireerd raakt van de schilderijen van Johan Haanstra heeft het hem ertoe gebracht een kleine dertig uit het oeuvre te voorzien van teksten.
Eerst al valt het hem op dat Haanstra dorpen van het Fryske platteland als onderwerp van zijn schilderwerk nam. Maar niets is minder waard, want naderhand blijkt dat de geschilderde min of meer abstracte landschappen niet plaats bepalend zijn en geen oorsprong hoeven hebben in deze provincie. Het is een gedachte omgeving, het zijn imaginaire omstreken. Maar om de composities niet alle zonder titel te laten gaan haalde Haanstra de Fryske plaatsnamen lukraak uit het telefoonboek. Zo geeft Terwispel geen beeld van dat dorp en heeft Wijckel nergens een karaktertrek van Gaasterland gekregen. Het is een landschap dat is ontstaan in het brein van Haanstra bij het beschouwen van wat voor omgeving dan ook. Het is zijn blik, zijn vertaling.
Voor Eppie Dam is dit geen reden om vele van zijn dichterlijke regels niet te plaatsen in dorpen die de schilderwerken naam hebben gegeven. Hij laat zich inspireren door de figuratie, de vormgeving en kleuren van de composities. Daar zet hij zijn gedachten tegenaan. Deze gedichten zijn bij tijd en wijle even abstract als de schilderingen dat zelf zijn. Vaak wordt ik door de schilder op een verkeerd been gezet en hoop dat de dichter mij weer in balans brengt. Maar nee, deze slaat mij volledig uit mijn lood en ik blijf verward zitten met het boek "Omstreken" op mijn schoot.
Hier komen twee gedachten bij elkaar. Die van de schilder die bij een landschap dit voor ogen kreeg, deze elementen en kleuren mengde tot een voor hem acceptabele omgeving die van ergens is en aan doet denken. Maar niet van de titel is, die connectie is zuiver toeval. Die van de dichter die bij een schilderij deze inspiratie krijgt. Deze woorden vallen hem bij de compositie in. Meer plaats bepalend zo leest het, maar dat is zuiver om de klank erin te brengen. Dat schilderbeeld en dit woordbeeld vloeien samen in het boek. Het een kan met het andere optrekken, maar kan ook botsen en afstoten. Dat is aan de lezer dit te beoordelen. De schilder heeft zijn geduide plaatsen nooit bezocht. Het is geschilderd op intuïtie, vanuit de gedachte. De dichter, als geboren Fries en rondtrekkend bard om zijn werk ten gehore te brengen, kent de meeste van de plekken wel. Maar enkel het verfbeeld geeft hem inspiratie, hoewel de werkelijkheid toch altijd in het achterhoofd zal hebben mee gespeeld.
In Museum Belvédère is op dit moment tot 13 december een kabinet ingericht in de westvleugel met werk van Johan Haanstra. Deze schilderijen vind ik niet terug in het boek. Het zijn andere omstreken, de meeste wel van Fryslân - de provincie waar Haanstra van 1976 tot zijn dood in 1991 woont. Het zijn even vrolijke en opgeruimde composities als in het boek. Ik ben benieuwd wat Eppie Dam hierop te zeggen heeft. Alleen het vers “Sondel omdope” verwoordt in het museum het schilderij Sondel uit 1979.
Haanstra laat landschapselementen over het doek dwalen. Ze vallen wel op de realistisch juiste plek, maar geven de omgeving ook wel een vervreemdend karakter. Dan is er geen sprake meer van een landschap volgens de wetten der natuur, maar gaat het langs de regels van de schilder zelf. Hij bepaalt hoe zijn landschap in beeld staat en laat perspectief achterwege. Hoogte en diepte brengen de kleuren in het vlak. Het is een stapeling van elementen, waar niet meteen Terhorne, Houtigehage of Morra gezien wordt. Eigenlijk leiden de titels af van de onschuldige kracht van de schilderijen. Bij Suawoude en Nijland bijvoorbeeld probeer ik toch een aanknopingspunt te vinden. Een beeldelement dat me herinnert aan die bewuste dorpen en plaatsen. Maar die is er niet. Het is simpelweg het verstand op nul en vol gevoel kijken om op eenzelfde golflengte met de kunstenaar te komen.
Eppie Dam deed dat en kan zo de woorden vinden die tot regels worden. Ze duiden onberedeneerd de verfschappen, maar verduidelijken ze niet. Dam schreef ze in eerste instantie in de Fryske stavering om ze daarna over te zetten naar de Nederlandse spelling. De memmetaal is krachtig en beeldend, terwijl de moedertaal aan zeggingskracht inboet. Er wordt in het Nederlands nog al eens water bij de wijn gedaan om die beelding te benaderen. Dan denk ik dat ik dat zojuist toch niet gelezen heb. “Se sille noait de rûnte witte fan in bosk” wordt dan “ze kunnen alleen maar dromen van een bos”. En “alle út ‘e holle kearde sleatten” is “alle weggespoelde alfabetten”. Het Nederlands is geen een-op-een vertaling van het Frysk, zoals de gedichten geen letterlijke overzetting zijn van de schilderijen. Beide trekken echter eensgezind op in dit aantrekkelijk vorm gegeven boek.
Het sluit af met een levensbeschrijving door Haanstra zelf opgesteld en overzichten van tentoonstellingen en sprekende citaten uit diverse recensies. Het boek is geen catalogus bij de tentoonstelling in Belvédère, maar het verschijnen ervan was wel de aanleiding voor het museum om aandacht te besteden aan het werk van deze avontuurlijke, uitdagende en vervreemdende kunstenaar.
“Omstreken”, schilderijen Johan Haanstra en gedichten van Eppie Dam. Uitgeverij DeRyp Koudum, 2020. - Tentoonstelling “Fryslân”, schilderijen van Johan Haanstra bij Museum Belvédère. Tot 13 december 2020.













