"Kevésbé volt szerencsés az 1933-ban született Rein Dool holland festő, akinek egy festményét 1974-ben vásárolta meg a leideni egyetem. A tanácsteremben felakasztott kép az egyetem akkori vezetőit ábrázolja, amint egy asztal körül ülnek. 2022-ben az egyetem egyik doktorandusza, egy fiatal nő tiltakozott, egyrészről mert a festményen ábrázolt férfiak közül hárman dohányoznak, másrészről mert kizárólag férfiak szerepelnek a festményen, harmadrészről pedig úgy érzi, hogy a férfiak a vászonról szexistán nézik őt. A panasz hatására az egyetem egy vizsgálóbizottságot nevezett ki, s ez arra a döntésre jutott, hogy a képet el kell távolítani, ami azután meg is történt."
via
Enkele jaren geleden zag ik zijn werk in Museum Belvédère. In de thematentoonstelling “On the Spot”. Diverse kunstenaars waren gevraagd om een voor hen dierbare plek vast te leggen in hun werken. Voor Rein Dool op dat moment, 2017, was dit het parkgebied van onder meer zijn woonplaats Dordrecht. Een verstilde omgeving waar het meer dan prettig toeven is. Dat las ik af uit de afbeeldingen in een zorgvuldige arcering, houtskool op oosters papier. Het zette mij lyrisch op woorden en ik schreef een bewogen artikel; een citaat: “De hoge bomen met gitzwarte stammen. De paden die geplaveid zijn met afgevallen bladeren. Het kroos zweeft op het water van de vijver. Takken hangen zwaar van het gebladerte. De wind waait en neemt de beweging van het krijt in de vingers van Dool mee. Tekeningen zijn dynamisch en andere geven statisch de schoonheid van het park weer. De gespotte vlakken zijn gekaderd, maar kunnen andersom werkend ook geschetst begrensd zijn en daarna door meest arcering ingevuld. Een speelse opzet derhalve, waarin de blik berustend kan wegzinken. Het is een park om in weg te dromen. Een beeld om te mijmeren. Laat mij hier maar figuurlijk versterven.”
Nu zie ik dit werk weer in het Dordrechts Museum en kan ik het daarna nog weer zien in de Fondation Custodia, maar daarvoor reis ik naar Parijs. Het museum laat een selectie van tekeningen van Rein Dool zien uit zijn omvangrijke oeuvre dat meer dan 70 jaar van werken beslaat. Ook tref ik het aan in de catalogus bij de tentoonstelling: Rein Dool tekeningen. Daarin verwoordt conservator Rijksprentenkabinet Huigen Leeflang, naast de grote oplage van afbeeldingen, de levensloop van mens en kunstenaar. De feiten enigst kind te zijn van oude ouders, een moeilijke jeugd met veel ziekten, de strenge vader en liefdevolle moeder, de christelijke opvoeding en het tekenen waarin hij eenzaam kan vluchten. En de verschillende stijlen in de kunst die Dool hanteert en aanhangt. Hij is veelzijdig, schildert en tekent, maakt grafiek en keramiek, vormt sculpturen in brons en staal, en beschikt over een feilloos kleurgevoel. Maar is ook een begenadigd fotograaf en een virtuoos muzikant, verzamelaar van muziekinstrumenten.
Maar toch komt het tekenen altijd op de eerste plaats. Het is het fundament van zijn werk, voor zijn werk. “Het is in zijn tekeningen dat hij zich het meest direct uit en laat kennen”, schrijven Femke Hameetman en Ger Luijten in het voorwoord, zij zijn respectievelijk artistiek directeur Dordrechts Museum en directeur Fondation Custodia. “Uitgangspunt voor Dools werk zijn veelal de traditionele thema’s landschap, portret, stilleven en figuurstuk.” Zijn benadering tot het onderwerp en de werkwijze waarmee hij deze vastlegt laat een grote verscheidenheid in werken zien. Er zijn tekenaars die op een bepaald moment een stijl en een manier van werken omarmen en zich daarin vasthoudend blijven uitdrukken. Maar bij Rein Dool is daarvan geen sprake, hij wisselt voortdurend van tekentrant. Zo schept hij een veelzijdig oeuvre, waarbij hij zichzelf afvraagt of iedereen wel ziet of het allemaal door een en dezelfde kunstenaar is gemaakt.
De kennismaking met zijn werk in Museum Belvédère deed mij al verwonderen, maar het zien van de doorsnee uit zijn levenswerk in het Dordrechts Museum verrast mij nog meer. Vergenoegd blader ik dan ook het boek door waarin de werken mij, hoe verschillend ook, op indruk en emotie aanspreken. Al op jonge leeftijd ontdekt Rein Dool dat tekenen hem veel voldoening geeft, het bezorgt hem een gevoel van eigenwaarde: ‘Het tekenen gaf me een doel in het leven. Als ik maar kon tekenen, dan was het goed. Ik tekende om mijzelf te worden.’ Op school oogst hij bewondering met het natekenen van historische schoolplaten. Ook dan al is zijn scherp oog en geconcentreerde blik opvallend om gedetailleerd werk te kunnen maken. Hij volgt een opleiding tot lithograaf en werkt een tijdlang in een drukkerij om vervolgens zelfstandig kunstenaar te worden.
Als jonge tekenaar ontdekt Dool zijn talent voor het tekenen naar de werkelijkheid, het wonder dat je dankzij nauwkeurig kijken en beschouwen, en door het oefenen van je hand alles om je heen kunt weergeven met een potlood. Bekijk je het onderwerp zorgvuldig van alle kanten, zie je volume en diepte, dan begint het onder je handen steeds werkelijker te worden. “Het aandachtig en nauwkeurig kijken, het zich letterlijk eigen maken van planten, bomen, gebouwen, mensen en landschappen is een vermogen dat Dool nooit meer heeft losgelaten en is gaan beschouwen als de essentie van het tekenen naar de werkelijkheid”, schrijft Huigen Leeflang. Daarnaast benadert hij zijn werk ook met veel humor wanneer dat nodig en op zijn plaats is. “Zijn oog voor het absurde van het ogenschijnlijk gewone en alledaagse vormt voor Dool een onuitputtelijke bron van inspiratie.”
Het beelden naar de uiterste werkelijkheid geeft hem het vermogen om daarnaast de essentie van het beeld te pakken. In zijn werk kan hij door te kijken welhaast fotografisch realistisch zijn, maar door die kennis van zaken kan hij dingen makkelijk weglaten tot een veelzeggend abstract werk ontstaat. Want het tekenen en schilderen naar de werkelijkheid dat hij steeds beter beheerst voelt vaak ook als een inperking van zijn vrijheid. Hij durft de werkelijkheid los te laten en ontdekt hoe weinig er voor nodig is om een mens te maken. Hij gaat zijn onderwerpen stileren, maar valt ook weer terug op abstracte werken zijn bijzonder werkelijk realisme.
Meestal tekent Dool in de buitenlucht of in het atelier naar model, maar ook maakt hij foto’s van wat hem inspireert. Deze zwart-witopnamen gebruikt hij als uitgangspunt voor zijn tekeningen. Maar van exact kopiëren is geen sprake, volgens Leeflang, eerder van een synthese. Gezichtsuitdrukkingen, ledematen en houdingen worden vertekend weergegeven, wat opmerkelijk genoeg hun herkenbaarheid en zeggingskracht vergroot. Dool woekert met zijn talenten. Niet alleen uit plichtsbesef, een zelfgekozen opdracht om er het beste van te maken, maar vooral vanwege het grote plezier in eigen kunnen dat kenmerkend is voor zijn werk, of het nu een doorwerkte compositie betreft of een luchtige schets.
“Ondanks de grote verscheidenheid in techniek, materiaalgebruik en tekenstijl blijft de verwantschap tussen Dools werken immer zichtbaar”, merkt Leeflang nog op. Dat houdt verband met zijn anders kunnen kijken, beter kunnen zien en doorzien, zijn oorspronkelijke handschrift en zijn verwondering over de wereld, zijn medemens en zichzelf. In het boek is nog plek ingeruimd voor een drietal dichters. Poëzie waarmee Dool met zijn verbeelding aan de haal is gegaan. De woorden beeld heeft gegeven, maar het zou best ook zo kunnen zijn dat het andersom werkt. Rein Dool is een verrassend tekenaar met soms wonderlijk werk. Voor elk wat wils zou je kunnen zeggen. Want van vele tekenstijlen, in abstractie en naar de werkelijkheid, van landschap tot portret en alles wat daartussen zit, dus van alle markten thuis.
Rein Dool, tekenaar. Uitgave bij tentoonstelling in het Dordrechts Museum. Tekst Huigen Leeflang. Waanders Uitgevers, Dordrechts Museum, Fondation Custodia, 2022.
In het najaar van 2022 organiseert het Dordrechts Museum een tentoonstelling met tekeningen van Rein Dool.
Eigenlijk valt er weinig te schrijven over de parklandschappen van Rein Dool. Simpelweg omdat je ze moet ervaren woordloos, stil zwijgend. De bezoeker van de groepstentoonstelling “On the Spot” in Museum Belvédère wordt zonder nadenken in de compositie getrokken. Het zand knerpt onder de schoenzolen, de boombladen knisperen in de wind. Verder is het er stil, verlaten, geen levend wezen te zien. Devoot, als aanwezig in een lege kathedraal, loop je het pad af op weg naar een eindeloos niets.
Dool werkt met houtskool op papier. Dit in principe grove materiaal, op de academie schetste ik er eertijds met breed gebaar naaktmodellen in uit, weet hij uiterst fijn te gebruiken. Het zijn grote tekeningen, waarin het detail ruimte heeft een grondige uitwerking te krijgen. De realiteit die hier onwerkelijk op papier is gezet, daar de platen zwart-wit zijn – hoewel het gevoel ze gemakkelijk inkleurt. Niet de suggestie van een koele bries bezorgt de kijker kippenvel of een aangename rilling over de rug, maar de nauwkeurige manier waarop de tekenaar met de emotie speelt. Dat wat hij daar zag staat op papier, maar het geeft een poëtisch gevoel. Het is een dichterlijke vrijheid in tastbare beeltenis uitgevoerd. De lanen lopen er zo, de vijver ligt er aldus, in dit Dordrechts park.
De hoge bomen met gitzwarte stammen. De paden die geplaveid zijn met afgevallen bladeren. Het kroos zweeft op het water van de vijver. Takken hangen zwaar van het gebladerte. De wind waait en neemt de beweging van het krijt in de vingers van Dool mee. Tekeningen zijn dynamisch en andere geven statisch de schoonheid van het park weer. De gespotte vlakken zijn gekaderd, maar kunnen andersom werkend ook geschetst begrensd zijn en daarna door meest arcering ingevuld. Een speelse opzet derhalve, waarin de blik berustend kan wegzinken. Het is een park om in weg te dromen. Een beeld om te mijmeren. Laat mij hier maar figuurlijk versterven.
Parklandschappen - tekeningen van Rein Dool in de tentoonstelling “On the Spot” bij Museum Belvédère, Oranje Nassaulaan 12, Heerenveen-Oranjewoud. Tot en met 17 september 2017.