Al een paar keer eerder schreef ik over het belang van elektrisch rijden. Het bespaart energie, geeft minder geluid en minder uitstoot van fijnstof en het is ontzettend leuk! Als je een elektrische auto hebt, maar geen eigen oprit, ben je afhankelijk van laadpalen in de openbare ruimte. Vorig jaar hebben wij de combinatie Nuon-Heijmans de opdracht gegund om in Brabant 1000 laadpalen met twee laadpunten per paal te plaatsen. De meeste zijn gewone laadpalen. Gisteren kwamen daar de eerste slimme laadpalen bij.
De slimme laadpaal weet wanneer hij het beste kan laden en gebruikt daarvoor zoveel mogelijk de zonne-energie die opgewekt wordt in de buurt. Een elektrische auto vraagt namelijk op het moment dat hij oplaadt flink wat stroom. Als veel auto’s tegelijk opladen, leidt dat tot een forse belasting van het
energienet. De slimme laadpaal ontlast het net. Hij laadt als er in de wijk weinig energie wordt gebruikt. En hij laadt als de zonnepanelen in de buurt flink wat stroom opwekken. Als de zon schijnt kan de energie min of meer rechtstreeks van de zonnepanelen naar de elektrische auto geladen worden. Zo wordt het elektriciteitsnet veel minder belast.
Samenwerken
Het klinkt allemaal best logisch. En dat is het ook. Maar dat maakt het niet eenvoudig, want er zijn veel partijen nodig voor een proef met slim laden. De gemeente Best wilde graag meewerken aan deze pilot. Wethouder Van de Loo ziet hoe belangrijk deze pilot is voor de toekomst van duurzame energie. Het is een eerste stap naar energieneutrale wijken. Bewoners uit de buurt Salderes wilden graag deelnemen. Enexis is als netbeheerder een belangrijke partij om dit mogelijk te maken en Enpuls is betrokken om deze stap in de energietransitie verder te brengen. Powerpeers zorgt ervoor dat de stroom van de zonnepanelen ook inderdaad wordt afgerekend bij de laadpaal.
Slim, slimmer, slimst
Slim laden is beter voor het netwerk en draagt bij aan energieneutrale wijken. Bovendien is het financieel interessant voor zowel degene die de energie levert als de elektrische lader. En tot slot is het veel leuker om op stroom van je buurman te laden, dan op ‘anonieme stroom’. Maar het kan natuurlijk altijd slimmer. In de volgende fase van deze pilot volgt de mogelijkheid voor gebruikers om invloed te kunnen uitoefenen op de laadpaal, zodat er toch normaal geladen kan worden als je snel weer je auto nodig hebt.
Al onze auto’s worden elektrisch, daar ben ik van overtuigd. Waarom? Een elektrische auto rijdt ontzettend prettig, is veel zuiniger dan een auto met brandstofmotor en heeft veel minder onderhoud nodig. De aanschafprijs daalt door technische verbeteringen in met name de batterijen en een toenemend productievolume. En een elektrische auto geeft veel minder uitstoot in onze leefomgeving.
Toch zijn al die voordelen niet de enige redenen waarom wij met ons beleid stevig inzetten op elektrisch rijden. Het grotere belang, de grote kans van elektrisch rijden? Energieopslag op wielen! Soms hebben we namelijk duurzame energie ‘over’, bijvoorbeeld als op zondagmiddag de zon volop schijnt en de wind lekker waait. Die energie kan dan in de auto. Met een volle accu heb je genoeg energie om een paar avonden TV te kijken en elektrisch te koken. Dit is een mooi toekomstbeeld, maar daarvoor hebben we nog wel wat stappen te zetten.
Zorgen voor voldoende, slimme laadpalen is voor ons als provincie de belangrijkste manier om elektrisch rijden te stimuleren. Soms rijzen er dan vragen als: Hoeveel laadpalen hebben we nodig? Hoe gaan we paalkleven tegen? Kan een laadpaal ook weggewerkt worden in de grond? Gaan we in de toekomst inductieladen? Op de EVS30 (Elektric Vehicle Summit) in Stuttgart leerde ik enkele interessante nieuwe inzichten.
Een stabiel netwerk
Elektrische auto’s kunnen helpen om pieken in energie op te slaan. Hiermee voorkomen we voor een deel dat het elektriciteitsnet verzwaard moet worden en voorkomen we dus stevige kosten. De stroom kan worden teruggeleverd als de vraag flink stijgt of er een wolkendek voor de zon kruipt. Dat gaat natuurlijk alleen werken als alle auto’s die stil staan, verbonden zijn met het elektriciteitsnetwerk. Dat betekent voor de toekomst dat elke parkeerplaats toegang moet hebben tot een laadpunt. Een mooie uitdaging voor het ontwerp van onze openbare ruimte!
Gemak dient de mens
Er zijn initiatieven om het stopcontact van de laadpaal in de bestrating in te bouwen. Nog los van de hogere kosten voor aanleg, beheer en onderhoud, is het maar de vraag of u daar op zit te wachten. Want als u een lichamelijke handicap hebt, is zo’n ‘streetplug’ ronduit onhandig of zelfs onmogelijk. En als het regent of heeft gesneeuwd is het ook geen pretje om ergens in de stoep een luikje te moeten openen. Dat vraagt dan toch om een nieuw ontwerp van de openbare ruimte, met mooi ingepaste laadpalen.
Contactloos laden nog even niet klaar voor uitrol
Het klinkt mooi, laden via een plaat in de grond door middel van inductie. Het brengt echter flink wat vraagstukken met zich mee. Van technische aard is de beveiliging: wat gebeurt er als uw sleutels op de laadplaat vallen, of uw huisdier erop gaat zitten? Qua kosten zal het duurder zijn in aanleg, omdat alles in de grond ingegraven moet worden. En het energieverlies van laden en terugladen met inductie is bepaald niet te verwaarlozen. En andere uitdaging is het parkeren: parkassist is een randvoorwaarde, want de auto moet precies goed boven de laadplaat staan. En die techniek moet dan tussen vele merken auto’s en laadpalen gesynchroniseerd worden. Wel een lichtpuntje: nooit meer iemand die zijn auto half buiten het vak parkeert!