Tekenles 1: het gezicht (basisverhoudingen)
tekenmateriaal naar keuze
Om te beginnen zet je de spiegel (of jezelf) zo, dat je je eigen gezicht kan zien en tegelijk kunt tekenen. Kijk in de spiegel. Valt je op dat je ogen precies in het midden van je gezicht staan?
Knik je gezicht nu langzaam naar voren en naar achteren. Zie je dat dat veranderd?
Een portret vanuit het vooraanzicht tekenen is dus heel anders dan vanaf zij-, of driekwart aanzicht. Ook bij verschillende emoties veranderd het gezicht compleet. Bij deze eerste opdracht tekenen we een portret in vooraanzicht, met een neutrale uitdrukking.
Ik had dus al gezegd dat je ogen in het midden van je gezicht staan. De ogen zijn het belangrijkste herkenpunt bij het tekenen van een gezicht. Kijk nog eens terug in de spiegel en probeer te zien waar alle andere dingen ten opzichte van de ogen staan.
Opmerking: op mijn tekening zie je dat de ogen eigenlijk nog iets meer naar onderen hadden mogen staan. Dit heb ik opgelost (ahum) door meer haar boven op het hoofd te tekenen.
de ogen staan in het midden van het gezicht
de ruimte tussen de ogen heeft de grote van één oog
de wenkbrauwen staan een half tot een heel oog boven de ogen
de neus eindigt in het midden tussen de ogen en de kin
de neusvleugels staan op dezelfde lijn als het begin van de ogen
de mond staat in het midden tussen de neus en de kin
de mond eindigt op de zelfde lijn als het midden / het begin van de pupil
de oren gaan van het midden van de ogen tot aan het einde van de neus
Maar opgelet: bij bijna geen enkel gezicht kloppen deze verhoudingen perfect. Door het kennen van de basisverhoudingen kan je tijdens het tekenen sneller zien wat er 'niet klopt' aan het gezicht dat je tekent, oftewel: wat er uniek is aan dat gezicht. Door die unieke kenmerken goed neer te zetten teken je een goed (herkenbaar) portret.
Om cartoonpersonages of karikaturen te tekenen worden de basisverhoudingen gemanipuleerd, je kan dus verschillende tekenstijlen uitproberen door te spelen met de verhoudingen.