Lucerne, Switzerland, November 2023
seen from Hong Kong SAR China
seen from United States
seen from United States
seen from Singapore

seen from Sweden
seen from Spain
seen from Germany

seen from United States

seen from Spain

seen from Maldives

seen from Lithuania
seen from United Kingdom

seen from Guatemala
seen from Sweden

seen from United States
seen from Sweden
seen from Brunei
seen from China
seen from United States

seen from Sweden
Lucerne, Switzerland, November 2023
Daar moet je je niet mee bezig houden.
Deeltijd-verpleegkundige tegen Sammie toen ze zei dat ze in het weekend had gelezen dat iemand voor de trein gesprongen was in het dorp van het psychiatrisch ziekenhuis en ik vroeg of het iemand was die ik kende. (Ik had er heel de nacht niet van geslapen.)
Kanarie op een boomtak in Japan
Het ergste zijn de dagen die vanzelf gaan. Dat je even vergeet dat je trapje omhoog moet lopen. Dat je niet weet hoe spatader schieten in je been voelt. Simpelweg omdat je het nog nooit meegemaakt hebt.
Het makkelijkst zijn de dagen die op zichzelf niet zo dagerig zijn. Dat tijd een illusie is en ademen natuurlijk.
Het makkelijkst zijn de dagen waarop je het even niet meer weet, omdat je het gewoon even niet weet. Omdat je het geheugen van een baby en dementerende eigen hebt gemaakt. Dat je vergeten bent dat je vergeet en ook dat weer vergeet en dat dat heerlijk is: zo’n gratis vakantie.
Het ergst zijn de dagen waarop ik even stilsta. Iets valt op een grond naast bruine laarzen. Een lichaam trekt zijn spieren omhoog. Mijn hoofd duizelt. Het duizelt in mijn hoofd. Ik voel alleen de plek waar hersenen zouden moeten zitten, maar als je zegt dat ik geboren ben met een waterhoofd geloof ik het ook.
Aus auBer, nach, mit, zeit, von, zu, gegen, uber. Duitse naamvallen kan ik neuriën als kanaries op een boomtak in Japan, maar mezelf voelen en onthouden wie ik ben kan ik niet.
#no probo #dissociatie #tyfus
Stemmig
Er hangt een Nederlandse vlag halfstok. Ik voel de kilte van verdwenen mensen.
De volgende vlag die ik zie, hangt helemaal naar beneden. ‘Dat is wat overdreven’, denk ik. Ik zie voor me hoe de mensen die de vlag ophingen, iemand kende uit het vliegtuig. In mijn dorp zijn er veel slachtoffers gevallen.
Plekken in de klas leeg. Op kantoor koffie pakken uit het apparaat was nooit zo stil geweest.
Ik wacht in een lange rij op mijn identiteitsbewijs. Mensen mopperen. Zweten. Een vader legt aan zijn dochter van een meter uit wat een handtekening is.
Ik tril. Ik ga nooit alleen naar het gemeentegebouw. Ik heb de luxe niet om op een andere dag mijn identiteit op te halen.
Ik moet me zo snel mogelijk inschrijven bij een vrouwelijke huisarts. Ik heb daar de pas voor nodig.
Ik moet komende week ook mijn bloed laten prikken in het ziekenhuis. Daarvoor heb ik een geldige ziekenhuis pas voor nodig. Hij is geldig tot dezelfde datum als mijn identiteitsbewijs. Nu heb ik een oude ziekenhuis pas waarmee ik niet geholpen wordt.
Mensen zeuren, omdat het bijna vakantie is. Ze hebben een paspoort nodig. Praten over zwemmen terwijl ik denk: ‘Ik hoop dat ik geen kanker heb.’
Ze hebben alles, maar geen tijd. Een vrouw loopt boos langs de beveiliging en opent een deur in een kantoor. Een paar minuten later loopt ze weer langs en sluit achter in de rij aan.
Zij heeft niet meer recht op tijd dan ik.
Achter mij staat een doof meisje. Ze keurt de zeurende mensen af. Ik moet een beetje lachen van binnen. Het gebouw zou het culturele hart van het dorp moeten zijn. Terwijl de donkere stenen muren van het oude gemeentehuis overeind zijn blijven staan.
Ik ken die muren goed. Van trouwerijen, gesprekken in een hokje. Van de bibliotheek waar ik ieder informatief psychiatrisch boek las, om slimmer te kunnen zijn dan mijn hulpverleners. Ik wilde me zo gedragen, dat ze zouden denken dat er met mij niets aan de hand was.
Petra, de woonbegeleider lacht in de middag om hoe ik afwas. Ze vind mijn servies mooi. Soms geeft ze een bordje terug, omdat ik het niet goed schoongemaakt heb. ‘Goh, wat heb je veel afwas’, zegt ze. ‘Van hoelang is dit?’ vraagt ze.
‘Twee weken’, mompel ik.
Voordat ze kwam heb ik drie kwartier staan afwassen. Mijn trui was nat, dus ik deed een nieuwe aan. De deurbel ging al. Ze stond te wachten in een rokje en een shirt wat ze roze noemde. Hij was fel paars, vond ik.
Ik repte geen woord over het bloed dat al maanden uit mij stroomt. Ze vroeg er gelukkig niet naar. Ik heb geprobeerd ons contact zo luchtig mogelijk te houden. Ze zei van tevoren dat ze een halfuur kon blijven. Dat zegt ze altijd, wanneer we twee afspraken in de week hebben. En altijd blijft ze langer dan drie kwartier.
Ik weet niet zo goed waarom. Ik heb geleerd om de klok niet meer bij te houden. Ik heb dat wel gedaan. Dan zei ik na 43 minuten: ‘De tijd is om.’ Mijn ervaring is dat goede zorgverleners de tijd nemen die er op dat moment nodig is.
Vroeger was ik na een half uur al klaar. Nu ik mijn spraakwater terug heb, duurt het soms langer. Mijn psycholoog zei woensdag dat ze moest gaan. Ik zei meteen: ‘Ja, sorry ik zit wel heel lang te praten hé.’ ‘Dat geeft helemaal niets’, zei ze. Ik voelde dat ze het meende.
Ze neemt mij nogal serieus. Ze heeft mijn behandelaar gebeld over mijn lichamelijke klachten. Mijn behandelaar mailde mij en belde mij. Deze keren vergat ze het niet. Ook zij was zeer serieus. Ik had haar gevraagd of ze mee wilde gaan naar de huisarts.
Heel de dag ben ik boos geweest, omdat ik ervan overtuigd was dat ze niet mee zou gaan. Ik had al een oneliner in mijn hoofd getoverd die ik boos zou zeggen tegen haar. Daarna zou ik het telefonische gesprek onverwacht beëindigen.
‘Jullie stoppen mij wel in een separeer cel met scheurjurk, zonder onderbroek en met een kartonnen bak om in te poepen, maar jullie gaan niet met mij mee naar de huisarts’, was mijn ingeprente commentaar.
Ik weet nog dat ze zei in het telefoongesprek: ‘O, dat valt weer mee dan.’ En ze zei: ‘Een hele fijne avond’, zoals ze dat nog niet vaak gezegd heeft.
Ik weet niet meer zeker of ze nu mee kon gaan naar de huisarts. Ze vroeg of het mij zou helpen als ze van te voren de huisarts zou bellen. ‘Dan moet ik wel toestemming van jou krijgen om jouw geschiedenis te vertellen.’ Ik zei dat ik dat goed vond.
Ik raak zo gespannen van deze dingen, dat ik niet hoor wat er gezegd word. Ik weet gewoon niet meer of ze nu wel of niet mee gaat. Ik heb haar gemaild met deze vraag. Nog geen reactie.
Eerst moet ik dus een nieuwe vrouwelijke huisarts. Die heb ik gevonden. Ik kan ingeschreven worden in de nieuwe praktijk. Ik moet dan langs gaan met mijn identiteitskaart en verzekeringspas en daar het inschrijfformulier invullen. Daarna kan ik een afspraak maken met de huisarts.
Het zijn nogal wat stappen voor iemand met een zeer diepgewortelde angst voor huisartsen en nare lichamelijke onderzoeken.
Ik had gehoopt dat wanneer mijn psycholoog mijn schrijven zou lezen, dat ze zou zeggen: ‘Nee joh, er is niets aan de hand. Komt goed.’ Dat zei ze niet. Ze bood aan om mee te gaan naar de huisarts, als mijn behandelaar dat niet zou doen. Ik voelde iets van een deken rust over mij heen glijden.
‘Ik moet onder volledige narcose als ik een lichamelijk onderzoek krijg’, zei ik diep gekwetst. ’ Ja, dat moet dan maar’, zei de psycholoog ernstig.
‘Wat in het ergste geval, wat zou er dan gebeuren?’, vroeg ze weer zeer serieus. ‘Door verwezen worden naar een gynaecoloog? Dat zijn gespecialiseerde artsen’, zei ze.
#GeleKoorts #Tyfus #HepatitisA #Polio #gettingreadyforAfrica (bij UZ Leuven, Campus Gasthuisberg)
@yuri; KRYSTAL?