Huis te Manpad, Heemstede
Het Huis te Manpad is een buitenplaat aan de Herenweg 9 in Heemstede. In 1558 werd voor het eerst melding gemaakt van de buitenplaats. Pieter Cornelisz. Heuts gaf in 1630 opdracht om het hoofdgebouw dat er nu nog staat te bouwen.
In 1666 kocht Daniel Lestevenon dit huis van hem. Na diens dood breidde zijn vrouw Elisabeth Gillon de buitenplaats uit door het naastgelegen Het cleyne Huys te Manpat aan te kopen.
In 1675 werd de buitenplaats verkocht aan de Amsterdamse koopman met handel namens de VOC en ook handel naar New Foundland en de Caraïbische gebieden. Cornelis van Goor, overleden in Amsterdam in 1719, breidde in 1708 het Huis te Manpad uit door aankoop van een stuk land en een huis met de naam de Capel.
Rond het jaar 1720 werd het huis ingrijpend verbouwd. Na 1720 werd mr. Wigbold Slicher de nieuwe eigenaar van de buitenplaats. Dirk van der Meer verbouwde en verfraaide de buitenplaats rond 1730 nogmaals. De weduwe van Van der Meer, Debora Elias, heeft omstreeks 1741 en 1742 aan tuinarchitect Adriaan Speelman de opdracht gegeven voor de aanleg van een nieuwe tuin met een grotere parterre.
In 1767 verkocht Elias de buitenplaats aan mr. David van Lennep, die het huis verder uitbreidde. Een aantal stijlkamers werd onder meer versierd met beschilderd behang met arcadische voorstellingen, vervaardigd door de behangschilder Jurriaen Andriessen. Van Lennep trouwde met Maria Machteld van Sypesteyn.
De buitenplaats bleef tot 1953 in handen van de familie Van Lennep. Politicus Cornelis van Lennep Sr., classicus en dichter David Jacob van Lennep en schrijver/politicus Jacob van Lennep hebben in het huis gewoond.
De Tuin
In het voorjaar bloeien er vele stinsenplanten in het park, waaronder in mei het zeldzame Haarlems Klokkenspel. Om de boomgaard en bloementuin loopt een slangenmuur, de langste van West-Europa.
In de tuin staan ook enkele beelden die gemaakt zijn door Jan van Logteren, een Amsterdamse beeldhouder en sierstucwerker die leefde van 1709 tot 1745.
Van Logteren leerde het beeldhouwen van zijn vader, de beeldhouwer en architect Ignatius van Logteren. Bewaard gebleven werken Jan van Logteren zijn onder andere Bacchus en Ariadne (1734) die de tuin van Huis te Manpad sieren en de orgelkast van het Mullerorgel in de Grote of Sint-Bavokerk van Haarlem. Ook maakte hij in 1727 postuum een terracotta beeld ten voeten uit van Johan Maurits van Nassau-Siegen dat bewaard wordt in het Mauritshuis in Den Haag.
Slag bij het Manpad
David Jacob van Lennep plaatste in 1817 het monument De Naald bij de kruising van de Manpadslaan en Herenweg.
De Naald is bedoeld ter nagedachtenis van de slag bij Manpad, die in 1304 zou hebben plaatsgevonden. De gedenknaald is geschonken aan de Staat en maakte tot 15 januari 2016 deel uit van de portefeuille van de Rijksgebouwendienst. Dit monument is op 15 januari 2016 overgedragen aan de Nationale Monumentenorganisatie.
"Ter ere van
Witte van Haemstede Grave Floris zoon van Holland en van de brave burgers van Haerlem die met hem de vreemde MANNEN langs dit PAD verdreven den XXVI April MCCCIIII en ter eere van hen die tot ontzet van Haerlem bij dit MANNEPAD hun leven waagden
den VIII Julij MDLXXIII"
In 1954 werd 'Huis te Manpad' gekocht door Jan Visser, chef protocol Buitenlandse Zaken en ambassadeur te Stockholm. In 1978 werd het huis ondergebracht in de Stichting 'Huis te Manpad'. Na Vissers overlijden in 1984 woonde zijn weduwe N. Visser-van Wijk er tot haar dood in 2005. Na een verbouwing wordt het huis sinds mei 2006 opnieuw particulier bewoond.
De Slag bij Manpad, ook Slag bij het Manpad is een veldslag bij het Manpad in Heemstede, waarbij Hollandse troepen, onder aanvoering van Witte van Haemstede de Vlaamse troepen onder leiding van graaf Gwijde van Namen, de held van de Guldensporenslag, in 1304 zouden hebben verslagen.
Bij de Vlamingen hadden zich edelen aangesloten, die na de dood van graaf Floris V van Holland waren verbannen en naar hun bezittingen wilden terugkeren. De slag speelde een grote rol bij het ontluikend Nederlands nationaal besef.
Verwijzingen naar de Slag bij Manpad werden met name populair in de negentiende eeuw.
In 1827 publiceerde David Jaco van Lennep zijn Verhandeling over het belangrijke van Hollands grond voor gevoel en verbeelding. Deze verhandeling werd afgesloten met de Hollandsche duinzang waarin Van Lennep de slag aan het Manpad bejubelde.
Aan het einde is een duinzang opgenomen, die verwees naar de slag, onder meer met de strofe:
En om HAAMSTEDE drong zich de landzaat bijeen,
En de bloedige strijd werd gestreden,
En der Vlamingen hoogmoed verging en verdween,
Bij het Manpad met voeten getreden.
De Slag bij Manpad won in Nederland nog aan populariteit na de Belgische Revolutie van 1830.
Op de Naald staat de volgende tekst:
Ter eere van Witte van Haamstede, Grave Floris' zoon van Holland, en van de brave burgers van Haarlem, die met hem de vreemde mannen langs dit pad verdreven d. XXVI April MCCCIIII. En ter eere van hen die tot ontzet van Haarlem bij dit Manpad hun leven waagden d. VIII Juli MDLXXIII
Onderzoekingen door Frits Hugenholtz hebben echter aangetoond dat deze slag nooit heeft plaatsgevonden. Deze bewering werd overigens in 1972 door mr. J.W. Groesbeek ontkracht en ontkend.
24-7-2021









