‘De soep is te zout.’ Het kantinemeisje slaakt een diepe zucht.
‘Wat zeg je?’
‘De soep is te zout’, herhaal ik.
Ik zet het plastic bakje met champignonsoep voor haar neus neer. Ze gooit haar hoofd naar achter en draait een knot in haar haar. Ik heb haar nog nooit met een knot gezien. Het staat best leuk.
‘Dat is dan ontzettend jammer’, zegt ze en ze wenkt de volgende klant.
Nu moet ik doorzetten.
‘Ik wil mijn geld terug.’ Ik probeer kracht bij mijn stem te zetten. In plaats daarvan slaat hij over.
Ze kijkt me aan alsof ze me liever dood wil hebben.
‘Dat kan niet,’ zegt ze. ‘Je hebt er al uit gegeten.’
Ja, natuurlijk had ik er al uit gegeten. Anders had ik ook niet geproefd hoe zout de soep wel niet was.
‘Dan wil ik andere soep’, zeg ik. ‘De kerriesoep graag.’ Ik voel mijn onderlip trillen en hoop dat niemand het ziet.
Het kassameisje draait zich om op haar bureaustoel. ‘Karel wil jij dit meisje alsjeblieft even wegsturen?’
‘Joe’, zegt Karel. Hij zet de kartonnen doos met mueslirepen op de grond neer en komt op me af gesjokt. Ik ben voor veel dingen bang, maar Karel ziet er alles behalve angstaanjagend uit.
‘Wat is er aan de hand?’
‘Mijn soep is te zout. Ik wil mijn geld terug of kerriesoep.’ Dat kwam er best zelfverzekerd uit, al zeg ik het zelf.
‘De kerriesoep is inderdaad heerlijk’, zegt Karel blij. ‘Ik heb hem zelf gemaakt.’
Het kassameisje kijkt Karel nu net zo vernietigend aan als dat ze net naar mij keek.
Ik bedenk me dat ik niet op Karel zou kunnen vallen. Hij lijkt immers niet op een model, en ik val alleen op modellen.
Maar ach.
Wat maakt het uit.
Stroop vangt meer vliegen dan azijn.