HET FANTASTISCH REALISTISCHE AMSTERDAM VAN CAREL WILLINK
Hij is een Amsterdammer. Geboren in 1900 en getogen de jaren daarna. Na enige Europese omzwervingen terug thuis en er ook gebleven. Hij laat zich scholen als architect, maar kiest toch voor het onzekere bestaan van beeldend kunstenaar. Die architectonische kennis komt hem later goed van pas wanneer hij monumentale huizen als inspiratie voor zijn schilderijen gebruikt. Op zijn reizen en verblijven elders op het continent zoekt Carel Willink elementen uit de klassieke oudheid. De stad Rome spreekt hem daarom bijzonder aan. Door de tijd beschadigde beeldhouwwerken, potsierlijke paleizen en voorname villa’s gebruikt hij als decor voor zijn schilderwerken. Als achtergrond voor zijn schijnbaar sombere kijk op de wereld, echter streeft hij ernaar schoonheid te schilderen.
Maar eerst gaat hij mee in de stroom van de hedendaagse kunst, van dat moment, de jaren 20 van zijn eeuw. In aanleg zijn die werken dan ook constructivistisch te noemen. Een andere kijk op de wereld dan wat wij nu van Willink kennen. Wel met evenveel aandacht gecomponeerd en uitgewerkt. Ook dan al construeert hij een eigen omgeving, maar met andere beeldelementen dan villa's en monumentale huizen. Hoewel gebouwen in Europese steden hem mateloos intrigeren, blijft hij toch ook trouw aan zijn Amsterdam. Verschillende keren heeft hij de bebouwing langs straten en pleinen, parken en tuinen in de hoofdstad als achtergrond gebruikt. Nu nog zijn deze plekken in de stad te vinden, hoewel Willink nooit exact de gelijkenis in sfeer en omgeving heeft gezocht. In de uitgave "Amsterdam door de ogen van Carel Willink" gaat biograaf Rémon van Gemeren deze plekken langs. Hij zoekt er de foto's van toen bij die Willink zelf maakte als referentie voor zijn composities. Beeldt het schilderij er als vergelijking bij af. En laat een plaat zien van de situatie nu. Deze foto's zijn door de vierde en laatste vrouw van Willink, Silvia, gemaakt. Zij beheert ook de nalatenschap van haar echtgenoot en schrijft het voorwoord van dit boek.
Zo is er een interessant naslagwerk ontstaan. Bij iedere plek en elk gebouw beschrijft Van Gemeren de situatie en het leven en werk van Willink op dat moment. Zo trek ik met schilder en biograaf door de oude en voorname binnenstad van Amsterdam. De schilder bekijkt zijn omgeving met andere ogen dan ik dat doe. Hij gebruikt de zichtbare wereld als metafoor in zijn werk. Het zijn geen landschappen pur sec, maar hebben altijd een onderliggende boodschap. De gebouwen staan meestal eenzaam voor zich uit te staren in lege straten of eenzame parken. Ze zijn ook niet weergegeven zoals ze erbij staan in de straat van de stad. Maar worden als in een collage her en der geraapt en overdacht bij elkaar geplaatst. Het zijn spelers op het toneel van theater Willink.
De mens Willink vindt de wereld geheimzinnig, ondoorgrondelijk. Het geeft hem een gevoel van onzekerheid en uitzichtloosheid, want alles gaat voorbij en is vergankelijk. Hij is bang voor de dood en heeft daarom zin in het leven. Met een vaste hand en met liefde schildert de kunstenaar Willink wat in zijn ogen mooi is met "een dodelijke verliefdheid op de realiteit". Het geeft hem zekerheid schoonheid af te beelden. Maar desondanks weet hij die onderliggende onzekerheid in zijn werk op mij over te brengen, die geheimzinnigheid, de huivering. Zijn werk is ondoorgrondelijk, hoewel het blijkbaar een fotorealistische inslag heeft. Niets is zoals het is, maar lijkt het wel te zijn. Elke baksteen, iedere dakpan en alle scheuren in tegels zijn afgebeeld. Met een zuivere precisie is alles naar de werkelijkheid weergegeven. Een elegante stofuitdrukking.
De stemming waarin het is gezet is onwerkelijk, ironisch. Op de manier zoals het is gecomponeerd is het onbestaanbaar. In zijn werk neemt hij afstand van de zichtbare werkelijkheid om die met zijn verbeelding ingrijpend naar zijn hand te zetten, schrijft zijn biograaf. "De schilderijen die hij maakte op grond van plekken in Amsterdam, zijn daar goede voorbeelden van. Ze zijn onderdelen van de originele meteen herkenbare wereld die hij tot stand heeft gebracht. Het is een wereld waarin het leven zwanger is van de dood, maar daardoor ook intenser." Veelal onderhuids angstaanjagende situaties. De wereld lijkt te vergaan of is al vergaan. Maar altijd is de suggestie van leven en hoop aanwezig. In de dood ligt het leven. Het maakt mij als kijker onzeker, omdat het straatbeeld welhaast een zeker surrealisme uitstraalt. De leegte, de stilte is van een andere wereld. Hoewel de villa's en herenhuizen naar de werkelijkheid zijn geschilderd. De wolken echt zo langs de luchten kunnen trekken. Deze bepalen mede de sfeer tussen de kaders, evenals de soms scherp afgetekende schaduwen terwijl de lichtbron onduidelijk is.
In Amsterdam woont hij naast het Rijksmuseum. De beeldentuin aldaar is een dankbaar onderwerp voor diverse composities. De foto's die Willink daar van de beelden maakt vormen nu een interessant tijdsbeeld. Om het monumentale gebouw te beschermen tegen het oorlogsgeweld zijn zandzakken hoog opgestapeld tegen de gevel. Dat nu onwerkelijke gegeven van toen neemt Willink niet mee in zijn schilderijen. Hij plaatst de beelden waar dat nodig en sprekend is in eigen ingevulde opstellingen. Zo gebruikt hij een enkel beeld wel in meerdere composities. En laat hij onderdelen in de afbeelding weg wanneer dat voor de sfeer en de compositie beter uitkomt. Het zet de toeschouwer dikwijls op een verkeerd been wanneer deze naar de kunst van Willink kijkt. Want hoe fascinerend zijn werk ook is, een betekenis eraan geven is niet eenvoudig. Het is het geheim van de schilder. Het is wat het is, voor ons kijkers, een prikkelend raadsel.
Gebouwen die niet in hun omgeving passen, omdat er andere tegengestelde bebouwing omheen is gezet, intrigeren Willink. Of huizen uit de late 19e eeuw, die imitaties zijn van de klassieke bouwkunst. Protserig en buiten verhouding, valse architectuur, kitsch. Eenzelfde contrast zoekt hij in zijn werk. Van de lelijkheid maakt hij een mooie schoonheid.
Het centrum van zijn wereld is de plek van zijn jeugd en de plek van zijn dood. Daar is de Amsterdammer dood gegaan, in 1983. De omgeving ten noordoosten van het Vondelpark en het Museumplein. De Keizersgracht, de Herengracht en de Weteringschans. De P.C.Hooftstraat, de Leidsekade, de Vondelstraat en de Vossiusstraat. Andere buurten boeien hem niet, deze vindt hij ronduit ellendig. De bebouwing die hem inspireert en voor een beoogde situatie vastlegt, kan nu veelal worden teruggevonden in de stad. Maar ook zijn er afgebroken of compleet verbouwd. Met het boek in de hand, als een soort van stadsgids, kan ik de plekken bezoeken. Proberen te zien wat Carel Willink ver voor mij heeft gezien in deze straat of op dit plein. Maar ik zal nooit vinden wat de schilder voor ogen heeft, omdat het een arrangement is van de werkelijkheid. "Amsterdam door de ogen van Carel Willink" is echter een interessant boek. Maar wat hij zag vind ik alleen terug in zijn werk. Enkel de inspiratie kan worden terug gevonden. En misschien, op diezelfde plek, kan ik de ingeving aanvoelen. Het is Willinks wereld.
Amsterdam door de ogen van Carel Willink, Rémon van Gemeren. Met voorwoord en fotografie van Sylvia Willink. Uitgeverij WBOOKS, 2021.
https://tinyurl.com/4mhc3spj












