Breda Bier - Agentschap
seen from China
seen from United States

seen from Singapore

seen from Brazil

seen from France
seen from Russia

seen from United States

seen from United Kingdom
seen from China
seen from China
seen from China
seen from United States

seen from Australia
seen from United Kingdom

seen from United Kingdom
seen from China
seen from China
seen from Türkiye
seen from Belgium
seen from United States
Breda Bier - Agentschap
DIARY WEEK 14
Mijn diary van wek 14 staat online, leuk want ik heb weer wat dingen met je te delen. Het was een week van afscheid, werken aan de basis, nerden en een leuk event, klik om te lezen (more…)
View On WordPress
Post van Lisa Weeda - deel 3
In deze rubriek lees je de posts van een van onze schrijvers. Deze week lees je de laatste tekst van Lisa Weeda na haar reis naar Oekraïne, waar ze in gesprek ging met de jonge post-Sovjetgeneratie. Ze maakte de reis in het kader van het Slow Writing Lab. De tweede post lees je hier.
VIKA
Een uur na onze ontmoeting zegt Vika nog steeds niets. Onophoudelijk kijkt ze me aan. Ze daagt me niet uit, doet niets geks. Ze kijkt gewoon. Haar haar hangt in twee nette vlechten over haar schouders. Ze heeft een roze jas, blauwe broek en rode laarzen. Haar muts is iets lichter roze. Tussen al het grijs van Dnipropetrovsk valt ze, net als vele anderen, op. Ze compenseert de sombere omgeving. De stad steekt flets af tegen haar blauwe ogen.
*
Tijdens de eerste taxirit die ik in de miljoenenstad maak, zegt de chauffeur: 'I live here, but it is the worst city. Really. Why are you here?' 'I want to see the place. Where should I go?' 'The shopping mall, the river. Go to a soccer match. We have a rocket park. That's it.'
*
Ik mag mijn jas ophangen in de keuken die ook als badkamer fungeert. De badkuip heeft een groene kleur. Langs de randen hangt een douchegordijn met pratende vissen. Ze zeggen dingen als: 'privjet!' en 'wada!'. Onder de rechterpoot van het bad ligt het betonnen hoofd van Lenin. Bij zijn nek zit een scheve breuk. Het gezicht van de fronsende Sovjet-leider is even groot als twee kussens waarop Vika slaapt. Ze kijkt er niet naar om.
*
Zoals veel steden uit het Oostblokgebied droeg Dnipropetrovsk vele namen. Ekaterinoslav tot 1797; Novorossiysk tot 1802; Ekaterinoslav tot 1918; Sicheslav in 1918; Katerynoslav of Yekaterinoslav tot 1926; Dnepropetrovsk tot 1992 en sinds 1992 Dnipropetrovsk met als enige verschil de verschuiving van de 'e' (Russisch) naar 'i' (Oekraïens). De veranderingen hadden vaak te maken met wie op dat moment de scepter zwaaide in de stad, of bij welk gebied de stad hoorde. De naam Sicheslav (1918) was trouwens alleen een aanvraag op een formulier, deze naam werd nooit officieel erkend.
*
In de woonkamer gaat Vika naast mij op de bank zitten. Ze tilt de kat op en zet die op mijn schoot. We aaien het dier om beurten. Op het krukje naast de bank staat een bakje met koekjes die in een sorbet horen. Vika neemt er twee. Ze houdt meer van chocolade dan van groente. Fruit eet ze af en toe, als het echt moet, als ze er niet meer onderuit komt. Verder is het kaakjes en bonbons en soms een combinatie daarvan. Ze pakt haar sprookjesboeken erbij. Alice in Wonderland, Sneeuwwitje, Bambi. Ze bladert snel, we kijken alleen plaatjes. Af en toe wijst ze naar een van de hoofdfiguren en vertelt een verhaal. Ik versta het maar half.
*
Het naamdeel 'Petrovsk' in Dnipropetrovsk verwees lange tijd naar de besnorde Grigory Ivanovich Petrovksy. Ruim voor de Oktoberrevolutie was hij lid van de Communistische Partij van de Russische Federatie en hij was een van de leden die zijn handtekening zette onder het oprichtingsformulier van de Sovjet-Unie. Dat is niet alles: hij werkte de grote hongerperiode van 1932 tot 1933 in de hand. Daarbij overleden meer dan zes miljoen Oekraïners. In 2015, 24 jaar na de val van de Sovjet-Unie en 57 jaar na het overlijden van Petrovsky, besloot het stadsbestuur de verwijzing naar deze man te schrappen. Nu staat Petrovsk voor de heilige Sint Pieter.
*
Dnipro heeft een metrostelsel van tien haltes. Zes haltes worden gebruikt, vier zijn na enige tijd ondergelopen; de ingenieurs waren even de rivier de Dnepr vergeten. Een rit kost drie grivna. Je kunt zo lang blijven zitten als je wilt. Ik koop twee groene muntjes bij het ticketloket. Vika zwaait naar de vrouw achter het raampje. Ze draagt een bontmuts en een rode bloemenjurk, ze lacht niet. Ik krijg vier biljetten van één terug. 'Djakoejoe,' zegt Vika. Ze zwaait een tweede keer als we onze lichamen door de draaihekjes duwen. Het muntje dat we hebben ingeworpen zorgt voor een piepgeluid in de poort. We staan een volle minuut op de steile roltrap naar beneden. Langzaam doemen de kroonluchters boven het perron op. We lopen over de grote plakken glanzend natuursteen en stoppen halverwege het platform. Links stappen dertien mensen in die naar het centraal station willen. Het reliëf van verschillende Sovjet-slogans verschijnt vanachter de andere zijde van de wagon, daar waar de metro langs de wand van het gangenstelsel raast. Vika ziet het niet, ook niet wanneer ik er naar wijs.
Lisa Weeda (1989) is schrijver in het agentschap van Wintertuin en maakt literair programma bij Mooie Woorden in Utrecht. Haar werk verscheen onder meer in Das Magazin, De Titaan, op De Optimist en Hard//Hoofd. Voor het Slow Writing Lab van het Nederlands Letterenfonds, reisde Lisa af naar Oekraïne om onderzoek te doen naar het vaderland van haar oma.
Wintertuinfestival: Avond van de grote beloftes
Op de vrijdagavond van het Wintertuinfestival vindt in het volledig uitverkochte Theater het Badhuis de Avond van de grote beloftes plaats: de chapbookpresentatie van vier jonge, getalenteerde schrijvers uit het agentschap van Wintertuin.
De gastheer is Jelko Arts, schrijver, oprichter van Boek op de Bank en eerste helft van schrijversduo Arts & Lentes, die ons verzekert dat deze avond de literatuur zal gaan veranderen. Voor de chapbookers aan de beurt zijn, gaat Jelko in gesprek met Frank Tazelaar, directeur van Wintertuin, die vol – terechte – trots praat over de jonge schrijvers: "Deze schrijvers hebben mijn wereldbeeld nu al veranderd. Zij hebben iets gezien dat een beperking in mij opheft. Het gaat hier namelijk om meer dan louter mooie kunst: deze schrijvers vergroten de wereld, en onze blik op de wereld."
De enige dichter van de vier, Wout Waanders, bijt het spits af. Hij meent dat poëzie ook een pretpark kan zijn, en bereikt dat door van zijn chapbook een pretpark te maken: Olifantopia. De inhoudsopgave is een plattegrond, de gedichten attracties. Zijn presentatie wordt begeleid door David Romanello, begenadigd saxofonist en dwarsfluitist. De combinatie gaat naadloos van subtiel en emotioneel over naar intens en opzwepend, en blijft altijd jazzy. De voordracht bouwt op naar de climax van een verborgen en fancy rooftop party, onder begeleiding van Fireball, en eindigt dan abrupt en ontwapenend: "Fancy, waar ben je? / Ik flip de burgers alsof ik het antwoord weet."
Lotte Lentes was in Brussel op het moment van de aanslag op het Joods Museum. Ze begon het nieuws over de jihadisten en Syriëgangers nauwlettend te volgen en werd, zo vertelt ze kalm, gefascineerd door de reis en keuzes die deze jongens maken, en het rotsvaste vertrouwen in de 'missie' dat zij, generatiegenoten van haar, hebben. Beelden van een verwoeste, uitgestorven stad worden begeleid door stemacteur Nick Livramento Silva, die voordraagt uit het chapbook van Lotte. De jongen, het stof verhaalt de actualiteiten vanuit een intrigerend en indringend standpunt: een jonge Syriëganger die zo graag een verschil wil maken, maar niet weet hoe.
Op het grote scherm verschijnen twee zachte kittens, nieuwsgierig en speels, als Juliet Gagnon uit haar Engelstalige chapbook begint voor te dragen. Het verhaal, 'Kittens', gaat over een achtergelaten zak met pasgeboren kittens, die de hoofdpersoon probeert te verzorgen maar uiteindelijk, door onmacht en wanhoop gedreven, doet wat zij het beste acht voor de zieke katjes. Juliets voordracht wordt gespiegeld door de subtiele muziek, die geleidelijk aanzwelt en dreigend wordt. Left is een bundel korte verhalen, waarin de breuk, het afscheid, vanuit verschillende invalshoeken wordt benaderd. De sobere omslag van het boekje komt treffend tot leven tijdens haar laatste voordracht, die heel knap op visuele wijze de inhoud van Left weergeeft.
De speakers gaan aan. ‘Forever young’ van Alphaville klinkt in de zaal. Een roze spot schijnt op het podium en zilverkleurige glitters dwarrelen naar beneden. Drie veertienjarige meisjes zoeken een voor een de spot op en kijken de zaal in. Dan komt Helena Hoogenkamp van achter het doek vandaan, gehuld in een prinsessenjurk. Helena’s chapbook Kleine zeemeermin, per ongeluk dood gaat over veertienjarige meisjes. Het is een coming of age over Sara, wiens klasgenoten lipgloss gebruiken en wiens vaders van vriendjes blozen als ze binnenkomt. “We wilden heel graag oud worden. Terwijl we dat ons hele leven al zouden zijn.” Helena vertelt over haar vriendinnen die ze had toen ze veertien was, over hun plannen en ambities. En over waar ze nu zijn. “Ik weet niet wat mijn vriendinnen op deze avond doen, maar ze zijn niet hier. Hoewel ik voor de zekerheid hun namen heb veranderd.”
Na afloop werd er geproost, gekocht, gesigneerd, gevierd en gedronken. En er werd gedanst! Team KTW – het meest literaire dj-collectief van Nederland, bestaande uit de drie ex-stadsdichters Daan Doesborgh, Dennis Gaens en Joost Oomen – zorgde voor knallende hitjes.
Meemaken? Op 15 december is er nog een presentatie, en wel in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam (meer info). Daarnaast signeren de schrijvers vandaag bij boekhandel Dekker v.d. Vegt (tussen 14.00 en 15.00u) en zijn ze vanavond te zien in de grote zaal van Doornroosje (tickets).
Kopen? Koop de chapbooks hier!
Wintertuinfestival: het chapbook van Juliet Gagnon
Op de vrijdag van het Wintertuinfestival presenteren we met gepaste trots vier nieuwe chapbooks van schrijvers uit ons agentschap. Een van die schrijvers is Juliet Gagnon, oprichter vanWatershed, een literair initiatief in Eindhoven dat een podium biedt aan Nederlandstalige en Engelstalige verhalenvertellers. Met haar chapbook, Left, heeft ze een bundel geschreven met verhalen die als foto’s lezen. Het soort foto’s waarop je, als je goed kijkt, ziet dat er iets niet klopt.
Guides
The windows stretch across the entire floor. No openings, no fresh air. I lean against the glass pushing. I need to turn around and face you. Instead, I watch patterns of curled leaves, of water with wind in the well-manicured pond five floors below. An old lady drags her shoe along the edge of the stone walk dabbing at the grass, a brown smear along the path behind her. The orderlies stand chuckling before flicking their cigarette butts and heading back in. I turn around too.
You left just before breakfast rounds. The nurse called me an hour later. He says I am the only person on your contact list.
Your side table has been tidied, your wallet set on end - light a few twenties from the same fingers that had spent the last thirty minutes bruskly scrubbing your body before lividity sunk and rigor gripped. Your rings, and propped up above them all - your driver’s license. You look out beaming in spite of the rules against it. I can imagine that the DMV photographer gave up against your charm. You had an infectious smile.
I had sat across the dinner table from you a year ago and promised that at your end I would be there. That I would let you ride on my back. Your face hadn’t begun caving yet. Your body was strong. You were still pink.
You said you doubted me.
I assured you, high on the rush that comes from promises we see ourselves making from the outside.
I rest my hand on the cold of your body. I feel relief to not have to look you in the eye and tell you I can’t. I hope that from the bed you could see outside, that in your mind’s eye, someone was here to hold you as you made your exit. I am looking to let myself off the hook, but it is not found. Not yet.
A woman knocks lightly, respectfully, on the frame of the ajar door and lets me know they need to move you downstairs and meekly asks “Can I sign these releases”, I feel cool too, and my temperature drops, further. She calls out and I stand against the window unsure where to move and her team comes, unlocks your bed and takes you away.
The room is almost empty and I stand here waiting for someone to release me. The lines left hanging with the machines that had been propping you up all these weeks and the small remnants of a life ended outside of our home. On the floor a sheet of paper, I reach down and flip it over. It is your handwriting. Clear. Determined. It says only: Coffee, Sugar, Milk, and Chocolate Chip Cookies.
Juliet Gagnon is schrijver, verhalenverteller en vertaler. In 2006 behaalde zij een mastergraad in Interdisciplinary Arts en in 2009 verhuisde ze van de Verenigde Staten naar Nederland, waar ze Watershed oprichtte. Juliet presenteert op de vrijdag van het festival, 27 november, haar chapbook. Kaarten koop je hier. Het volgende blog is van Jelko Arts en Marjolein Visser, en verschijnt hier op 29 oktober.
Wintertuinfestival: het chapbook van Lotte Lentes
Op de vrijdag van het Wintertuinfestival presenteren we met gepaste trots vier nieuwe chapbooks van schrijvers uit ons agentschap. Een van die schrijvers is Lotte Lentes, die naar Brussel afreisde om te schrijven en om onderzoek te doen voor haar boek, De jongen, het stof, waarin ze het verhaal vertelt van een jongen die zich koste wat kost wil bewijzen, maar daar steeds jammerlijk in faalt. Lees hieronder hoe ze op onderzoek uitging en inspiratie opdeed.
Vals plat omhoog leven
‘Iedereen in deze stad lijkt ongelukkig,’ zei L. toen we voor het eerst samen in Brussel waren. Op een doordeweekse zomeravond liepen we over de Anspachlaan, een van de drukste straten binnen de ring, die toen net autovrij was verklaard. Op het asfalt waren dieren en bloemen getekend en midden op de weg stonden pingpongtafels onder banners met de tekst ‘Le piéton roi!’ Voetganger koning. De stad had haar best gedaan, maar gezellig zag het er inderdaad niet uit. Genieten van een picknick leek ons ook best moeilijk op asfalt, tussen overvolle vuilnisbakken en dronken zwervers die peuken raapten uit de jeu-de-boulesbaan. Alle gesprekken werden bovendien overstemd door claxonerende taxichauffeurs die elkaar in paniek hadden klemgereden voor de pas geplaatste plantenbakken. Alles in deze stad leek schots en scheef op elkaar geplakt en misschien was dat juist wat ik er mooi aan vond. L. en ik, we verschilden hopeloos van mening.
Drie maanden later ben ik weer in Brussel, dit keer alleen. Een week lang verblijf ik in een van de schrijversresidenties van Passa Porta om aan mijn chapbook te werken, dat zich voor een groot deel in Brussel afspeelt. Iedere ochtend slenter ik van koffiezaak naar koffiezaak en vanaf dag drie begroeten de barista’s en barmeisjes me automatisch met ‘good morning’ in plaats van ‘bonjour’. ’s Middags neem ik de metro naar een willekeurige wijk ver weg van het centrum op zoek naar de hoofdrolspelers van mijn novelle. Kansarme jongens die opgroeien in troosteloze achterbuurten en die zich waar ze ook komen verloren voelen. Jongens die soms paniekerige pogingen doen om gezien te worden en zich vastklampen aan extremen, omdat hen wordt voorgehouden dat rotsvast geloven, zonder misschien precies te weten waarin, automatisch een beloning inhoudt. Het zijn jongens die ik in mijn dagelijkse leven nooit ontmoet, maar naar wie ik vreselijk nieuwsgierig ben. Ik ontmoet ze overigens ook niet in Brussel, ik vang alleen maar glimpen van ze op door de openstaande deuren van verscholen moskeetjes. Ik zie ze rondhangen op banken in parkjes en slenteren door straten die ik niet in durf te lopen omdat ik me te blank, te vrouw en te bloot voel, ondanks mijn dicht geritste jas. Maar waar en op welk uur van de dag ik ze ook tegenkom, ze lijken allemaal vooral zo ontzettend verveeld.
Terug in het centrum zijn die jongens onzichtbaar. Ze gaan op in een ontzagwekkende mengelmoes van schreeuwerige toeristen, norse diplomaten op te kleine vouwfietsen, donkere vrouwen met felgekleurde omslagdoeken en dronken bedelaars met ieder een eigen portiek. Deze stad puilt aan alle kanten uit. Ze helt over, letterlijk, want wie goed oplet kan zich oriënteren aan de lichte glooiing van het centrum. Of je naar boven of naar beneden loopt doet er overigens niet echt toe: de mensen aan wie je voorbijgaat, zien er allemaal uit alsof ze nooit iets anders hebben gedaan dan vals plat omhoog leven. Brussel is een picknick op asfalt waar iedereen genoegen meeneemt, omdat men vergeten is hoe echt gras eruit ziet, hoe het ruikt. Wat ik daar zo mooi of op zijn minst zo interessant aan vind, zal ik bij thuiskomst met liefde nog een keer proberen uit te leggen.
Lotte Lentes schrijft proza. Ze schreef eerder voor De Titaan, De Optimist, Trouw en Tijdschrift Ei en in 2014 werd ze tweede tijdens de finale van Write Now! Ze is de tweede helft van literair duo Arts en Lentes, waarmee ze performances maakt op het snijvlak van theater en literatuur. Lotte presenteert op de vrijdag van het festival, 27 november, haar chapbook. Kaarten koop je hier. Het volgende blog is van Jelko Arts en Marjolein Visser, en verschijnt hier op 29 oktober.
Post van Helena Hoogenkamp - deel 2
In deze rubriek lees je de posts van een van onze schrijvers. Helena Hoogenkamp bijt het spits af met een verhaal in drie delen. Deel 1 verscheen vorige week, om het geheugen even op te frissen hier de laatste regels:
“Ik moet alleen nog die heldin. Wil je zien wat je kunt winnen?” Ik schud mijn hoofd maar Vief slaat het tijdschrift al open. Het plafond huilt pleisterkalk. Purschuim en stof landen op Viefs haar, blijven hangen in de blonde haartjes op haar armen. “En ik hoef niet eens de hoofdprijs.” Ze hoest. “Dat is een vakantie. Denk je dat ik meer kans maak als ik op de antwoordkaart schrijf: ‘Laat die Malediven maar zitten, doe mij maar gewoon de waterkoker?’” Ze doet een stap terug voor de plafondlamp die op de plavuizen uiteen spat. “Of..” Vief bloost, “de krultang?” Het bed van mijn ouders hangt met zijn voorpoten door het gat, recht boven haar hoofd. Barst - deel 2 “Kijk uit Vief!” gil ik. De laatste keer dat ik gegild heb was op een speelplaats, het klonk veel te hard voor hoe leuk het was. Vief laat van schrik het tijdschrift vallen. Het valt open met de modellen naar boven. Je kunt oren niet dichtknijpen zoals ogen. “Hé, wat is er?” Ze komt op de rand van de bank zitten, op een afstand die doet vermoeden dat ze geen kinderen heeft. Door mijn tranen heen kijk ik naar Vief en ontdek dat ze me aankijkt. Haar blik is twee delen angst met daarachter iets anders, een oeroud gezicht van botten dat de noodkreten van soortgenoten niet kan negeren. “Het schijnt dus helemaal niet slecht te zijn voor je haar, hè?” “Wat?” hik ik. “Als je eerst een serum of een olie in je haar masseert, kan het goed tegen de hitte en houdt de krul ook langer.” Mijn moeder draagt haar steile haar als een kroon van beschaving. Ze bewaart een zak kersenpitten aan het voeteneind van haar bed. Vaak kust ze me goedenacht en komt ze daarna nog een keer naar beneden met de kersenpittenzak, die ze moet opwarmen in de magnetron voor een goede nachtrust. De tweede keer groeten we elkaar plichtmatig, het moederschap zat in die eerste zoen. Mijn moeder sluipt voorbij met een afgewend hoofd, zak magnetron-kersenpitten in de hand. Die zak rolt nu van het almaar verder schuivende bed, barst open op de grond. Koude kersenpitten springen met vrolijke tikjes in het rond. Ik haal diep adem. “Vief?” Ze veegt wat scherven met haar voet opzij. “Ja?” “Ik heb op mijn kamer iets.” Ze lacht: “Stof?” Het krakende bed springt naar voren. Ik wacht tot ze doodgaat. “Sorry, flauw, vertel.” Het bed blijft ergens achter haken. “Wat voor iets ligt er op je kamer?” Ik zeg heel snel, in één adem, zonder haar aan te kijken: “Een kinderboek met oorlog. Er staan verhalen in over Grieken, de mannen hebben korte namen maar de vrouwen lange.” Het is stil in de straat. Mensen die elkaar passeren met hun honden zeggen niets, knikken voorzichtig zodat hun kraag nauwelijks op en neer gaat. De bomen willen de wind niet laten schrikken. Heel in de verte kan ik iemand horen knipperen. “En jij denkt dat die heldin daarin staat?” Arme platgetrapte peer. “Ik hoop het.” Vief gaat staan en bukt zich. Teder pakt ze het tijdschrift op en strijkt het glad. “Hier, hou dit vast. Waar staat dat boek?” “Ga je het halen?” Ze legt het tijdschrift naast mijn hand op de bank. “Zo terug.” “Vief?” Bijna glijdt ze uit over een kersenpit die gemeen onder haar schoen glijdt. Vief grijpt zich vast aan de deurpost en kijkt lachend om. “Vief, zul je voorzichtig zijn op de trap?” “Tuurlijk lieverd,” Ze schrikt van zichzelf. Ze zegt: “Weet je wat? Ik haal eerst even de was uit de machine en het bed van je ouders af.” Dan verdwijnt ze en stort alles in. Helena Hoogenkamp schrijft poëzie, proza en theater. Helena is een van de schrijvers uit Wintertuins agentschap.