BLOGSPOT
Hallo lieve bloggers,
Vorige week maandag 24 november zijn wij de week gestart met een gastcollege voor het vak conceptontwikkeling. Een gastcollege met niet één spreker, maar wij kregen er wel twee! De twee heren, Jaap Toorenaar en Micheal Kouwenhoven hebben ons deze middag aandachtig laten luisteren naar een hoop nieuwe, maar interessante onderwerpen met betrekking tot het vak conceptontwikkeling. Heel bijzonder eigenlijk, want het is best een kunst om onze klas stil te krijgen (haha).
Onze eerste gastspreker was Jaap Toorenaar. Een wat oudere man, die wat uitstraalde van het beeld wat de mens heeft bij het horen van het woord ‘nerd’. Dit is totaal niet beledigend bedoeld, maar ik verwachtte niet dat zo’n type man tekstschrijver en creatief directeur zou zijn. Deze functie heeft hij gekregen bij het bedrijf ARA, een creatief, interactief communicatiebureau. Naast deze baan is hij ook nog columnist. Na zijn middelbare school, is hij gestart aan de lerarenopleiding. Vervolgens is hij de reclame wereld ingerold, wat hem eigenlijk zeer goed is bevallen. Tijdens zijn werk heeft hij zich vooral bezig gehouden met de volgende vraag: “Waarom blijft de ene slagzin beter hangen dan de andere?”. Nadat hij wat onderzoek had uitgevoerd, kwam hij achter een paar antwoorden. Je moet bij het maken van een slagzin namelijk rekening houden met een zin waarbij mensen moeten nadenken. Je moet mensen confronteren met iets wat ze niet kennen, iets waar ze over moeten nadenken. Lucky Luuk sneller dan z'n schaduw, kan dat wel?! Op deze manier blijft je slagzin langer hangen bij de mensen en dat is wat je wilt bereiken. Maar nog belangrijker is les één in het reclamevak, vermijdt clichés! Gebruik geen woorden als kwaliteit, betrouwbaar en genieten. Je moet juist gekke woorden gebruiken, hoe gekker hoe beter. Kijk maar naar ‘Retteketet naar Beterbed’. Nog een creatieve manier om anders te zijn dan anderen, door woorden te vertalen naar beeld. Een goed voorbeeld hiervan is van de overheid. Zij wilde de bevolking van Nederland een belangrijke boodschap meegeven, die bij hen bleef hangen en waar zij vervolgens over na moesten denken. Het volgende kwam daar uit: een wereldbol als kaars, die langzaam op brandt. Je moet creatief zijn wil je je voor een langere tijd onderscheiden bij je doelgroep. Het leuke hieraan is dat creatief zijn, enorm breed is. Bij het bedenken van een idee, ook wel concept genoemd, moet je weten dat reclame vraagt om grote eenvoud aangezien grote aantallen mensen het moet begrijpen. Een goed idee is samen te vatten in 3 of 4 zinnen ( "grote ideeën zijn kleine ideeën" ). Daarbij stelde Jaap ons de volgende vraag: “Wat inspireert jou?” Hij zei: “Probeer niet vanuit de doelgroep te denken, maar denk aan wat jij leuk vindt. Als jij het leuk vindt, vinden anderen het waarschijnlijk ook leuk.”
Onze tweede gastspreker was Micheal Kouwenhoven. Een oud student van de hoge school Rotterdam. Na zijn studie wilde hij iets doen met creativiteit. Hij had een grote passie voor digitaal werk. Zo is hij in 2009 gestart met Pop the Campaign, dat hij zag als een groot inspiratiebron om zijn energie in te steken. Momenteel is hij senior art director bij een eigen fabricaat, een dochteronderneming van Tribal DDB in Amsterdam. Micheal heeft ons meegenomen door het gehele proces wat erbij komt kijken wanneer je een concept wilt ontwikkelen. Je begint met een briefing, dit is het startpunt van je creatie. Het beste is om zelf met de klant aan tafel te zitten. Hierbij staan twee taken centraal, analyseer de vraag en analyseer de klant. Vergeet hierbij niet “clients are fucking idiots”. Bereid je bij een briefingsessies goed voor en wees slimmer dan de klant. Hoewel je best vragen mag stellen, want een briefingsessie zonder vragen bestaat niet. Daarnaast moet je je contactmomenten goed benuten, want je hebt er maar 2 soms 3. Vervolgens ga je over op een debriefing. Een echte ‘no go’ is de klantvraag herhalen. In een goede debriefing worden keuzes gemaakt, die je vervolgens aan de klant voorlegt voor zijn mening. Houd je hierbij niet in, “Have the guts to make choices”. Voordat je werkelijk begint met conceptontwikkeling, moet je eerst een strategie hebben. Hierbij draait alles om goede inzichten. Wanneer je deze hebt gevonden kan je beginnen aan de brainstormfase en conceptfase die conceptontwikkeling tot stand brengen. Belangrijk om te weten is dat conceptontwikkeling geen activiteit is, maar een proces.“Elk concept begint met een gesprek”. Daarbij schrijf je alles op, maak hierbij een whitboard je beste vriend. Zo kan je later alles uitwerken naar een goed overzichtelijk verhaal. Vergeet alleen niet om in rationale te schrijven, omdat je dan bij de klant kan verantwoorden hoe je aan het idee komt. Tot slot zorg voor een presentatie en creër F.O.M.O. Dit staat voor fear of missing out. Geef de klant het gevoel dat ze niet zonder het bedachte concept verder kunnen!
Voordat ik naar dit gastcollege kwam, had ik totaal geen idee wat conceptontwikkeling nou precies inhield. Wat er allemaal bij komt kijken, daar had ik nog mijn vraagtekens bij. Ik ben een hoop te weten gekomen, wat ik erg interessant vind. Een concept is niet zomaar een idee, het is een idee waar veel werk aan vooraf gaat en hoe creatief je ook bent je moet tijdens dit proces wel rekening houden met wat de wensen zijn van de klant. Wat ik tijdens dit college echt heb geleerd, is dat jij best een eigen ingeving mag hebben in de wensen van de klant. Daarnaast ben ik me van de volgende quote bewust geworden: ‘De leukste ideeën ontstaan, als er niet om gevraagd wordt”. Dit ga ik zeker meenemen in de praktijk, omdat ik vaak onnodig tijd verspil aan het bedenken van een idee. Ik als leerling communicatieprofessional heb veel opgestoken van dit gastcollege en ik weet nu hoe ik het best kan handelen bij conceptontwikkeling. Daarnaast kijk ik er erg naar uit, om tijdens de praktijklessen van conceptontwikkeling te ontdekken of hier misschien mijn roeping ligt.











