‘Bij geen enkele sport is de dood zo dichtbij als bij het wielrennen.’ Deze woorden –in ieder geval woorden van gelijke strekking, het is alweer een aantal jaar geleden-  sprak sportjournalist Edwin Winkels in een uitzending van de Avondetappe.
Aan deze uitspraak heb ik vaak gedacht tijdens het lezen van het boek ‘De Val’ van Matthias Declercq. Hierin wordt het verhaal verteld van vijf renners uit de omgeving van Gent, trainend op het jaagpad langs de Schelde, allen met hetzelfde doel voor ogen: profrenner worden.
Het is ongelofelijk met hoeveel ongeluk de jongens te maken krijgen. Het noodlot slaat in dit boek zo vaak toe, dat ik het in het geval van fictie halverwege dicht zou klappen. Helaas zijn de verhalen in dit boek waargebeurd.
Het boek opent met het verhaal van Dimitri de Fauw, en blijft me het meeste bij. Ook het Holland Sport van Wilfried de Jong heeft er ooit een uitzending aan gewijd, omdat het zo in en in droevig is.
Het is zaterdagnacht, 26 november 2006. Op de wielerbaan ’t Kuipke in Gent haakt het stuur van Isaac Galvez in dat van Dimitri de Fauw, ookwel bekend als Tarzan, de stoere held van ‘t Kuipke.
In elkaar hakende sturen, dat gebeurt wel vaker op de wielerpiste. Dit keer loopt het echter slecht af. Beide mannen worden gekatapulteerd richting de balustrade, waarbij Galvez een aantal ribben breekt. Een daarvan perforeert zijn hart. Isaac Galvez overlijdt diezelfde nacht.
Omstanders proberen Dimitri ervan te overtuigen dat hij niets aan het ongeval kon doen. Maar Dimitri is in shock. Het is alsof in het hoofd van Dimitri ook twee sturen in elkaar zijn gehaakt: die van de onbevangenheid en het schuldgevoel. ‘Het is mijn schuld’, is het enige wat Dimitri nog uit kan brengen.
Tot overmaat van ramp publiceert de krant Het Laatste Nieuws een aantal maanden later een interview met een anonieme bron, waarin een boekje wordt open gedaan over vermeend dopinggebruik binnen de Quick Step ploeg, de oude werkgever van Dimitri de Fauw.
In de wandelgangen gaan stemmen op dat Dimitri de anonieme bron is. Hij beweert dat zijn antwoorden zijn verdraaid en dat hem woorden in de mond zijn gelegd. Maar de wielerwereld is meedogenloos voor renners die de omerta verbreken. Vanaf dat moment is Dimitri de Fauw persona non grata.
Dimitri probeert zijn weg terug te vinden in het peloton en in zijn dagboeken vraagt hij Isaac Galvez om hulp: ‘Isaac, wil je morgen met me meekoersen...en samen naar de titel rijden zoals jij deed. Kom bij me, help en steun me ook!’
Maar Dimitri komt nooit meer terug op zijn oude niveau. In zijn dagboek schrijft hij: ‘Er scheelt terug iets in ’t kopke. Voel me niet goed in vel, kan me niet verzorgen! (...) Aan wat ligt het? Veel aan mezelf!!’
Dimi’ke zakt steeds verder weg in het drijfzand in zijn hoofd. Hij komt er niet meer uit en stapt op 28-jarige leeftijd uit het leven. De Tarzan van ’t Kuipke verloor op de fiets zijn evenwicht en daarmee ook het evenwicht in zijn hoofd.