“Joni!” Ik kijk verschrikt op als ik mijn naam hoor. “Ik weet niet waar jij met je gedachten zat?” Mijn collega kijkt me lichtelijk verbaasd aan terwijl ik wegkijk van de smeulende sigarettenpeuk die ik eerder op de grond heb gegooid. De sierlijk kronkelende rook had voor een volle minuut mijn aandacht en ik staarde als een bezetene naar de grond. Moet er bijzonder uitgezien hebben. “Ja, sorry.” zeg ik volledig onterecht. “Was even uitgeschakeld.” “Je pauze is al ff voorbij hè? Ik zou maar snel naar binnengaan voordat die Dikke terug is.” zegt mijn collega met een grijns op zijn gezicht. “En hoezo rook je nog steeds, ezel?” Mijn collega stapt vanuit het deurkozijn terug naar binnen terwijl ik de tegels van de restauranttuin bekleed met een smerige rochel. Ruikend naar een melange van Red Bull en tabak keer ik terug naar mijn werkplek. Sinds een drie maanden werk ik in de keuken van het Italiaanse restaurant op de hoek. Sapori heet het. Ik was klaar mijn krantenwijk en de krantenwijk met mij. Onze relatie was kortstondig en saai. Vandaar dat ik een carrièreswitch heb gemaakt naar de culinaire sector. Ik werk nu als afwasser en dat is ook saai. Het voordeel is dat ik warm binnen sta in plaats van in de kou buiten fiets, en ik kan onbeperkt mozzarella naar binnen proppen. Love it. De sfeer in het restaurant is zowel voor als achter de schermen leuk. Er hangt een gemoedelijke sfeer en de Italiaanse tunes vullen de stilte op. In de keuken is het ook altijd lachen. De koks zijn vaak elkaar aan het kloten of ze imiteren de Dikke. Zo noemen we mijn baas die ook veel mozzarella naar binnen heeft gepropt. Hij is een echte rasondernemer. Dit is zijn derde restaurant en zijn manier van zakendoen is bewonderenswaardig. Hij ziet kansen waar anderen ze laten liggen. Bovendien hij is een lul, dat moet je ook wel zijn om een drietal succesvolle restaurants op te zetten. Je moet schijt hebben aan wat anderen van je denken. Je moet iemand zonder schuldgevoel voor ‘achterlijke mongool’ kunnen uitschelden als diegene een bord laat vallen op de witte tegelvloer in de keuken. Om maar een voorbeeld te noemen. De Dikke maakt graag aan me duidelijk dat ik een groentje ben in het vak. Hij vindt dat ik mijn strepen nog moet verdienen en dat iedere gerespecteerde chefkok als afwasser begonnen moet zijn. Je kunt je plek bovenaan de rots pas claimen wanneer je eerst onderaan hebt gestaan, terwijl je ondergeplast wordt door de meer ervaren medewerkers. Ik sta op dit moment dus tot mijn enkels in de plas van mijn collega’s, maar het is altijd nog beter dan mijn krantenwijk. Ooit heb ik de Dikke gezegd dat ik graag mezelf zou ontwikkelen in de culinaire wereld. Het snijwerk lijkt me vooral leuk. Een mooie snijtechniek ziet er indrukwekkend en zelfverzekerd uit vind ik. Het vlijmscherpe wapen met totale beheersing gebruiken is een skill die ik graag wil bezitten. Thuis heb ik stiekem al wat geoefend op een ui, maar met die botte messen van mijn moeder blijft een mooi eindresultaat uit.
Terwijl ik op de achtergrond mijn collega’s hoor lachen om flauwe keukenhumor doe ik wat ik de afgelopen drie maanden heb gedaan. Ik sta in de hoek van de keuken vaat te schrobben en buiten het feit dat ik nog niet echt bij de harde kern hoor, sta ik ook nog eens afgezonderd van de groep. Ik wacht nog steeds op het moment dat ik de vetste opmerking van de dag maak zodat iedereen beseft dat ik geen kneus ben. De dag duurt lang. Ik voel de vermoeidheid in mijn ogen branden en laat mijn ogen even dichtvallen en het voelt goed. Langzaam open ik ze weer en het felle keukenlicht komt hard binnen. Een grote geeuw met bijpassend geluid verlaat mijn mond. Enkele gaaptranen vormen zich in de hoeken van mijn slaperige ogen. “Ja hallo!” buldert de Dikke. “Ik betaal je niet om te slapen hier hè!” Ik schrik me de tyfus. “Nee sorry, Gijs, heb het even zwaar.” zeg ik eerlijk. “Als je klaar bent met deze batch kun je wel ff die bak uien snipperen, gaat dat lukken? Laat maar eens zien wat je in huis hebt. En als je moet janken wordt het trakteren hè!” Ik voel de energie ineens terugkeren in mijn lijf. Eindelijk kan ik iets anders dan die verdomde afwas, die afwas die me de afgelopen 3 maanden totaal hersendood heeft gemaakt. Bij elk bord stierven er honderden hersencellen en werd ik een stukje simpeler. “Natuurlijk kan ik dat, geen probleem!” zeg ik met een zelfverzekerde lach op mijn gezicht. “Thanks, Gijs!” Ik droog mijn handen af nadat ik de laatste batch heb afgewassen. Nonchalant probeer ik naar de bak met uien te lopen, midden in de keuken. Het voelt alsof ik een tjokvol voetbalstadion binnenloop waarbij alle ogen op mij gericht zijn en het publiek mijn naam scandeert. “Snipper die uien, Joni, oh, oh, Joni!” zingen ze in koor, terwijl ze met vlaggen zwaaien. Mijn fantasie slaat weer eens ouderwets op hol. Het zijn maar uien, de tering. Ik voel de ogen van mijn meer ervaren collega’s branden in mijn rug, of verbeeld ik me dit maar? Met een licht trillende hand pak ik een mes van de magneetstrip op de muur. Het voelt zwaar en het handvat ligt perfect in de hand. Dit komt goed.
Ik begin de uien te snipperen en merk dat mijn zelfvertrouwen met de seconde groeit. Als ik om me heenkijk merk ik dat mijn collega’s zijn druk bezig met hun eigen werk, wat mijn hartslag wat doet verlangzamen. Ik kan dit, dit heb ik vaker gedaan. De berg met gesnipperde delen ui groeit en ik ben tevreden met de dikte van de stukjes. Netjes Joni, netjes. Ik lach om een grap van een collega en vul hem gevat aan. De rest lacht ook. Fuck, dit gaat lekker.
Achter me hoor ik een luide knal. Scherp en blikkerig, maar bovendien gruwelijk hard. Tegelijkertijd voel ik een stekende pijn door mijn lijf schieten. Zo’n pijn waarvan je instant misselijk wordt. Ik voel dat ik controle verlies over mijn evenwicht. Alles wordt raar en geluiden komen anders binnen. Ik snap er niks van. Ik begin te zweten en merk dat het zwart voor mijn ogen wordt. Alles gaat snel, of juist langzaam. Ik ben in de war en de war is in mij. Ik val op de grond en het vingerkootje dat ik zojuist van mijn hand heb gesneden valt naast me neer. Het laatste wat ik zie is de braadpan die sous-chef Léon op de harde tegelvloer heeft laten vallen.











