Maandagmorgen
Slappe praat bij het koffiezetapparaat alleen de koffie zelf is slapper

Game Changer & Make Some Noise

oozey mess
KIROKAZE
noise dept.
Keni
YOU ARE THE REASON
No title available

No title available

#extradirty
Monterey Bay Aquarium

shark vs the universe
Lint Roller? I Barely Know Her
let's talk about Bridgerton tea, my ask is open

if i look back, i am lost
Cosimo Galluzzi
The Stonewall Inn
Phantogram Three

izzy's playlists!
Fai_Ryy
almost home
seen from Germany
seen from United Kingdom

seen from Türkiye
seen from Türkiye
seen from Albania
seen from Bangladesh
seen from Brazil

seen from United States
seen from Türkiye

seen from Canada

seen from United States

seen from United States

seen from Canada
seen from United Kingdom
seen from Canada

seen from United States

seen from Senegal
seen from Peru
seen from United States

seen from United States
@adamreal-blog1
Maandagmorgen
Slappe praat bij het koffiezetapparaat alleen de koffie zelf is slapper
Koken met vuur
Het begint met de juiste voorbereiding. De juiste ingrediënten. De juiste planken. De juiste messen. De juiste kommen. De juiste pan. Hij begint niet voordat hij alles om zich heen heeft verzameld om van het koken dat voor hem ligt een succes te maken. Zijn de planken schoon? Zijn de messen scherp? Zijn de groenten gewassen en heeft het water gekookt? Leunend met één hand op de hendel van de ijskast en de andere hand op de rand van het aanrecht gaat hij zijn kookstation af en stelt hij zijn vragen. Niet hardop maar in zijn hoofd.
Check. Alles staat klaar. Ook hij staat klaar. In de startblokken. Hij bepaalt zelf wanneer hij begint aan zijn zo geliefde spel. Zijn race tegen de klok, de elementen, de ingrediënten en de smaak. Alles moet samen komen wanneer hij door het finishlint breekt en het resultaat serveert. Hij zet één stap naar achter, weg van het aanrecht en fornuis. Nog één keer glijdt zijn blik systematisch van links naar rechts over de culinaire werkbank. Als hij aan de rechterzijde van zijn voorbereiding belandt, snuift hij een diepe teug zuurstof door zijn neusgaten zijn longen in. Zijn borst zet uit en met een energieke zucht duwt hij de gefilterde lucht weer naar buiten.
De strijd is begonnen!
Hij pelt en snijdt. In dunne reepjes en perfecte blokjes. Hij perst en raspt. Voor sap, pulp en zeste. Hij fruit, grillt, bakt en blancheert. Alles in de juiste volgorde en alles met eenzelfde vuur in zijn ogen als onder de pan. Stoom en rook stijgen op uit de pannen en vullen de lucht. De afzuiger verstaat zijn vak niet en laat het geheel de vrije loop. De temperatuur stijgt in rap tempo en het zweet staat hem al gauw op het voorhoofd en onder de armen. Het kan hem niet afleiden. Hij is in zijn element en hij roert, prikt en proeft alsof de temperatuur en het zweet hem niet deren. Hij is er bijna! Hij slurpt de te hete vloeistof van zijn lepel, brandt zijn tong en gehemelte maar weet toch een gebrek aan specerijen te ontdekken in het geheel. Met een snelle beweging grijpt hij zonder te kijken de pepermolen van het aanrecht en voegt met finesse nog wat gemalen korrels toe aan het gerecht als zijnde de finishing touch. Nog één keer proeven. Hij sluit zijn ogen en slurpt met getuite lippen de brandgevaarlijke vloeistof naar binnen.
"Ah" zucht hij voldaan.
Tevreden schept hij zijn kunstwerk vanuit de pan op de borden. Dan vliegt met een klap de deur van de keuken open! Nog voordat ze een stap over de drempel heeft gezet roept ze, al kijken naar het totale tafereel:
"Jeetje, wat een slagveld".
Ze stapt het slagveld op, geeft hem een liefdevolle kus op zijn wang en fluistert hem in zijn oor:
"Maar het ruikt wel heerlijk schat" .
Gevoerd
Met grote stappen baant ze een weg door de herfstwind. Gedecideerd haar kin omhoog en haar armen in grootse bewegingen zwaaiend langs haar lichaam. Het geluid van langs elkaar schurend waterafstotende stoffen waar haar mouw langs haar heup zwiept maakt het geheel tot een ritmische verschijning. Ze is gekleed op het weer en tevens goed gemutst, met een capuchon op. Felle kleuren van haar outfit steken af tegen de grauwe lucht en trekken haar los van de gelatenheid van het getij. Ze heeft duidelijk een doel voor ogen.
In haar linkerhand een plastic zak. Ze houdt hem stevig vast bij de bovenzijde, aan de nek, die tot een tuut is gedraaid. De zak gesloten en de inhoud veilig onderweg naar de plaats van bestemming. Een regendruppel daalt neer en besluit precies op de punt van haar neus uiteen te spatten. Ze schrikt even op. Even afgeleid van de missie. Ze kijkt naar beneden, en vervolgens strak omhoog. Het is moeilijk te zien als ze omhoog kijkt, maar ze ziet dat de druppel op haar neus niet alleen was. Er volgen er meer, waarvan er direct nog enkelen op haar gezicht landden. Om haar heen komt het geritsel op van de druppels die niet op haar gezicht landden maar op tegels, asfalt en een enkele kunststof prullenbak. Met een ruk drukt zij haar kin weer naar beneden.
Geen tijd om je bezig te houden met de futiliteit van een druppel water die uit de lucht komt gestort; zo lijkt zij zich te realiseren. Haar blik keert terug naar de denkbeeldige stip aan de horizon dat haar tot noch toe had geleid. De pas wordt hervat en het ritme keert terug, alsof het plotselinge intermezzo een weloverwogen beslissing was, dat perfect past binnen de symfonie. Haar grip om de hals van de zak is steviger geworden en haar passen met nog meer overtuiging dan voorheen.
Dan komt ze aan bij het water. Bij de plas die zij in haar hoofd al had gezien, had verbeeld. Het ritme komt tot een halt en de symfonie wordt gereduceerd tot het geruis van de druppels die op de omgeving kapotslaan. Haar benen staan stevig in de grond geplant en haar kin prijkt recht vooruit, als blijk van haar overtuigde trots. Ze is er.
Het water komt niet exact overeen met het water uit haar gedachten maar dat vindt ze niet erg. Dat is niet het belangrijkste van vandaag. Vandaag draait het om de inhoud van de plastic zak en de inhoud van het water. Niet om de exacte overeenkomst tussen haar gedachten en de realiteit. Verderop, op een meter of zes, wellicht zeven, dobbert een gezelschap eenden op het wateroppervlak. Ze hebben haar allang gezien en volgen haar geruisloos met hun blik. Niet wetend in welke hoedanigheid zij zich bij de rand van hun tijdelijke habitat begeeft.
De grip van haar linkerhand om de gedraaide hals van de zak wordt losser en met haar rechterhand ondersteunt ze de onderkant. De hals wordt een opening. Ze pakt de bovenste van een stapel uitgedroogde, tot korrelig verworden lichtbruine boterhammen en trekt hem tevoorschijn uit de plastic zak. Een enkele eend ziet de boterham voor wat het is en maakt aanstalten in haar richting. De anderen zijn geschrokken van haar actieve beweging en hebben zich in tegengestelde richting gekeerd, klaar om een aanloopt te nemen, de vleugels uit te slaan en het wateroppervlak te verruilen voor de wolken.
Ze zwiept haar arm in een ruk naar achter, haar bovenlichaam half geroteerd terwijl haar voeten stevig in de grond staan geplant. Als een katapult die zorgvuldig onder spanning is gezet stokt haar lichaam wanneer haar arm zich gestrekt schuin achter haar lichaam bevindt. In haar hand bungelt de oude boterham die in het moment van stilstaan enkele regendruppels opvangt en opneemt in de vezels van het sneetje. Het moment is daar. Ze is klaar om de boterham het water in te werpen en de groep eenden te tonen waarvoor ze is gekomen.
Haar lichaam komt in beweging. De roterende beweging van haar bovenlichaam wordt weer in gang gezet en de hand met daarin de lichtbruine boterham maakt een zwierige slinger om het lichaam heen richting het water. Ze maakt zich op om de boterham los te laten en met een uitgerekende boog in het water te zien belanden. Maar nog voordat zij goed en wel op dat punt is beland klinkt een oorverdovende krijs. De capuchon van haar felgekleurde regenjack had het meisje haar zicht zodanig beperkt dat zij de meeuw nooit aan had kunnen zien komen. De meeuw kwam met een noodvaart neergedaald en had zijn duikvlucht zo subliem getimed dat hij precies op dát moment, vlak voordat de boterham uit het meisje haar hand werd gelanceerd, het sneetje lichtbruin in zijn snavel plantte. Het meisje beseft niet direct wat er gaande is maar schrikt zo van het geluid en de plotselinge verschijning van het gevleugelde monster dat zij haar grip op de boterham volledig opgeeft en haar keel openzet voor een minstens even oorverdovende gil. De meeuw schrikt op zijn beurt van het geluid, wijzigt, met de volledige boterham in zijn bek, van koers en slaat daarbij achteloos met één van zijn vleugels het meisje in haar gezicht. De plastic zak valt met een smak op de grond en de eenden wenden zich geschrokken af van het tafereel. Tranen rollen over haar wangen terwijl ze zich zichtbaar aangeslagen, met een ruk omdraait.
De meeuw is inmiddels tot onbereikbare hoogte gerezen om al vliegend zijn vangst te verorberen. En terwijl hij zijn boterhammetje eet produceert hij een lach zoals alleen meeuwen die kunnen produceren.
Ontroostbaar keert het meisje huiswaarts. Als haar moeder vraagt waarom ze zo overstuur is, wat er is gebeurd bij het eendjes voeren, schreeuwt het meisje hevig snikkend "STOMME EENDEN!"
Terug bij de vijver is de groep eenden zich dobberend van geen kwaad bewust.