Het heeft even geduurd, maar hier dan mijn vierde blog. Dit keer met als onderwerp: volksvertegenwoordiging. Ik ben in twijfel..., want wanneer vertegenwoordig je nu eigenlijk het volk? Hoe doe je dat? En zou het op lokaal niveau misschien ook iets voor mijzelf kunnen zijn? Laat ik eerst maar eens op landelijk niveau van wal steken.
In Nederland kennen we de nodige politieke partijen en op één van die partijen brengen wij in principe eens in de vier jaar - de laatste jaren ligt de frequentie iets hoger - onze stem uit. Wij geven een partij het vertrouwen, omdat wij denken dat die partij onze belangen het beste kan/zal behartigen. Vervolgens komen er in totaal 150 mannen en vrouwen in de Tweede Kamer en gaan de winnende partijen met elkaar om tafel om te proberen een regering te vormen. Die regering wil graag een meerderheid in de Tweede Kamer achter zich hebben om hun plannen uit te kunnen voeren.
De VVD en PvdA hebben elkaar de afgelopen keer in dat proces gevonden, maar hebben slechts een krappe meerderheid in de Tweede Kamer. In de Eerste Kamer is er überhaupt geen meerderheid te bekennen. De verwachting was dat dit niet tot noemenswaardige problemen zou leiden, maar daar blijken ze zich toch ietwat in te hebben vergist...
Door het gebrek aan rugdekking moet er door de regering constant gezocht worden naar een compromis en dat geeft de oppositie ontegenzeggelijk - en in mijn ogen ook terecht -een belangrijke stem in het hele verhaal. Helaas worden de discussies eerst uitgebreid gevoerd via de media. Iedereen heeft een mening, plannen wijzigen met de dag en de burger staat daarbij als vertwijfeld toeschouwer aan de zijlijn.
Daar ligt de kern van mijn twijfel. Moet een volksvertegenwoordiger keihard staan voor de punten van zijn/haar partij of moet hij/zij breder durven kijken naar wat er nodig is om ook met andere partijen verder te komen? Mij bekruipt regelmatig het gevoel dat bij onze volksvertegenwoordigers de partijpolitiek voor alles gaat. Vooral de oppositie lijkt zich alvast in de “markt” te positioneren voor het geval het zittende kabinet de rit niet uitzingt.
Het gaat op economisch gebied - op zijn zachtst gezegd - niet zo denderend met Nederland. Het regent faillissementen, de huizenmarkt ligt op z’n gat, het aantal werklozen groeit schrikbarend en zo kan ik nog wel even doorgaan. Wij, als burger, maken ons zorgen over ons pensioen, ons werk en/of onze baan. Op dit moment loopt de gemiddelde Nederlander denk ik niet over van vertrouwen in de toekomst. De wispelturige plannen en berichtgeving uit Den Haag dragen niet bij tot een herstel van het vertrouwen.
Wat mij betreft is de huidige situatie het moment om de handen ineen te slaan en te onderkennen dat wij in Nederland serieuze (economische) problemen hebben en dat die problemen breed gedragen moeten worden aangepakt! Dat toevallig de VVD en PvdA regeren wil niet zeggen dat er vanuit de andere partijen niet ook opbouwend een steentje mag worden bijgedragen. Juist bij een regering bestaande uit twee uitersten (rechts en links) moet er toch ergens in het midden een breed draagvlak te vinden zijn? Het grote voordeel van breed gedragen plannen is dat deze ook minder uitnodigen om in de toekomst weer uitgebreid aan te gaan sleutelen. Dat schept duidelijkheid en geeft de burger vertrouwen!
De politieke partijen hebben in dit proces wat mij betreft dus een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Niet in de laatste plaats omdat wij hen hebben gekozen als onze volksvertegenwoordigers. En iedereen - zowel arm als rijk - is toch gebaat bij een Nederland met economisch de wind in de zeilen!?
Misschien zie ik het allemaal wat te abstract en te makkelijk en moeten politici juist keihard knokken voor hun politieke idealen en hun achterban. Vandaar ook mijn twijfel. Toch zou ik persoonlijk graag zien dat de politieke partijen in Den Haag, zoals dat zo mooi heet, over hun eigen schaduw heenstappen! Dat zou wat mij betreft getuigen van verantwoordelijkheidsbesef en realiteitszin. Dat de problemen niet zonder slag of stoot opgelost kunnen worden begrijp ik best. Toch is dit wel het moment om structurele keuzes te maken voor de toekomst, zowel op het gebied van de overheidsuitgaven als de overheidsinkomsten. Als dat op een weloverwogen en breed gedragen manier gebeurt, zal ik daar net als ieder ander vast ook de pijn van voelen, maar voel ik mij wel serieus vertegenwoordigd!
Dan nog kort over mijn eigen politieke toekomst. Een aantal werkzame jaren als gemeenteambtenaar hebben mij geleerd dat de politiek een complexe wereld is en dat die wereld ook zeker niet altijd rationeel te beredeneren is. Het politiek aspect binnen een gemeente maakt ook dat doorlooptijden soms behoorlijk lang kunnen zijn. Vaak is het niet zo dat ambtenaren niet willen, maar er spelen bij besluitvorming ook vaak andere (politieke) belangen. Eerlijk gezegd ben ik sinds die tijd een stuk minder uitgesproken in het maken van verwijten richting een gemeente. De ambtenaren en het politieke bestuur doen over het algemeen hun best om zaken geregeld te krijgen, maar hebben daarbij ook te maken met tal van externe factoren. Op die factoren is niet altijd even makkelijk vat te krijgen...
Het viel mij eerlijk gezegd destijds als ambtenaar niet altijd mee om aan die cultuur te wennen, maar toch kriebelt het de laatste tijd wel om actief iets bij te dragen aan de gemeente. Alleen in de toekomst dan vanuit de politieke kant. In de rol van raadslid wellicht? Ik ben in elk geval politiek betrokken en heb daarover zoals jullie hebben kunnen lezen ook wel een mening.
Op dit moment verkeer ik nog in het stadium dat ik mij eerst maar eens moet oriënteren bij welke politieke partij ik mij op hoofdlijnen en als persoon het beste vind passen. Als ik daar mijn mening over heb gevormd wil ik eerst gewoon eens lid worden, kijken hoe het er binnen zo’n partij aan toe gaat en dan zien we wel verder. Wat voor mij wel vast staat is dat de politieke partij over een zekere flexibiliteit zal moet beschikken als de situatie daarom vraagt, maar dat zal jullie na het lezen van deze blog denk ik niet verbazen!
Na bijna twee maanden blog-stilte is het de hoogste tijd voor mijn derde blog. Deze keer met het thema: "Vertrouwen in het onderwijs". De afgelopen jaren heb ik vanaf de zijlijn meegemaakt hoe het reilt en zeilt in onderwijzend Nederland. Mijn vrouw is jarenlang (kleuter)juf geweest, maar heeft nu bijna een jaar geleden teleurgesteld het onderwijs moeten verlaten. Ze voelde zich meer en meer een administratief medewerkster en voelde zich niet gesteund door haar directie. De hoogste tijd om in deze blog enkele zaken aan te stippen die mij opvallen in het huidige onderwijs. Voor alle duidelijkheid: het is mijn mening en dat is niet per definitie ook de mening van mijn vrouw.
Laat ik beginnen twee definities volgens de van Dale:
vertrouwen: geloof in iemands goede trouw en eerlijkheid;
Eigenlijk alle onderwijzers en onderwijzeressen die ik ken zijn vanuit een bepaalde ideologie voor de klas gaan staan. Ik denk dat het een soort roeping is om aan kinderen kennis en vaardigheden over te willen dragen. Vanuit die gedachte lijkt geloven in de goede trouw en eerlijkheid van onderwijzend personeel eigenlijk een vanzelfsprekendheid te moeten zijn. Lijkt, want de realiteit is anders...
Volgens mij staan op dit moment in onderwijs de volgende zaken centraal:
administratieve vastlegging;
het tevreden houden van de onderwijsinspectie;
het tevreden houden van de ouders.
Inderdaad ik noem geen kinderen in deze opsomming. We leven in een wereld waarin hardnekkig wordt geprobeerd door middel van formulieren, procedures en inspecties kwaliteit te waarborgen. Als deze zaken voor elkaar zijn, is de kwaliteit van het onderwijs per definitie ook voor elkaar, toch ... ? Nou, ik vraag het me af. Volgens mij gaat het namelijk vooral ten koste van het kind.
Onderwijzend personeel wordt meer en meer belast met administratieve vastlegging en de tijd die ze daaraan moeten besteden gaat onvermijdelijk ten koste van de aandacht die ze kunnen besteden aan de kinderen. Het verhaal dat onderwijzend personeel zo veel vrije tijd heeft, kan wat mij betreft ook naar het rijk der fabelen. De weken dat mijn vrouw minder dan 40 uur met school bezig was, zijn op de vingers van één hand te tellen. Ook in de vakanties was ze vaak aan de slag met het bijwerken van de voortgangslijsten. Vele pagina's per kind en dat voor zo'n dertig kinderen. Het leek meer en meer een administratieve functie, zowel na als tijdens schooltijd.
Een kleine zijsprong: op de Pabo wordt iemand opgeleid tot onderwijzer(es). Ze leren daar vooral veel over het lesgeven, het didactische aspect. Aan andere zaken bijkomende zaken, zoals: de administratieve verplichtingen, het omgaan met ouders en het voeren van oudergesprekken wordt veel minder aandacht besteed. Na de Pabo word je vervolgens meteen in het diepe gegooid en "mag" je naast een klas ook de bijkomende zaken proberen te managen. Eigenlijk zonder specifieke begeleiding. Ik ken geen sector waar de begeleiding van nieuw personeel zo beperkt is en waar tegelijkertijd meteen zoveel verantwoordelijkheid op hun schouders wordt gelegd.
Terug naar het thema, want op scholen wordt ook met grote onrust uitgekeken naar het bezoek van de onderwijsinspectie. De onderwijsinspectie wordt niet gezien als een instantie die er op gericht is om (in de gezamenlijkheid) te komen tot een beter onderwijs. Terwijl dat toch het uiteindelijke doel zou moeten zijn!? Ik vraag mij trouwens ook af of de onderwijsinspectie zelf dat doel nog helder voor ogen heeft ...
Voor wat betreft het tevreden houden van de ouders: ouders worden steeds kritischer. De tijd dat ouders een reprimande door een onderwijzer aan hun kind werd becommentarieerden met: "Dan zul je het er wel naar hebben gemaakt", lijkt verleden tijd. Ouders klagen snel bij directies en ook de directies staan niet niet per definitie pal achter hun personeel. Tevreden houden van ouders lijkt een doel op zich geworden en ook het op peil houden van leerling-aantallen lijkt heilig. Eigenlijk is het een vreemde ontwikkeling, omdat de opvoedkundige taak juist meer en meer bij anderen dan de ouders komt te liggen. Ouders zijn tegenwoordig vaak twee-verdieners en daarmee verschuift ook de opvoedkundige taak onvermijdelijk naar scholen en de mensen die hun kinderen opvangen. Ter compensatie worden ouders extreem kritisch op de mensen die zich dagelijks bezig houden met de opvoeding en ontwikkeling van hun kinderen. Het afkopen van schuldgevoel?
Op alle fronten een chronisch gebrek aan vertrouwen dus. De onderwijsinspectie vertrouwt niet op de scholen, de directies vertrouwen niet op hun personeel of staan in elk geval niet pal achter ze en ook de ouders vertrouwen niet dat het onderwijzend personeel het beste voor heeft met kun kind(eren).
Ik vraag me af of deze tendens om te buigen is? De maatschappij lijkt meer en meer gebaseerd op wantrouwen. Er mogen vooral geen fouten worden gemaakt en als die wel worden gemaakt (alles is nu eenmaal mensenwerk) dan gaat het altijd om de schuldvraag en hoe in de toekomst iets dergelijks kan worden voorkomen. Gevolg: iemand wordt verantwoordelijk gehouden voor de gemaakte fout (lees: de zondebok is gevonden) en met een nieuw ontwikkeld formulier of nieuw ontwikkelde procedure wordt geprobeerd om in de toekomst fouten te voorkomen. Het spijt me, maar dat is echt een utopie ...
Ik roep op tot vertrouwen in mensen en meer specifiek in het onderwijzend personeel! Zij geven invulling aan een soort roeping en ik ben er van overtuigd dat nagenoeg iedereen zijn/haar stinkende best doet om de leerlingen zoveel mogelijk kennis en vaardigheden bij te brengen! Fouten zullen er altijd worden gemaakt en rotte appels zijn er ook altijd, maar laat daar het welwillend onderwijzend personeel, het onderwijs zelf en bovenal de kinderen zelf niet onder lijden!
In ons vak is "investeren" misschien wel één van de meest gebruikte woorden. Ondernemers hebben regelmatig bedrijfsmiddelen nodig om hun onderneming goed te kunnen drijven. Door deze aankopen goed te timen kan je de Belastingdienst een aanzienlijk deel van de investering laten betalen. Kortom: investeren is absoluut een woord dat leeft bij ondernemend Nederland.
Het begint allemaal met het zorgen voor een prettige werkplek en dan doel ik vooral op het materiële aspect. Denk hierbij aan een eigen bureau, bureaustoel, ladenblok, computer, telefoon, nietmachine, perforator, enzovoort. Ik weet het, dit ligt nogal voor de hand. Toch is het een niet te onderschatten onderdeel. Je personeel brengt het grootste deel van de dag door op de werkplek en dan mag dan ook wel een prettige plek zijn.
Het creëren van een goede werkomgeving is meer dan een prettige werkplek. Personeel wil zich graag ontwikkelen en wil graag verantwoordelijkheden. Als werkgever ben je gebaat bij een snelle ontwikkeling van je personeel en de mogelijkheden die dat geeft om verantwoordelijkheden over te dragen. Je hebt dus een gezamenlijk belang en dat is de meest ideale situatie om tot iets moois te komen!
Hoe gek het ook klinkt, ik probeer (de kennis van) mijn personeel te ontwikkelen door nooit rechtstreeks antwoord te geven op hun vragen. Ik laat ze altijd zelf op zoek gaan naar het antwoord en als ze dat gevonden (denken te) hebben, mogen ze mij overtuigen. Ze verdiepen zich zo veel dieper in de materie. Hierdoor verkrijgen ze ongemerkt meer kennis dan het antwoord op de vraag alleen. Verder blijft de verkregen informatie veel beter hangen en niet zelden steek ik er ook zelf weer het nodige van op. Het houdt ons allemaal scherp. Deze manier van werken is het schoolvoorbeeld van investeren in de toekomst. Het meteen antwoord geven op een vraag kost op de korte termijn namelijk veel minder tijd (zowel voor mij als voor het personeel), maar is op de lange termijn ook een stuk minder effectief.
Eerlijk is eerlijk: ik heb deze methode niet van mezelf. In mijn tijd als broekie bij Ernst & Young had ik een begeleider die ook nooit antwoord gaf op mijn vragen. Tenenkrommend vond ik dat toen soms: "Geef nou gewoon antwoord, dan kan ik verder!" Nu zie ik het als de enige juiste manier en zal mijn personeel weleens met kromme tenen zitten ...
Met ontwikkeling komt eigenlijk automatisch ook een toename van verantwoordelijkheden. Personeel verdient letterlijk het vertrouwen! Het belangrijkste bij het overdragen van verantwoordelijkheden is duidelijk aangeven wat je verwachtingen zijn. Eigenlijk net als bij het doen van een normaal verzoek aan hen om iets voor je te regelen.
Op het beroepsonderwijs is het woord SMART in dit kader tegenwoordig een haast heilig begrip. En niet onterecht. SMART staat voor Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdsgebonden. Als een verzoek/opdracht/overgedragen verantwoordelijkheid aan deze vijf criteria voldoet, is het eigenlijk altijd goed. Concreet: je moet duidelijk aangeven wat je precies verwacht (S), het moet objectief duidelijk zijn of aan de verwachtingen wordt voldaan (M), het verzoek moet passen binnen de normale werkzaamheden (A), daadwerkelijk haalbaar zijn (R) en op een gezette tijd/gezette tijden worden afgerond (T).
Als niet wordt voldaan aan (één van) deze criteria is de kans groot dat er - ongewild - niet op de gewenste manier invulling/uitvoering wordt gegeven aan het verzoek. Ik heb de SMART-criteria altijd in mijn achterhoofd als ik ons personeel ergens om vraag. Ik probeer hen ook altijd te vragen of het duidelijk is wat ik van ze verlang. Zo niet, dan is het aan mij om die duidelijkheid te bieden.
Tot slot probeer ik bij te dragen aan een goede werkomgeving door een ontspannen sfeer te creëren en desgewenst een luisterend oor te bieden. Mijn deur staat letterlijk altijd open en ik hoop dat het personeel ook geen denkbeeldige drempel voelt om bij mij binnen te stappen. Op deze manier hoop ik een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van ons personeel en bij te dragen aan een prettige werkomgeving voor hen.
Investeren in personeel vergt op de korte termijn een investering van tijd (en misschien een beetje geld), maar ik kan geen investering bedenken die zich sneller terugbetaald! Het is het mooiste en meest dankbare deel van mijn werk!
Om te beginnen wens ik jullie allemaal een geweldig 2013! Dat het jaar mag brengen wat jullie er van hopen!
Nou, tot mijn 30e ging het mij in het leven eigenlijk allemaal wel voor de wind. Het leven reilde en zeilde zonder echt grote tegenslagen. Daardoor heb ik eigenlijk geen specifieke jaren als heel negatief of vervelend ervaren. Dit gegeven maakte ook dat ik niet bijzonder uitkeek naar een nieuw jaar. De jaarwisseling was wel een mooi en gezellig moment, maar ik zag het nooit als een moment voor een soort nieuwe start. Daar is inmiddels wel wat verandering in gekomen.
Laat ik voorop stellen dat er heel veel mensen zijn die het slechter hebben dan ik. Zie het volgende dus niet als een klaagzang, maar in 2011 en (ondanks ons fantastische huwelijk!) ook in 2012 zijn er vervelende/minder leuke dingen gebeurd in mijn leven. Dingen die ik graag anders had gezien en dingen waaruit mij heel duidelijk is geworden dat je eigenlijk maar weinig zelf in de hand hebt. De vervelende momenten begon ik ook te associëren met een bepaald jaar en met deze associatie begon ook mijn "belangstelling" voor de jaarwisseling te stijgen. Hoe irrationeel ook (alsof de wereld stopt per 31 december en opnieuw begint per 1 januari): ik begon te hopen dat het volgende jaar beter mocht zijn dan het afgelopen jaar.
Voor 2013 hoop ik ook dat het een mooier jaar mag worden dan de jaren 2011 en 2012. Voor mijzelf, maar minstens zo erg voor Dicky en voor mijn vader! Het woord hoop onderstreept dat ik, zoals gezegd, besef eigenlijk maar heel weinig zelf in de hand te hebben.
Ondanks dat besef merk ik dat ik het einde van het jaar steeds vaker terugkijk op het afgelopen jaar. Met dat terugkijken komen er ongemerkt ook plannen voor 2013. Dit ga ik anders doen, dat ga ik anders aanpakken enzovoort. Kortom: ook ik ben inmiddels goede voornemens aan het maken vanaf 1 januari ...
Wat mijn goede voornemens voor 2013 zijn? Nou, ik denk dat de eerste niet echt heel bijzonder is. Ik wil meer gaan sporten en meer op mijn gezondheid gaan letten voor wat betreft eten, rusten en slapen. Verder wil ik deze blog gaan gebruiken om dingen van mij af te schrijven. Dat kunnen - zoals nu - persoonlijke onderwerpen zijn, maar ook andere onderwerpen die mij bezig houden zullen de revue passeren.
Tot slot mijn laatste en ook belangrijkste voornemen. Ik wil de dagen meer onbevangen tegemoet treden. Dagen komen zoals ze komen en het heeft geen zin om daar al (ver) van te voren druk doende mee te zijn. Dat besef is de eerste stap, de uitvoering de door mij nog te nemen tweede.
John Lennon zei ooit: "Life is what happens to you, while you're busy making other plans."
Door de waarheid in het eerste deel van die zin ga ik nu rond de jaarwisseling juist plannen maken en dat vind ik niet eens onlogisch ...