Nr. 33 vakje C - 5
De Duinroosstraat

tannertan36
noise dept.
One Nice Bug Per Day
Claire Keane
Aqua Utopia|海の底で記憶を紡ぐ
"I'm Dorothy Gale from Kansas"

Kaledo Art
d e v o n
Cosimo Galluzzi
Game of Thrones Daily

oozey mess

Origami Around
DEAR READER
$LAYYYTER
No title available
2025 on Tumblr: Trends That Defined the Year

roma★
tumblr dot com
Monterey Bay Aquarium

#extradirty

seen from United States
seen from United States
seen from Türkiye

seen from Malaysia
seen from United States
seen from United States
seen from United States
seen from Singapore
seen from United Kingdom

seen from China

seen from Malaysia
seen from United States

seen from Germany

seen from United States
seen from United States

seen from Malaysia

seen from Canada

seen from United States

seen from Brazil

seen from Indonesia
@dichtschilder
Nr. 33 vakje C - 5
De Duinroosstraat
Nr. 32 G - 3
Narcistuin / Bloemenbuurt
Nr. 31 D - 1 Fort Erfprins
Nr. 30 E - 1 De Boothelling
De Boothelling achter het Schapendijkje
Ik sta aan de oever van een machtige rivier De andere oever is daarginds en deze hier is hier
Zo begint Drs. P zijn lied heen en weer en dat bewonder ik als knolraap, schorseneren en prei heb ik veel lof voor zijn gave van simpel zijn
Nu sta ik aan de oever van het machtige Marsdiep Staar naar Texel aan de overkant en dan begin ik te dromen
Ik ben het water van het machtige Marsdiep Mijn andere oever is daarginds en die ene hier is hier
De man die hier staat is aan het denken en de vrouw op mijn oever daarginds denkt ook ik zie het wel hij niet
Ik voel mij dan altijd zo bekeken al weet ik wel beter want de heen en weer starende mensen beginnen altijd te dromen
Over mij vliegen zoete herinneringen aan liefde heen Over mij vliegen zoute tranen van verdriet weer en ik zit er maar mee opgescheept Ik krijg er het heen en weer van! Heen en weer Heen en weer
Nr. 29 kaart 3 A - 2 De oude Kampanje
Aan schouw burgers De oude prominent beeldbepalende Kampanje staat nog even Langzaam te vervagen tot het midden in de stad plaats zal maken
Om afscheid te nemen probeer ik mijzelf éénmaal te verplaatsen Vroeger ging ik alleen heen Als mijn gedachten weinig wilden voorstellen
Waar ik voorheen voorstellingen zocht Waren verre plaatsen Amsterdam Den Haag of Leiden
Blik ik weleens terug Wat heb ik toen gezien Kijk ik liefdevol terug of liever niet
Mijn terugblik begint met dagen Op de slechte teruggetrokken Koude banken bij de fontein
Tot de bierspenen bevrozen Van alle eenzame eenakters op de bankjes Met kramp an je tenen
Allen met hun eenzame blik
Nr. 28 E - 4 De Dollardlaan
Nr. 27 C - 5 Wingerdstraat
Wiebe speelt in de wingerdstraat
Het is het jaar 1963. Deze tijd herinnert hij zich het gelukkigst. Wiebe is 12 en kijkt naar het huis op de hoek. Daar is een familie komen wonen die zich niet veel laat zien. Wiebe is meestal op straat, ook ’s avonds. Al komt hij te laat thuis, hij blijft aangetrokken tot dit huis. De lichten binnen branden altijd bewegingloos en uit de tuin klinkt een muziek van obscure geluiden met golven van een grammofoonplaat. Wie zijn dat toch? En waarom hebben zij een auto?
Als op zaterdagochtend de groentekar van Van Os door de straat komt, dan staat Wiebe met zijn vrienden klaar. De Jong staat bij de steeg en gooit een steen, als dan van Os achter hem aan rent komen van de andere kant Wiebe met de jongens van Wattimena en Lewakabessie en pakken een tros bananen van de kar. Terwijl ze wegrennen keek Wiebe naar het huis op de hoek en zag het gezicht van een meisje die snel de vitrage dicht trok. Daarna spelen ze voetbal op het grote veld op de Wingerd, samen met Jantje Jager en Hans Gijswijt.
Ook op zondag voetballen ze daar en het meisje komt uit het huis. Ze heeft donker haar, geknipt in een boblijn, ze is iets jonger dan hij maar haar ogen zijn ouder. Ze kijkt niet naar de jongens maar zij zien het wel. Ze loopt naar de eemstraat, naar het huis van de D’Abo familie waar op zondagmiddag altijd de meisjes dansen. Wie is toch dat meisje?
De Dichtschilder 20-10-2015
7258727�J�_��_
Nr. 26 C - 6 Donkere Duinen
Nr. 25 A - 6 De Bufo Calamita
Dames en heren! Wat fijn dat jullie hier allemaal zijn! Heus waar, ik ben oprecht blij dit moment met jullie te delen waar wij een spotje richten op een bijzondere groep reizigers, pioniers!, die zeker hun strepen hebben verdient en daarom ook eens lekker in het zonnetje gezet mogen worden. Je zult ze niet snel herkennen vanwegen hun camoeflage. Vaak zijn ze te vinden op zandafgravingen, landbouwgebieden, onze talrijke meren en millitair terreinen, maar maakt u zich geen zorgen, onze helden zijn door de rode lijst goed beschermt. Het zijn echte ontdekkers, reizen is voer voor ze en zij zijn voer voor reigers. Hef met mij dus het glas in deze lofrede voor deze dappere mannetjes en vrouwtjes! Zelf konden ze er helaas niet bij zijn vandaag, maar waar ze ook zijn, mogen ze nog lang blijven kwaken! Laten wij proosten met z’n allen op!.. De. Bufo!!.... Calamita!!!
Beter bekend als de rugstreeppad Heisa ho! en in het bijzonder onze eigen padden Heisa ho! in het grafelijksduinenmeer. Heisa ho! We houden van jullie Heisa ho! dus tot slot om het bestaan te vieren drie maal Hoera! Hoera Hoera Hoera!!!
Nr. 24 A - 5 Strandfeest Huisduiner X-tra-vagebondanza
Het gerucht ging door de lucht en hing de voorgaande dagen rond tussen onze verlangende lippen. De gekke Geleerde en zijn Russische vriend hebben gesjouwd met hout en gezwoegd met scheppen. De Rus heeft een kuil gegraven voor de anderen maar zelf viel hij er niet in. Het gat is perfect rond, alsof het met een passer is getrokken, en het heeft de vorm van een een whiskykokerdeksel. Onze gastheer staat, hij geeft elke aanwaaiende gast een zitplaats. Samen met de Geleerde verheft hij de locatie naar een luxe rustoord, een comfortzone die niet binnenshuis mogelijk is. Zelfs het zand lijkt voor dit heugelijke feest aangeveegd en gladgestreken, de kustlijn loopt als een zandkleurige loper naar het centrale kampvuur en verdwijnt in de verte.
Aan mijn zij loopt mijn mooie Rodevrouw met krullen onder haar strohoed die golven met ieder stap die ze zet. Arm in arm, met volgepakte tassen drankjes en hapjes en een gitaar op mijn rug. We komen rond zes uur aan en het is nog rustig in de kuil. De lange harige Socioloog praat met de langharige Pirate, wij nemen plaats naast onze vriendin non Dualiteit en tegenover ons zit een stel jonge Grauwelingen. Over de loper uit de verte komt gitaar San samen met de Realist en vrouwtje Samenzwering, op de fiets komt het hek van de Dam, allemaal lieve mensen. Al gauw zijn er meer dan tien aparte groepjes, gesorteerd op kleding, leeftijd, interesses, relaties en vriendschappen. Naarmate het later en donkerder word komen de verschillen steeds dichter bij elkaar, met het vuur als gemene deler.
Maanlicht maakt iedereen een stuk minder grauw. De gekke geleerde deelt zijn pijp bij de olie lampen. Met vrijheid ontkleed hij zich tot zijn naakte lichaam, zo massief als een zwerfkei en volharig, alle schaamte aan de jongere gasten weg toont. Het genieten van de kou doet zijn spieren aanspannen en weer ontspannen en weer spannen met het komen en gaan van de branding, zijn genieten van de avond straalt oerkrachtig. Alleen de Rus amuseert zich niet en als ik hem om uitleg vraag zegt hij met volle ogen “Maakt niet uit”. dus ik vraag het nogmaals. “Ze komen hier en stellen zich niet voor aan mij, ze zitten op mijn stoel en in mijn kuil” en ik zeg hem: “Jongen, je hebt je eigen kuil gegraven en je valt er zelf over, maak je niet druk.” Na deze woorden is hij gaan zitten denken op zijn stoel bij de kustlijn.
Mijn aandacht is niet bij hem, hoe graag ik ook zou willen. Ik ben bevangen van romantiek, dit moment mag ik delen met de mooie Rodevrouw. Ze waggelt op mij af en haar lange rok wappert om haar silhouet, haar rieten hoed houdt ze vast tegen de wind en daaronder volgt ze mij met haar glanzende ogen. Ik kan mezelf, noch haar, blootstellen aan ontevredenheid, dat doet in dit paradijs onnatuurlijk aan. Dus ik geniet van het samenzijn met haar. Ik geniet van de gekke naakte Geleerde. De bebaarde krijger bij het vuur, gewikkelt in een deken. De van vuurvonken brandende wolken. De gemoedelijke gesprekken. Het dalen van de zon. De zonsopkomst, exact in het midden van een duinpan. Het paarse licht en nieuwe warmte. Ontbijt met wijn. De geiserfonteintjes kokend water bij het blussen van het vuur. Voetballen in de middagzon. Zweten zonder moe te worden. Lunchen met gin en met mijn mooie Rodevrouw tezamen weer huiswaarts. De loomheid zit door en door in mij gebakken en ik verlang naar de volgende keer. De Dichtschilder
43":{�]���X
Nr. 23 C - 3 Huuske Dunia
Rurik Olafson geboren op Husiduna
Trots ziet Olaf Gunderson zijn zoon de grote speer met al zijn macht werpen en hij gooit keer op keer hoger, rechter en verder dan al de andere krijgers van de vloot. Vuur straalt uit de ogen van Rurik bij elke vorm van competitie, een strijdlustig vuur gesticht door de hand van Odin, waarin Olaf hoop voor zijn volk vind. De Nordmannen. Hier bewonen zij nu, het land van Hospitium, Husiduna. Uitkijkend over het Maresdiep naar Tesla. ’s Avonds drinken de mannen mede, ze slachten een ram en skalden de tweestemmige canons van hun vaderland. Ze dragen de avond op aan Rurik, zoon van Olaf Gunderson, een geboren Wiking. Tijdens het feest word een ram geslacht voor hem en van het dier neemt hij de horen. En onder het gelach en gezang om hem heen kerft hij de horen en holt hem uit tot een drinkbeker in spiraalvorm en sierlijk graveert hij zijn rune R in de rand, deze beker zal hem het hele leven eigen zijn, Ook hier ziet Olaf trots toe op de handigheid van Rurik en zegt, “De smid zal het met edelstenen inleggen en omranden met goud en zilver om te tonen hoe veel ik jou liefheb en bewonder, Rurik Olafson. Je bent een geboren Wiking!” Moeder zit thuis, daar werkt zij. Daar trekt zij kruiden in honingwater voor mede, weeft kleden en maakt verf maar niet deze avond. Geknield heeft zij voor het kruis in de nis gezeten en gebeden voor haar zoon. “O Heer, verlos ons, verlos ons van de woede der Noormannen”..
Bij de nieuwe maan
Koorts had Rurik bevangen en vader en moeder waren erg ongerust. Hij was al weken krachteloos en begon zelfs te ijlen. Vader nam hem mee naar het dennenbos, naar de oudste scheper van Husiduna wie woont bij de oude lindes. Ze droegen hem naar de oudste lindeboom met holle bast waar een goede geest huist die Rurik kan helen, de scheper verheft zijn lichaam en handen en spreekt; “Ik beweeg U goede geest! Ban de kwade uit deze jongen en heel hem!”. Bij die woorden trok Olaf zijn zoon door het gat in de boom en de kwade geest bleef hangen in het schors.
Zijn moeder aait hem over het hoofd als ze samen liggen bij het haardvuur. Rurik is iets beter en hij verteld wat hij en Olaf hebben gedaan, “vader nam mij mee naar de oude scheper bij de lindebomen en daar is de goede geest bewogen om de kwade te bannen en mij beter te maken. Wilt u voor de deur mijn Rune tekenen in het zand? De scheper zegt dat de kwade geest zal wijken voor mijn naam omdat ik afstam van de sterke Nordmannen, wie ooit terug zullen keren mij mee te nemen naar het thuisland!” Moeder antwoord niet, ze dekt hem toe en slaat haar ogen op naar het kruis. Ze roept een van de horigen aan die net als zij christen is en zegt hem via Callinge naar de kapel van Willibrord in Pethem te reizen om een priester te halen. De horige antwoord; “Op mijn tocht zal ik Willibrord gedenken” en hij vertrekt. Nog diezelfde dag keert hij terug met de priester. Moeder geeft hen allebei te eten en brengt de heiligman naar de slapende Rurik. Hij leest uit de bijbel en houdt een kruis boven het hoofd van de zieke, hij beweegt zijn open handen dichtbij het lichaam en op dat moment wordt Rurik wakker en begint zich te verweren. “Nee! Teken de R van mijn naam op de vloer!” De priester blijft spreuken fluisteren en de zieke Rurik wilt vluchten maar hij is te zwak om op te staan, na enige tijd geeft hij zich gewonnen en slaapt weer in maar zegt steeds zwakker, “teken mijn naammerk op de vloer”..
Wiking zijn is ten einde..
Moeder en vader kijken samen trots naar hun zoon die snel na die dag is genezen. Hij wordt zeer bedreven in de jacht, in de wapenhandel, in de scheepsvaart. Uit dankbaarheid voor zijn genezing weeft moeder een pij voor de priester van het mooiste stof dat zij bezitten, vader keert terug naar de linde en legt een tarwekoek met honing in de holle bast om de geest te eren. Als Olaf en Rurik op een avond samen op het duin zitten en over het water naar Tesla kijken zegt Rurik; “Ik wil een Wiking worden vader, ik wil varen langs de lange Midgaardslang en luisteren naar den Wilden Zeegeest”, en op dat moment horen ze luid hoorngeschal en boven de duin verschijnen drie drakenkoppen, de Wikingen zijn teruggekomen! Ze rennen naar de kust!..
Roderik herinnert zich deze dag met bitterheid. De dag dat vader op sluwe wijze werd vermoord in de naam van Willibrord. Wiking zijn is ten einde.
Nr. 22 D - 3 Lichtbaaklaan & Tuinderspad
De Lichtbaaklaan
Harmonieus samen natuur en mens Ze leven goed Van Mossel en Vink A.G Mooij en L. Groenendijk Rietdaken, een wilde kastanjeboom Insectenhotels tussen rodondendronstruiken Een brug over de sloot
Het Tuinderspad
Jansen schoffelt Rijmaker houdt de orde Daan Heins heeft hier gegraven Rust en een fluitje van éénenzestig cent Ik hou van Helderse straten waar de Lange Lichtbaak recht tegenover staat in het midden van de brede horizon Naast Jardin de Napoleon is een half open hek dus stap ik van het pad af En net toen ik dacht dat ik veel natuur had gezien vandaag…
Een Boterbloempaadje
Onverwacht sta ik op een korte groene strook van verschillende soorten gras Vol met bolaar en boterbloem Overal glanzend geel, lila paars en aan het einde van de strook een gigantische kluwe door elkaar verwoven struiken Het veld is bedekt met duifveren en één veer van de vermoedelijk verantwoordelijke roofvogel Deze route via de lichtbaaklaan, over de brug, langs het tuinderspad , naar de verassing van het boterbloempaadje teken ik tevreden op papier Ik pluk een boterbloem, een bolaar en een veertje uit het gras en berg ze zorgvuldig op in mijn notitieboekje
24/06/2015 Dichtschilder
Nr. 21 C - 3 Helsdeur
Naam van Helsdeur
Voorbereid met Scheepskamelen
Door Gibraltar van het Noorden geslepen
Kier op kier
Als dat Franstoastbeslag droogte is opgelegd
Is het doek opgedekt voor meeëters
Dan is de deur open
Nr. 20 A - 4 De Wachttoren
Wachten is niet erg het hoeft niet te vervelen als ik naar de zee staar en haar zie beken ik toch tevreden dat ik stil zit tussen mijn ezels en verf met de zee voor mij opspattende regen die lang duurt en borduurpatronen op het water maakt waarin ik taferelen zie
IJselijk geduld morgen zie ik veel verder wachten is niet erg voor een schilder wacht en de golven dichtbij betekenen voor mij het borduurpatroon geheel vanzelf dat ik verwacht had
Samen slaan mijn handen ineen beneden zie ik iemand rennen alleen zoals ik lijk te zijn zoals hij lijkt te zijn maar eigenlijk zijn wij mensen nooit eenzaam we hoeven ons niet te vervelen wachten is niet erg als je kunt tekenen met regen
Nr. 19 A - 2 De Silverpit
Wieringen
Geboren als Anna Catherina te Wieringen, gedoopt om garnalen te vangen. Dit was haar taak en ze deed het op commando, maartoch.. De man aan het roer vond haar te langzaam en zijn tijd ging te snel. De man had weinig geduld. Op haar vierde levensjaar was haar tempo verhoogt met de kracht van minstens veertig paarden en de garnalen stroomden binnen.
Over het Ijsselmeer vaart De Argus met open ogen door de zwarte nacht richting het Russische olieplatform bij Urk. Volgens Greenpeace is de ligging en de staat waarin het booreiland verkeert gevaarlijk voor het milieu en de werknemers aanwezig, er moet een stokje voor gestoken worden. Hij houdt de omgeving in de gaten want de kustwacht van Rusland volgt hem nu al een paar dagen. Voor nu lijkt alles veilig en de enige boot in de buurt is een klein rood motorkottertje, droevig aan het dobberen in het donkere water
De Argus, de onderzoekboot van Greenpeace, en viskotters zijn geen vrienden van elkaar. Vooral niet in deze wateren. Maar Argus zag de wanhoop voor haar boeg en verlangde troost te brengen. Zo stilletjes mogelijk komt hij dichterbij om haar naam te kunnen lezen. Hij voelt zich worden aangetrokken door dit treurige scheepje. Argus sloot zijn ogen en bad naar moeder de zee: ‘Moeder, als ze maar niet uit Urk komt..’ De maan laat zich even door de wolken zien en hij leest op de boot; WR12 “Anna Catharina”
‘Anna?’ ‘Ja?’ vraagt ze geschrokken. ‘Ik voel dat je ongelukkig bent, is er iets dat ik kan doen voor je?’ ‘O nee. Ik ben gewoon moe van het varen. Alles gaat zo snel. Mijn baas laat mij al vier jaar hard werken, harder dan ik hebben kan’.
Toen werden ze opeens omsingeld door licht! Een Engelse stem met Russisch accent kwam uit een megafoon en De Argus kon geen kant op, het was de kustwacht. Hij liet zich zonder strijd uit het water lichten.
‘Anna, ga naar de plas van Katwijk, ik zal een vriend van mij inlichten over je komst en je zal geholpen worden. Als je ongelukkig bent vlucht alsjeblieft, doe het voor mij omdat ik het niet meer kan’. En Anna vaarde direct uit het Ijsselmeer, opweg naar een nieuw bestaan aan de andere kant van het land.
Katwijk
Ze kwam aan bij de dageraad. Meneer van de Plas stond op de uitkijk en nam haar in zijn open armen. Het was de mooiste zonsopgang die Anna in tijden had gezien, zo begon haar nieuwe leven. Ze werd omgebouwd, Zij werd een Hij en kreeg de naam Willem Jan en haar oude eigenaar heeft hij nooit meer gezien. Hij mocht zelfs werken op zijn eigen snelheid en liet de snelle dagen achter zich. Dit leven deed hem goed en hij voelde zich groeien, na twee jaar was hij al bijna drie en een halve meter langer geworden. Meneer van de Plas vertelde ’s avonds altijd prachtige verhalen bij de ondergaande zon over het oude vissersleven van Katwijk, de gereformeerde cultuur en rauwe gewoontes. Het favoriete verhaal van Willem was dat van De Gekkenlogger, een vissersboot omstreekt 1915 dat tengronde ging aan godsdienstwaanzin. De bemanning was overtuigd dat het einde van de wereld voor de deur stond en slachten alle zeemannen aan boord die hier niet aan wilden geloven. Ze stopten hun werk en zetten zeil naar Jeruzalem maar ze hebben het niet gehaald. De Gekkenlogger is onderschept en de overlevenden zijn gestorven in een krankzinnigengesticht. Willem Jan was goede vrienden met zijn baas en vijf jaar hebben zij samen garnalen gevangen.
Wordt vervolgd!
Nr. 18 A - 3 De zee
Wiebe de jutter z’n
gedachten
Hij draagt zorg voor zijn kinderen wie vroeger geboren zijn tijdens de woeste stormen. Bij het werk op de velden dobt en peinst hij. Alleen hij weet waarover. Zijn ogen altijd dicht tot overstromen en niet hij, noch een ander, mag zijn gedachten benoemen.
verwachting
Wiebe staat op het paardenveld en kapt met een zeis de halmen langs de sloot als hij mensen samen ziet drommen op de dijk. Zwarte kledendracht en zwarte hoeden. Een groep kraaien wie wijzen en zwaaien naar de schipbreukelingen in de deining en tegelijk staren ze over water voor een mogelijke buit.
wacht
De hond van Wiebe zit thuis op hem te wachten, hij wacht echt en trouw, in de diepste zin van het woord. Wij mensen kennen dat wachten niet. Hij zit al op de mat als Wiebe de zeis weer opbergt in de schuur en naar huis begint te fieten.
onverwacht
Wiebe kalmeert de springende hond in de deuropening. ‘Wacht’ gebied hij en zelf wacht hij niet. Uit de kast pakt hij een pikhaak, laarzen, een vissersbroek en rijdt weer terug richting de dijk.
honden huilen om onheil
‘Wiebe, trek nog een vaatje voor ons open!’.
Wiebe deelt de rum rond en iedereen, ook de kraaien, genieten van de bijzondere smaak van de drank. Het is de lekkerste rum door ieder van hen ooit geproeft. Maar de hond is ongerust, hij lijkt boos op de vaten. Almaar vragen ze de hond stil te zijn maar het is tevergeefs. Om de vaten heen blijft hij springen, blaffen en huilen. Ze schenken de drank in zijn voederbak om de rust in hem te dwingen. Dan, vol van het overgestroomde, zingen en lachen ze, dagen lang, en als de slapende hond ontwaakt huilt hij weer om de vaten, elke dag opnieuw.
de aap rolt uit het vat
Wiebe deelt zijn hele hebben zonder een druppel voor zichzelf te houden. Het vat bergt nog genoeg om één nacht samen warm te worden.. Zijn nieuwe vrienden, de hond en zijn kinderen huilen om het vat. De koppen bij elkaar en mokken onder de tap.
Rustig drinken ze de sterke drank tot de stroming uit de tap stopt, ze kantelen het vat voor de laatste restjes en dan… TAK!..
‘Wat is dat nou? Er zit iets in dat vat!’.
De deksel wordt gelicht en verbijsterd zien ze op de bodem van de ton iets wat ze nog nooit hebben gezien. Ze kieperen het leeg en uit het vat rolt een aapje. De hond stopt met huilen, de vrouwen zijn diep geschrokken en de mannen kunnen er alleen maar even bij stilstaan, en na de aap te hebben begraven, moeten ze zonder drank verder gaan.
Geïnspireerd op een heus echte mythe. Een dokter op een schip bracht een aap mee naar de Zeven Gewesten en hield hem op sterk water tijdens de reis. De boot is gezonken en het vat gevonden en leeggedronken.
Nr. 17 A - 1 De zee
De oorlogschilder legt het bloedspoor vast van Den Helder tot Castricum gericht tot zeventienhonderdnegenennegentig boeren zullen sneuvelen. Voor gecalculeerd door synchronische tijd die in cijfers uitgedrukt steevast zijn koers houdt.
Alles herhaalt zich. Hoemeer je het geheel waarneemt hoe helderder de patronen. Als de letters en de lijnen die zich van daaruit laten zien. De oorlogen die zich herhalen. Het geweld van binnen bij mensen. Het geweld in denken...
Een bloedspoor tot Den Helder en Castricum van zeventienhonderdnegenennegentig tranen in laars afdrukken loopt uit de telegraafpaal en is uitdijend tot het langs het Noord-Hollandskanaal te voelen is..
Toen Story zich overgaf kreeg het verhaal voet aan wal bij de telegraafpaal, waar de preekstoel in de fik gezeten staat om een potje op te koken. Op onze velden zijn wij als bal over en weer geschopt en onder geschoffeld door internationale spelers maar dit spel gaat niet over winnen of verliezen.
Het gaat enkel over de zeventienhonderdnegenennegentig jaren die nogmaals terugkeren. En nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer,en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer. Perfect in ritme van een één/zeventienhonderdnegenenennegentigste maat.
Dichtschilder 05 - Mei - 2015
Noot: In het jaar 1799 vielen de Engelsen en Russen de lage landen binnen via het strand tussen Kleine en Grote Keeten, om ons te bevrijden van de Franse overheersing. Dit liep uit op een groot drama met het hoogste aantal slachtoffers in de geschiedenis van de kop van Noord- Holland.