Mijn januari leesactiviteiten
Voila, ik heb net van huisvrouw gedaan. Een afwas van een halve dag en ik voel mijn vingerkussentjes niet meer, maar daarover ga ik nu niet klagen (dat doe ik straks wel, als mijn lief terug is). Nee, ik ben hier om over boeken te praten. Voor het eerst, ja. Twee boeken, waarvan ik er maar één semi-verplicht moest lezen, en die allebei eigenlijk wel grappig en super leesbaar waren, ook al ging er eentje over ééntje over een plagiaatonderzoek (inderdaad). Voor dit te lang en essay-ish wordt, begin ik er gewoon aan.
Boek 1: De Plaag van David van Reybrouck
Dit is dus het plagiaatboek. Het is non-fictie en vertelt over van Reybroucks onderzoek naar het mogelijke plagiaat van de Afrikaanse schrijver Eugène Marais door Nobelprijs-winnaar Maurice Maeterlinck. Maar dat klinkt droog, saai en daar gaat het eigenlijk niet om. Het gaat om veel meer. Het is een soort tocht door het moderne Zuid-Afrika, waarin Van Reybrouck probeert om als een progressieve, westerse academicus en mens, zoveel mogelijk te nuanceren, tot op het punt dat dat eigenlijk niet meer mogelijk is. Het boek heeft dezelfde dilemma’s als Coetzee’s Disgrace, maar omdat het non-fictie is, durft de verteller er veel meer op in te gaan en laat hij zijn thematiek niet in de grijze zone die ‘impliciete stuff’ heet. Natuurlijk moet je er wel een beetje bij zijn, als je dit leest, maar dankzij Van Reybroucks stijl, die je af en toe wakker doet schuddebuiken, is dit niet echt een probleem. Ook de anekdotiek in dit werk doet je af en toe meer dan glimlachen. Inderdaad, lachen met een boek, het kan. Zeker een aanrader als je tijdens een gesprek eens iets super serieus en intelligents wil zeggen, om daarna verder te praten over pokémon en de gezichtjes die je maakt in boter die al te lang in de frigo staat.
Boek 2: Twee vrouwen van Harry Mulisch
Sinds die keer zo’n vijf jaar geleden, dat ik De Aanslag van Mulisch te snel en te laat moest lezen voor een opdracht, heb ik nooit van Mulisch gehouden. Zoals je niet houdt van skiën omdat een instructeur je ooit uitschold voor alles wat in een zoo te vinden is. Onze relatie is echter helemaal omgeslagen – met Mulisch, met de ski-instructeur komt het nooit meer goed – en dat allemaal door een boek dat ik ooit eens gratis kreeg. Je raadt het al, dat boek heet Twee vrouwen. Na een examen in januari was ik op zoek naar een boek, en hoewel ik had gezworen het te doorworstelen, kon chicklit mij niet bekoren. Dus greep ik het dunste boek dat ik had (a mere 133 pages). Het verhaal is helemaal anders dan van Boek 1 – het gaat namelijk over twee vrouwen, aha! – maar het is hier ook weer de stijl van de schrijver, die mij zo gegrepen, en bij wijlen doen lachen, heeft. Verder ga ik er niet zoveel over zeggen, behalve dat ik het echt goed vond en op het einde zelfs bijna een traantje liet – dit is een statement, aangezien ik geweend heb noch bij het einde van Harry Potter 7.2 noch bij de semi-dood van Gandalf. Dit is gewoon ideaal voor iedereen die niet veel leest – heb ik zo’n vrienden? – omdat het kort is en super vlot leest. En ook omdat het over lesbiennes gaat, want die zijn best oké.
Voila, dat waren eigenlijk mijn leesactiviteiten van januari. Ik had het nogal druk met andere dingen. Maar nu ga ik er dus helemaal voor. Ik ben gisteren begonnen in Kafka on the shore van Haruki Murakami, en ik kan nu al zeggen dat het de aanrader van het jaar wordt. Volgende op het lijstje is (na het bekijken van Midnight in Paris) the beautiful and the damned van F. Scott Fitzgerald geworden, ook omdat ik in de zomer echt genoten heb van The Great Gatsby. Verder wil ik ook cake pops maken, omdat die er super lekker uitzien en ik een irrationeel verlangen heb naar roze voedsel. En ik wil een Zoeey Deschanel – New Girl – Dessert person – Crochet club beginnen. Met cake pops natuurlijk, en mijn nieuwe pastelgele nagellak en sleehakken (oh ja).