Recente foto’s Instagram
Meer foto's op www.instagram.com/jeroenvanlaer
Aqua Utopia|海の底で記憶を紡ぐ

pixel skylines

Product Placement
ojovivo
occasionally subtle
cherry valley forever

JVL
No title available
Show & Tell
One Nice Bug Per Day
Peter Solarz
h

@theartofmadeline
Cosimo Galluzzi
Keni
AnasAbdin

Origami Around
Three Goblin Art

❣ Chile in a Photography ❣
d e v o n
seen from Norway

seen from Argentina

seen from Germany
seen from Brazil
seen from Brazil
seen from Germany

seen from United States

seen from Argentina

seen from United States

seen from United States
seen from United States

seen from United States
seen from United States

seen from United States
seen from United States
seen from United States
seen from United States
seen from United States

seen from Malaysia
seen from Netherlands
@jeroenvanlaer
Recente foto’s Instagram
Meer foto's op www.instagram.com/jeroenvanlaer
Tweets by JeroenVanLaer
Sorbrechtshofstraat krijgt primeur speelweefsel
In de Sorbrechtshofstraat starten we in 2016 met een noodzakelijke voetpadvernieuwing. Het verschil met grote straatprojecten is dat we enkel de stoeptegels vervangen. Niettemin willen we als gemeente ook deze “kleinere” projecten aangrijpen om speelweefsel te integreren in het straatbeeld. De Sorbrechtshofstraat krijgt in die zin zelfs de Edegemse primeur: op verschillende stoeptegels zal een patroon gespoten worden dat kinderen kunnen volgen en dat begint en eindigt op een riooldeksel.
Onze projectmedewerker openbaar domein en groen, Tim van Immerseel, werkte het voorstel uit. De oplettende Edegemnaar zal een vage verwijzing herkennen naar een populair Arcade-spel uit de jaren tachtig...
Speelweefsel is eigenlijk een grote noemer voor alles wat in het openbare domein op één of andere manier speelprikkels biedt. Het omvat de formele plekjes, zoals de speeltuintjes en speelbossen in onze gemeente of de plekken waar kinderen vaak vertoeven zoals de scholen, maar daarnaast omvat het ook alles wat tussen die plekken ligt. Inzetten op speelweefsel betekent dus ook om veilige en leuke routes te creëren doorheen onze gemeente zodat elke (potentiële) speelweefselplek met elkaar verbonden is.
De komende jaren investeren we nog verder in speelweefsel. Creatieve suggesties zijn altijd welkom! De jeugdraad gaf alvast enkele fantastische voorzetten. Zo stelde ze voor om “opdrachtjes” te integreren in het straatbeeld: op stoeptegels her en der verschijnen uitdagende doe-opdrachten, zoals bijvoorbeeld “ga op je handen staan”, “geef een knuffel aan de eerstvolgende voorbijganger”, enz. Eenvoudig en leuk, meer moet dat soms niet zijn!
Laurens, schepen voor één (Zuid)dag!
Laurens Raets nam tijdens de Zuiddag voor één dag mijn plaats in als schepen in Edegem. Zijn loon gaat integraal naar het jongerenproject La Campesina in Nicaragua. Laurens was een waardige vervanger! Hieronder zijn weerslag van de dag!
“Toen ik deze jobadvertentie zag staan op de jobbank van Zuiddag dacht ik wel iets van “ja, schepen vraag ik mij toch wel eigenlijk af wat de functie is van een schepen.” Dus heb ik gesolliciteerd voor deze job. Op het eerste zicht had ik niet veel verwachtingen, waarschijnlijk vanwege het gebrek van kennis wat een schepen zijn/haar taak is. Maar dat weerhield me niet om niet voor deze job te solliciteren. Ik werd goed onthaald en hartelijk ontvangen. Ik ben blij met de keuze die ik heb gemaakt om te solliciteren voor deze job.
Een korte samenvatting van de dag: ik heb eerst een korte maar duidelijke rondleiding gekregen in het gemeentehuis, daarna hebben we ons wat zitten verdiepen in bepaalde dossiers bv. de heraanleg van de “Drie Eikenstraat”. Heb ik samen met schepen van jeugd zitten overlopen wat mijn suggesties als “schepen van de dag waren” wat op zich wel speciaal is voor mij dat ik bij “mijn” gemeente toch beslissingen heb kunnen nemen. Daarna zijn we een overleg gaan bijwonen met de scouts 77ste over een aanvraag dat zij hadden over hun infrastructuur. Hierna zijn we een speeltuin gaan inspecteren aan de Romeinse Put of dat de speeltuin nog voldoet aan de geëiste voorzorgen ivm de veiligheid voor de kinderen. Als laatste zijn we naar de gemeentehallen gegaan om een oud dossier te zoeken over het project “Four Oaks”, wat we helaas niet hebben gevonden.
Ik als schepen voor 1 dag vond dit een heel geslaagde, leerrijke en leuke dag waarvan de ervaring toch wel even zal blijven hangen voor een tijdje. Ik bedank schepen Jeroen Van Laer voor de zeer leerrijke dag.”
“Soms verschiet ik zelf hoever we gaan in ons participatieproces”
Komende donderdagavond 26 februari is in vele opzichten een unieke avond. Wie dan nog niet echt iets gepland heeft, kan maar beter verder lezen. Wie wel iets gepland heeft dat niet met een nieuwe bibliotheek te maken heeft eigenlijk evengoed! Donderdagavond vanaf 19u30 komen in Hangar 27 namelijk vier architectenbureaus hun concept voorstellen voor een nieuwe bibliotheek in het centrum van onze gemeente en alle aanwezigen mogen vervolgens samen mee beslissen over het winnende concept.
Omdat we ons in een behoorlijk strikt juridisch en wetgevend kader bevinden van de zogenaamde Open Oproep van de Vlaams Bouwmeester, is dit zowel juridisch, participatief en politiek een unieke avond waar iedereen met een hart voor Edegem en cultuur in Edegem zeker niet mag ontbreken!
Juridisch uniek
Juridisch is dit een mijlpaal omdat we er als gemeente in geslaagd zijn om op een juridisch correcte en sluitende manier participatie te organiseren en de effectieve keuze van ontwerp door een bredere groep van mensen te laten doen dan enkel een interne jury. Het interessante aan de Open Oproep is dat het een wedstrijdformule is dat opgevolgd wordt door het team van de Vlaams Bouwmeester. Zij maken op basis van hun kennis en ervaring een eerste belangrijke selectie van architectenbureaus die dan ook effectief aan het ontwerpen gaan. Voor Edegem betekende dat er uit meer dan 100 kandidaat-ontwerpers 4 bureaus werden gekozen. Normaal gezien zouden de vier ontwerpen enkel door een interne jury worden beoordeeld. Dat open trekken is juridisch gezien niet zo simpel omdat de Open Oproep binnen de wetgeving overheidsopdrachten valt en er allerlei valkuilen zijn op vlak van betwistingen, auteursrechten, enz. De ontwerpen openbaar maken vóórdat de gunning plaatsvindt, kan immers leiden tot het “stelen“ van ideeën, plots aangepaste ontwerpen tijdens besprekingen en de onderhandelingsfase, en dus rechtsonzekerheid voor de betrokken indieners. Bij de keuze van het ontwerp voor het nieuwe gemeentehuis en gemeenteplein, dat ook via de Open Oproep liep, was participatie niet juridisch geregeld en leidde dat ei-zo-na ook tot eerder geschetste valkuilen. We hebben de Vlaams Bouwmeester en zijn team echter kunnen overtuigen van het belang van participatie in de keuze van het winnende concept. De procedure werd daarom aangepast.
Participatief uniek
Daarom is donderdagavond ook qua participatie een uniek moment. Normaal gezien gebeurt binnen de Open Oproep de bespreking van de vier ontwerpen en de gunning van het winnende ontwerp op één en dezelfde dag door een intern samengestelde jury. Bespreking door de interne jury en gunning werden op onze vraag uit elkaar getrokken zodat er tussentijds een klankbordgroep kan samenkomen. Dit zal de enige keer zijn dat alle kandidaat-ontwerpers hun concept ook komen voorstellen. Zelfs wij als bestuur zullen geen andere voorstelling krijgen. Inwoners, gemeenteraadsleden, buren van de toekomstige bibliotheek, adviesraden, schepenen, burgemeester, administratie,… werkelijk iedereen is wat dat betreft gelijk: op één en dezelfde moment krijgen we een voorstelling en gaan we samen in dialoog over de pro’s en con’s van elk ontwerp. Dat moet dan uitmonden in een advies naar de effectieve gunningscommissie. De uitkomst van de klankbordgroep zal cruciaal zijn en doorslaggevend in de uiteindelijk keuze van het ontwerp. Donderdag is daarom een unieke kans om mee richting te geven aan één van de belangrijkste projecten deze legislatuur.
Verschieten
Dat donderdagavond een uniek moment is, illustreert ook volgende quote van onze voorzitter van Groen Edegem, Erwin Lauriks, in een persoonlijk schrijven aan ondergetekende: “Soms verschiet ik zelf hoever we gaan in ons participatieproces...”. Af en toe eens verschieten, kan geen kwaad!
Donderdagavond dus, 19u30, in Hangar 27, Parklaan 161. Iedereen welkom om mee het winnende concept te kiezen.
Uitsmijter
En vergeet ook niet woensdagavond 25 februari: want dan is het openingsavond Club27 met een uniek concert van How Town en The Bony King. Meer info daarover op www.club27edegem.be.
Van participatie krijgen wij in Edegem niet genoeg!
Voor de liefhebbers van participatie stonden er de afgelopen week behoorlijk wat afspraken op het menu. Van de klassieke hoorzitting tot co-creatie, van informele babbel in de wijk tot gemeenteraad. Op nauwelijks zeven dagen tijd passeerde hier in Edegem zowat de hele participatieladder. Hieronder een bondig overzicht. We beginnen met de informatieavond over de maatregelen in de Collegewijk en eindigen vandaag met een participatiespel over het speelpleintje in de Timmerdonckstraat:
Informatieavond Collegewijk (di 9/12): een klassieke hoorzitting die toch lichtjes anders werd aangepakt… In plaats van na de powerpoint-voorstelling de micro door de zaal te laten gaan voor vragen, kropen bevoegde schepen, ambtenaar en burgemeester elk achter een tafel om individueel vragen te beantwoorden.
Evaluatie Wijkbudgetten: de deadline voor het indienen van de allereerste wijkbudgetten is ondertussen verstreken. Hoewel dit niet echt een participatiemoment is, is het toch zeker het vermelden waard: maar liefst zeven (!) groepjes van buren dienden immers een haalbaar project in om hun straat of pleintje nog aangenamer te maken!
Jeugdraad (do 17/12): met brainstorm over toekomstig regiohuis/bioklas en vier nieuwe speelplekken in Edegem. In de Jeugdraad zitten we niet gewoon rond tafel, maar wordt er interactief gebrainstormd over nieuwe speelplekken (en werden er mandarijntjes gegeten, en snoep).
Mobiliteitsmarkt (za 13/12): orgelpunt van fase 1 in de opmaak van het nieuwe, Edegems mobiliteitsplan. Geen klassieke powerpointsessie, maar een heuse tentoonstelling met verschillende panelen waar allerlei mogelijke scenario’s werden voorgesteld. Geïnteresseerde Edegemnaren liepen rond, konden vragen stellen aan bevoegde schepen, studiebureau en ambtenaren, en hun ideeën en voorkeuren meegeven. Bovendien staan alle documenten, maar dus echt alle documenten gewoon online op de website. Een heel bewuste keuze om in alle openheid te communiceren over de ontwikkeling van het nieuwe mobiliteitsplan.
Inrichting Buitengewoon Plekje (za 13/12): op het speelpleintje Vrijwilligersstraat vond een uniek co-creatiemoment plaats met kleine en grote helpende handen. Verschillende wilgenhutten maken dit pleintje nog avontuurlijker.
Toer van de Wijken (zo 14/12) met “Winter van Buizegem”: de allereerste toer van de wijken met informele ontmoeting inwoners en gemeentebestuur. Elk seizoen trekken we als schepencollege onze wijken in om in gesprek te gaan met de Edegemnaar. Buizegem was als eerste aan de beurt!
Gemeenteraad (ma 15/12): dé formele ontmoeting tussen raadsleden, maar met mogelijkheid tot vraagstelling van inwoners. Het vragenhalfuurtje voor inwoners is niet zo populair, eerlijk gezegd. Eigenlijk is de gemeenteraad algemeen weinig aantrekkelijk. Daar is toch echt werk aan de winkel… Suggesties zijn welkom!
Picto-play Timmerdonck (wo 17/12): dialoogmoment met de buurt over hun speelpleintje op een speelse wijze ingevuld. We haalden Picto-play nog eens boven. Een spel ontwikkeld door Kind & Samenleving om op een leuke manier kinderen en jongeren te betrekken bij het invullen van een nieuwe speelplek. Een geslaagde opkomst ondanks het mindere weer, met vooral ook heel wat jeugdige belangstelling!
Edegem is al bij al een kleine gemeente en de middelen en mankracht zijn niet oneindig. Ik kan als schepen van participatie dus alleen maar ontzettend fier zijn dat onze diensten met een niet aflatend enthousiasme onze doelstellingen rond participatie, openheid en transparantie zo actief mee realiseren!
“Genoeg verantwoord, vanaf nu is ontwikkelingssamenwerking een gemeentelijke kerntaak”
Op vraag van VVSG schreef ik onderstaand opiniërend stuk, als bijdrage voor het boek "De gemeente en de wereld - Inspiratie voor gemeentelijke ontwikkelingssamenwerking" en te bestellen via www.politeia.be.
Collega-schepenen van ontwikkelingssamenwerking zullen het met me eens zijn: in vergelijking met andere bevoegdheden moet je initiatieven rond ontwikkelingssamenwerking vaak het felst en meest uitvoerig verantwoorden en verdedigen. En dan heb ik het niet uitsluitend over de discussies in het schepencollege. Ook daarbuiten vind je nog steeds - kort samengevat - volgende gemeenplaatsen terug: “Ontwikkelingssamenwerking? Er is bij ons ook armoede die eerst aangepakt moet worden. Komt het geld ginder wel terecht bij de mensen die het nodig hebben? En wat hebben wij er eigenlijk zelf aan?” Tijd, kennis en middelen besteden aan ontwikkelingssamenwerking is zeker niet voor iedereen even vanzelfsprekend.
Ik wil in deze bescheiden bijdrage de lezer niet bombarderen met alle argumenten vóór ontwikkelingssamenwerking. Ik wil simpelweg twee punten maken: het eerste is dat “de sector ontwikkelingssamenwerking” zich te pletter aan het verantwoorden is en het tweede punt is dat ontwikkelingssamenwerking bij uitstek een kerntaak behoort te zijn van de lokale besturen.
Dat ontwikkelingssamenwerking niet voor iedereen vanzelfsprekend is, hoeft op zich niet te verbazen. Eigenlijk geldt dat voor alle mogelijke beleidsdomeinen. Prioriteiten kunnen verschillen. En zelfs als men het eens is over de prioriteiten, kan men het nog oneens zijn over de besteding van tijd en middelen aan de gekozen prioriteiten. Het punt is dat ontwikkelingssamenwerking méér dan andere beleidsdomeinen met argusogen gevolgd wordt en zich steeds meer en uitvoeriger moet verantwoorden. Niet alleen betrokken diensten binnen de besturen, lokaal, Vlaams of federaal, maar ook de ruimere “sector” ontwikkelingssamenwerking, van vierdepijlerinitiatieven tot de grotere NGO’s, worden steeds meer in het defensief geduwd. Het gevolg daarvan is dat er ongelooflijk veel tijd en energie verloren gaat aan het voortdurend evalueren, monitoren en verantwoorden van acties en besteden middelen. De nadruk komt daarbij vooral te liggen op aantoonbare resultaten, liefst nog op korte termijn. En laat dat nu net de kern van ontwikkelingssamenwerking zijn: langetermijneffecten door structurele samenwerking. Uiteraard moet er resultaatgericht gewerkt worden, maar de marge om fouten te maken en stapje voor stapje te evolueren richting vooropgestelde doelstellingen lijkt maatschappelijk en politiek steeds kleiner te worden, de uitvoerige evaluatie- en verantwoordingsverslagen ten spijt. Samengevat: beleidsdoelstellingen formuleren en middelen vrijmaken voor ontwikkelingssamenwerking hangt puur af van een politieke overtuiging, méér dan in andere beleidsdomeinen. Het slechte nieuws is dat een rationeel debat over de prioriteiten binnen het domein ontwikkelingssamenwerking daardoor bemoeilijkt wordt. Het goede nieuws is dat aan die overtuiging ook gesleuteld kan worden. Laten we dus lokaal, Vlaams en federaal meer tijd en moeite steken in het “sensibiliseren” van onze eigen politici. En laten we lokaal beginnen, want daar lijkt me het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking nog het grootst en hier en daar zelfs groeiende! Wat me vrijwel naadloos brengt bij mijn tweede punt: het lokale niveau is hét niveau bij uitstek voor ontwikkelingssamenwerking.
In Edegem spreken we eigenlijk liever van internationale solidariteit dan van ontwikkelingssamenwerking. Semantiek is niet altijd onschuldig en we kiezen er bewust voor om een term te kiezen die de gelijkwaardigheid van samenwerkende partners internationaal in de verf zet. Het begrip internationale solidariteit houdt ook rechtstreeks verband met de samenwerking tussen onze gemeente en de Peruaanse gemeente San Jerónimo. Recent mochten we het tienjarig bestaan vieren van onze samenwerking en de verlenging ervan tot 2019. Ons vernieuwd samenwerkingsakkoord bevat enkele cruciale zaken: vertrekken van elkaars sterktes, een duurzame samenwerking met een langetermijnsvisie, de ambitie om te innoveren en een pioniergemeente te zijn in eigen land, samenwerking als een keuze over politieke grenzen heen, en het gezamenlijk aanpakken van uitdagingen waar lokale besturen mee geconfronteerd worden. De stedenband is zeer belangrijk als kapstok voor ons gemeentelijk beleid internationale solidariteit, maar het stedenbandconcept zou nog veel centraler kunnen gezet worden.
Benjamin Barber had zeker niet een “gemeenteke” als Edegem in gedachten bij het schrijven van zijn recent boek ‘If Mayors Ruled the World’, waarin hij de pragmatische aanpak prijst van het lokale bestuursniveau. Niettemin beschrijft Barber zeer treffend de mogelijkheden van internationale samenwerking tussen steden (en gemeenten) en tegelijk de noodzakelijkheid ervan. Het belang van steden en het lokale niveau neemt ontegensprekelijk toe, stelt Barber. Tegelijk worden de uitdagingen zowel op sociaal, economisch, als ecologisch vlak steeds globaler. De doelstellingen en prioriteiten die we lokaal formuleren, globaliseren dus onvermijdelijk mee.
Dat lokale besturen het best geplaatst zijn om een beleid internationale solidariteit vorm te geven, heeft twee duidelijke redenen: het is het niveau dat het dichts bij de bevolking staat en het is een actor die een belangrijke mate van organisatorische continuïteit en legitimiteit heeft. Vooral omwille van dat laatste zijn lokale besturen de ideale partners om structurele en duurzame samenwerkingsverbanden met een langetermijnsvisie op te zetten. Via de stedenband hebben we de ideale kapstok om initiatieven te coördineren en tijd, kennis en middelen efficiënt in te zetten. Door internationale solidariteit via lokale besturen te organiseren, werken we bovendien automatisch integraal over beleidsdomeinen heen én op basis van bestaande noden en ontwikkelingsprocessen. Als lokaal bestuur voelen we ook veel beter aan wat de belangrijkste noden en uitdagingen zijn. Het stedenbandconcept krijgt dus een centrale plaats in het Vlaamse en federale beleid ontwikkelingssamenwerking. De hogere overheid bepaalt enkel nog de algemene doelstellingen en eventueel de landen waarmee kan worden samengewerkt. Maar, het zijn de lokale overheden die via stedenbanden het beleid vorm geven. Dat wil ook zeggen dat andere initiatieven (vanuit vierdepijler, NGO's, instituten, ondernemingen…) mee zullen moeten inschuiven in het stedenbandconcept. Toch zeker als ze subsidies (willen) krijgen om projecten op poten te zetten. De samenwerkende lokale besturen zorgen voor de coördinatie en het bewaken van de prioriteiten. Wat de prioriteiten zijn, wordt in samenspraak met betrokken actoren bepaald. Tijd en middelen worden dus geconcentreerd. De grote versnippering in de sector ontwikkelingssamenwerking wordt tegengegaan.
Dit kan alleen lukken als internationale solidariteit een kerntaak wordt van elke gemeente. De nieuwe Vlaamse regering moet die kerntaak, uiteraard mét de nodige middelen, nu enkel nog even decretaal verankeren. Gegarandeerd dat daarmee ook een einde komt aan de defensieve verantwoordingsdruk binnen de sector ontwikkelingssamenwerking en internationale solidariteit.
Jeroen Van Laer Schepen voor Internationale Solidariteit Gemeente Edegem
Foto: Edegemse delegatie op werkbezoek in San Jerónimo, oktober 2013.
Drie nieuwe speeltuinen in Edegem tegen eind maart
Spelen, spelen!
De komende maand plaatsen we tegelijk op drie pleintjes nieuwe speeltoestellen. Aan de keuze voor de toestellen ging een uitgebreid participatietraject vooraf: omwonenden en betrokken inwoners werden in een eerste fase gevraagd om hun wilde ideeën mee te delen, daarmee hebben wij als gemeente een lastenboek opgesteld en dat naar verschillende leveranciers van speeltoestellen gestuurd. Nadien werd op een tweede moment aan de inwoners gevraagd hun top drie te kiezen uit de verschillende ingestuurde voorstellen. Het populairste voorstel wordt nu ook effectief geplaatst.
Voor De Wieken komen er verschillende toestelletjes bij voor de allerkleinsten, maar ook voor de iets oudere kinderen plaatsen we een heuse hangschommel. Geheel in het thema van de Romeinse Put komt er een prachtig Romeins fort en schip vlakbij het wijkontmoetingscentrum ’t Forum. Ook hier voorzien we voor de allerkleinsten nieuwe toestelletjes. De gele Maya de bij toestelletjes, die er nu bijna 10 jaar staan en versleten zijn, worden verwijderd. Tenslotte komen er op het Theo Mertensplein zowel voor wat kleinere kinderen als voor wat oudere kinderen leuke speeltoestellen. Ook hier koos de buurt overtuigend voor één bepaald voorstel.
Wie benieuwd is naar wat er zoal komt van toestellen kan op onderstaande foto’s klikken. Van links naar rechts: De toestellen voor het Theo Mertensplein, Romeinse Put / 't Forum, en De Wieken:
Gemeente en OCMW vergaderen binnenkort digitaal
Het gemeentebestuur en het OCMW van Edegem zetten in op een digitaal notulerings- en besluitvormingssysteem voor hun verschillende overleg- en besluitvormingsorganen. Het hele proces van notulering- en besluitvorming wordt ondersteund door een beveiligde website.
Vanaf 2014 is het decretaal verplicht om documenten voor de gemeenteraad digitaal aan te bieden. Je kan die verplichting minimalistisch invullen of, zoals we in Edegem wensen, maximaal: investeren in een toepassing om het volledige besluitvormingsproces te digitaliseren. Het opstellen van agendapunten, het voorbereiden en bespreken van punten tijdens een college-, gemeenteraads- of managementteamzitting en het notuleren zal via een beveiligd programma verlopen.
De taken worden eenvoudiger en de hele werking transparanter. Zeker voor de gemeenteraadsleden zal het daardoor eenvoudiger worden om documenten te raadplegen en controleren. Met een digitalisering in het vooruitzicht vergroten we bovendien de efficiëntie van vergaderingen en verkleinen we de papierberg.
Experimenteren met participatie!
Participatie is een absoluut buzzword in de lokale politiek. Iedereen wilt het. Hoe het dan precies moet, dat is veel minder duidelijk. Maatwerk en een grote dosis creativiteit zijn alvast twee belangrijke elementen. Afgelopen dinsdag konden we voor een eerste keer experimenteren in het kader van de complete heraanleg van de Boerenlegerstraat, centrum Edegem.
De aanzet voor dit project was al gegeven in de vorige legislatuur. Studiebureau Antea Group werkte twee concepten uit. Geen volledig wit blad dus. Maar, omdat we nog in een ontwerpfase zitten, nog zeer veel ruimte om met ideeën en verzuchtingen van inwoners aan de slag te gaan.
Wat hebben we gedaan?
Een eenvoudige, maar zeer belangrijke verandering was de opstelling van de zaal en de manier van discussiëren: geen klassieke klasopstelling met vooraan het college en het studiebureau, maar wel een vijftal aparte tafels waar max. 8 mensen konden rondzitten.
Er waren twee sessie, één om 16u en één om 19u. Elke sessie startte met een algemene en technische uitleg over de concepten, de randvoorwaarden, de mogelijke knelpunten en de timing. Nadien werd er rond de tafels in kleinere groepjes over de plannen gediscussieerd. Aan elke tafel zat een schepen, en één of twee ambtenaren of mensen van het studiebureau voor verdere technische ondersteuning en het notuleren van de ideeën en opmerkingen.
Niet alleen was er een mooie opkomst (van de 80 gezinnen, waren er zo'n 25-tal vertegenwoordigd), meer mensen kregen de kans om hun zeg te doen, ook de minder mondige deelnemers. Belangrijk was dat er discussie ontstond tussen buurtbewoners, waardoor er minder een wij-zij, college vs. inwoners, gevoel was. Op de aanwezige formulieren kon men opmerkingen die men toch niet durfden te maken aan de tafels alsnog neerschrijven.
Een uitvoerig verslag van de opmerkingen met de uitleg van de plannen werd enkele dagen later naar alle inwoners van de Boerenlegerstraat verstuurd. Op die manier wilden we diegenen die niet konden/wilden komen naar de sessies, op de hoogte brengen van de uitkomst van de sessie en triggeren om eventueel alsnog hun mening te geven.
Voor dit project was iedereen het over eens: een zeer geslaagde opkomst met meer interactie en begrip tussen bestuur en burgers!
Veilige kruispunten zonder regels
Ik werd er door B.G. reeds enige tijd terug op gewezen, maar moest er deze week, naar aanleiding van een ongeval in Edegem en het ontbreken van veilige oversteekplaatsen in centrum Edegem, terug aan denken: verkeerslichten en voorrangsregels doen het eigenlijk niet zo goed in termen van doorstroming en verkeersveiligheid. Terwijl ze daar net voor werden uitgevonden.
In Engeland is er een man, Martin Cassini, een kleine kruistocht begonnen tegen verkeerslichten onder de noemer Equality Streets. Het centrale idee is dat kruispunten "gedeelde" ruimtes moeten worden voor zowel auto's, fietsers, bussen, voetgangers,... Het wegnemen van voorrangsregels optimaliseert de doorstroming en vermindert het aantal accidenten. In zijn eigen woorden "Generally, reducing all approaches to single lanes and removing signals = lower speeds, no dead red time, better relationships among road-users, less stress, less noise, less air pollution."
Twee filmpjes tonen haarfijn waar het precies over gaat.
PART I:
PART II:
Voor Edegem denk ik al meteen aan het kruispunt Trooststraat/Hovestraat, maar ook Hovestraat/Boniverlei, waar we dit zouden kunnen testen. Voor Mortsel zou een gewaagd experiment kunnen starten voor het kruispunt R11/N10.
Social media + strategie voor lokale overheden
Meer en meer lokale overheden zetten sociale media in als communicatie-instrument. "Een goed idee, als het tenminste een overwogen stap is.", aldus intercommunale Leiedal in een nieuwe publicatie over sociale media en publieke dienstverlening. Of hoe je burgers kan aanspreken als deelnemer en co-producent in plaats van louter als klant.
"Je zal als gemeente méér moeten doen dan een Facebookpagina opzetten. Sociale media is geen eenwegscommunicatie, maar maakt dialoog mogelijk. Je moet dus eerst heel precies weten waar en waarover je dialoog wil opzetten. Informeren over dienstverlening en afhandelen van meldingen en transacties via sociale media is één mogelijkheid, het vormgeven van die dienstverlening samen met de gebruiker is een tweede en meer fundamentele stap."
De publicatie kan je gratis downloaden: klik hier.
Veelgebruikt voorbeeld is de Nederlandse provinciestad Zwolle. Hoewel in termen van inwoners bijna zes maal groter dan Edegem, niettemin een interessant case over de mogelijkheden en de strategie om sociale media als lokaal bestuur in te zetten. Op het Opening-Up congres, 22 oktober 2012 in Mechelen, hield John Ruiter volgende presentatie:
In dit 12-minuten durende filmpje van VVSG uit 2011 leggen bevoorrechte getuigen uit het Zuiden en het Noorden haarfijn uit waar het bij een stedenband om draait: kennisversterking, capaciteitsopbouw, samen problemen oplossen, leren van elkaar...
Onderzoek toont aan dat ontwikkelingssamenwerking via stedenband veruit de meest efficiëntste en doeltreffendste vorm van internationale solidariteit is.
Ook Latijns-Amerika heeft zijn "lente". MO* publiceerde deze week een interessant interview met zanger en gezicht van een nieuwe beweging die van zuid-zuid samenwerking een speerpunt lijkt te hebben gemaakt. Zulke samenwerkingsverbanden worden ook door onze stedenband met San Jeronimo, Peru, gestimuleerd.
Hier alvast de inleiding:
René Perez Joglar, alias Residente, is zanger/rapper en boegbeeld van Calle 13, de meest succesvolle Latijns-Amerikaanse muziekgroep van het laatste decennium. Zijn sociale kritiek en de liefde voor het Latijns-Amerikaanse continent, die als een rode draad door het oeuvre van Calle 13 lopen, inspireerde de Movimiento Revolucionario Calle 13 (MRC13). MRC13 is een jonge protestbeweging opgericht via sociale netwerken, die intussen tienduizenden jonge volgelingen telt.
Lees het volledige artikel op www.mo.be.
Over het YouTube filmpje hierboven: Met het lied "Latinoamérica" won Calle13 de categorie song van het jaar op de Latijnse Grammy Awards.
Nieuwe bestuursploeg voor Edegem...
Vandaag lanceren de drie nieuwe Edegemse coalitiepartners, N-VA, Groen en Open VLD, ook de namen en bevoegdheden van de verschillende schepenen. Een mooi, complementair team dat heel veel goesting heeft om de komende zes jaar de verantwoordelijkheid op te nemen in Edegem.
Groen Edegem heeft in het schepencollege twee stevige bevoegdheidspakketten. Goedele Van der Spiegel wordt schepen van leefmilieu, natuur en duurzaamheid. Ikzelf heb onder meer jeugd, gezin, toerisme, internationale solidariteit, ICT, participatie en wijkwerking. Dat laatste is een duomandaat.
Sien Pillot en Koen Lauriks zullen een belangrijke rol krijgen in de gemeenteraad. De gemeenteraad opwaarderen zal immers een speerpunt worden in de komende beleidsperiode.
Lees het volledige persbericht hier: http://www.groenedegem.net/index.php?page=archief&id=696
Gemeenteraad moet het middenveld op
Burgerparticipatie als medicijn voor bloedarmoede in gemeenteraad
Onze democratie verkeert in een crisis. Dat is geen boude stelling, maar een nuchtere analyse van politieke wetenschappers in binnen- en buitenland. Stephan Coleman en Jay Blumler vatten het in hun laatste boek mooi samen met een lijst van recente academische werken: “Why we hate politics”, “The vanishing voter”, “The decline of the public”, “The critical citizens”, of ook “Dissaffected democracies”. Telkens een variatie op hetzelfde thema: de relatie tussen zij die verkozen zijn en zij die verkiezen zit scheef. Maar, en dat is dan het goede nieuws, hoewel mensen hoe langer hoe meer ontevreden zijn over hoe het politieke systeem vandaag functioneert, gelooft men nog steeds rotsvast in democratische principes. Mensen zijn wel hun geloof in de huidige politiek kwijt, maar niet hun geloof in democratie. En terwijl de legitimiteit van de traditionele politieke instituten onder druk komt te staan, zien we dat niet-institutionele politieke actiemiddelen aan legitimiteit winnen. Steeds meer mensen zoeken andere en bijkomende kanalen om hun ongenoegen te uiten, om politiek druk uit te oefenen, de democratie te organiseren: via betogingen, in sociale bewegingen en drukkingsgroepen, via allerlei soorten acties, bijeenkomsten en burgerinitiatieven. De representatieve democratie zoals we die vandaag kennen, staat onder flink wat druk. De roep om meer deliberatieve en participatieve elementen aan de bestaande instituties toe te voegen klinkt steeds luider.
Als onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen, binnen de onderzoeksgroep Media, Middenveld & Politiek (M2P), ligt mijn focus in eerste instantie op hoe protest tot stand komt en hoe protestengagementen duurzaam kunnen zijn. Het mobilisatievraagstuk is ruim een eeuw oud, maar wint opnieuw aan actualiteit door recente maatschappelijke veranderingen, niet in het minst de globalisering van de politieke en economische sfeer en de introductie van nieuwe communicatietechnologieën. Beiden hebben zonder meer een impact op de manier waarop mensen zich mobiliseren en organiseren om deel te nemen aan het politieke proces. De wereld is complexer, de verantwoordelijken voor wat onrechtvaardig is vaak moeilijker te lokaliseren en te bekampen. Nieuwe media maken het voor burgers en bewegingen dan weer gemakkelijker om protest globaal te organiseren, het kan allemaal sneller en massaler gaan. Al zijn er ook gevaren: zo is er nog steeds het probleem van de participatie elite, de deepening divide tussen zij die al politiek actief waren en zij die dat niet zijn. Protest, al dan niet online, dreigt zo de spreekwoordelijke megafoon te worden voor mensen die ook elders reeds hun stem kunnen laten weerklinken, maar niet voor zij die nog geen stem hadden.
De weg van verontwaardiging naar effectieve deelname aan een protestacties blijkt bezaaid met vele hindernissen. Belangrijker voor sommigen dan de vraag hoe mensen zover te krijgen dat ze zich engageren, is de vraag hoe ze actief te houden. Het geruststellende, statistische antwoord is dat de kans om opnieuw aan een protestactie deel te nemen heel groot is als je al een keer hebt deelgenomen. “The first time is the hardest”, schreven Stefaan Walgrave en Joris Verhulst enige tijd terug. Het komt er dan alleen nog op aan de geëngageerde op te pikken in een meer structureel samenwerkingsverband. En daar hebben sociale bewegingsorganisaties, een belangrijke rol te vervullen: zij verzekeren het aanbod aan activiteiten en acties om rond te protesteren en zorgen zo dat mensen hun engagementen duurzaam kunnen uitbouwen.
Protest en sociale bewegingen zijn een integraal deel van onze moderne samenleving. En dat is niet onbelangrijk: van oudsher is protest immers de motor gebleken van heel wat belangrijke sociale en politieke veranderingen. “Never doubt that a small group of thoughtful, committed citizens can change the world.”, beweerde Margaret Mead ooit stellig. Onderzoek toont ook aan dat participatie in sociale bewegingen en de acties die zij organiseren belangrijk is als leerschool voor burgerschap en democratie. Mensen kweken er bepaalde politieke attitudes en bouwen er sociaal kapitaal op. Maar ondanks dat vandaag steeds meer mensen en meer diverse mensen participeren, verkeert de democratie dus in een crisis. Het huidige politieke systeem blijkt niet aangepast aan een groeiende groep mondige burgers die niet alleen in het stemhokje zijn zeg wil doen, maar ook onderweg het beleid wil evalueren en bijsturen. De zogenaamde crisis van de democratie wordt daarom door sommigen ook wel teruggebracht tot een crisis van het publieke debat met in de eerste plaats een kwalijke hoofdrol voor media- en persorganisaties. Zo ver wil ik hier niet gaan. Ik heb een andere schietschijf in gedachte: de gemeenteraad.
Voor de zoektocht naar het herstel van het publieke debat en een nieuwe verhouding tussen de burger en de politiek, de vertegenwoordigde en de vertegenwoordiger, heeft het lokale niveau een sleutelrol te vervullen. De gemeentelijke, lokale democratie staat het dichtst bij de burger. Het lokale niveau is daarom een ideale testcase om te sleutelen aan de representatieve democratie die wij vandaag zo vanzelfsprekend zijn beginnen vinden.
Als gemeenteraadslid in Edegem, een middelgrote gemeente in de rand van Antwerpen, droom ik van een actieve, professionele raad die autonoom het college van burgemeester en schepenen kan uitdagen, door haar controletaak naar behoren uit te voeren, maar ook – en vooral – door degelijke beleidsinitiatieven te nemen. De gemeenteraad moet het kloppend hart van de lokale democratie zijn. De plek waar het politieke debat gevoerd wordt. Voorlopig is, althans in Edegem, het debat vaak ver te zoeken. Met de bespreking van de “laatste” begroting voor deze legislatuur, ontglipte me zelfs een verontschuldiging voor de lange tussenkomst die zou volgen. What a mistake to make. In de raad moet er juist méér debat zijn. Het begint met de interne verhoudingen. Op dit moment is de raad te veel eenrichtingsverkeer tussen oppositie en het college. De raadsleden van de meerderheidspartijen komen er nauwelijks of niet aan te pas. Dat is bijzonder jammer. Het debat in de gemeenteraad mag zich echter niet beperken tot de raadsleden. Maak van de maandelijkse gemeenteraad en commissies expliciet formele uitwisselingsmomenten tussen burger en politici. Tijdens de vergaderingen moeten raadsleden burgers, experten en ervaringsdeskundigen kunnen uitnodigen om agendapunten toe te lichten en uit te diepen. De ploeg van professor De Rynck formuleert in dat opzicht interessante voorstellen: laat de gemeenteraad participatiemomenten uitwerken en coördineren; maak van de gemeenteraad als het ware een participatieknooppunt.
Het versterken van de lokale democratie en burgers meer betrekken bij de lokale politiek is niet alleen een kwestie van democratische legitimiteit. Meer nadruk op burgerparticipatie moet op lange termijn ook een medicijn zijn voor de bloedarmoede waar politieke partijen en gemeenteraden mee te kampen hebben. Net zoals andere sociale bewegingsorganisaties, kan de gemeenteraad mee zorgen voor een structureel aanbod aan activiteiten om burgers de kans te geven te (blijven) participeren in het beleidsproces. Het kan nieuwe mensen goesting geven om actief de lokale politiek in te gaan. De gemeenteraad moet met andere woorden als ‘professionele organisatie’ mee het middenveld op. Midden tussen burger en uitvoerende politiek. De raad organiseert participatietrajecten rond eigen beleidsinitiatieven en plannen die opgenomen zijn in het strategisch meerjarenplan. Ook initiatieven van burgers ondersteunt de raad door kennis, informatie en middelen te delen, mensen samen te brengen, een wijkvergadering voor te zitten, een online bevraging te organiseren,... Als inwoners zelf meer verantwoordelijkheden en budgetten krijgen om hun wijk of straat in te richten, kan de raad hen daarbij faciliteren. De voorzitter van de raad heeft een belangrijke coördinerende rol en zet zijn “team” van raadsleden, zowel van meerderheid- als minderheidspartijen, efficiënt in. Het college moet het kader scheppen waarbinnen burgers en de raad initiatieven kunnen nemen. Hogere vergoedingen voor de raadsleden verzekeren de nieuwe rol die zij moeten opnemen. Dit gaat allemaal uiteraard geld kosten, maar de return is in wezen onbetaalbaar: meer betrokkenheid, sociale cohesie, politiek vertrouwen door meer realistische verwachtingen, een open bestuur, en vooral meer gedragen en deskundige oplossingen voor de kleine en grote vraagstukken in de gemeente.
Deze bijdrage werd ook gepubliceerd in de VVSG-pocket “Toekomsten voor participatie”, uitgegeven door Politea: http://www.politeia.be//article.aspx?a_id=TOEKOM925A