Er is niets sterker dan liefde. Ook niet in dit boek van Hafid Bouazza. Het boek heet spotvogel en het is uitgebracht in maart 2009 door Prometheus. Hafid Bouazza is geboren in Oujda aan de Marokkaanse grens met Algerije en is in 1977 samen met zijn zus naar Nederland gekomen. In Amsterdam heeft hij toen Arabische taal- en letterkunde gestudeerd. Daarna is hij gestart met boeken schrijven. Zijn eerste succesvolle boek was Paravion. Hier kreeg hij een Gouden Uil voor. De roman gaat over de liefde tussen Nola en Marfisa. De liefde word verboden door haar vader maar ze blijven alsnog afspreken. In de kern ga ik de volgende aspecten behandelen: De opbouw, het perspectief en de schrijfstijl.
Het eerste aspect wat we gaan behandelen is de opbouw van de roman. Het boek bestaat uit verschillende kleine hoofdstukjes van ongeveer drie bladzijden. Het boek is opgesplitst in twee delen, de eerste helft van het boek gaat over een depressieve jongen die in Amsterdam woont. Hij is geboren in Marokko en gaat waarschijnlijk weer terug naar zijn land van herkomst. zodat hij opgevrolijkt kan worden door zijn familie. Waarschijnlijk is de ik persoon Hafid Bouazza zelf want Bouazza komt zelf ook uit Marokko en in een interview over zijn boek heeft hij ook gezegd dat hij vroeger depressief was en drankproblemen had. Ook word de ik-persoon één keer ‘Hafid’ genoemd. Het eerste deel van het boek is een aanloop naar het ‘echte verhaal’. Als de ik-persoon bij zijn familie komt knapt hij weer helemaal op en dan gaan zijn gedachte naar het liefdesverhaal van Nola en Marfissa. Liefde is voor Bouazza een bekend onderwerp om over te schrijven en over dit liefdesverhaal gaat het tweede deel van het boek. Aan het einde van het boek komt de ik-persoon nog een keer terug om de plaats te verklaren waar hij zijn familie heeft ontmoet. Hij schrijft: 'een land in het Noorden, waar, zoals Plinius zei, de bomen onder de rivieren groeien - een Moerasland, een Houtland, een Neder Land'. Hieruit blijkt dat verwarrend genoeg het verhaal zich niet in Marokko heeft afgespeeld maar in Nederland.
Het tweede aspect is het perspectief van de roman. Het eerste deel van de roman is in de eerste persoon geschreven. Hij praat over al zijn problemen die hij heeft en dat geen medicijn tegen zijn depressiviteit helpt. In het tweede deel schrijft hij echter in de derde persoon. Hij schrijft dan over het liefdesverhaal tussen Nola en Marfissa. Dit geeft een leuk effect aan de roman en de roman krijgt hierdoor iets unieks omdat dit niet voorkomt in de meeste romans.
Het derde aspect is de schrijfstijl van de roman. Met de schrijfstijl bedoel ik vooral het taalgebruik in de roman. De roman is namelijk met interessante geschreven. Bouazza gebruikt namelijk heel erg veel oudhollandse woorden en ook veel zelf verzonnen woorden. Hier een paar citaten
“ een treurwilgenlommer van donkere lokken, voddige zwartwolken van wenkbrauwen en zwaargewimperde ogen, stoppels op de gespannen kaken als de gerafelde randen van een leeslint- Noral zou afstotend zijn geweest, waren zijn woorden niet zo’n genot.
Ik heb vrouwelijke toeristen gezien in mijn muntthee gouden en rode Marokko die met hun blonde , koele charmes de lucht kwamen verzengen in een extase van mediterrane zon, en tussen de pezige, gewillige ledematen van varabele, gelijkgekleurde bedgenoten zoals ik ze dat in hun Noordelijke landen nimmer zag doen, al zwoegde de zon daar zo hard als hij kon. “
Deze roman is een goede roman en dat komt door de volgende aspecten: de opbouw van de roman, het perspectief waarin het geschreven is en de schrijfstijl van de roman. Toen ik de achterflap van dit boek las had ik niet veel verwachtingen over de roman maar uiteindelijk was het wel een hele leuke roman. En onthoud niets is sterker dan liefde.
De publicatie van een nieuwe roman van Hafid Bouazza (1970) is een literaire gebeurtenis van belang, zeker als we er een tijd op hebben moeten wachten. In 2003 verscheen Paravion, en daarna bleef het stil rond Bouazza en de romanschrijfkunst, maar nu is er dan Spotvogel.
Bouazza voldoet met deze roman meer dan ruimschoots aan de verwachtingen: het is - met zijn weliswaar bescheiden 119 bladzijden - een meesterwerk. Het boek is geschoeid op nabokoviaanse leest en is gesitueerd in een overtuigende literaire fantasiewereld. Duchtig wordt erin gespot met het overwegend 'realistische' maatwerk dat de Nederlandse literaire markt dreigt te overspoelen. Bouazza is al met al enorm op dreef.
Om met die literaire fantasiewereld te beginnen: bij Bouazza is het nooit zo dat we eenvoudig van bijvoorbeeld Nederland naar Marokko reizen en andersom. Voor simplificerende allochtonenlectuur zijn we bij hem aan het verkeerde adres. Weliswaar lijkt het in dit boek misschien zo te zijn dat de ik-figuur een betrekkelijk overzichtelijke tocht maakt naar het land van Bouazza's voorvaderen, maar vrijwel aan het eind meldt deze zelfde ik-figuur, schijnbaar verwarrend, dat de zojuist verhaalde gebeurtenissen zich niet afspeelden in Marokko, maar in 'een land in het Noorden, waar, zoals Plinius zei, de bomen onder de rivieren groeien - een Moerasland, een Houtland, een Neder Land'. Dat land mag dus ook niet zomaar Nederland worden genoemd, let op de spelling; Bouazza schept zijn eigen koninkrijk, dat van de verbeelding.
De verteller is afgereisd na een stevige inzinking. Die crisis wordt geestig beschreven en daarmee wordt het spottende karakter van dit boek meteen al aangegeven. Er wordt gedold met literaire clichés: 'Vul elk seizoen metaforisch in voor mijn toestand en het zal werken, mijn lezeres.'
Vervolgens wordt plotseling overgeschakeld naar een soort banaal realisme: 'De antidepressiva die ik slikte en ook gedwongen werd te slikken, hielpen niet.'
In Spotvogel neemt deze welbespraakte verteller een lange aanloop naar het eigenlijke verhaal, want op bladzijde 77 lezen we: 'En nu zal ik het verhaal opschrijven: dat is waarheen alle omzwervingen en ellende mij hebben geleid.'
Eindelijk, zou je kunnen zeggen, ware het niet dat die hele aanloop op zichzelf al uiterst genietbaar is door de combinatie van humor, hilarisch gedetailleerde beschrijvingen en geslaagd sfeerproza.
Het 'echte' verhaal blijkt de tragische liefdesgeschiedenis te zijn van het meisje Marfisa en de jongen Noral. Dit verhaal roept bij de lezer werkelijke emoties op, nu ja, het is gewoonweg hartverscheurend. En het verbluffende is dat allerlei schijnbaar onbetekenende elementen uit de eerste 76 bladzijden, uit de 'aanloop' dus, op subtiele wijze terugkeren.
Op die manier demonstreert Bouazza superieur hoe een schrijver aan zijn stof komt en hoe hij, door dat materiaal op de juiste wijze te arrangeren, iets weet te creëren dat op zijn eigen wijze waar en echt is, terwijl tegelijkertijd alles eraan gelogen is. Dat is razend knap. Spotvogel is daarmee ook een geraffineerde roman over het schrijven van romans. (ARIE STORM)