Part of a Teen Wolf fanfiction I am working on. I used the prompts of the Come what may creators challenge.
The words for day 8 are glass and fire.
I wrote this fic in Dutch so I translated the words to use in this story
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
'Sorry dat ik er zo'n rommel van heb gemaakt,' zeg ik met een zucht, mijn ogen zijn gericht naar de vloer. De keukendoek die om mijn hand heen gewikkeld zit voelt nat en zwaar. Isaac zet zit af van het keukenblok en loopt naar me toe. Hij pakt een vrije stoel van de tafel, zet die voor me neer om er volgens op plaats te nemen. Zijn vingers sluiten zich om de pols van de hand die ik net heb bezeert, strelen de huid van mijn arm. 'Het kan gebeuren, het geeft niks. Ik heb Melissa gebeld en ze is onderweg naar huis.' Zijn zachte stem doet me naar hem opkijken. In zijn ogen zie iets wat ik niet direct kan plaatsen. Bezorgdheid? Angst? Onzekerheid?
'Weet je zeker dat het goed gaat?' Hij reikt met zijn vrije hand naar mijn wang, zijn duim voorzichtig vegend over de rode gloei. Door zijn aanwezigheid en mijn stomiteit staan mijn wangen in vuur en vlam. Zijn vingers geven me het gevoel door dat hij begrijpt hoe ik me voel. Sinds wanneer kan ik de gevoelens van anderen voelen? Langzaam knik ik in de hoop dat hij me niet loslaat. Na een paar seconden laat hij toch mijn gezicht los om op te gaan staan. 'Blijf zitten oke? Dan ruim ik de rest van de scherven op.' Uit het kastje onder de gootsteen pakt hij een stoffer en blik waarmee hij de glasscherven begint op te vegen. Ik zie de spieren van zijn armen duidelijk door zijn shirt heen bewegen. Mijn ogen volgen zijn bewegingen totdat ik op schrik van de voordeur die dicht valt.
'Isaac?,' hoor ik een vrouwenstem vanuit de hal roepen. 'We zijn in de keuken,' geeft hij als antwoord en staat op om de scherven in de prullenbak te doen. De vrouw komt de kamer in, neemt ons even in zich op voordat ze op de stoel gaat zitten waar Isaac een paar minuten geleden nog zat. 'Heey,' zegt ze met een vriendelijke lach op haar gezicht. 'Ik ben Melissa, Scotts moeder. Isaac vertelde dat je een stuk glas in je hand hebt gekregen, hoe is dat gebeurt?' Haar vragende ogen speuren mijn gezicht af. Intussen heeft ze de keukendoek al van mij hand gehaald en zit de snee te bestuderen. Ze draagt nog haar ziekenhuiskleding dus ik geloof wel dat ik haar hiermee kan vertrouwen.
Natuurlijk kan ik niet tegen haar zeggen dat ik door Isaac's aanraking een visioen kreeg dat me zo liet schrikken dat mijn magie van streek raakte en het glas dat ik vast had zo uit elkaar spatte. Zelfs Isaac had geen idee wat er was gebeurt, die dacht dat er al een scheur in het glas zat en dat het daardoor makkelijk brak. Omdat ik geen antwoord gaf besluit Isaac maar voor mij antwoord te geven. 'Ik denk dat het glas misschien al kapot was en doordat ik er iets in deed brak het verder.' Zijn woorden zijn doordrengt met angst en schuld. Melissa gaat staan en slaat haar armen om de langere jongen voor een knuffel. 'Het is niet jouw schuld Isaac, het kan gebeuren. Er is niks aan de hand en ik ben totaal niet boos,' zegt ze op liefdevolle toon tegen hem. Als ze hem weer los laat knikt hij een paar keer, zijn hand veegt hij over zijn wang. Had hij tranen in zijn ogen? Wat was er met deze jongen gebeurt? Wie had hem zo gebroken?
Melissa heeft intussen een verbandtrommel op de tafel naast me gelegt waar ze in aan het rommelen is. 'Laten we nu maar eens even je hand verbinden.'












