Broei
Het is broeierig. We drinken ijsthee aan de kade, we (ik) klagen over het weer, want we (ik) waren zo dom een zwarte spijkerbroek te dragen. Het is zo warm en ik kan niet meer nadenken, behalve aan regen en storm. Hoe moet dit ook alweer? Zeg nou iets liefs. Zeg jij eens iets, praat even met me, want anders kus ik je. Ik durf niet. Kus jij mij anders maar. Dan pak ik de volgende keer misschien je hand wel vast.












