19-07-2025
seen from United States
seen from United States

seen from Sweden
seen from United States

seen from Malaysia
seen from France
seen from United States
seen from United States
seen from United Kingdom

seen from United States
seen from Türkiye

seen from United States
seen from Hong Kong SAR China

seen from Germany
seen from Türkiye

seen from New Zealand

seen from China

seen from United States

seen from Malaysia

seen from United States
19-07-2025
Dit is echt een klein meesterwerkje van me. Ik doe al vijf jaar research naar deze familie, en dit is het resultaat. In de tussentijd heb ik bronnen gevonden die ik nooit dacht te kunnen vinden. En ik heb zo veel geleerd over 16de eeuws Antwerpen. Dat was echt het NYC van zijn tijd! Anyway, ondanks dat jullie (misschien) geen Zeeuwen zijn, hoop ik dat jullie toch kunnen genieten van deze genealogische speurtocht :D
View On WordPress
March 02, 2023
De pubertijden van Veurne-Ambacht De pubertijden van Veurne-Ambacht In het rijksarchief van Kortrijk ontdek ik in de verzameling van Goethals-Vercruysse een reeks handschriften over Veurne en Veurne-Ambacht, met daarbij nog een tekst over de oprichting en de voortgang van het klooster van Sint-Sixtus in Westvleteren nevens Poperinge.
Zwarte page als statussymbool
Het boek “Cupido en Sideron. Twee Moren aan het hof van Oranje” van Esther Schreuder vertelt het verhaal van twee zwarte kinderen, Cupido en Sideron die in de jaren zestig van de achttiende eeuw cadeau gedaan worden aan de toekomstige stadhouder Willem V, waarschijnlijk door de West-Indische Compagnie. De zevenjarige Sideron komt uit het door droogte en hongersnood geteisterde Curaçao, de iets jongere Cupido van de kust van Guinee, in Afrika.
Boeiend om te lezen hoe zij zich weten op te werken tot de hoge functie van kamerdienaar aan het hof van de stadhouder en zijn vrouw, Wilhelmina van Pruisen. Het geeft ook een inkijkje in hoe een hofhuishouding reilt en zeilt. Een fragment over de hofkatten:
“Vanaf nu vielen de twee jongens officieel onder het departement van de Stal. Dit was verreweg het grootste van de drie departementen; naast de Stal waren er het departement van het Hof en het departement van de Kamer. Met uitzondering van de kamerdienaren waren alle livreibedienden bij de Stal ingedeeld. Hun aantal was, na het huwelijk van Willem V en Wilhelmina, met een derde vermeerderd tot ongeveer tachtig man. Behalve mensen vielen ook de paarden, de koetsen, de chaises (draagstoelen), de wapens en de hofkatten onder dit departement. Aan de kosten voor deze hofkatten is te zien dat zelfs daar een toename was. Op de jaarrekening van 1763 stond nog bescheiden: ‘J van Wouw melk voor de katten 13,16.’ Dat bedrag was tien jaar later vertienvoudigd tot 144 gulden jaarlijks. De vermeerdering van mensen en daarbij horende paarden zal een groei aan muizen hebben veroorzaakt.” (p. 82)
Zwarte kinderen, als page en bediende, werden aan de verschillende Europese hoven, beschouwd als statussymbool, machtsvertoon. Bij het bekijken van de afbeeldingen van deze ‘zwarte’ pages is duidelijk dat zij model hebben gestaan voor de Zwarte Piet figuur die in de negentiende eeuw werd gevormd. Kleding, tulbanden met uitbundige veren zijn karakteristiek voor Afrikaanse hofbedienden.
Afbeelding: Johann Georg Ziesenis (1716-76), Queen Charlotte (1744-1818) when Princess Sophie Charlotte of Mecklenburg-Strelitz,1761?
Artikel: “Afrikaanse kinderen als cadeautjes, inleiding over Afrikaanse kinderen die worden geschonken en geruild”. Historiek, Ester Schreuder. 21-09-2017
Tentoonstelling: “Afrikaanse bedienden aan het Haagse hof”, Haags Historisch Museum. 21 september 207 - 28 januari 2018
L’état, c’est moi
Het ontstaan van democratie, nieuwe ‘volkssoevereiniteit’, het was na de Franse Revolutie een strijd op vele fronten. In ‘De geest uit de fles’ wordt het meesterlijk beschreven door Ger Groot. Hier een klein stukje over wat er een eeuw daarvoor reeds in gang werd gezet.
“De jonge Franse Republiek had niet alleen een politiek, maar ook een maatschappelijk probleem. Frankrijk was in veel opzichten nog een lappendeken van steden en streken met een volkseigen karakter. De onderdanen voelden zich meer betrokken bij hun eigen regio dan zoiets abstracts als ‘de Franse staat’. Met de unificatie van het Franse koninkrijk tot een staat had Lodewijk XIV een eeuw eerder al een begin gemaakt. Zijn beroemde uitspraak ‘L’état, c’est moi’ drukt veel meer uit dan het megalomane egoïsme dat men er later in is gaan horen. Pas bij hem krijgt het woord ‘staat’ zijn moderne betekenis, maar nog wel binnen het oude bestel van het door God gegeven koningschap.” (p. 113)
Afbeelding: beeld uit de film ‘Le roi danse’ van Gérard Corbiau uit 2000
‘Susjen’ Tulp
“Wanneer een Six met een Tulp trouwt” schrijft Carel Peeters in zijn recensie van ‘De levens van Jan Six’ in Vrij Nederland. Van die Tulp, Margaretha Tulp, is dit portret.
“Margaretha Tulp was eenentwintig toen ze met Jan Six trouwde. Oorspronkelijk heette ze waarschijnlijk gewoon Griet, onder vrienden werd het Margriet en uit een brief van een tijdgenote weten we dat ze ‘onder de jonge luyden’ gewoonlijk ‘Susjen Tulp’ werd genoemd. Het was een mooi meisje, afgaand op haar portretten in de bovengang en in een van de voorkamers. Het ene portret is haar bruidsportret, geschilderd door Govert Flinck; de linkerhand heeft ze vol bloemen, met de rechterhand houdt ze een roos voor haar borst. Op het andere portret is ze waarschijnlijk al zwanger, ze heeft een wat bollig gezicht, met dromerige, naïeve ogen.” (p. 100/101)
En hoe dacht Jan Six over zijn Margriet?
“Jan zelf heeft het over ‘een parel van een wijf’. ‘Wat houdt me [tegen] dat ik je niet doodzoen?’ (Even verderop schrijft hij droogjes: ‘De adem van mijn vrouw stinkt.’)” (p. 101)
Veel maakte het niet uit wat Jan van zijn vrouw vond, als er maar voor nageslacht werd gezorgd. Verder leefden ze bijna gescheiden levens.
“Jan’s smaak speelde hierin slechts een beperkte rol. Huwelijken hadden in die tijd nog lang niet de emotionele waarde die daar nu aan gehecht wordt. Het waren in de allereerste plaats familiecontracten. Beter gezegd: bondgenootschappen tussen familieclans. Dat waren de termen waarin men in de 17e eeuw nog dacht, en lang daarna, en ook bij Jan, zullen die de doorslag hebben gegeven. De persoonlijke vrijheid die op allerlei andere terreinen steeds meer gemeengoed werd speelde in dit soort kwesties nog altijd een ondergeschikte rol. Het idee, nu algemeen gangbaar, dat weerstand tegen sociale druk ook moedig kan zijn, was toen volstrekt ongehoord.” (p. 101)
Afbeelding: Govert Flinck, Portret van Margaretha Tulp, ca. 1658. Collectie Six, Amsterdam
Zeeuws Turkeye
‘Liever Turcks dan paus bevonden, Al is den Turk gheen Christen genaemt, Hy en heeft niemant om ‘t geloove gebrant, Als die papisten doen alle dage’
Een strijdlied van de Nederlandse Geuzen dat zij zongen tijdens hun strijd tegen de Spaanse overheersers.
In “Begrijp jij het Midden-Oosten nog?” van Sven de Graaf en Hans Luiten komt de opstand van de Geuzen tegen Spanje ter sprake en de belangrijke invloed daarop van het Osmaanse rijk. In Zeeland zijn daar nog sporen van te vinden.
“Een stukje Osmaans gebied in Zeeland Rond het jaar 1600 vochten hier voor de Zeeuwse kust Spaanse en Nederlandse schepen met elkaar een zeegevecht uit. De Nederlanders, in het volle bewustzijn dat het Osmaanse rijk de grootste Angstgegner van hun Spaanse vijand was, hadden hun schepen getooid met Osmaanse vlaggen. Menige opstandeling droeg, om de Spaanse tegenstander te sarren, daarnaast ook nog de penning ‘liever Turks dan paaps’. Wat de Nederlanders echter niet wisten, was dat er ook daadwerkelijk Osmanen in hun nabijheid verkeerden. De Spanjaarden gebruikten namelijk Osmaanse slaven om de roeispanen te bedienen. De Nederlanders wonnen de zeeslag, de Spaanse schepen werden buitgemaakt en de slaven bevrijd. Het moet een meer dan bizar moment zijn geweest toen zij aan dek mochten verschijnen en, zoveel duizenden kilometers van huis, de vaandels en symbolen van hun eigen rijk ontwaarden. Uit dank voor hun bevrijding hielpen zij de Nederlanders bij het graven van enkele verdedigingswerken uit de Zeeuwse klei. Toen zij jaren later door de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën naar Istanboel werden teruggezonden kregen die bolwerken namen als Constantinopel of Turkiye, bolwerken die uitgroeiden tot de Zeeuwse dorpjes die nu eenzaam in de klei liggen.” (p. 34)
Afbeelding: Oude stafkaart: Turkeije, 1913. Zeeland (Zeeuws-Vlaanderen, tussen Waterlandkerkje en IJzendijke) binnenste-buitenland