September 13, 2022
#hotd#daeron targaryen#helaena targaryen#daemon targaryen#aemond targaryen



seen from Türkiye
seen from Belgium

seen from Türkiye

seen from Türkiye

seen from United States
seen from Yemen

seen from Australia

seen from Malaysia

seen from Canada
seen from Türkiye

seen from Netherlands

seen from Türkiye
seen from Türkiye
seen from United Kingdom
seen from Germany
seen from United States

seen from Netherlands
seen from China
seen from United States
seen from China
September 13, 2022
23-03-2025
July 13, 2021
Opvoeding van de broer van Louis XIV (de zonnekoning)
Philippe werd opgevoed en gekleed als een meisje. Het was normaal om jongens in hun eerste levensjaren kleedjes te laten dragen, maar bij Philippe bleef het duren tot zijn tienerjaren. Daarnaast werd hij gemaquilleerd en moest hij met poppen en juwelen spelen. Op deze manier hoopten de koningin en Mazarin dat hij een zwak vrouwelijk karakter zou ontwikkelen. De broer van de vorige koning had namelijk de ambitie om zelf op de troon te komen en dit streven wilden ze zeker vermijden bij de huidige broer. Mazarin bracht Philippe zelfs in contact met zijn Italiaanse homofiele (en misschien ook pedofiele) neef. Bovendien kreeg Philippe een speelvriendje die ook als meisje was verkleed. In zijn later leven droeg Philippe graag kleedjes en gebruikte hij graag make-up. Verder had hij verschillende homoseksuele relaties, terwijl homoseksualiteit in die tijd amper getolereerd werd.
Bron: De zonnekoning: glorie en schaduw van Lodewijk XIV (Johan Op De Beeck)
Zwarte page als statussymbool
Het boek “Cupido en Sideron. Twee Moren aan het hof van Oranje” van Esther Schreuder vertelt het verhaal van twee zwarte kinderen, Cupido en Sideron die in de jaren zestig van de achttiende eeuw cadeau gedaan worden aan de toekomstige stadhouder Willem V, waarschijnlijk door de West-Indische Compagnie. De zevenjarige Sideron komt uit het door droogte en hongersnood geteisterde Curaçao, de iets jongere Cupido van de kust van Guinee, in Afrika.
Boeiend om te lezen hoe zij zich weten op te werken tot de hoge functie van kamerdienaar aan het hof van de stadhouder en zijn vrouw, Wilhelmina van Pruisen. Het geeft ook een inkijkje in hoe een hofhuishouding reilt en zeilt. Een fragment over de hofkatten:
“Vanaf nu vielen de twee jongens officieel onder het departement van de Stal. Dit was verreweg het grootste van de drie departementen; naast de Stal waren er het departement van het Hof en het departement van de Kamer. Met uitzondering van de kamerdienaren waren alle livreibedienden bij de Stal ingedeeld. Hun aantal was, na het huwelijk van Willem V en Wilhelmina, met een derde vermeerderd tot ongeveer tachtig man. Behalve mensen vielen ook de paarden, de koetsen, de chaises (draagstoelen), de wapens en de hofkatten onder dit departement. Aan de kosten voor deze hofkatten is te zien dat zelfs daar een toename was. Op de jaarrekening van 1763 stond nog bescheiden: ‘J van Wouw melk voor de katten 13,16.’ Dat bedrag was tien jaar later vertienvoudigd tot 144 gulden jaarlijks. De vermeerdering van mensen en daarbij horende paarden zal een groei aan muizen hebben veroorzaakt.” (p. 82)
Zwarte kinderen, als page en bediende, werden aan de verschillende Europese hoven, beschouwd als statussymbool, machtsvertoon. Bij het bekijken van de afbeeldingen van deze ‘zwarte’ pages is duidelijk dat zij model hebben gestaan voor de Zwarte Piet figuur die in de negentiende eeuw werd gevormd. Kleding, tulbanden met uitbundige veren zijn karakteristiek voor Afrikaanse hofbedienden.
Afbeelding: Johann Georg Ziesenis (1716-76), Queen Charlotte (1744-1818) when Princess Sophie Charlotte of Mecklenburg-Strelitz,1761?
Artikel: “Afrikaanse kinderen als cadeautjes, inleiding over Afrikaanse kinderen die worden geschonken en geruild”. Historiek, Ester Schreuder. 21-09-2017
Tentoonstelling: “Afrikaanse bedienden aan het Haagse hof”, Haags Historisch Museum. 21 september 207 - 28 januari 2018
De bruidsjapon van Helena
De breedste jurk van Nederland, de bruidsjapon van Helena Slicher (1737-1776) die ze volgens overlevering droeg bij haar huwelijk op 4 september 1759 met Aelbrecht Baron van Slingelandt. Geert Mak vertelt over deze jurk in ‘De levens van Jan Six’. Via aangetrouwde familie was de japon bij de Sixen beland, in 1978 was het kledingstuk geschonken aan het Rijksmuseum. De jurk is weer tevoorschijn gehaald door Bianca du Mortier, conservator kostuum Rijksmuseum, voor de tentoonstelling Catwalk.
“Kleren bepalen onze manier van choreografie — iedere acteur in historische films kan daarover meepraten. Dat 18e-eeuwse bewegen kun je op een bepaalde manier aflezen aan deze jurk. ‘Een hedendaagse vrouw kan deze jurk niet meer dragen,’ zei Bianca. ‘We werken hier met speciale paspoppen, voor elke vijftig jaar hebben we andere poppen nodig omdat het silhouet steeds veranderde. Deze pop heeft de vrouwenmaten van het midden van de 18e eeuw: een heel rechte rug, de borsten hoog opgestuwd door het korset. Helena, de bruid, is waarschijnlijk vanaf haar vierde opgegroeid in een korset. Het kinderlichaam werd beschouwd als een klomp was die je kon modelleren en inrijgen naar het vereiste schoonheidsideaal.’ Maar die omhooggeperste borsten dan? ‘Borsten telden in de 18e eeuw nauwelijks mee, tepels werden totaal niet als erotisch beschouwd. Een stukje been, een enkel, ja, dat was allemaal heel spannend. Als een vrouw voor je de trap op liep en je zag een glimp van haar enkel…’ Hoe breder, des te belangrijker, dat was de mode van die jaren. Om dat effect te bereiken hing onder Helena’s jurk een enorme hoepelconstructie, waardoor de rok tijdens het lopen moet hebben geschommeld. Kon je nog wel feestvieren in zo’n jurk? Bianca: ‘De bruidegom kon nooit naast zijn bruid lopen, alleen voor of achter haar. Bewegingsvrijheid had je nauwelijks. De mouwinzet was zo ver naar achteren, dat je je armen niet omhoog kon doen of grote gebaren maken. Dat mocht ook niet. Je moest je rustig gedragen en zeker niet te hard lachen, uitbundige expressie was not done in de 18e eeuw.’ “ (p. 204)
De achttiende eeuw was meer dan de Zilveren eeuw na de Gouden Eeuw en het tijdperk van stoffige pruiken, aldus Joost Rosendaal. Het boek Uit de plooi – De achttiende eeuw in beweging wil recht doen aan de achttiende eeuw. Begrijpelijk. Tijdens mijn studie was er wel alle aandacht voor die zeventiende eeuw. Maar de achttiende eeuw was alleen interessant vanwege de internationale politieke verhoudingen. Volgens Rosendaal was de achttiende eeuw een periode waarin diepe plooien, stijve pakken verdwenen en mensen zich politiek en maatschappelijk ontplooiden. Rosendaal betoogt dat de culturele, politieke en sociale veranderingen de moderne samenleving tot stand hebben gebracht. Hij doet dit aan de hand van een korte introductie waarin hij de vijf thema’s uitlegt waar het verdere werk om draait. Politiek, religie en moraal, wetenschap en cultuur, kunst en samenleving, economie en dagelijks leven. Rosendaal legt uit dat de Republiek bestond uit gewesten die geheel los van elkaar functioneerden. In 1702 kwam Willem III om na een val van zijn paard. In 1747 viel Frankrijk de Republiek binnen waarop de Oranjes aandrongen om Willem IV tot erfstadhouder te benoemen. De democratiseringsbeweging van de patriotten werd door Pruisisch ingrijpen tot staan gebracht in 1787. DE revolutionairen vertrokken naar Frankrijk om daar te lobbyen voor militaire steun. Met deze steun en dankzij het bevriezen van de waterlinie trokken zij in 1794/1795 Nederland binnen en riepen de Bataafse Republiek uit. Belangrijkste pijlers waren de invoering van de Verklaring van de Rechten van de Mens, de een- en ondeelbaarheid van de Republiek en gelijke rechten voor alle ingezetenen. Pas in 1798 werden deze punten met een staatsgreep verankerd in de grondwet. Hoewel katholieken in de praktijk hun geloof mochten belijden, werd dat in de achttiende eeuw wettelijk vastgelegd (1730). De religieuze diversiteit zorgde voor geestelijke filosofische vrijheid wat leidde tot de Verlichting. Kerk en staat werden uiteindelijk van elkaar gescheiden en ook katholieken mocht een politiek ambt bekleden; religie speelde vanaf dat moment geen rol meer in de publieke ruimte. Rosendaal vertelt dat het decentrale karakter van de Republiek veel ruimte voor ontplooiing gaf. Zo ontwikkelde Spinoza de radicale Verlichting. De mens probeerde zich van zijn onmondigheid te ontworstelen en door discussies over de zingeving van de mensheid, ontplooide men zich. Dankzij de langdurige vrede in de achttiende eeuw ontstond er een onbezorgde sfeer. Nieuwe genres werden ontwikkeld, andere cultuurbronnen omarmt. De kunsten en muziek werden belangrijke functies in de sociale en politieke hiërarchie; het gaf gezag en aanzien. In het dagelijks leven was er sprake van individualise die zich voornamelijk uitte in de rol van de vrouw; zij werd de heerseres van het huiselijk domein. Daarnaast ontstond er een steeds duidelijke scheidslijn tussen het publieke en privédomein. Het boek bestaat uit 57 vensters, zoals Rosendaal ze noemt. Deze vensters presenteren de verschillende onderwerpen en geven een inkijkje in de ziel van de achttiende-eeuwer. Tegelijkertijd geeft het uitzicht op de wereld van diezelfde achttiende-eeuwer. Het bekendste voorbeeld van een venster is Douwe Egberts onder het kopje ‘genieten’. Het vertelt over de eerste genotsdranken in de Republiek, zoals thee en chocolademelk en dankzij de VOC, ook koffie. Het is vanaf dat moment dat het drinken van bijvoorbeeld koffie een evenement werd om ‘sociale verhoudingen te bevestigen’. En inderdaad, alle vensters passen binnen de genoemde thema’s. Zo kom ik ‘ De eeuw van de vrouw’ tegen, maar ook ‘Ruzie in de kerk’, ‘Stadhouderloos’, ‘Spot, satire en venijn’ en ‘Staatsregeling’. Er is voor een chronologische volgorde is gekozen al is het niet expliciet aan de hand van een tijdlijn. Aangezien het Uit de plooi een publicatie is bij de gelijknamige tentoonstelling in Museum Het Valkhof (2 februari tot en met 26 mei 2013) komen er ook veel objecten voor bij de verhalen. Ook zijn er vensters die geheel gewijd zijn aan een object, zoals bijvoorbeeld de ‘Galajapon’ over de mode in de achttiende eeuw. Een ander voorbeeld van een object is een schilderij van Cornelis Troost (1696-1750) ‘Joanna en de ‘smousen’’, 1741. De tekst vertelt over de schilder, zijn werk en dit betreffende werk. Aangezien deze werken zo expliciet worden uitgelicht, neem ik aan dat deze objecten ook in de tentoonstelling te zien zijn. Het is een boek dat vooral uitnodigt tot bladeren en kijken. Natuurlijk is het handig om eens iets op te zoeken en na te lezen. De uitgave is een plaatje op zich. De vele kleurrijke foto’s leveren daar een belangrijke bijdrage aan. Per onderwerp is er een korte literatuurlijst opgenomen voor verdieping na het bezoek aan de tentoonstelling. Jan Rosendaal toont aan dat in de beeldvorming de achttiende eeuw ten onrechte is opgezadeld met saaie, stoffige pruiken. Uit de plooi – De achttiende eeuw in beweging Joost Rosendaal. Met bijdragen van Marja Begheyn-Huisman en Barbara Kruijsen (conservator en assistent-conservator oude kunst bij Museum Het Valkhof Nijmegen) Uitgeverij VanTilt ISBN978-94-6004-127-3 216 pagina's €22,50 04.04.2013