August 30, 2021
seen from United States
seen from Russia
seen from Japan

seen from United States

seen from United States
seen from United States

seen from United States
seen from New Zealand
seen from United States
seen from Peru

seen from Japan

seen from Netherlands
seen from United States
seen from Russia
seen from Russia
seen from United States
seen from United States

seen from United States
seen from Romania

seen from Argentina
August 30, 2021
December 22, 2021
De wegen in Westvleteren
De wegen in Westvleteren
‘Zo oud als de straat’ is een bekend Vlaams spreekwoord dat erop wijst dat de straten wel heel oud moeten zijn. Het kan ook niet anders want zodra men ergen bewoners heeft, ontstaan ook wegen. De eerste bewoners hebben hun wegen ‘gelopen’ of met hun getrek ‘gereden’ over de heide, door het bos, tussen de moerassen van hun hut naar de gebuur, naar de plaatsen van de bijeenkomsten, naar hun akkers,…
View On WordPress
Rheinromantik
In ‘De Rijn. Biografie van een rivier’ trekt Martin Hendriksma van de Rijnbron bij de Zwitserse Gotthardpas naar de monding in de Noordzee. Het is een tocht door de tijd heen en staat stil bij historische verhalen. In de buurt van Koblenz, bij de rotsformaties van Sankt-Goarshausen, gaat het over de Rijnnimf Lore Ley. De dichter Heinrich Heine noemt haar in 1824 ‘Ein Märchen aus uralten Zeiten’. Dat valt wel mee, ze is in 1801 ontsproten uit het romantische gemoed van de dichter Clemens Brentano, de geboorte van een sprookjesfiguur. ‘Lur’ was Oudduits voor elfje, ‘lei’ kwam van het leisteen waar de Rijn eeuwenlang zijn weg door sleet. Een elfje van steen werd zo door Brentano voor het eerst verbasterd tot ‘lurlei’. Ze hoort helemaal thuis in de negentiende-eeuwse riviercultus, de Rijnromantiek.
Te Bacharach aan de Rijn Daar woonde een tovenaarsvrouw Zij was zo knap en fijn En kon krijgen wie ze wou.
Ze was het droombeeld van elke vrouw, Lore Ley. En de droom van iedere man. Maar – o wee – het noodlot sloeg in haar door Clemens Brentano bij elkaar geschreven avontuurtjes steeds weer toe. De mannen wier hart Lore op hol bracht, vielen even later stuk voor stuk dood neer. Ten einde raad wendde de tovenaarsvrouw zich tot de bisschop, die haar naar het klooster doorverwees. Nog een laatste keer wil Lore een blik werpen op de Rijn, voordat ze voorgoed tussen de kloostermuren zal verdwijnen. Ze beklimt de rots boven Sankt-Goarshausen. Ik weet niet hoelang Brentano talmde over een alternatieve afloop van het verhaal. Goethe, zijn grote voorbeeld, had in zijn jonge Werther bewezen hoe een romanticus het noodlot te lijf ging: door het simpelweg te kwadrateren. Toen Lotte/Maxe een andere minnaar boven de jonge Werther verkoos, sloeg die de hand aan zichzelf. De dood van Lore is bijkans nóg tragischer. Ze weet dat als ze haar hart laat spreken en voor haar laatste geliefde kiest, diens dagen meteen geteld zijn. Maar hem helemaal loslaten kan ze ook niet. Het is een gruwelijk dilemma met maar één uitweg. Die serveert Brentano in koele woorden uit. (p. 97/98)
De jonge vrouw sprak: Daar gaat een scheepje op de Rijn Wie er in dat scheepje staat moet wel mijn geliefde zijn. Mijn hart raakt betoverd, Het moet mijn geliefde zijn! – Daar buigt ze zich voorover En stort neer in de Rijn.
Afbeelding: Carl Joseph Begas, (1794-1854), Die Lorelei, 1835. LA LORELEI
Over Lore Lay: Wikipedia Lore Lay
Voordracht van: Clemens Brentano: Lore Lay
Je komt ze overal tegen
Klagen over toeristen gebeurde al in de 19de-eeuw. Ik lees het in ‘De eeuw van de macht’ van Richard J. Evans. Een zeer veelomvattend boek over de politieke, sociaaleconomische en culturele aspecten van Europa van 1815 tot 1914.
“Na de teloorgang van de ‘grand tour’ van de aristocratie tijdens de chaos en het geweld van de Franse Revolutie en de napoleontische oorlogen, verkende de nieuwe Engelse middenklasse het Europese vasteland middels georganiseerde reizen. Het bekendste bedrijf in de reisbranche werd opgericht door Thomas Cook (1808-1892), een doopsgezinde predikant die reizen begon te organiseren voor geheelonthoudingsactivisten en bij spoorwegmaatschappijen in ruil voor gegarandeerd grote groepen kaartjes kon krijgen tegen gereduceerd tarief. In de jaren zestig namen de reizen van Cook Engelse klanten mee naar verschillende bestemmingen op het vasteland van Europa en wat zij daar zagen bevestigde hen in hun gevoel van superioriteit. Het Engelse dedain voor de Europeanen was geheel wederzijds. In 1890 klaagde de Roemeense schrijver Nicolae Lorga (1871-1940) steen en been over de Britten in Venetië: Je komt ze overal tegen, in het hotel, in de smalle straatjes, in gondels, onder aan standbeelden, boven op torenomlopen: correct, met getrimde snor, Baedeker in de hand en arm in arm met de geliefde wederhelft, een poppetje met glazige ogen, rozige wangen en een paardengebit. Koud en weloverwogen mompelen ze onverstaanbare uitleg in die springerige taal van ze, en bij gelegenheid in het Frans” (p. 625)
Afbeelding: 175 years of travel ‘The first excursion’ Thomas Cook first dipped his toes into the world of travel on 5 July 1841, when he organised a one-day train journey from Leicester to a Temperance meeting in Loughborough.
Afrikaanse geschiedenis
‘De zwarte Napoleon’ van de Nederlandse auteur van Liberiaanse afkomst Vamba Sherif heb ik bijna uitgelezen. Een duidelijke samenvatting van het rijke en boeiende boek vond ik in een recensie van Toef Jaeger in NRC van 11 december 2015.
“De zwarte Napoleon, van de in Liberia geboren en in Nederland wonende Vamba Sherif, draait om de dertienjarige Zaiwulo die aan het eind van de 19de eeuw meemaakt hoe er strijd wordt geleverd om onafhankelijkheid, terwijl tegelijkertijd cultureel erfgoed (oude manuscripten) beschermd moeten worden. De roman is gebaseerd op het waar gebeurde verhaal van Samori Ture die in 1887 een leger naar Europees model bijeenbracht om tegen de Fransen te vechten en een eigen islamitisch rijk te stichten (de achterkleinzoon van Ture werd de eerste president van Guinee toen het land onafhankelijk werd). Terwijl de ambities van deze, door de Fransen genoemde, ‘zwarte Napoleon’ groot zijn, gaat het in de roman vooral om de coming of age van Zaiwulo in een periode dat niet alleen hij gevormd wordt, maar ook zijn land. Zaiwulo vindt redding in de manuscripten die hij bestudeert.”
Lezing van Vamba Sherif: ‘De blik van de Ander: Samori Touré of de Zwarte Napoleon?’ VK, 21-09-2016
Afbeelding achtergrond: West-Afrikaanse Percussie bij Las Fiestas Del Mundo
Afbeelding inzet: Samori Touré (1830 - 1900) @ Historische foto
De bakvis
Als tiener, of nog ouderwetser bakvis, was ik gek op de boeken van Cissy van Marxveldt. De Joop ter Heul boeken verslond ik. Nu lees ik de biografie van Van Marxveldt geschreven door Monica Soeting. In het boek ook een interessante beschouwing over het verschijnsel puberteit. Is dat een mythe waarin we zijn gaan geloven en die nu tot onze werkelijkheid behoort?
“De ‘bakvisroman’, de roman voor meisjes, ontstond rond 1870. Zowel het ontstaan als de verdere ontwikkeling van het genre hebben te maken met de speciale periode die er in die tijd ontstond tussen het kind- en het volwassenenzijn: de adolescentie. Volgens sommige auteurs, zoals John Neubauer en Pamela Pattynama, bestaan er geen fysiologische voorwaarden voor een dergelijke aparte periode in de menselijke ontwikkeling en is het begrip ‘adolescent’ een mythe die met de ontwikkeling van de middenklasse in het leven werd geroepen. In deze mythe, die als een rite de passage kan worden gezien, staat alles nog open, en mag de adolescent met verschillende rollen experimenteren. In werkelijkheid echter lagen de rollen allang vast, want de mythe van de adolescent bestond in de negentiende eeuw voornamelijk uit conventionele ideeën en fantasieën over vooral mannelijke identiteit. In die zin was de mythe van de adolescent aanvankelijk een ‘mannelijk-burgerlijke-vrijheidsdroom’, zoals Pattynama het uitdrukt. Vanwege de voortschrijdende industrialisatie, verstedelijking en kolonisatie kwam er steeds meer behoefte aan scholing. Daardoor werden de middelbare scholen steeds belangrijker, ook voor meisjes. Zo ontstond er toch een soort tussenperiode tussen het kind- en het volwassenzijn in de tijd van de middelbare scholier: de periode van de adolescent, de puber en de bakvis. De middelbare scholieren zelf gingen zich als puber en bakvis voelen en gedragen. Ze identificeerden zich met het begrip, ook al had dat geen fysiologisch fundament. Dat is normaal − mythes en verhalen bepalen ons gedrag, zoals Pattynama schrijft, en daarmee voor een belangrijk deel onze identiteit. De verhalen die we over onszelf leren te vertellen, worden werkelijk deel van onszelf. We vormen ons impliciet en expliciet naar de verhalen, die daarom dan in zekere zin geen mythe meer zijn.” (p. 167)
Meer over de bakvisroman: ‘Hoe de bakvisroman meisjes voorbereidde op hun taak: moeder en echtgenote’, Monica Soeting, Historiek 26-01-2017
Afbeelding: ‘Foto's van bakvissen en beugelbekkies bij een Justin Bieber-feest’, Athene 14-09-2016, @ Panos Kefalos
Jizo-san
Afgelopen week ‘De eeuw van de kersenbloesem’ van Miki Sakamato gelezen. De geschiedenis van een Japanse familie, vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw tot na het eind van de Tweede Wereldoorlog. Voor mij was het een eigenlijke kennismaking met de Japanse cultuur en geschiedenis, zeker een uitnodiging naar meer.
Thuisgekomen pakte Aí een klein, van hout gemaakt poppetje. Kokeshi heetten ze. Een eenvoudig rond stuk hout vormde het lichaam, waarin het hoofd als bol was uitgesneden. Kokeshi werden meestal lieflijk beschilderd, de vrouwtjespop rood, de mannetjespop zwart. Ze zagen eruit als slapende bakerkindjes, deze tegelijkertijd lieve en droevige figuurtjes. Men nam ze mee naar huis als men op reis was geweest en zette ze, vaak paarsgewijs, op de commode, of voor het gebed op het huisaltaar, waar de verering van de voorouders plaatsvond. Er waren ook kleine stenen figuurtjes, jizo-san geheten, die meestal als een baby een slabbetje om hadden. Ze werden in de hoek van een tuin of aan de kant van de weg gezet, en sommige nam men ook mee naar de tempel. Uit bloemen die ervoor waren gelegd, bleek dat er aan hen gedacht werd – aan de kleine kindjes die geboren waren maar niet konden leven. Als Japan weer eens door een hongersnood was getroffen, nam het aantal kokeshi en jizo-san sterk toe. (p.37)