In de aanloop van het Wintertuinfestival (23 t/m 26 november) vroegen wij drie schrijvers een inleiding te verzorgen bij drie films in LUX: Marjolein Visser op 27 oktober bij Tonio, Wout Waanders op 1 november bij Een echte Vermeer en Martin Rombouts op 10 november bij Snowden. Deze films sluiten aan bij het festivalthema ‘Dit is echt’, over de verhouding tussen fictie en non-fictie. De inleiding die Marjolein Visser deze avond bij Tonio verzorgde, lees je hier.
Een dode maakt van een levende een overlevende.
Dit zei A.F.Th. van der Heijden, de schrijver van het boek Tonio, waar dit een verfilming van is. Tonio is een autobiografisch verhaal en geeft een beeld van de werkelijkheid zoals A.F.Th. van der Heijden hem beleefde na de dood van zijn zoon Tonio.
Zelf werkte ik een tijd als onderzoeker en psycholoog in opleiding met getraumatiseerde mensen. In die tijd sprak ik met een aantal mensen die hun kinderen hadden verloren. Aan een ziekte die doorzette in een veel te jong lichaam. Aan een bus die onverwachts de hoek om kwam na een bezoek aan het Rijksmuseum. Aan een verdwaalde kogel in Libië. Aan een depressie.
Het voelde wel eens vreemd om met hen te mogen spreken en het voelt ook een beetje raar om hier te staan en iets te vertellen over dit thema. Alsof het onwaardig is. Want ik weet niks over het verliezen van een kind. Ik ben zelf nog een kind. Maar dan is er natuurlijk, voor mijzelf en andere jonge mensen in de zaal die ook weinig nog weten van verlies, de zekerheid dat we onze portie nog wel zullen krijgen. Dat we met zekerheid kunnen rekenen op een overgangsmoment in ons leven van ‘ik heb nog nooit iets heel ergs meegemaakt’ naar ‘vanaf nu wordt het nooit meer hetzelfde.’
Tijdens mijn tijd als psycholoog luisterde ik naar vele verhalen over verlies. Ik herinner me dat ik tijdens die verhalen, vooral bij emotionele details, bij beschrijvingen van hoe het was gebeurd, twijfelde of ik van mijn thee kon sippen. Dit zijn geen verhalen om thee bij te drinken. Ook vond ik het geen verhalen om bij te zeggen: de tijd is om, ik zie u volgende week. Geen verhalen van alledag. Maar voor de mensen met wie ik sprak waren dat het wél, want ze dachten er elke dag, voortdurend aan.
Vlak na de dood, of juist jaren later, tussen tranen, woede, acceptatie, schuldgevoel en onrust door kwamen er steeds nieuwe woorden. Een jonge moeder die haar kind bij een auto ongeluk was verloren zei dat ze hem door praten in leven wilde houden. Iedereen met wie ik sprak, benadrukte dat hun kind nooit vergeten mocht worden. Hun kind was dan overleden, maar ze waren nog wel een ouder, en de band met hun kind was niet voorbij. ‘Zo wil ik hem bij me houden en alles beter begrijpen en hem, of de herinnering aan hem, laten weten dat ik hem begrijp,’ zei een jonge vader nadat ik hem vroeg waarom hij nog elk halfjaar een brief op het graf van zijn zoon legde.
Ik vind het interessant aan deze film dat het niet alleen een kunstvorm is, een reflectie op de werkelijkheid, maar ook een deel van de werkelijkheid zelf. Dat het niet alleen filmbeelden zijn, niet alleen de technieken van acteurs, scenarioschrijvers, een regisseur, en van Van der Heijden, maar dat het ook herinneringen zijn die zich bij iemand hebben vastgezet, hoofdpijn gaven en terugkwamen, steeds terugkwamen. Dat het naast een film en het verhaal dat wordt verteld, herinneringen zijn, die door hoofden spookten en spoken omdat ze amper komen op aanvraag, maar zich uit zichzelf starten.
Het zijn herinneringen van een man, die mooie boeken schrijft. Van de achterbuurman die je af en toe tegenkomt als je de vuilnisbak aan de straat zet. Van de tante die je soms ontwijkt op de nieuwjaarsborrels omdat je na al die jaren, een gesprek met haar nog steeds niet durft te starten en niet weet of je er nog naar moet vragen. Van de caissière van de Albert Heijn die je vraagt of je zegeltjes wilt of anders de moestuintjes. Herinneringen van dingen die zij niet alleen meemaakten, maar nog steeds elke dag bij zich dragen.
Dit was wat ik wilde zeggen. Altijd spannend, zo’n essay presenteren. Ik zal vanavond mijn vader even bellen over hoe het gegaan is. Hij wil altijd weten hoe spannende dingen me vergaan en wat hem betreft spreken we elkaar nooit genoeg.
Marjolein Visser schrijft verhalen met humor en oog voor detail. In 2015 won ze de VPRO Bagagedrager. Eerder won ze onder meer Lebowski’s Writing for Success en twee keer zat ze in de landelijke finale van schrijfwedstrijd Write Now! Ze schreef columns voor o.a. Dutch Media en No Label en doet wetenschappelijk onderzoek voor GGZ en internationale ontwikkelingsorganisaties. In november 2014 verscheen haar chapbook De Kleine Hol Club, een bundeling korte verhalen die samen een groot verhaal vormen.
In het kader van het Wintertuinfestival lanceert Wintertuin een digitaal festivalcentrum: een online platform met iedere week nieuwe themagerelateerde content in allerlei vormen. Meer informatie en antwoorden op vragen over het festivalprogramma en de kaartverkoop kan worden gevonden bij de Festivalbalie.