Waarom we strijden - De Vierde Wereldoorlog is begonnen
Dit manifest van de hand van Zapatistas-leider Subcommandante Marcos werd gepubliceerd in de Franse krant Le Monde in 1997. Zoals blijkt uit de gebeurtenissen van de laatste jaren, en zeker ook de laatste maanden, heeft het sindsdien alleen maar aan actualiteit gewonnen.
Het neoliberalisme, als een globaal
systeem, behelst een nieuwe oorlog om gebieden te veroveren. Het einde van de
Derde Wereldoorlog (of de “Koude Oorlog”) heeft er op geen enkele manier toe
geleid dat de wereld haar bipolariteit te boven is gekomen noch dat er stabiliteit
is teruggekeerd onder de hegemonie van de winnaar. Want, als er een verliezer
is geweest (het socialistische kamp), is het evenzeer moeilijk om een winnaar
te benoemen. De Verenigde Staten? De Europese Unie? Japan? Alle drie?
De nederlaag van het “Kwaadaardige
Rijk” heeft nieuwe markten geopend, en de verovering hiervan is bezig een
nieuwe Wereldoorlog uit te lokken, de Vierde. Zoals bij alle conflicten worden natiestaten
gedwongen om hun identiteit te herdefiniëren. De wereldorde is teruggekeerd
naar het vroegere tijdperk waarin Amerika, Afrika en Oceanië veroverd werden. Een
moderniteit die erop vooruitgaat door achteruit te gaan, het is een vreemde
zaak. Het schemerdonker van de twintigste eeuw lijkt meer op vroegere barbaarse
periodes dan op de rationale toekomstvisies die door zoveel sciencefiction-werken werden beschreven.
Uitgestrekte gebieden, rijkdom en,
bovenal, een immens beschikbaar arbeidspotentieel wachten op hun nieuwe
meester. Maar, ondanks de talrijke kandidaten, is er maar één plek als
wereldheerser in de aanbieding. Deze onderlinge wedijver verklaart de nieuwe
oorlog die ophanden is tussen diegenen die beweren dat ze bij het “Goede Rijk”
horen.
Waar de Derde Wereldoorlog ging om de
confrontatie van kapitalisme en socialisme op diverse grondgebieden en in verschillende
intensiteit, zal de Vierde uitgevochten worden tussen de grote financiële
centra op wereldwijde schaal en met een ontzettende en constante intensiteit.
De Koude Oorlog, die eigenlijk een
verkeerde naam draagt, bereikte zeer hoge temperaturen: Van de ondergrondse catacomben
van internationale spionage tot de sterrenruimte van Ronald Reagans beroemde “Star Wars”; van het zand van de Varkensbaai
in Cuba tot de Mekong Delta in Vietnam; van de tomeloze kernwapenwedren tot de brutale
coups in Latijns-Amerika; van de verwerpelijke schijngevechten door NAVO-legers
tot de intriges van CIA-agenten in Bolivia, waar Che Guevara werd omgebracht. Al
deze gebeurtenissen culmineerden in de val van het socialistische kamp als
wereldsysteem en in diens teloorgang als sociaal alternatief. Voor de
overwinnaar, het kapitalisme, legde de Derde Wereldoorlog de voordelen bloot
die gewonnen kunnen worden door de “totale oorlog”. De naoorlogse periode laat
ons toe een vluchtige blik op te vangen van een nieuwe planetaire dispensatie, waarbij
de hoofdredenen van conflicten liggen in de beduidende groei van niemandslanden
(een bijproduct van het debacle in het Oosten), de ontwikkeling van een
verminderd aantal grootmachten (de Verenigde Staten, de Europese Unie, Japan),
de globale economische crisis en een nieuwe informaticarevolutie.
Met dank aan de computers leggen
financiële markten hun wetten en regels op aan de planeet volgens de grillen
van de handelsvloer. Globalisering is niets meer dan de totalitaire
voortzetting van hun logica in alle aspecten van het leven. Waar de Verenigde
Staten voorheen de teugels in handen hadden op economisch vlak, worden ze nu gedirigeerd,
vanop digitale afstand, door de eigenlijke drijfveer van financiële macht: de
vrije handel. De marktlogica profiteert van de poreusheid die wordt veroorzaakt
door de ontwikkeling van telecommunicatie om zich alle aspecten van sociale
activiteit toe te eigenen. Eindelijk een totale oorlog in de ware zin van het
woord!
Eén van de eerste slachtoffers van
deze oorlog is de nationale markt. Zoals een kogel die wordt afgevuurd in een
kamer met stalen wanden, ketst de door het neoliberalisme ontketende oorlog
terug naar de schutter en verwondt hem. Eén van de basisstructuren van de
moderne kapitalistische staat, de nationale markt, wordt geliquideerd door de
artillerie van de globale financiële economie. Het nieuwe internationale
kapitalisme maakt nationale vormen van kapitalisme overbodig en hongert de
openbare machten uit tot deze erbij neervallen. De klap is zo brutaal geweest dat
natiestaten niet meer over de kracht beschikken om de belangen van hun burgers
te beschermen. De mooie etalage van de Nieuwe Wereldorde, overgeërfd uit de
Koude Oorlog, is aan diggelen geslagen door de neoliberale ontploffing. Het
vergt slechts enkele minuten om ondernemingen en staten ineen te laten storten,
niet door de winden van de proletarische revolutie maar door het geweld van
financiële stormen.
De zoon (het neoliberalisme)
verslindt de vader (het nationale kapitaal) en vernietigt daarbij de leugens
van de kapitalistische ideologie: In de Nieuwe Wereldorde is er democratie noch
vrijheid, gelijkheid noch broederlijkheid. Het planetaire podium wordt
veranderd tot een nieuw slagveld waar chaos heerst.
Tegen het einde van de Koude Oorlog
schiep het kapitalisme een militair gedrocht: de neutronenbom die alle leven
wegvaagt maar gebouwen intact laat. Tijdens de Vierde Wereldoorlog heeft men
daarentegen een nieuw wonder ontdekt: De financiële bom. Anders dan wat er op
Hiroshima en Nagasaki werd gegooid, zorgt deze nieuwe bom niet alleen voor de
vernieling van de polis (hier, de
natie) en het opleggen van dood, verderf en ellende aan diens inwoners, maar
transformeert deze ook zijn doelwit tot alweer een stukje in de puzzel van
economische globalisering. Het resultaat van de explosie is geen hoopje rokende
ruïnes en evenmin duizenden levenloze lichamen, maar de toevoeging van een
departement aan het nieuwe planetaire warenhuis en de omvorming van de
aanwezige werkkrachten volgens de wetten van de nieuwe wereldwijde
arbeidsmarkt.
De Europese Unie voelt thans scherp
de effecten van de Vierde Wereldoorlog. De globalisering is erin geslaagd om de
grenzen op te heffen tussen rivaliserende staten die elkaars vijanden waren
gedurende eeuwen en verplicht deze natiestaten in de pas te lopen om een
politieke unie te vormen. De weg van de natiestaten tot een Europese federatie zal
geplaveid worden met vernieling en puinhopen, te beginnen met die van de
Europese beschaving.
Megapolen vermenigvuldigen zich over
de hele planeet. De vrijhandelsgebieden van de wereld vormen hun favoriete
paaiplaatsen. In Noord-Amerika gaat de Noord-Amerikaanse
Vrijhandelsovereenkomst (NAFTA), afgesloten tussen Canada, de Verenigde Staten
en Mexico, vooraf aan de verwezenlijking van een oude veroveringsdroom:
“Amerika voor de Amerikanen”.
Zijn de megapolen bezig met het
vervangen van naties? Neen. Veeleer doen ze meer dan dat. Megapolen geven
naties namelijk nieuwe functies, nieuwe beperkingen en nieuwe perspectieven.
Hele landen worden departementen van de neoliberale megabusiness en brengen teloorgang en ontvolking teweeg enerzijds,
en de reconstructie en reorganisatie van regio’s en naties anderzijds.
Waar atoombommen tijdens de Derde
Wereldoorlog vooral dienden om te dreigen en af te schrikken, hebben de
financiële hyperbommen van de Vierde Wereldoorlog een andere aard. Ze worden
gebruikt om territoria (natiestaten) aan te vallen, waarbij ze de materiële
fundamenten van hun soevereiniteit kapot maken, kwalitatieve ontvolking
veroorzaken en zo iedereen uitsluiten die ongeschikt wordt geacht voor de
nieuwe economie (zoals inheemse volkeren). Tegelijkertijd leggen de financiële
centra ook een reconstructie van natiestaten op, waarbij ze heringericht worden
volgens een nieuwe logica die economie laat zegevieren over het sociale.
De wereld van de inheemse volkeren
zit vol voorbeelden die zo’n strategie illustreren. Ian Chambers, directeur van
het Midden-Amerikaanse Departement van de Internationale Arbeidsorganisatie
(ILO), stelde dat de inheemse volkeren (300 miljoen mensen) wereldwijd in
gebieden wonen die 60% van de natuurlijke grondstoffen op de planeet bevatten:
“In dat geval hoeft het niet te verrassen dat er veel conflicten uitbreken over
het gebruik en de toekomst van hun landen m.b.t. de interesses van handel en
overheden . De ontginning van natuurlijke grondstoffen (olie en mijnbouw) en
toerisme zijn de hoofdindustrieën die inheemse gebieden in Amerika bedreigen”. En
met deze laatsten doen vervuiling, prostitutie en drugs hun intrede.
In deze nieuwe oorlog is politiek
geen drijfveer meer voor de natiestaat, want deze beheert nu slechts de
economie. Ondertussen zijn politici niets meer dan zaakvoerders geworden. De
nieuwe heersers over de wereld hebben geen nood aan direct bestuur, omdat
nationale overheden de handelsadministratie voeren in hun naam. De nieuwe orde
is de vereniging van de wereld in één enkele markt; en als staten enkel
zaakvoerders zijn die zich voordoen als overheden, dan gelijken de nieuwe
regionale allianties meer op commerciële fusies dan op politieke federaties. De
eenmaking die het neoliberalisme voortbrengt is economisch; in de gigantische
planetaire supermarkt mag alleen handelswaar vrij circuleren, maar mensen niet.
Globalisering verspreidt bovendien een
algemene manier van denken. De “Amerikaanse manier van leven”, die is
meegereisd met de troepen van de Verenigde Staten naar Europa tijdens de Tweede
Wereldoorlog, daarna naar Vietnam in de jaren zestig en recentelijk naar de
Perzische Golf en het Midden-Oosten, wordt nu verbreid over de wereld via de
computer en de media. Het gaat dus niet alleen over de vernietiging van de
materiële fundamenten van de natiestaten, maar evenzeer over historische en
culturele vernietiging.
Alle culturen die gesmeed werden door
naties – het nobele inheemse verleden van het Amerikaanse continent, de
briljante beschaving van Europa, de wijze geschiedenis van de Aziatische naties
en de voorouderlijke rijkdom van Afrika en Oceanië – worden aangevreten door de
Amerikaanse manier van leven. Op die manier verwoest het neoliberalisme
(groepen van) naties om ze zo opnieuw op te bouwen volgens één bepaald model. We
zitten verwikkeld in een planetaire oorlog van de ergste en wreedste soort, die
wordt gevoerd tegen de mensheid.
We hebben te maken met een puzzel. Er
ontbreken nog steeds veel noodzakelijke stukken om hem te maken en op die
manier de wereld van vandaag te begrijpen. Desalniettemin kunnen we er zeven
vinden, die ons lichte hoop geven dat dit conflict niet zal eindigen met de
vernietiging van de mensheid. Zeven stukken die we kunnen tekenen, inkleuren,
uitsnijden en inpassen met andere om zo terug de globale puzzel te
vervolledigen.
Het eerste puzzelstuk betreft de tweeledige verwerving van rijkdom en armoede aan de twee polen van de planetaire samenleving. Het tweede stuk gaat over de massale uitbuiting van de wereld. Op het derde stuk zien we de nachtmerrie waarin dat gedeelte van de mensheid leeft, dat veroordeeld is tot een zwerversbestaan. Het vierde stuk toont de misselijkmakende verhouding tussen macht en misdaad. Het vijfde stuk is het geweld van de staat. Het zesde stuk betreft het mysterie van de megapolitiek. Het zevende puzzelstuk wordt tenslotte gevormd door de verschillende vormen van weerstand die de mensheid inzet tegen het neoliberalisme.
Het
eerste puzzelstuk: De concentratie van rijkdom en de herverdeling van armoede
Teken ten eerste
een monetair symbool.
In de geschiedenis van de mensheid hebben
verschillende modellen het uitgevochten om het absurde als teken van de
wereldorde te bewerkstelligen. Het neoliberalisme zal een belangrijke plaats
innemen als het gaat om de prijsuitreiking. Diens voorstelling over de “verdeling"
van de rijkdom is tweevoudig absurd: een accumulatie van rijkdom voor enkelen,
en een accumulatie van armoede voor miljoenen anderen. Onrechtvaardigheid en
ongelijkheid kenmerken de wereld van vandaag. De aarde telt vijf miljard
mensen: daarvan leven er slechts 500 miljoen in comfortabele omstandigheden,
terwijl de overige 4,5 miljard mensen armoede lijden. De rijken maken hun
numerieke minderheid goed door miljarden dollars te bezitten. De totale rijkdom
van de 358 rijkste mensen ter wereld, de dollarmiljardairs, is groter dan het
jaarinkomen van bijna de helft van de armste inwoners van de wereld, dat wil
zeggen ongeveer 2,6 miljard mensen.
De vooruitgang van grote
transnationale ondernemingen gaat niet noodzakelijkerwijs gepaard met vooruitgang
in de landen van de ontwikkelde wereld. Integendeel, hoe rijker deze reuzen
worden, hoe meer armoede er ontstaat in de zogenaamde rijke landen. De kloof
tussen arm en rijk is enorm: de sociale ongelijkheid neemt niet af, maar neemt
juist toe.
Het
monetair symbool dat je hebt getekend symboliseert de economische wereldmacht.
Kleur het nu dollargroen. Negeer de misselijkmakende stank; de geur van uitwerpselen,
slijk en bloed horen erbij.
Het
tweede puzzelstuk: De globalisering van de uitbuiting
Teken ten tweede
een driehoek.
Een van de leugens van het
neoliberalisme is dat de economische groei van bedrijven werkgelegenheid en een
betere verdeling van de welvaart oplevert. Dit is niet waar. Wanneer een koning
zijn persoonlijke macht ziet toenemen, wil dat niet zeggen dat zijn onderdanen
hierin delen (integendeel). Op dezelfde manier verbetert het absolutisme van
het financiële kapitaal allerminst de verdeling van de rijkdom en schept het evenmin
banen. In feite zijn de structurele gevolgen ervan armoede, werkloosheid en
onzekerheid.
In de jaren zestig en zeventig steeg
het aantal armen in de wereld (door de Wereldbank gedefinieerd als zij die een
inkomen van minder dan één dollar per dag hebben) tot ongeveer 200 miljoen. In
het begin van de jaren negentig bedroeg hun aantal twee miljard.
Meer armen en verarmden dus en steeds
minder rijken (die echter steeds rijker worden). Dit leert ons het eerste
stukje van de puzzel. Om dit absurde resultaat te bereiken “moderniseert"
het wereldkapitalistische systeem de productie, het verkeer en de consumptie
van grondstoffen. De nieuwe (informatie)technologische revolutie en de nieuwe politieke
revolutie (de megapolissen die uit de ruïnes van de natiestaat voortkomen) veroorzaken
een nieuwe sociale “revolutie". Deze sociale revolutie bestaat eigenlijk
uit een herschikking, een reorganisatie van de sociale krachten en vooral van
de beroepsbevolking.
De economisch actieve wereldbevolking
groeide van 1,38 miljard in 1960 naar 2,37 miljard in 1990. Een grote toename
van het aantal mensen dat in staat is om te werken en welvaart te genereren.
Maar de Nieuwe Wereldorde organiseert deze arbeidskrachten binnen specifieke
geografische en productieve gebieden en herschikt hun functies (of “niet-functies”,
in het geval van werklozen en werknemers in onzeker dienstverband). De
economische actieve wereldbevolking per sector (EAPS) heeft de afgelopen 20
jaar radicale veranderingen ondergaan. De landbouw en de visserij zijn gedaald
van 22% in 1970 naar 12 % in 1990 en de productie van 25% naar 22%, maar de
tertiaire sector (handel, vervoer, banken en diensten) is gestegen van 42% naar
56% (Chi en del Pilar, 1997). In de ontwikkelingslanden is de tertiaire sector
gegroeid van 40 % in 1970 naar 57 % in 1990, terwijl de landbouw en de visserij
zijn gedaald van 30 % tot 15 %.
Dit betekent dat meer en meer werknemers worden ingezet voor het soort
activiteiten dat nodig is om de productiviteit te verhogen of de productie van
grondstoffen te versnellen. Het neoliberale systeem functioneert dus als een
soort megabaas voor wie de wereldmarkt wordt gezien als één enkele, eengemaakte
onderneming, die moet worden beheerd op basis van “moderniseringscriteria".
Maar de “moderniteit" van het
neoliberalisme staat dichter bij de monsterlijke geboorte van het kapitalisme
als wereldsysteem dan bij de utopische “rationaliteit", omdat deze “moderne"
kapitalistische productie nog steeds afhankelijk is van kinderarbeid. Van de
1,15 miljard kinderen in de wereld leven er minstens 100 miljoen op straat en werken
er 200 miljoen - en volgens de voorspellingen zal dit aantal tegen het jaar
2000 stijgen tot 400 miljoen. Alleen al in Azië werken 146 miljoen kinderen in
de (handmatige) productie. En ook in het Noorden moeten honderdduizenden
kinderen werken om het gezinsinkomen aan te vullen of gewoon om te overleven.
Er zijn ook veel kinderen werkzaam in de “plezierindustrie": volgens de
Verenigde Naties worden elk jaar een miljoen kinderen in de sekshandel
gedreven.
De werkloosheid en de onzekere arbeid
van miljoenen werknemers over de hele wereld is een realiteit die we niet gauw
kwijt zullen zijn. In de landen van de Organisatie voor Economische
Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) is de werkloosheid gestegen van 3,8% in
1966 naar 6,3% in 1990 en in Europa van 2,2% naar 6,4%. De geglobaliseerde
markt maakt kleine en middelgrote ondernemingen kapot. Door het verdwijnen van
de lokale en regionale markten en zonder bescherming zijn de kleine en
middelgrote producenten niet in staat om te concurreren met de grote multinationals.
Miljoenen werknemers zien daardoor hun job verdwijnen. Eén van de absurditeiten
van het neoliberalisme is dat de groei van de productie geen banen schept, maar
er juist vernietigt. De Verenigde Naties spreken van “groei zonder banen".
Maar daar houdt de nachtmerrie niet
op. Werknemers worden ook gedwongen om onzekere omstandigheden te accepteren.
Minder werkzekerheid, langere werktijden en lagere lonen: dat zijn de gevolgen
van de globalisering in het algemeen en de explosie in de dienstensector in het
bijzonder. Dit alles leidt tot een specifiek overschot: een overmaat aan mensen
die nutteloos zijn in termen van de Nieuwe Wereldorde omdat ze niet produceren,
niet consumeren en niet lenen bij de banken. Kortom, wegwerpmensen. Elke dag
leggen de grote financiële centra hun wetten op aan landen en groepen van
landen over de hele wereld. Ze herschikken de inwoners van die landen, maar
uiteindelijk moeten ze vaststellen dat er nog altijd “teveel mensen” zijn.
Wat je nu hebt is een figuur die lijkt op een driehoek. Deze verbeeldt de piramidevorm van de wereldwijde uitbuiting.
Het
derde puzzelstuk: Migratie, de dolende nachtmerrie
Teken
ten derde een cirkel.
We hadden het reeds over het bestaan,
aan het einde van de Derde Wereldoorlog, van nieuwe gebieden die rijp zijn voor
verovering (de voormalige socialistische landen) en andere die heroverd dienen
te worden. Vandaar de drievoudige strategie die de financiële markten hanteren:
het aanwakkeren van "regionale oorlogen" en "interne
conflicten", het nastreven van een atypische accumulatiestrategie door
kapitaal en de mobilisatie van grote massa's arbeiders. Met als resultaat een
enorm rollend rad van miljoenen migranten die zich over de planeet verspreiden.
“Buitenlanders" in die "wereld zonder grenzen" (die door de
overwinnaars van de Koude Oorlog was beloofd) worden zo gedwongen tot
racistische vervolging, onzekere werkgelegenheid, het verlies van hun culturele
identiteit, repressie door de politie, honger, gevangenschap en moord.
De nachtmerrie van de migratie, wat
de oorzaak ervan ook moge zijn, blijft groeien. Het aantal personen dat onder
het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR)
valt, is onevenredig gegroeid van 2 miljoen in 1975 tot meer dan 27 miljoen in
1995.
Het doel van het neoliberale migratiebeleid is meer om de mondiale arbeidsmarkt te destabiliseren dan om de immigratie af te remmen. De Vierde Wereldoorlog, met zijn mechanismen van vernietiging/ontvolking en wederopbouw/reorganisatie, brengt de ontheemding van miljoenen mensen met zich mee. Hun lot is om de wereld af te dwalen en de last van hun nachtmerrie met zich mee te dragen, om zo een bedreiging te vormen voor werknemers die een baan hebben, een zondebok die bedoeld is om mensen hun bazen te laten vergeten, en om een basis te leggen voor het racisme dat het neoliberalisme uitlokt.
Het
vierde puzzelstuk: Financiële globalisering en de veralgemening van misdaad
Teken
ten vierde een rechthoek.
Als je denkt dat de wereld van
bandieten dood en begraven is, dan heb je het mis. Tijdens de Koude Oorlog heeft
de georganiseerde misdaad een respectabeler imago verworven. Ze begon niet
alleen op dezelfde manier te functioneren als elke andere moderne onderneming,
maar ze drong ook diep door in de politieke en economische systemen van de
natiestaten.
Met het begin van de Vierde Wereldoorlog
heeft de georganiseerde misdaad haar activiteiten geglobaliseerd. De criminele
organisaties van vijf continenten hebben de "geest van mondiale
samenwerking" overgenomen en hebben zich verenigd om deel te nemen aan de
verovering van nieuwe markten. Ze investeren in legale bedrijven, niet alleen
om hun vuil geld wit te wassen, maar ook om kapitaal te verwerven voor illegale
operaties. Hun favoriete activiteiten zijn luxueuze vastgoedinvesteringen, de
vrijetijdsindustrie, de media en… het bankwezen.
Ali Baba en de Veertig Bankiers?
Erger nog. Commerciële banken gebruiken het vuile geld voor hun legale activiteiten.
Volgens een VN-rapport werd de betrokkenheid van misdaadsyndicaten vergemakkelijkt
door de programma's voor structurele aanpassing die de debiteurlanden hebben
moeten accepteren om toegang te krijgen tot leningen van het Internationaal
Monetair Fonds (IMF).
De georganiseerde misdaad is ook
afhankelijk van het bestaan van belastingparadijzen: er zijn zo'n 55. Eén
daarvan, de Kaaimaneilanden, staat op de vijfde plaats in de wereld als bancair
centrum en heeft meer banken en geregistreerde bedrijven dan inwoners. Naast
het witwassen van geld maken deze belastingparadijzen het mogelijk om aan belastingen
te ontsnappen. Het zijn plaatsen voor contacten tussen overheden, zakenlieden
en maffiabazen.
Hier
hebben we dus de rechthoekige spiegel waarin legaliteit en illegaliteit elkaar
afwisselen. Aan welke kant van de spiegel staat de misdadiger? En aan welke
kant staat de persoon die hem achtervolgt?
Het
vijfde puzzelstuk: Gewettigd geweld door onwettige machten
Teken
ten vijfde een vijfhoek.
In het cabaret van de globalisering
voert de staat een striptease uit, waarbij tenslotte het absolute minimum
overblijft: zijn repressieve krachten. Met de vernietiging van zijn materiële
basis, de afschaffing van zijn soevereiniteit en onafhankelijkheid en de
uitroeiing van zijn politieke klasse, wordt de natiestaat steeds meer herleid
tot een veiligheidsapparaat in dienst van de megabedrijven die het
neoliberalisme opbouwt. In plaats van de overheidsinvesteringen te richten op
sociale uitgaven, geeft de staat er de voorkeur aan de uitrusting te verbeteren
die hem in staat stelt de samenleving beter te controleren.
Wat moet er gebeuren als het geweld
voortkomt uit de wetten van de markt? Waar is het gewettigde geweld dan? En
waar het onwettige? Welk geweldsmonopolie kunnen de ongelukkige natiestaten
eisen wanneer het vrije spel van vraag en aanbod een dergelijk monopolie tart? Heeft
het vierde puzzelstukje niet aangetoond
dat de georganiseerde misdaad, de overheid en de financiële centra nauw met
elkaar verbonden zijn? Is het niet duidelijk dat de georganiseerde misdaad
echte legers heeft waarop ze kan rekenen? Het geweldsmonopolie behoort niet
langer toe aan de nationale staten: de markt heeft haar veiling geopend.
Echter, als het geweldsmonopolie niet
wordt betwist op basis van de wetten van de markt, maar in het belang van “de
mensen van onderaf", dan ziet de wereldmacht het als “agressie". Dit
is één van de (minst bestudeerde en meest veroordeelde) aspecten van de
uitdagingen die aangegaan werden door de inheemse volkeren, die met wapens in
opstand kwamen in het Zapatistisch Nationaal Bevrijdingsleger (EZLN) tegen het
neoliberalisme en voor de mensheid.
Het symbool van de Amerikaanse militaire macht is de vijfhoek. De nieuwe wereldpolitie wil dat de nationale legers en de politie eenvoudige veiligheidsinstanties worden die de orde en de vooruitgang binnen de megapolen van het neoliberalisme garanderen.
Het
zesde puzzelstuk: De megapolitiek en haar dwergen
Teken
ten zesde een krabbel.
We hebben eerder gesteld dat
natiestaten worden aangevallen door de financiële markten en gedwongen worden
om zich op te lossen binnen megapolen. Maar het neoliberalisme voert zijn
oorlog niet alleen door naties en regio's te “verenigen". Diens strategie
van vernietiging/ontvolking en wederopbouw/reorganisatie veroorzaakt ook een
breuk of breuken binnen de natiestaat. Dit is de paradox van deze Vierde
Wereldoorlog: terwijl er zogenaamd gewerkt wordt aan het wegnemen van grenzen
en het “verenigen" van naties, leidt dit in feite tot een
vermenigvuldiging van grenzen en het uiteenvallen van naties.
Als iemand er nog steeds aan twijfelt
dat deze globalisering een wereldoorlog is, laat deze persoon dan kijken naar
de conflicten die zijn ontstaan door de ineenstorting van de Sovjet-Unie,
Tsjecho-Slowakije en Joegoslavië en de diepe crises die niet alleen de
politieke en economische fundamenten van de natiestaten hebben verbrijzeld,
maar ook hun sociale samenhang.
Zowel de opbouw van megapolen als de
fragmentatie van staten zijn gebaseerd op de vernietiging van de natiestaat. Zijn
dit twee onafhankelijke en parallelle gebeurtenissen? Zijn het symptomen van
een megacrisis die op het punt staat te ontstaan? Of zijn het gewoon
afzonderlijke en geïsoleerde feiten?
Wij denken dat ze een
tegenstrijdigheid vormen die inherent is aan het proces van globalisering, en
één van de kernrealiteiten van het neoliberale model. Het wegvallen van de
handelsgrenzen, de explosie van de telecommunicatie, de informatiesnelwegen, de
alomtegenwoordigheid van de financiële markten, de internationale
vrijhandelsovereenkomsten – dit alles draagt bij aan de vernietiging van de natiestaten
en de interne markten. Paradoxaal genoeg leidt de globalisering tot een
gefragmenteerde wereld van geïsoleerde stukken, een wereld vol waterdichte
compartimenten die hooguit met elkaar verbonden kunnen worden door fragiele
economische loopplanken. Een wereld van gebroken spiegels die de nutteloze
eenheid van de neoliberale puzzel weerspiegelen.
Maar het neoliberalisme versplintert
niet alleen de wereld die het beweert te verenigen, het produceert ook het
politieke en economische centrum dat deze oorlog stuurt. Een discussie over
deze megapolitiek dringt zich op. De megapolitiek globaliseert de nationale
politiek, met andere woorden, zij bindt deze aan een centrum dat wereldbelangen
heeft en dat opereert volgens de logica van de markt. Het is in naam van de
markt dat er wordt beslist over oorlogen, kredieten, het kopen en verkopen van
grondstoffen, diplomatieke erkenning, handelsblokken, politieke steun,
immigratiewetten, het afbreken van relaties tussen landen en investeringen. Kortom,
het voortbestaan van hele naties.
De wereldwijde macht van de
financiële markten is van zo’n aard dat zij zich geen zorgen maken over de
politieke kleur van de leiders van de afzonderlijke landen: wat in hun ogen
telt is het respect van een land voor het economische programma. Financiële
disciplines worden opgelegd en iedereen is daarbij gelijk voor de wet. Deze
meesters van de wereld kunnen zelfs het bestaan van linkse regeringen
tolereren, op voorwaarde dat zij geen enkele maatregel nemen die de belangen
van de markt kan schaden. Zij zullen echter nooit een beleid aanvaarden dat de
neiging heeft te breken met het dominante model.
Volgens de megapolitiek wordt de
nationale politiek gevoerd door dwergen die zich moeten houden aan de dictaten
van de financiële reus. En zo zal het altijd zijn, tot de dwergen in opstand
komen.
Hier heb je dan de figuur die de megapolitiek voorstelt. Onmogelijk om er de geringste rationaliteit in te ontwaren
Het
zevende puzzelstuk: Verzetshaarden
Teken
ten zevende een haard.
“Om te beginnen vraag ik u om het verzet
niet te verwarren met politieke oppositie. Een oppositie verzet zich niet tegen
de macht maar tegen een regering, en haar volwaardige vorm is die van een
oppositiepartij; verzet kan daarentegen niet per definitie een partij zijn: het
is niet gemaakt om te regeren, maar... om zich te verzetten.” (Tomás Segovia, “Alegatorio",
Mexico, 1996)
De schijnbare onfeilbaarheid van de
globalisering stuit op de hardnekkige ongehoorzaamheid van de werkelijkheid.
Terwijl het neoliberalisme diens oorlog voortzet, vormen zich overal op de
planeet groepen demonstranten, kernen van rebellen. Het rijk van financiers met
weelderige haarden stoot op de rebellie van verzetshaarden. Ja, haarden. Van
alle maten, van verschillende kleuren, van verschillende vormen. Hun enige
gemeenschappelijke punt is de wens om weerstand te bieden aan de “Nieuwe Wereldorde"
en de misdaad tegen de menselijkheid die deze Vierde Wereldoorlog
vertegenwoordigt.
Het neoliberalisme probeert miljoenen
wezens te onderwerpen en probeert zich te ontdoen van al diegenen die geen
plaats hebben in diens Nieuwe Wereldorde. Maar deze “wegwerpmensen” komen in
opstand. Vrouwen, kinderen, ouderen, jongeren, inheemse volkeren, ecologische
militanten, homoseksuelen, lesbiennes, HIV-activisten, arbeiders en al diegenen
die de geordende vooruitgang van het nieuwe wereldsysteem verstoren en die zich
organiseren en strijden. Het verzet wordt geweven door degenen die zijn
uitgesloten van de “moderniteit".
In Mexico bijvoorbeeld wordt het
zogenaamde “Programma voor Integrale Ontwikkeling van de Landengte van
Tehuantepec" opgevat als de aanleg van een grote industriële zone. Deze
zone zou bestaan uit industriële fabrieken, een raffinaderij voor de verwerking
van een derde van de ruwe olie in Mexico en een fabriek voor de productie van
petrochemische producten. Er zouden doorvoerroutes tussen de twee oceanen
worden aangelegd: wegen, een kanaal en een spoorlijn die de landengte
doorkruist. Twee miljoen boeren zouden arbeiders worden in deze industrie- en
transportsector. Op dezelfde manier wordt in het zuidoosten van Mexico, in het
Lacandonawoud, een regionaal ontwikkelingsprogramma voor de lange termijn
opgezet met als doel inheemse gebieden ter beschikking te stellen voor het
kapitaal, die niet alleen rijk zijn aan waardigheid en geschiedenis, maar vooral
ook aan olie en uranium.
Deze projecten zouden uiteindelijk
leiden tot een versnippering van Mexico, waardoor het zuidoosten van het land
zou worden gescheiden van de rest van het land. Ze zijn ook ingekaderd in een
strategie van opstandbestrijding, als een tangbeweging die probeert de opstand
tegen het neoliberalisme, die in 1994 werd geboren, te omcirkelen. In het
centrum bevinden zich de inheemse rebellen van het Zapatistisch Nationaal
Bevrijdingsleger.
Nu we het toch over opstandige
inheemse volkeren hebben, dienen we toch het volgende in te lassen: de Zapatistas geloven dat het herstel en de
verdediging van de nationale soevereiniteit in Mexic deel uitmaken van de antiliberale revolutie.
Paradoxaal genoeg wordt het Zapatistisch Nationaal Bevrijdingslegerzelf ervan
beschuldigd dat het probeert de Mexicaanse natie te versnipperen.
De realiteit is dat de enige krachten
die voor separatisme hebben geijverd de zakenlieden van de olierijke staat
Tabasco zijn, en de parlementsleden van de Institutioneel Revolutionaire Partij
(PRI) uit Chiapas. De Zapatistas van
hun kant denken dat het noodzakelijk is om de natiestaat te verdedigen tegen de
globalisering en dat de pogingen om Mexico in stukken te breken door de
regering worden ondernomen, en niet door de rechtvaardige eisen van de inheemse
volkeren voor autonomie. Het EZLN en de meerderheid van de nationale inheemse
beweging willen dat de Indiaanse volken zich niet losmaken van Mexico, maar
erkend worden als een integraal onderdeel van het land, met hun eigen
specifieke kenmerken. Ze streven ook naar een Mexico dat democratie, vrijheid
en rechtvaardigheid omarmt. Terwijl het EZLN strijdt om de nationale soevereiniteit
te verdedigen, fungeert het Mexicaanse federale leger om een regering te
beschermen die de materiële grondslagen van de soevereiniteit heeft vernietigd
en die het land niet alleen heeft opgeofferd aan grootschalig buitenlands
kapitaal, maar ook aan de drugshandel.
Het neoliberalisme wordt niet alleen
bestreden in de bergen van Zuidoost-Mexico. In andere regio's van Mexico, in
Latijns-Amerika, in de Verenigde Staten en Canada, in het Europa van het
Verdrag van Maastricht, in Afrika, in Azië en in Oceanië nemen de verzetshaarden
toe. Elk heeft zijn eigen geschiedenis, zijn specifieke kenmerken, zijn
overeenkomsten, zijn eisen, zijn strijd en zijn successen. Als de mensheid
hoopt te overleven en zichzelf te verbeteren, ligt haar enige hoop in deze haarden,
die worden gecreëerd door de uitgeslotenen, de gemarginaliseerden en degenen
die als “wegwerpmensen" worden beschouwd.
Wat we hier hebben is een tekening van verzetshaard.
Maar hecht er niet teveel belang aan. De mogelijke vormen zijn even talrijk als
de vormen van verzet zelf, even talrijk als alle werelden die in deze wereld
bestaan. Teken dus welke vorm je maar wilt. In deze kwestie van haarden, zoals
in die van het verzet, is diversiteit een rijkdom.
Nu je deze zeven puzzelstukken hebt getekend, ingekleurd en uitgesneden, zal je merken dat het onmogelijk is om ze in elkaar te passen. Dit is dus het probleem. De globalisering heeft geprobeerd om stukken in elkaar te zetten die niet passen. Om deze reden, en voor anderen waarover ik in dit artikel niet kan uitweiden, is het noodzakelijk om een nieuwe wereld te bouwen. Een wereld waarin ruimte is voor vele werelden. Een wereld die alle werelden kan bevatten.
__________________________________________________________________________________________________________________
Een naschrift dat spreekt over dromen die in de liefde
liggen. De zee rust aan mijn zijde. Lange tijd heeft ze mijn angsten, mijn
onzekerheden en veel van mijn dromen gedeeld, maar nu slaapt ze met mij in de
hete nacht van het bos. Ik kijk naar haar kabbelende bewegingen terwijl ze
slaapt en ik ben verbaasd dat ik haar weer onveranderd vind: warm, fris en aan
mijn zijde. De verstikkende hitte van de nacht trekt me uit mijn bed en leidt
mijn hand en mijn pen om de oude Antonio op te roepen, vandaag, zoals hij vele
jaren geleden was... .
Ik vroeg de oude Antonio om mee te gaan op een
verkenningstocht langs de rivier. We namen alleen een beetje stoofpot mee om te
eten. Urenlang volgden we de kronkelende rivierbedding, en uiteindelijk begonnen
de honger en de hitte ons te bereiken. Die middag brachten we door met het
volgen van een kudde everzwijnen. Het was bijna nacht toen we ze uiteindelijk
inhaalden. Plotseling maakte een enorm wild zwijn zich los van de groep en viel
ons aan. Ik riep al mijn militaire kennis op, gooide mijn geweer weg en klom in
de dichtstbijzijnde boom. De oude Antonio was ongewapend, maar in plaats van
weg te rennen plaatste hij zich achter een struikgewas. Het reuzenzwijn kwam
recht op hem af, met volle kracht, en belandde in het kreupelhout. Voordat het
zich kon ontwarren, tilde de oude Antonio zijn grote oude stok op, en zorgde
met één klap voor ons avondeten.
De volgende ochtend, toen ik klaar was met het schoonmaken
van mijn moderne automatische geweer (een 5,56mm M-16 met een bereik van 460
meter, een telescopisch vizier en een trommelmagazijn met 90 kogels), ging ik
zitten om mijn velddagboek te schrijven. Het grootste deel van wat er gebeurd
was, liet ik weg, maar ik merkte alleen op: “Met wilde zwijnen. A. doodde er één.
Hoogte 350 meter. Het heeft niet geregend”.
Terwijl we wachtten op het vlees om te braden,
vertelde ik aan de oude Antonio dat mijn portie zou dienen voor de
festiviteiten die op de basis werden voorbereid. “Festiviteiten?” vroeg hij,
het vuur aanwakkerend. “Ja", zei ik, “welke maand het ook is, er is altijd
iets te vieren". En ik begon aan wat ik als een briljant proefschrift
achtte over de historische kalender en de vieringen van de Zapatistas. De oude
Antonio luisterde naar mij in stilte. Wanneer ik dacht dat hij het niet
interessant vond, ging ik slapen.
Terwijl ik nog half wakker was, zag ik de oude Antonio
mijn notitieboekje pakken en er iets in schrijven. De volgende dag, na het
ontbijt, deelden we het vlees uit en gingen we elk onze eigen weg. Toen ik
terug in het kamp kwam, meldde ik me terug en liet ik de notities zien die ik
in mijn notitieboekje had gemaakt. “Dat is niet jouw handschrift", zei
iemand die naar de betreffende pagina wees. Daar, onder wat ik had geschreven,
had de oude Antonio geschreven, in grote letters: “Als je niet zowel rede als
kracht kan hebben, kies dan altijd rede, en laat kracht over aan de vijand. In
veel gevechten is het de kracht die het mogelijk maakt om een overwinning te
behalen, maar de strijd als geheel kan alleen worden gewonnen door het
verstand. De sterke man zal nooit in staat zijn om de rede uit zijn kracht te
putten, terwijl wij altijd kracht uit onze rede kunnen putten".
En beneden, in kleinere letters, had hij “Gelukkige
feesten” geschreven!
Ik had natuurlijk geen honger meer en zoals gewoonlijk
waren de Zapatista-feesten inderdaad gelukkig.
Subcomandante
Marcos
https://mondediplo.com/1997/09/marcos
Uit een interview met
Martha García, La Jornada, 28 mei
1997.
Ochoa Chi en Juanita
del Pilar, Mercado mundial de fuerza de
trabajo en el capitalismo contemporáneo, UNAM, Economia, Mexico Stad.
Ochoa
Chi en Juanita del Pilar, Mercado mundial
de fuerza de trabajo en el capitalismo contemporáneo, UNAM, Economia,
Mexico Stad.
Read the full article