The New Forest spreekt socioloog Willem Schinkel
Wat is democratie?
Willem Schinkel: âVaak wordt er gedacht: âdemocratie, dat is stemmenâ. Maar dat is veel te beperkt. Stemmen is slechts een heel klein onderdeel van democratie. Er zijn veel radicalere manieren om over democratie na te denken. Historisch gezien kenden lang niet alle democratieĂ«n het stemmen zoals wij dat hebben. Stemmen is een manier om dingen te organiseren, maar het kent zo zijn eigen problemen. Het is een procedure die alle inhoud en alle kwaliteit van onze stem reduceert tot een kwantiteit.â
âJe moet democratie dus niet zo concreet willen zien als âstemmenâ. Maak het juist abstracter: democratie is een medium van experimenteren dat een volk met zichzelf doet. Het volk is onzichtbaar, het kan alleen in de democratie zichtbaar worden. Dus moet het experimenteren, zich elke keer verkleden, zich omdraaien en weer voor de spiegel van de politiek staan. Dat zal steeds opnieuw moeten gebeuren.â
âEen waarde als âvrijheidâ moet je ook niet willen reduceren tot âindividuele keuzevrijheidâ. Vrijheid is in eerste instantie ook âvrijheid om te kunnen experimenterenâ, bijvoorbeeld. Of âvrijheid ten opzichte van de staatâ. Dat laatste wordt doorgaans weggelaten uit onze bestaande vrijheidsopvattingen. We denken voornamelijk: âer is de staat, die wordt niet bevraagd, en daarbinnen hebben we de democratie om te schuiven met gelden en procedures.â
Welk doel heeft democratie?
Willem Schinkel: âDe democratie heeft een doel dat niet gerealiseerd kan worden. En op het moment dat je denkt dat dat wel kan, dan is het geen democratie meer. Het doel van de democratie is: nooit pretenderen dat vrijheid gerealiseerd is. Nooit jezelf op de borst slaan en zeggen âwe hebben het, dit is de meest menselijke manier van samenlevenâ. Dat doel moet uitgesteld worden.â
âIn de moderniteit is er iets gebeurd met wat in het christelijk denken âde laatste dagâ genoemd werd. Volgens christelijke filosofie kon het einde van de geschiedenis niet voorkomen in de geschiedenis zelf. In de moderniteit werd dat einde veranderd tot een âdoel-eindeâ; een einde in de geschiedenis. Het werd iets dat âte bereikenâ viel, waar âeen pad ernaartoeâ uitgezet kon worden. Dat maakte doelen ârealiseerbaarâ. Daar kwamen ook de gewelddadige projecten van de moderniteit uit voort: kapitalisme, communisme, enzovoorts.â
âDe filosoof Jacques Derrida heeft het over âavenirâ: het Franse woord voor toekomst, maar als je het scheidt, betekent het ook âte-komenâ. Je leeft in een omstandigheid waarin de vrijheid altijd nog âte-komenâ is. Elke manier om te stellen: âdit is vrijheidâ, is natuurlijk beperkend. De werkelijke vrijheid van het leven krijgt daarin geen ruimte.â
âEen voorbeeld. Nu betekent vrijheid dat je âqueerâ kunt zijn, dat je een seksueel onbepaalde identiteit kunt aannemen. Vijftig jaar geleden was dat nog ondenkbaar. Als we vijftig jaar geleden hadden vastgelegd wat vrijheid precies inhield, dan had dat helemaal geen ruimte geboden voor het feit dat leven een proces is dat verandert, reflexief is, experimenteert, dat iedere keer op zichzelf teruggrijpt.â
âDus vrijheid is niet iets wat je zomaar vast kunt leggen, maar wat iedere keer weer ontworpen en bedacht moet worden. En het mooie aan een democratie is dat dat kan. Dat zij een medium van experimenteren is. Alleen de reĂ«el bestaande democratie is dat niet altijd. Die is niet te vinden als je kijkt naar de instituties die we nu democratisch noemen. Of naar de procedures. Maar democratie is veel breder dan dat.â
Waar huist democratie?
âDemocratie is wat hier gebeurt, in deze ruimte. Het is overal, op straat, aan tafel, in scholen, en weet ik veel waar. Democratie is juist heel breed. Het probleem is nogmaals dat democratie vaak gereduceerd wordt. Net als dat âpolitiekâ gereduceerd wordt tot âDen Haagâ, tot instituties. Dan blijkt dat het een stel procedures zijn die afgevinkt kunnen worden.â
âMaar het is ook veel breder. Het is ook wat jullie doen. Dat is ook wat onze institutionele democratie â en dat moet je âm nageven â wĂ©l mogelijk maakt. Dat die bredere vorm van democratie, die veel meer bottom up is, die constante vorm van reflecteren en heruitvinden en experimenteren, wel mogelijk is. Dus er is een link, wel. Want in een autoritair regime is dat veel minder mogelijk.â
Vrijheidsparadox
Willem Schinkel: âHet probleem van ons vrijheidsdenken is dat het asymmetrisch is. Onze vrijheid is beperkt binnen nationale grenzen. Een natiestaat betekent, in de eerste plaats, interne solidariteit en interne garantie van vrijheid. Dat betekent per definitie dat de vrijheid van anderen beperkt wordt. Alleen al omdat anderen niet zomaar hun voet op dit stukje aarde mogen zetten. Een krankzinnig idee, want waar staat in het universum geschreven dat dit stukje aarde van ons is?â
âVrijheid hoort universeel te zijn. Vrijheid binnen nationale grenzen is dus per definitie een paradox: het is een particularisering van het universele. Den Haag kan daar zelf moeilijk op wijzen, want Den Haag is juist de institutionalisering van dat particuliere. Dus het is nodig om daaronder, en daar langsheen, nodig om te wijzen op de beperkingen van onze vrijheidsconcepties. En te wijzen op het belang van meer universele, meer inclusieve ideeĂ«n over vrijheid.â
âDie vrijheidsbeperking bestaat trouwens niet alleen tussen staten. Ook binnen staten is die beperking er. Lageropgeleiden die minder kans op de arbeidsmarkt hebben, stemmen veel minder. Die hebben dus minder invloed op het politiek gebeuren. Ze maken minder gebruik van de bestaande democratische procedures. Neem nou een land als de Verenigde Staten: het grootste deel van de mensen gaat er economisch niet op vooruit, terwijl in de afgelopen decennia 1% er economisch 400% op vooruit is gegaan. Daarom stelt de econoom Paul Krugman dat we eigenlijk moeten ophouden de V.S. een democratie te noemen.â
âEr zijn allerlei mensen die zeggen: er is een wereld zonder staten mogelijk, een bottom up vernetwerkte wereld. Ikzelf denk dat er altijd een of andere vorm van staat zal zijn. âStaatâ is een breder woord voor âlaatste instantieâ, âultieme autoriteitâ. Die zal er altijd zijn. De wereld zal dus altijd verscheurd zijn. Het enige dat je kunt doen is proberen dat beeld over onze staat en onze economie te draaien, te verleiden, een andere invulling te geven.â
Verlamming
Wunderbaum ervaart een gevoel van verlamming. Hoe kunnen we tegen zulke denkbeelden persoonlijk stelling nemen, als we ze tegelijkertijd onbewust mee in stand blijken te houden? Gaan deze machten niet onze pet te boven?
Willem Schinkel: âJa, wij stellen ook niet zoveel voor. Maar⊠je doet wat je doet. En je kunt ervoor kiezen om je met zulke zaken helemaal niet bezig te houden. Gewoon, een beetje âhappy go luckyâ. Ik denk alleen niet dat dat echt âhappyâ zal zijn. Dus ja, het leven is tragisch. Het is verscheurd. Maar dat maakt het ook productief. Er is altijd iets te doen. En dat âte-komenâ karakter is ook het enige dat ons nog energie naar de toekomst geeft. Als dat er niet was, wat dan?â
Heterotopie, en de kunst van het verleiden
In het eerste gesprek duidde Willem Schinkel The New Forest aan als een heterotopie; een bestaande plek in de maatschappij, die de maatschappij een spiegel voorhoudt. Wunderbaum vraagt zich af: is met die spiegel het alternatief al geboden? Of is het alternatief meer dan alleen die spiegel?
Willem Schinkel: âDe filosoof Michel Foucault zegt dat heterotopieĂ«n iets laten zien dat in het dagelijks leven niet zichtbaar kan worden. Concreter gesteld zijn er altijd perspectieven die in de reguliere maatschappij onderdrukt worden, maar in een heterotopie wĂ©l aan bod kunnen komen. Een heterotopie kan normen tonen die we in ons dagelijks leven niet direct opmerken. Vervolgens komt het er toch ook wel op aan om mensen te verleiden die niet-dagelijkse situaties en kanten wenselijk te vinden.â
Verbeelding
Wunderbaum legt Willem Schinkel een ander probleem voor. De laatste jaren bleek er geen gebrek aan alternatieve strategieĂ«n. âGroenâ denken, het Belgische burgerinitiatief G1000, Occupy⊠Alleen: hĂ©t doorslaggevende alternatief? Dat lijkt nog niet gevonden.
Willem Schinkel: âOccupy was te waarderen als experiment van de democratie, maar kende ook weer zo zijn problemen. Die beweging had zoân heterogeniteit aan inhoud: zij maakte vooral duidelijk dat er een verlangen was naar een alternatief. Ze was eerder een opvoering â bijna theatraal â van de vorm van een alternatief. Zonder daadwerkelijk een inhoud over te brengen. Occupy was een esthetisering van verzet, in plaats van het verzet zelf.â
âKijk, ik kom zelf natuurlijk ook niet heel veel verder dan de alternatieven die er al leven. Dat is ook heel lastig. Een van de redenen waarom ik geĂŻnteresseerd ben in het plan van Wunderbaum is dat er misschien ook wel een esthetische verbeelding nodig is. Natuurlijk kan het zinvol zijn om met mensen zoals mij te praten, en met wie je allemaal nog meer praat. Maar verkies niet één opgedaan idee boven de andere. Gebruik jullie eigen vakgebied om juist op basis van al die ideeĂ«n iets nieuws te combineren.â
Introduceer meerdere perspectieven
De roep om een alternatief is één ding. Het vormgeven van een alternatief is heel wat anders. Vage alternatieven missen doel, maar al te concrete alternatieven zijn per definitie verdacht. Wunderbaum vermoedt dat de strijd tussen deze twee uitersten misschien nog wel het interessantst is.
Willem Schinkel: âWaak voor het cynisme van âer is geen alternatiefâ. Maar werk het alternatief dat je presenteert ook niet al te zeer uit, maak het niet te disciplinair en verzuild. Je kunt natuurlijk beide perspectieven aan bod laten komen. Je kunt in de voorstelling iemand laten opdraven die juist wel met een concreet stappenplan komt. Waar je vervolgens weer commentaar op levert: âdat kan helaas niet.ââ
âJe kunt wel met een heel concreet alternatief komen, maar dat is per definitie beperkt en niet te doen. Maar je kunt ook complexiteit aanbrengen door wel degelijk zoiets concreet te introduceren, en vervolgens daar weer bespiegelingen op los te laten.â