Bijlagen
Vragen interviews
1. Arts of verpleegkundige
Prevalentie
Heeft u vaak vermoedens van fysieke kindermishandeling bij binnenkomende patiënten (4-12j) op de spoedafdeling?
Hoe vaak heeft u in de afgelopen 12 maanden hulp ingeschakeld of melding gedaan doordat u een vermoeden had van fysieke kindermishandeling?
Welke leeftijd hebben de kinderen voornamelijk indien u fysieke kindermishandeling vermoedt?
Algemeen
Hoe merkt u aan een kind dat het fysiek mishandeld wordt/werd?
Zijn er bepaalde uiterlijke kenmerken?
Zijn er bepaalde gedragskenmerken?
Geven kinderen dit soms zelf aan?
Komt de fysieke kindermishandeling die u opmerkt in alle bevolkingslagen voor?
Preventie
Zijn er vormingen in het ziekenhuis over hoe het personeel moet omgaan met vermoedens van kindermishandeling?
Zoja, welke?
Zo niet, denkt u dat dit een goede investering zou zijn? Waarom wel? Waarom niet?
Voelt u zich voldoende opgeleid om risico’s in geval van eventuele kindermishandeling in te schatten en ook de ernst ervan?
Procedure
Herinnert u zich een casus waarbij u het vermoeden had dat er sprake was van fysieke mishandeling van een kind van 4 tot 12j?
Kunt u deze casus even bespreken en aangeven welke stappen u toen ondernomen hebben?
Heeft u bepaalde protocollen die u dient te volgen wanneer er een vermoeden van fysieke kindermishandeling?
Wie is de eerste persoon met wie u contact neemt indien u fysieke mishandeling vermoedt?
Moet u specifieke klinische onderzoeken uitvoeren wanneer er een vermoeden is van fysieke mishandeling van kinderen?
Welke diensten/personen worden betrokken binnen het ziekenhuis? Met welke externe organisaties werkt u samen (bv. ondersteuningscentrum jeugdzorg, kind&gezin, vertrouwenscentrum kindermishandeling, politie, ... )?
Hoe maakt u (vermoedens van) fysieke kindermishandeling bespreekbaar binnen het ziekenhuis?
Hoe maakt u (vermoedens van) fysieke kindermishandeling bespreekbaar met de omgeving van het kind?
Met welke moeilijkheden wordt u geconfronteerd bij (vermoedens van) fysieke kindermishandeling?
Wat kan er verbeterd worden in het omgaan met vermoedens van fysieke kindermishandeling?
Op welke manier werkt u samen met de sociale dienst van het ziekenhuis of met maatschappelijk werkers indien er een vermoeden is van kindermishandeling?
Wat is de rol van een maatschappelijk/sociaal werker in geval van vermoedens van fysieke kindermishandeling in het ziekenhuis?
Wordt de meldingsplicht van fysieke kindermishandeling volgens u voldoende nageleefd op de spoedafdeling? Waarom wel? Waarom niet?
2. De sociale dienst
Sociaal werk in het ziekenhuis
Wat is uw rol in het ziekenhuis?
Wat is uw rol bij vermoedens van fysieke kindermishandeling?
Op welke manier werkt u samen met de spoedafdeling?
Prevalentie
Krijgt u vaak meldingen van fysieke kindermishandeling (4-12j) via de spoedafdeling?
Komt fysieke kindermishandeling die u opmerkt in alle bevolkingslagen voor?
Welke leeftijd hebben de kinderen voornamelijk als u fysieke kindermishandeling vermoedt?
Procedure
Herinnert u zich een casus waarbij de fysieke mishandeling van een kind van 4 tot 12j vermoed werd?
Kunt u deze casus even bespreken en aangeven welke stappen u toen ondernomen heeft?
Heeft u bepaalde protocollen die u dient te volgen wanneer er een vermoeden van fysieke kindermishandeling is?
Hoe gaat u om met een kind waarvan vermoed wordt dat het fysiek mishandeld werd?
Welke personen contacteert u bij vermoedens van fysieke kindermishandeling?
Met welke externe organisaties werkt u samen (bv: ondersteuningscentrum jeugdzorg, Kind & Gezin, vertrouwenscentrum kindermishandeling, politie, ... )?
Met welke moeilijkheden wordt u geconfronteerd wanneer er een vermoeden van fysieke kindermishandeling is?
Wat kan er nog verbeterd worden in het omgaan met vermoedens van fysieke kindermishandeling?
Opvolging
Hoe volgt u de dossiers verder op na ontslag uit het ziekenhuis?
Wat denkt u dat er binnen de sociale dienst van het ziekenhuis en de spoedafdeling verder ondernomen kan worden om kinderen meer te beschermen tegen fysieke mishandeling?
Transcripten interviews
1. Gesprek met sociaal werker M.
T: Zoals we hebben afgesproken via mails en telefonisch, doen we een onderzoek over het vermoeden van fysiek kindermishandeling tussen 4 en 12 jaar oud via de spoed.
M: Dat klopt. Ik heb wel niet zo veel tijd. We zouden toch naar de essentie gaan van het onderzoek.
T: Inderdaad. Wat is rol in het ziekenhuis?
M: Ik werk als sociaal werkster in de psychiatrie en op de pediatrie. Ik werk niet via de spoed, maar ik werk wel samen met mijn collega van de spoed binnen het ziekenhuis. Mensen die dezelfde expertise hebben, werken samen met bepaalde thema’s.
T: Wat is uw rol bij vermoedens van fysieke kindermishandeling?
M: we hebben werkafspraken rond het thema kindermishandeling. Als er een vermoeden van kindermishandeling is, dan wordt dat gemeld in de juist afdeling, dus in de pediatrie. Als er een ernstige letsel is, dan moet dit via de spoed passeren. De kinderarts van wacht zal de pediater verwittigen. Eigenlijk is dat de kinderarts die de schattingen doet bij het vermoeden van kindermishandeling aan de hand van een GAMO-formulier waar wordt aangeduid welke letsels er zijn. Op basis van dit formulier wordt dan ingeschat of er een vermoeden van kindermishandeling of niet. Daarna zullen we de procedure starten voor een hulpverlening.
T: Krijgt u vaak meldingen van fysieke kindermishandeling via de spoedafdeling?
M: Via de spoed weet ik niet zo veel, omdat we niet altijd betrokken zijn, tenzij de kinderarts aan de pediater verwittigt dat er een vermoeden van kindermishandeling is. Ik weet zeker dat er via de dienst pediatrie zeker vermoedens van kindermishandeling zijn. Binnen het ziekenhuis komen we regelmatig gevallen tegen maar via het spoed weet ik niet zo goed.
T: Op welke manier werkt u samen met de spoedafdeling?
De spoedafdeling belt de kinderarts om een inschatting te maken over het vermoeden van fysieke kindermishandeling. Bijvoorbeeld als het kind niet moet opgenomen worden maar toch hulp moet krijgen. De spoed contacteert dan de sociale dienst, wij doen een anamnese bij de familie...anamnese is een soort onderzoek waar alle informatie van de patiënt in één dossier samengebundeld wordt.
T: Komt fysieke kindermishandeling die u opmerkt in alle bevolkingslagen voor?
M: Ja zeker. Mensen die hebben gestudeerd en ook allebei een job hebben, religieuzen zoals de “getuigen van jehova”; Afrikaanse gezinnen of Marokkaanse gezinnen... Ik vind soms dat onze multidisciplinaire teams, zowel arts, verpleging en maatschappelijke werkers sneller bij de lagere klasse iets gaan beoordelen als kindermishandeling dan bij de hogere klasse. Daar nemen we toch de tijd om te kijken wat er juist aan de hand is.
T: Welke leeftijd hebben de kinderen voornamelijk als u fysieke kindermishandeling vermoedt?
M: Dat kan ik niet zeggen. Ik kan daar geen cijfer op plakken.
T: Hebt u ooit een casus gehad in verband met het vermoeden van kindermishandeling?
M: Ja, ik heb een kind van 1 jaar oud gehad met afgebroken been.
T: Welke stappen heeft u toen ondernomen?
M: Ik ben een effectief onderzoek gestart in samenwerking met de kinderarts, de hoofdpediater en sociale dienst.
T: Heeft u bepaalde protocollen die u dient te volgen wanneer er een vermoeden van fysieke kindermishandeling is?
M: Ja, zeker. Er zal een stappenplan wordt gevolgd, waaronder we ook samen in team de situatie gaan bespreken.
T: Hoe gaat u om met een kind waarvan vermoed wordt dat het fysiek mishandeld werd?
M: Meestal gaat er een gesprek door met de ouders. Het nadeel binnen het ziekenhuis is dat het kind meestal niet zo lang in het ziekenhuis blijft. We zorgen zo snel mogelijk dat er externe hulp is die het kind verder kan helpen. Bij ons worden de kleine kinderen vaak opgevolgd door de kinderarts en bij de grote kinderen zullen we als sociale dienst apart mogen kan praten. MDO binnen het ziekenhuis om af te stemmen wie wat doet.
T: Met welke externe organisaties werkt u samen in verband met vermoeden van kindermishandeling?
M: Dat is vooral met het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling. Family Justice Center...We werken ook met het CAW en er is de dienst familiaal geweld... Maar in het geval van kinderen werken we vaak voornamelijk samen het VK.
T: Hoe verloopt de samenwerking tussen het ziekenhuis en de externe organisaties?
M: Meestal als we een casus hebben, bespreken we dat anoniem om effectief te weten of het een geval van verontrusting is of niet. Wanneer we merken dat de situatie ernstig is, zullen we dit melden met de correcte gegevens.
T: Zoals wanneer het dossier van het kind al bij kind & gezin of CAW is? Wordt het dan nog opgevolgd door de sociale dienst?
M: Nee, we moeten proberen loslaten wanneer het dossier terecht komt bij een externe organisatie. Dan vallen wij er gewoon tussenuit.
T: Met welke moeilijkheden wordt u geconfronteerd wanneer er een vermoeden van fysieke kindermishandeling is?
M: Sja, het moeilijkste is het gesprek voeren, binnen het team om te bespreken wat goed of niet goed gaat, maar ook de feiten met de ouders bespreken... Dat vind ik altijd moeilijk want je weet nooit op voorhand hoe de ouders zullen reageren. Sommigen zullen blij zijn dat er hulporganisaties zijn, maar de andere ontkennen gewoon de situatie en ze zijn defensiever. Ik vind het moeilijk om in te schatten of er echt sprake is van kindermishandeling is of niet.
T: Als je een advies zou geven als sociaal werkster wat zou zijn?
M: Ik vind veiligheid en vertrouwen superbelangrijk in dit thema. Voldoende tijd besteden bij elke situatie. Het is de bedoeling dat de ouders zich genoeg op hun gemak voelen om de juiste ondersteuning te krijgen maar dat vraagt ook tijd.
T: Wat denkt u dat er binnen de sociale dienst van het ziekenhuis en de spoedafdeling verder ondernomen kan worden om kinderen meer te beschermen tegen fysieke mishandeling?
M: Het personeel van de spoed moet alert zijn bij het signaal van verontrusting, de sociale dienst altijd betrekken bij het vermoeden van kindermishandeling... Iedereen moet weten bij welke situaties welke dienst het kind kan helpen of de ouders ondersteunen, welke methodieken te gebruiken om de ouders te bespreken....
T: Bedankt om deel te nemen aan het interview
M: Graag gedaan. Als je nog iets wil weten, stuur maar een mail en als de taak af is, wil ik deze ook lezen.
2. Gesprek met sociaal werker A
T: Wat is uw rol in het ziekenhuis in verband met het thema “vermoeden van kindermishandeling”?
A: Ik vang de patiënten op vanuit de spoed. Ik ben verbonden met de kinderarts en de spoedverpleegkundige. Door een samenwerking met de kinderarts ga ik langs bij de ouders voor een gesprek. Dat is een confrontatie en zorgt voor ongerustheid bij het benoemen van vermoeden van kindermishandeling, zowel voor mij als bij de ouders. Als een sociaal werkster probeer ik hen te informeren over ons vermoeden van fysieke mishandeling. Ik geef meer uitleg bij de bemerkingen van de kinderarts en ik probeer ervoor te zorgen dat ze alles goed begrijpen.
T: Hoe verloopt het gesprek met de ouders in verband met het thema?
A: Dat hangt van situatie tot situatie af....Als bijvoorbeeld de kinderarts een beslissing genomen heeft dat er effectief een fysieke kindermishandeling plaatsgevonden heeft, dan weten de ouders waarover het gesprek gaat. Maar als het omgekeerd is, dan is het soms moeilijk... Bijvoorbeeld de interactie met de ouders en de reactie van het kind. Wat ik soms moeilijk vind is dat ik eerst de toestemming van de ouders moet hebben om alleen met het kind te praten...
Het is belangrijk dat je weet dat het vermoeden van fysieke kindermishandeling niet alleen over ouders gaat, maar dat kan ook via de zussen en de broers of de onthaalmoeder zijn...
T: Op welke manier werken u samen met de spoedafdeling?
A: We zitten met een wachtsysteem. Er is 24/24 iemand bereikbaar van de dienst en als we worden gecontacteerd via de kinderarts over het vermoeden van fysieke kindermishandeling, dan komen we om te praten over wat er aan de hand is. Zo kunnen we ons als sociale dienst voorbereiden om met de ouders in gesprek te gaan...We hebben een continue samenwerking en een sterke uitwisseling van informatie binnen ons mutidisciplinair team.
T: Krijgt u vaak meldingen van fysieke kindermishandeling tussen 4 en 12 jaar oud via de spoedafdeling?
A: Dat is moeilijk te zeggen... dat is wel afwisselend, soms 1 keer in het maand en soms 2 keer in gans het jaar.
T: Komt fysieke kindermishandeling die u opmerkt in alle bevolkingslagen voor?
A: Ja, zeker.
T: Kan je me daar een voorbeeld van geven?
A: Zowel de hoge klasse als de middenklasse.
T: Heb je ooit casussen in verband met vermoeden van fysieke kindermishandeling gehad?
A: We krijgen hier niet zoveel gevallen van kindermishandeling. Het voorbije jaar heb ik maar twee casussen gehad in verband met het thema.
T: Welke leeftijden hebben de kinderen voornamelijk als u fysieke kindermishandeling vermoedt?
A: Dat is zeer afwisselend. Ik kan daar geen cijfers op plakken....Ik zou daar mijn statistieken voor moeten bekijken. Ik vermoed onder de 4 à 6 jaar.
T: Herinnert u zich een casus waarbij er fysieke mishandeling was van een kind van 4 tot 12 jaar?
A: Niet echt, maar ik heb ooit een casus gehad waar de baby van het verzorgingskussen gevallen was.
T: Kunt u deze casus even bespreken en aangeven welke stappen u toen ondernomen heeft?
A: We hebben dit samen met de kinderarts besproken. De volgende stap was naar de ouders en het kind gaan om een gesprek te hebben... Om te zien of het verhaal effectief klopte. Bij ernstige gevallen kan het snel zijn dat het parket betrokken raakt en daar is ook weer een andere procedure voor te volgen. Bijvoorbeeld het kind zal dan extra onderzocht worden in het ziekenhuis en er zal nog een extra gesprek volgen met de ouders en een hulpverlener van het Ondersteuningscentrum Jeugdzorg (OCJ) om extra begeleiding aan te bieden.
T: Heeft u bepaalde protocollen die u dient te volgen wanneer er een vermoeden van fysieke kindermishandeling is ?
A: We volgen de protocollen van het ziekenhuis. Wanneer de kinderarts vindt dat het kind in gevaar is, dan maken een speciaal dossier op. Dat noemt “Aanpak van fysieke kindermishandeling”.
T: Hoe gaat u om met een kind waarvan vermoed wordt dat het fysieke mishandeld werd?
A: Ik probeer altijd een gevoel van vertrouwen aan het kind te geven en mijn best te doen dat het kind de juist begeleiding krijgt of bij de juist dienst terecht komt.
T: Welke personen contacteert u bij het vermoeden van fysieke kindermishandeling?
A: De kinderarts, de vertrouwensarts, de ouders, het OCJ, het VK, enzoverder …
T: Met welke externe organisaties werkt u samen?
A: We werken samen met kind & gezin, het OCJ, de politiediensten, het parket, het VK, enzoverder.
T: Met welke moeilijkheden wordt u geconfronteerd wanneer er een vermoeden van fysieke kindermishandeling is ?
A: Er zijn wel wat moeilijkheden. Zo heb ik soms te weinig tijd om een vertrouwensband te creëren met het kind,...en ook de ouders. De procedures uitleggen aan de ouders kan moeilijk zijn. Het verzamelen van de nodige informatie wanneer vermoeden van fysieke kindermishandeling wordt vastgelegd. Het is soms ook niet evident om het kind een veilig gevoel te geven wanneer het kind lang in het ziekenhuis blijft. En afhankelijk van wanneer het kind binnenkomt kan het uitdagend zijn om buiten de werkuren sommige organisaties te contacteren zoals het VK
Wanneer een gerechtelijk procedure is gestart, dan hoor ik niets meer over het dossier. Het is moeilijk om te bepalen juist wat gedeeld beroepsgeheim is, enzoverder.
T: Hoe verloopt de samenwerking met extern organisaties?
A: Laat ons zeggen dat we een tamelijk goede connectie hebben met zowel het VK, OCJ als met kind & gezin. We werken goed samen in het belang van het kind.
T: Wat kan er nog verbeterd worden in het omgaan met vermoedens van fysieke kindermishandeling?
A: Een betere communicatie in de samenwerking met anderen, het belang van laagdrempeligheid, het verhaal van kinderen moet serieus genomen worden...Dat is niet altijd het geval. Er kan meer tijd genomen worden om de kinderen uit te leggen wat er aan de hand is. Want de kinderen zijn vaak loyaal aan de ouders en willen niet altijd praten. Er is nood aan psychologisch opvang omdat de kinderen zich ook vaak als de schuldige voelen. Er moet meer duidelijkheid zijn over wanneer en in welke situaties het beroepsgeheim doorbroken mag worden, ook naar de externe organisaties...En zeker bij de gerechtelijke procedures. Wat nog? Een beter coördinatie tussen de verschillende diensten zoals het parket, de politie, het VK, enzoverder...
T: Hoe volgt u dossier verder op na ontslag uit het ziekenhuis?
A: Soms blijven we in contact met bepaalde organisaties, kind & gezin, het VK, het OCJ... soms het parket en de politie, maar de coördinatie tussen al die diensten loopt moeilijk.
T: Wat denkt u dat er binnen de sociale dienst van het ziekenhuis en de spoedafdeling verder ondernomen kan worden om kinderen meer te beschermen tegen fysieke mishandeling?
A: Ik heb niet de indruk dat we daar meer moet doen. Maar er zijn wel bepaalde dingen waar we moeten op letten. Zoals het opletten om de ouders niet ronduit te gaan beschuldigen bij het vermoeden van fysieke kindermishandeling. Een beter netwerk tussen de verschillende organisaties is hier ook wel belangrijk. De psychologisch opvang voor het kind en...Een beter opleiding om te kunnen omgaan bij het thema. Het is ook persoonlijk heel zwaar.
T: Dank u voor dit interview.
A: Graag gedaan.
3. Gesprek met Spoedhoofdverpleegkundige B
T: Heeft u vaak vermoeden van kindermishandeling bij binnenkomende patiënten van 4 tot 12 op de spoedafdeling?
B: Het gebeurt niet zo vaak. De kinderen die binnenkomen op de spoeddienst met een fractuur worden doorverwezen naar de pediater of de geneeskundige arts.
T: Hoe vaak heeft u de afgelopen 12 maanden of melding gedaan doordat u een vermoeden had van fysiek mishandeling?
B: Het is moeilijk om te zeggen. Het gebeurt soms 2 keer in de maand, soms meerdere keren in het jaar, ...
T: Welke leeftijd hebben de kinderen voornamelijk waarvan u fysieke kindermishandeling vermoedt?
B: Het thema van kindermishandeling blijft nog een taboe. Ik durf daar geen cijfer op te plakken maar er zijn leeftijden van 3 tot 12 jaar. We werken samen met de dienst intra- familiale geweld binnen het ziekenhuis rond het thema. Het ziekenhuis is nu bezig om een instrument te ontwikkelen zodat de spoedartsen of pediaters van verschillende diensten gemakkelijker informatie kunnen delen. De bedoeling van dit platform is om te kijken wat de problemen zijn van het gezin in zijn geheel en te proberen een oplossing te vinden in het belang van het kind.
T: Hoe merkt u aan een kind dat het fysiek mishandeld wordt/ werd?
B: Het komt vaak door een val van een verzorgingkussen. Echt bepaalde uiterlijke kenmerken bestaan er niet, en het is ook vaak moeilijk bij het kind te zien want de loyaliteit van de kinderen naar de ouders toe is sterk aanwezig. Binnen het ziekenhuis hebben ze een formulier opgemaakt met verschillende vragen waarin we zullen opmerken als het kind fysiek mishandeld wordt of niet. Dit formulier noemt “kindreflex”. Kindermishandeling kan dan door de spoed gemeld worden door de hoofdverpleegkundige. De artsen, pediater en de sociale dienst worden ook verder betrokken.
T: Komt de fysieke kindermishandeling die u opgemerkt in alle bevolkingslagen voor?
B: Ik vermoed van wel. Kindermishandeling komt voor in alle bevolkinslagen in Vlaanderen.
T: Welke stappen nemen jullie als het vermoeden van kindermishandeling bevestigd wordt?
B: Er zijn drie belangrijk stappen volgens het stappenplan van Kindreflex: we kijken naar de ernst en de bezorgdheid over het welzijn van het kind, dan volgt er het overleg van de hoofdverpleegkundige met orthopedagogen en de sociale dienst zowel als een overleg met de behandeld kinderarts. Daarnaast hebben we ook noodmeldingen door de urgentie-arts waar verschillende diensten bij zijn betrokken. De kinderarts, de sociale dienst, de vertrouwarts de orthopedagogen enzoverder.
T: Wat is de rol van de vertrouwensarts?
B: De vertrouwensarts werkt samen met de sociale dienst, de politie en het parket wanneer het nodig is. Ze zullen bekijken of het kind bij de ouders kan blijven of niet en welke voorwaarden er zijn die de ouders moeten respecteren in het belang van het kind. Als samenvatting, de vertrouwensarts heeft een waakfunctie binnen ons ziekenhuis.
T: Zijn er vormingen in het ziekenhuis over hoe het personeel moet omgaan met vermoedens van fysieke kindermishandeling?
B: Er zijn nieuwe vormingen aan het komen rond ‘kindreflex’. Kindreflex is een werkinstrument dat hulpverleners stimuleert en ondersteunt om met hun volwassen cliënten een gesprek te voeren over het thema ouderschap. In 2017 werd voor de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) het Kindreflex ontwikkeld. De bedoeling is dat de spoeddienst, de kinderarts, de sociale dienst, de vertrouwensarts, allemaal samen informatie kunnen uitwisselen.
T: Voelt u zich voldoende opgeleid om risico’s in geval van eventuele kindermishandeling in te schatten?
B: We leiden onze hulverleners op om kindreflex te hebben en daarnaast verwachten we dat de overheid een meer globale aanpak uitwerkt.
T: Wat is uw advies als spoedhoofdverpleegkundige rond het thema van fysieke kindermishandeling?
B: De preventieve aspecten, kijken dat het kind en de ouders in een veilige omgeving kunnen leven. Dat ieder kind de kans krijgt om een beter leven te leiden.
T: Herinnert u zich een casus waarbij u het vermoeden had dat er sprake was van fysieke mishandeling van een kind van 4 tot 12 jaar?
B: Nee, maar ik hoor wel van de collega’s dat er vaak gevallen met brandwonden binnenkomen. Zo is er bijvoorbeeld een kind verbrand in bad
T: En zijn er bepaalde protocollen die u mag volgen?
B: Bevraging van de ouders aan hand van Kindreflex op spoed, als kinderen in nood zijn een noodmelding maken, de vertrouwensarts aanspreken.
T: Wie is de eerste persoon met wie u contact opneemt bij vermoeden van fysieke kindermishandeling?
B: De kinderarts en de vertrouwensarts.
T: Welke diensten of personen zijn betrokken bij vermoeden van fysieke kindermishandeling?
B: We werken samen met onze sociale dienst en verschillende organisaties zoals kind & gezin en het vertrouwenscentrum kindermishandeling.
T: Hoe maakt u het vermoeden van kindermishandeling bespreekbaar met de omgeving van het kind?
B: We bespreken dit natuurlijk eerst in ons team, in onze intern vergaderingen.
T: Wat zijn de moeilijkheden waarmee u geconfronteerd werd rond het thema?
B: Ik vind de communicatie met de ouders over fysieke kindermishandeling het moeilijkst.
T: Wat is de rol van de sociale dienst binnen het ziekenhuis rond het thema van vermoeden van fysieke kindermishandeling?
B: De situatie van de ouders bekijken in zijn geheel en zo in het voordeel van het kind handelen.
T: Wordt de meldingsplicht van fysieke kindermishandeling volgens u voldoende nageleefd op de spoedafdeling?
B: Ja... als we zeker zijn dan melden we onmiddellijk aan de juist betrokken personen. Als er een incident is, moet dit onmiddellijk gerapporteerd wordt.
4. Gesprek met Spoedpediater X.
T: We gaan nu spreken over wat er gebeurt als er een kind binnenkomt op de spoeddienst dat vermoedelijk mishandeld werd.
X: Kinderen die op het spoed binnenkomen met fracturen worden eerst gezien door de traumatoloog. Zij kijken eerst naar de fracturen. Als zij zich zorgen maken over de aard van de fracturen, dan zal de traumatoloog de pediater contacteren.
T: Hoe vaak is er een vermoeden binnen het ziekenhuis?
X: Gemiddeld 1 keer per week of per twee weken. Ik moet er wel aan toevoegen dat dit ziekenhuis binnen het Vlaams landschap wel ook ingeschakeld wordt door andere ziekenhuizen bij vermoedens van kindermishandeling omdat er meer expertise is binnen dat ziekenhuis. Daarom zien wij er meer dan in een doorsnee ziekenhuis. Casussen van kinderen waarbij naast fysieke mishandeling ook vermoeden is van seksueel misbruik worden ook sneller doorgestuurd naar dit ziekenhuis vanwege expertise. Dit zorgt ervoor dat er gemiddeld waarschijnlijk meer casussen zijn in dit ziekenhuis dan over Vlaanderen.
In meeste gevallen gaat het over baby’s, maar ook andere leeftijden komen voor. Het zijn dan de frequente, klassieke verhalen. Kinderen die gevallen zijn op het hoofd. Ouders gaan dan vaak zeggen dat het een val was van het verzorgingskussen. Dit kan dan vaak zijn dat het kind geschud is of geslagen.
Soms komen ze hier ook indirect terecht via een spoedopname. Kinderen worden verwezen door schoolarts omdat er hematomen of blauwe plekken gezien worden die niet normaal zijn. Dan worden ze ook verwezen naar de spoedpediater.
Of er zijn verwijzingen vanuit huisartsen. Dat kan bij vermoeden van seksueel misbruik of in sommige gevallen voor blauwe plekken. Maar dat is dan vaak niet via de spoeddienst, eerder via raadpleging.
T: Hoe vaak wordt een vermoeden van kindermishandeling vermeldt?
X: Tussen de 40 à 50 keer per jaar. Als er zo’n melding gemaakt wordt, dan hebben we 2 opties qua gekozen organisatie of instantie. Ofwel bij het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling. Of als we vermoeden dat de mishandeling of seksueel misbruik van zo een ernstige aard is dat gerechtelijke stappen nodig zijn, dan betrekken we het parket. Ik wil dus zeggen...Het kan dan zijn dat kind heel duidelijk mishandeld is en dat de stap meteen naar parket gezet wordt. Op dat moment wordt er ook een forensische arts aangesteld die het kind samen met pediater onderzoekt en officiële vaststellingen doet, en een officieel dossier opmaakt.
T: Wat is grotendeels de leeftijd van kinderen bij fysieke kindermishandeling?
X: Helaas heel vaak babyleeftijd. Veel baby’s huilen vaak, waardoor de ouders minder kunnen slapen. Zo zien we een piek in het eerste levensjaar en levensmaanden. Daarna gaat het naar beneden....Daarna komt het op adolescentenleeftijd weer wat vaker voor. Er zijn hier ook verschillende redenen voor. Maar we zien twee redenen het meest. Adolescenten zijn vaak opstandiger naar de ouders toe en worden ook sterker. Ze verweren zich makkelijker. En ten tweede, in kader van seksueel misbruik. Ze hebben een leeftijd waarbij ze tijdens puberteit meer ontwikkeld zijn, waardoor de stap naar misbruik makkelijker gezet wordt.
T: Hoe merk je aan een kind dat het fysiek mishandeld werd?
X: Ik word er specifiek voor opgeleid, dus voor mij is het makkelijker dan voor de meeste spoedartsen. Het is belangrijk om de uiterlijke kenmerken te herkennen. Blauwe plekken op onderbenen is heel normaal, maar op bovenbenen, billen, onderrug, bovenarm...niet zozeer. Zeker als het blauwe plekken zijn van te knijpen zijn ze een belangrijk teken.
Sommige blauwe plekken hebben ook een bepaalde vorm, de vorm van een hand van waar ze geslagen werden of van bijvoorbeeld een elektrisch snoer dat gebruikt wordt. Of met stokken of dergelijke, dan is er een langwerpige afdruk. We kijken naar de plaats en vorm van blauwe plekken.
Ook kijken we naar de leeftijd van de blauwe plekken. Soms zie je plekken van vandaag, maar ook van enkele dagen geleden. Dan wil dat misschien zeggen dat er meerdere keren mishandeling kan plaatsgevonden hebben.
Brandwonden kunnen normaal zijn...Kinderen kunnen zich verbranden. Maar het kan ook een verdacht teken zijn. Soms zijn er ook speciale fracturen of fracturen op bepaalde plaatsen. Dat is niet altijd uiterlijk te zien, maar het kan ook dat dit ontdekt wordt via foto’s van bepaalde lichaamsdelen.
Lichaamstaal is ook een belangrijke. Veel kinderen hebben angst om naar het ziekenhuis te komen... mondmasker, dokters hebben pakjes aan. Kinderen komen niet altijd graag naar het ziekenhuis, zijn ook al angstig, en... Angst op zich is geen zeker teken van kindermishandeling. We gaan er wel op letten. Gedraagt het kind zich anders als ouders er bij zijn of niet? Kinderen kunnen teruggetrokken zijn of angstig zijn, maar dat is niet altijd een duidelijk teken. Sommige kinderen babbelen ook heel veel of lijken heel vrolijk. Dit zijn dan soms kinderen die chronisch mishandeld worden. Sommige zijn het gewoon. Ook als een kind vrolijk is, dan wil dat niet zeggen dat het niet mishandeld wordt.
Sommige ouders gaan kinderen in kamer laten, zonder te slaan. Maar dat wil ook niet zeggen dat het kind oké is. Kinderverwaarlozing is voor de pediater ook een vorm van mishandeling. Dan wordt er gekeken naar de verzorging van de kinderen. Hebben ze zwarte nagels? Zijn ze gewassen? Hebben ze luizen? Vuile kleren? Geur? Vuil ondergoed?
Soms zijn dit tekens van verwaarlozing. Zeker bij ouders die niet omkijken naar hun kinderen of ouders die een alcohol- of drugsverslaving hebben. Ouders die niet vaak thuis zijn of als ze thuis zijn in een roes zijn. Dat zijn ook tekens waar naar gekeken wordt. Verwaarlozing wordt even ernstig genomen als mishandeling.
T: Geven kinderen mishandeling soms zelf aan?
Niet vaak. Het is voor hun geen gemakkelijke zaak. En voor ons is het ook moeilijk, want we mogen geen suggestieve vragen stellen als zorgverlener. Als je vraagt ‘Vertel me, heeft je mama je geslagen?’ dan is dat is een heel suggestieve vraag. Het kind kan daar ‘ja’ op antwoorden, maar dan ben je niet zeker waarom dat kind ja zegt en wat de inhoud dan is. We moeten heel voorzichtig met suggestieve vragen zijn.
Ook als er een verhoor nadien komt bij de politie moeten we zoveel mogelijk informatie verkrijgen. Maar alleen wat kinderen spontaan vertellen of informatie die we van de ouders krijgen, maar geen suggestieve vragen want dan kleur je het verhaal en dat is gevaarlijk.
T: Komt kindermishandeling in alle bevolkingslagen voor?
X: Ja, bij rijke en arme mensen. Doorheen heel de bevolking. Vanuit studies weten we wel dat het iets meer voorvalt bij lage opgeleide gezinnen, de socio-economisch zwakke gezinnen. Door werkloosheid, drugs, alcohol, enzoverder komt het daar vaker voor, maar het gebeurt evengoed bij twee hoogopgeleide ouders. En dat geldt zowel voor verwaarlozing als mishandeling.
T: Hebben culturele overtuigingen invloed op mishandeling?
X: Soms, in bepaalde maatschappijen is er meer tolerantie voor wat wij de ‘pedagogische tik’ noemen. Dan moet er uitgelegd worden dat dit in België niet gedaan wordt en dan schakelt de pediater vaak ook de psycholoog in om hiermee verder te gaan. We moeten hier ook wel met opletten, want als arts bestaat er nog zoiets als beroepsgeheim. Allleen alss wij vinden dat het kind in gevaar is, zullen wij het beroepsgeheim doorbreken anderen inschakelen.
Als we het uitleggen dat dit in België niet het geval is, ook niet binnen scholen, terwijl er vroeger, zo’n 100 jaar geleden ook getikt werd in België, dat is nu eenmaal evolutie. En ja, in sommige landen is dat nog aanwezig... Maar als dit uitgelegd wordt aan mensen, dan zie je ook dat mensen zich beginnen aan te passen. Dan vragen ze soms wel van hoe moet ik dat doen? We stellen dan alternatieve straffen of liever belonen voor als andere optie. Natuurlijk gaat het niet altijd over een pedagogische tik meer.
Als er een duidelijke uiting is van vermoedelijke kindermishandeling binnen het gezin, kiezen we altijd voor de veiligheid van het kind en maken we altijd een melding bij VK door telefonisch contact op te nemen. Het vertrouwenscentrum is vrijwillige hulpverlening, ouders worden dan gecontacteerd en gaan langs voor gesprek. Dan gaat het vertrouwenscentrum kijken op welke manier ze kunnen helpen, door toezicht aan huis, crisisdienst in te schakelen, andere zaken om te proberen problemen binnen thuissituatie te helpen of een veilige thuis voor de kinderen te zoeken.
Als ouders niet langs komen beslist het VK. Laten we het zo of schakelen we parket in? Dan moet de procureur gecontacteerd worden en zal die verder kijken.
Als de pediater ziet dat het zo ernstig is en er is sprake van mishandeling binnen het gezin en de ouders zeggen “neen, we gaan naar huis”, dan gaat de spoeddienst soms “stop” zeggen en zelf het parket en de justitie contacteren om aan te geven dat dit kind in gevaar is. Zelfs als het dan binnen de familie gebeurt, kan het zijn dat er naar het gerecht gestapt wordt. Het kind wordt dan toegewezen aan het ziekenhuis en dan gaat ziekenhuis verantwoordelijk zijn voor het kind en verder kijken waar het terecht kan en welke hulpverlening kan opgestart worden.
Als er mishandeling of misbruik voorkomt buiten het gezin. Bijvoorbeeld de buurman met zijn buurmeisje...Dan geven we advies. Klacht neerleggen bij de politie en dan wordt het parket gecontacteerd... de procureur gecontacteerd. Dan volgt er vaak een rechtszaak en wordt het medisch dossier vaak in beslag genomen. Veiliger om dat dossier dan via forensische geneeskunde te laten opmaken, omdat zij heel officiële manieren hebben om vaststellingen te doen, materiaal te verzamelen om in de rechtbank te kunnen gebruiken. Bijvoorbeeld bij een meisje dat werd misbruikt kunnen zij een rappe kit, verkrachtingskit gebruiken. Wissers voor ziekten worden afgenomen, sperma wordt opgespoord, ... Dit gebeurt meestal allemaal via forensische geneeskunde.
T: Hoe verloopt de samenwerking met de externe actoren?
X: De politie en het ziekenhuis kennen het systeem ondertussen. Het is niet één keer per jaar dat dit voorkomt, maar gebeurt meerdere malen. Ook intra-familiaal geweld kennen zij en dan wordt er op dezelfde manier gewerkt.
T: Zijn er vormingen in het ziekenhuis?
X: Er zijn zeker vormingen. Elk jaar is er een opleiding voor alle medewerkers van spoedgevallen. Alle verpleegkundigen, maar ook de mensen die aan de triage zit. De arts geeft dan de opleiding aan hen. Er wordt gewezen waarop gelet moet worden en zo is er een verhoogde waakzaamheid. Die training is er elk jaar opnieuw, en het is zeker niet slecht om dat allemaal op te frissen. Ik ben zeker en vast aanwezig op de volgende opleiding.
Natuurlijk, ik ben wel voldoende opgeleid. Ik heb zeer specifieke opleidingen gevolgd. Dat is ook nodig voor de interacties met andere organisaties. Bijvoorbeeld als de politiediensten merken dat er bij ons veel expertise is, dan gaan ze de artsen hier ook gemakkelijker geloven. Hoe minder iemand van een deftige opleiding genoten heeft, hoe onzekerder ze gaan omgaan met de andere betrokkenen.
Veel mensen hebben schrik om ouders vals te beschuldigen. Als je dat doet dan veroorzaak je soms onnodig een trauma. Daarom zijn er zoveel mensen die schrik hebben. Het is dan ook belangrijk dat er een goede opleiding voorzien wordt! ...Dat is heel belangrijk. Je moet de signalen goed kunnen inschatten... Er is nood aan goede expertise.
T: Herinnert u zich nog een casus waarin er sprake was van kindermishandeling van een kind tussen 4 en 12 jaar oud?
X: Ik herinner mij veel casussen. Het shaken baby’s komt heel vaak voor en dat zorgt voor bloedingen aan de binnenkant van de ogen, de hersenen en zorgt ook voor fracturen.
Maar voor die leeftijd, meestal blauwe plekken of... brandwonden en fracturen die niet kloppen. Fracturen van de ribben aan de achterkant. Aan de voorkant komt dat vaker voor. Sommige fracturen zijn heel suggestief.
T: Zijn er bepaalde protocollen te volgen?
X: Tuurlijk, er zijn dingen die we ‘moeten’ navragen en dingen die we absoluut ‘niet’ vragen. We maken duidelijke afbeeldingen van het lichaam en nemen foto’s voor het medisch dossier. Bij fysieke mishandeling maken we ook als eerste altijd het met het vertrouwenscentrum. Dossieren worden daar goed opgevolgd. We voeren ook specifieke klinische onderzoeken uit bij kindermishandeling, en dat is een onderzoek van kop tot teen.
Stel dat er een verdachte blauwe plek is, dan gaan we eigenlijk het kind verder onderzoeken, en het lichaam onderzoeken of er nog signalen van kindermishandeling zijn. Soms zijn er ook oude letsels.
Bij baby’s gaan we vaak ook de oogarts vragen om eens te kijken...om te zien of er bloedingen zijn rond het oog. Soms gaan we ook foto’s nemen van de botten om breuken op te zoeken. Oude fracturen worden onderzocht dan. Ook daar is een protocol van.
T: Welke diensten worden betrokken bij het onderzoek naar kindermishandeling?
X: Urgentiegeneeskunde, de spoeddienst, traumatologen. Als er iets aan de schedel en hersenen zou kunnen zijn, een neurochirurg...De kinderarts. De sociale dienst of pastorale dienst wordt ook betrokken. Stel u voor dat de vader een kind mishandelt en dat wordt opgemerkt, en de moeder weet daar niet van, dan kan dat emotioneel zijn en dan worden zij ingeschakeld om de gezinnen bij te staan.
De dokter gaat vooral voor het kind zorgen, maar het netwerk heeft ook recht op goede opvang. Daar wordt dan de sociale dienst of psycholoog voor ingeschakeld om hen bij te staan.
T: Hoe wordt vermoedelijke fysieke mishandeling bespreekbaar gemaakt binnen het ziekenhuis?
X: Binnen onze diensten is het heel bespreekbaar. Kindermishandeling is één van de zaken waar we beroepsgeheim voor mogen doorbreken. Advies vragen bij collega’s mag ook. We hebben er ook al heel wat ervaring mee, dus voor ons is het een onderwerp waar we eerder gemakkelijk over spreken. Bijvoorbeeld als er een kind is met een hersenbloeding op de dienst neurologie, dan contacteren ze mij ook sowieso om kindermishandeling uit te sluiten.
T: Wat kan er verbeterd worden in het omgaan met fysieke kindermishandeling?
X: Het beste zou zijn dat er in Vlaanderen of België enkele experten komen. Nederland heeft zo’n systeem. Zij hebben forensische psychiaters die worden opgeroepen als er casussen zijn van fysieke of seksuele mishandeling. Zij hebben enorm veel expertise. Intiem onderzoek bijvoorbeeld is niet makkelijk en kan traumatisch zijn. Als je dat niet vaak doet, dan weet je niet waar je moet op letten,... je kan dingen missen. Je kan ook een foute interpretatie doen. Soms ga je een uitspraak doen die niet helemaal klopt omwille van beperkte ervaring. Het zou beter zijn dat dit thema gecentraliseerd wordt. Voorlopig is dat niet zo. Voornamelijk kinderartsen worden nu ingeschakeld.
T: Denkt u dat dit in de toekomst nog kan?
X: Ik weet dat ze nu bezig zijn met zorgcentra na seksueel geweld. Dat is vooral voor volwassenen en kinderen. Per provincie komt er zo één, maar...Dat is enkel voor seksueel geweld. Daar zal wat meer expertise samenkomen. Dat is wel grotendeels voor de volwassenen.
T: Op welke manier werkt u samen met de sociale dienst of maatschappelijk werkers indien er een vermoeden is van fysieke mishandeling?
X: Het hangt ervan af, als het vertrouwenscentrum ingeschakeld wordt, gaan zij de rol opnemen van de sociale dienst. Stel dat we hen niet inschakelen, dan gebeurt het soms dat we aan de sociale dienst vragen een inschatting te maken van de socio-economische status van het gezin. Hoe leven ze? Hoeveel financiële problemen hebben ze? Bij verwaarlozing is dat van belang omdat je dan soms kan helpen. Je kan er dan voor zorgen dat er misschien een andere woonst komt, of hulp aan huis komt of dat ze kunnen zien dat bepaalde facturen anders aangepakt worden. Als arts weet je daar minder van, dat is hun expertise.
T: Wordt de meldingsplicht voldoende nageleefd?
X: Behoorlijk goed nageleefd, maar niet 100%. Heel veel artsen hebben angst om onterecht iemand van kindermishandeling te beschuldigen. Het erge is, en dat weten we uit studies, dat als een kind zich ooit al gepresenteerd heeft met het vermoeden van kindermishandeling, en er is niets gebeurd, dan is de kans ongeveer 13 of 14% dat het binnen het jaar terugkomt met een tweede teken van kindermishandeling. Als je niet meldt of niets doet, dan denkt persoon die het doet ‘Ik ben er mee weg geraakt’ en dan blijft hij dit in de toekomst verderzetten.
Stel dat je een kind hebt dat mishandeld is, en je confronteert de ouders en stelt een veiligheidssysteem in...Er volgt toezicht, er komen medische opvolgingen, enzoverder... dan merk je vaak dat het zich niet herhaalt, omdat mensen schrik krijgen.
Baby die geschud wordt bijvoorbeeld? Ik keur dat niet goed, maar vaak gaat dat om slaapdeprivatie. Huilbaby’s, die ouders zijn geen psychopaten. Dat kan gewoon gebeuren, hoewel ik het niet goedkeur. Als zoiets gebeurt, dan moeten we zien dat er geen herhalingsrisico’s zijn, he. Wat je moet weten is dat kinderen altijd beter bij de ouders zijn dan dat ze weggehaald of geplaatst worden. Op zo’n moment moeten we wel zeker zijn dat de ouders zich gaan gedragen. Het niet weghalen kan hechtingsstoornissen veroorzaken.
T: Oké. Bedankt voor het interview.
X: Graag gedaan.
Vergaderingen
Vergadering 1
Datum en uur: 8 oktober 2021 om 19u30
Aanwezigen: Thierno, Wedd & Shirley
Agendapunten:
Verwelkoming
Nood aan meer vragen voor de interviews
Verslagen
Bestandje aanmaken voor vragen
Feedback docent
Communicatie docent
Bespreking tijdens volgende les
Thema's artikels
Artikels op basis van literatuurstudie
Aanpassing van de planning voor artikels (zie planning)
Materiaal voor website
Verantwoordelijke voor verslagen: Shirley
Verantwoordelijke voor bestanden en vergaderingen Teams: Thierno
Verantwoordelijke voor website: Shirley
Overloop van vergadering
Taakverdeling:
Thierno:
Mappen aanmaken voor de interviewvragen en materiaal voor de website (10/10/21)
Bestand openen voor de vragen in de juiste map (10/10/21)
Vragen in correct bestand opladen (10/10/21)
Wedd:
Meer vragen + in correct bestand opladen (10/10/21)
Materiaal voor website in de juiste map opladen (altijd)
Shirley:
Verslag opmaken (zsm)
Vragen in correct bestand opladen (10/10/21)
Vragen doormailen naar docent (11/10/21)
Mailen mogelijke contactpersonen (10/10/21)
Materiaal voor website in de juiste map opladen (altijd)
Volgende vergadering agendapunten:
Thema's artikels
Feedback vragen voor interviews
Volgende samenkomst: dinsdag 12 oktober 2021 tijdens de lesuren
Vergadering 2
Datum en uur: dinsdag 12 oktober 2021 om 14u00
Aanwezigen: Thierno Diallo, Wedd Al-Diwan, Shirley Vandenkieboom & Veerle Van Gijsegem (tijdelijk)
Agendapunten:
Overzicht vorige agendapunten
Feedback van docent
Bespreken aan te passen vragen
Artikels voor website
Herinnering komende taken
Taakverdeling:
Thierno:
Vragen clusteren en in 2 aparte vragenlijsten gieten (spoeddienst & sociale dienst) (12/10)
Goedgekeurde vragenlijsten overmaken aan docent voor feedback (13/10)
Belgische werking aan de hand van literatuur uitschrijven (17/10)
Wedd:
Lezen geschreven artikels Shirley & Wedd (18/10)
Nalezen vragenlijsten na aanpassingen Thierno (12/10-avond)
Nakijken gekozen thema’s artikels (12/10-avond)
Lezen geschreven artikels Thierno & Shirley (18/10)
Shirley:
Verslag opmaken (zsm)
Thema’s voor artikels specifiëren ahv literatuur (12/10)
Amerikaanse werking aan de hand van literatuur uitschrijven (17/10)
Inleidende tekst over onderwerpkeuze (17/10)
Lezen geschreven artikels Thierno (18/10)
Volgende vergadering agendapunten:
Geschreven artikels van 17/10
Feedback vragen voor interviews
Volgende samenkomst: dinsdag 19 oktober 2021
Vergadering 3
Datum en uur: dinsdag 12 oktober 2021 om 19u00
Aanwezigen: Thierno Diallo, Wedd Al-Diwan, Shirley Vandenkieboom
Agendapunten:
Overzicht vorige agendapunten
Feedback van docent
Bespreking aanpassing thema’s
Herinnering late taken
Volgende samenkomst: dinsdag 19 oktober 2021 tijdens de lesuren
Vergadering 4
Datum en uur: woensdag 8 december 2021 om 19u
Aanwezigen: Thierno Diallo, Wedd Al-Diwan & Shirley Vandenkieboom
Agendapunten:
Alternatieve aanpak
Nieuwe taakverdeling
Toekomstige vergaderingen
Taakverdeling:
Thierno:
Teamvergadering aanmaken (18/12)
Meer fotomateriaal voor website verzamelen (5/1)
Uitvoeren interviews (10/11)
Wedd:
Resultaten Belgische interviews uitschrijven (18/12)
Algemeen besluit uitschrijven op basis van literatuurstudie en interviews (10/1)
Shirley:
Verslag opmaken (zsm)
Amerikaanse literatuurstudie uitbreiden wegens gebrek aan interviews (12/12)
Inleidende tekst over onderwerpkeuze uitschrijven (18/12)
Tekst methode/betrouwbaarheid/problemen uitschrijven (18/12)
Website of tumblr maken (10/1)
Volgende vergadering agendapunten:
Opmerkingen uitgeschreven teksten
Uitwisseling ideeën algemene conclusie ahv definitie sociaal werk
Website/tumblr
Fysieke vergadering vastleggen indien mogelijk
Volgende samenkomst: maandag 20 december 2021 om 14u
Vergadering 5
Datum en uur: Maandag 20 december 2021 om 15u
Aanwezigen: Thierno Diallo, Wedd Al-Diwan & Shirley Vandenkieboom
Agendapunten:
uitgestelde vergadering
Taakverdeling:
Shirley:
Verslag opmaken (zsm)
Volgende vergadering agendapunten:
Opmerkingen uitgeschreven teksten
Uitwisseling ideeën algemene conclusie ahv definitie sociaal werk
Website/tumblr
Fysieke vergadering vastleggen indien mogelijk
Volgende samenkomst: maandag 3 januari 2022 om 13u
Vergadering 6
Datum en uur: Maandag 3 januari 2022 om 14u
Aanwezigen: Thierno Diallo, Wedd Al-Diwan & Shirley Vandenkieboom
Agendapunten:
Nagaan huidige stand van zaken
Nieuwe taakverdeling
Toekomstige vergadering
Website overlopen
Taakverdeling:
Shirley:
Amerikaanse werking aan de hand van literatuur verwerken in gezamenlijke literatuurstudie (6/1/22)
Resultaten toevoegen aan blog (11/1/22)
Aan de hand van interviews, korte besluiten en ander interviewmateriaal met de kernvraag in gedachte een gepaste vergelijkende conclusie uitschrijven met citaten ter staving. (14/1/22)
Samenvatting toevoegen aan blog (15/1/22)
Bronnen toevoegen (15/1/22)
Andere bijlagen (zoals interviews) toevoegen aan blog (15/1/22)
Indienen product bij Veerle (17/1/22)
Wedd:
Resultaten opstellen aan de hand van interviews met bevindingen aangaande onderzoeksvragen uit inleiding en doorsturen naar Shirley (10/1/22)
Nalezen blog en feedback geven Shirley (16/1/22)
Thierno:
Samenvatting schrijven en doorsturen naar Shirley (14/1/22)
Nalezen blog en feedback sturen naar Shirley (16/1/22)
Volgende vergadering agendapunten:
conclusie
Antwoord formuleren op kernvraag ‘Wat leren ze van elkaar?”
Volgend vergadermoment
Volgende vergadering: Dinsdag 11 januari 2022 om 13u
Vergadering 7
Datum en uur: Maandag 11 januari 2022 om 13u
Aanwezigen: Thierno Diallo, Wedd Al-Diwan & Shirley Vandenkieboom
Agendapunten:
Nagaan huidige stand van zaken
Nieuwe taakverdeling
Toekomstige vergadering
Website overlopen
Taakverdeling:
Shirley:
Aan de hand van interviews, korte besluiten en ander interviewmateriaal met de kernvraag in gedachte een gepaste vergelijkende conclusie uitschrijven met citaten ter staving. (14/1/22)
Bronnen toevoegen (tegen 15/1/22)
Andere bijlagen (zoals interviews) toevoegen aan blog (tegen 15/1/22)
Samenvatting schrijven (15/1/22)
Nodige aanpassingen tumblr uitvoeren (17/1/22)
Indienen product bij Veerle (17/1/22)
Individuele portfolio (17/1/22)
Thierno:
Resultaten opstellen aan de hand van interviews met bevindingen aangaande onderzoeksvragen uit inleiding (tegen 12/1/22)
Expert laten nalezen (16/1/22)
Individuele portfolio (17/1/22)
Wedd:
Individuele portfolio (17/1/22)
Volgende agendapunt: feedback op eindresultaat tumblr
Volgende vergadering: zondag 16 januari 2022 om 19u
Vergadering 8
Datum en uur: Zondag 16 januari 2022 om 19u
Aanwezigen: Thierno Diallo, Wedd Al-Diwan & Shirley Vandenkieboom
Agendapunten:
Website overlopen
Portfolio
Nodige aanpassingen
Taakverdeling:
Shirley:
Nodige aanpassingen uitvoeren (17/1/22)
Indienen product bij Veerle (17/1/22)
Individuele portfolio (17/1/22)
Thierno:
Individuele portfolio (17/1/22)
Wedd:
Individuele portfolio (17/1/22)










