Bron: Het belang van Limburg
we're not kids anymore.
Three Goblin Art

Origami Around
Xuebing Du

pixel skylines
Today's Document
Sweet Seals For You, Always
Game of Thrones Daily
No title available
DEAR READER
I'd rather be in outer space 🛸

❣ Chile in a Photography ❣
PUT YOUR BEARD IN MY MOUTH
taylor price

Janaina Medeiros
tumblr dot com
Monterey Bay Aquarium
art blog(derogatory)
will byers stan first human second

JBB: An Artblog!
seen from Belgium

seen from Belgium
seen from Morocco
seen from Morocco

seen from United States
seen from United States
seen from United States
seen from United States

seen from United States
seen from United States

seen from United States
seen from United States
seen from United States
seen from Germany

seen from United States
seen from United States

seen from United States

seen from Malaysia
seen from United States
seen from United States
@bij-vermoeden
Bron: Het belang van Limburg
Bron: opgroeien
Literatuurlijst
Adriaenssens P, Eggermont E, (1991). Het syndroom van Munchausen by proxy: de fatale driehoek moeder-arts-kind. Kind en Adolescent,12 (3), pp A1-A8.
Alexander R, Faugno D & Speck P (2017). Child Abuse Quick Reference 3e : For Health Care, Social Service, and Law Enforcement Professionals: Vol. Third edition. STM Learning.
Children’s Bureau. (2019). Child maltreatment 2019. https://www.acf.hhs.gov/sites/default/files/documents/cb/cm2019.pdf.
Children’s Bureau. (April 2019). Mandatory reporters of child abuse and neglect. Child Welfare information gateway. https://www.childwelfare.gov/pubPDFs/manda.pdf.
Children’s Bureau. (March 2019). Definitions of child abuse and neglect. Child Welfare information gateway. https://www.childwelfare.gov/pubPDFs/define.pdf
Children’s Bureau. (April 2019). Long term consequences of Child Abuse and Neglect. Child Welfare information gateway. https://www.childwelfare.gov/pubpdfs/long_term_consequences.pdf
Dekker N, Smets K, Kairet K, Peremans L. (2014) Aanpak vermoeden van kindermishandeling. Richtlijnen voor goede medische praktijkvorming. https://www.domusmedica.be/sites/default/files/Richtlijn%20Kindermishandeling_0.pdf
Dienst voor het strafrechtelijk beleid. (2010). Het Protocol Kindermishandeling Justitie-Welzijn ondertekend door de Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en de minister van Justitie. http://www.dsb-spc.be/web/index.php?option=com_content&task=view&id=148&Itemid=217&lang=dutch
Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (2016). Hoe de detectie van kindermishandeling? https://www.kce.fgov.be/sites/default/files/atoms/files/KCE_269As_Kindermishandeling_in_Belgie_0.pdf
Federale Overheidsdienst Volksgezondheid (2016). Gids voor zorgverleners en managers in ziekenhuizen. https://www.health.belgium.be/sites/default/files/uploads/fields/fpshealth_theme_file/gids_sociaal_werk_in_ziekenhuizen_hd.pdf
Giardino A, Shaw L, Speck P & Giardino E (2015). Recognition of Child Abuse for the Mandated Reporter 4e: Vol. Fourth edition. STM Learning.
Healthychildren.org (2021) What is a Child Abuse Pediatrician? https://www.healthychildren.org/English/family-life/health-management/pediatric-specialists/Pages/What-is-a-Child-Abuse-Pediatrician.aspx
Het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind (art. 19 IVRK) van de Verenigde Naties. (1989). Verdrag inzake de Rechten van het Kind Aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. https://www.kinderrechtencommissariaat.be/sites/default/files/bestanden/kinderrechtenverdrag_officiele_nederlandse_vertaling.pdf
International Association of Schools of Social Work & International Federation of Social Workers. (2014). Globale definitie van het sociaal werk. https://www.ifsw.org/wp-content/uploads/2019/08/Global-Definitie-Social-Work-2014-Dutch-.pdf.
John E. B. Myers. (1998). Legal Issues in Child Abuse and Neglect Practice: Vol. 2nd ed. SAGE Publications, Inc.
Kinderreflex. (2021). Ziekenhuizen, algemeen welzijnswerk en geestelijke gezondheidszorg strijden mee tegen kindermishandeling. https://pers.opgroeien.be/ziekenhuizen-algemeen-welzijnswerk-en-geestelijke-gezondheidszorg-strijden-mee-tegen-kindermishandeling
Maschi T, & Leibowitz G. (2017). Forensic social work: Psychosocial and legal issues across diverse populations and settings. Springer Publishing Company.
National Association of Children’s Hospitals and Related Institutions. (2016) Defining the Children’s Hospital’s Role in Child Maltreatement. Second Edition. https://cacnc.org/wp-content/uploads/2016/06/Childrens-Hospitals-role-in-child-maltreatment.pdf
Reece R, Hanson R & Sargent J. (2014). Treatment of Child Abuse : Common Ground for Mental Health, Medical, and Legal Practitioners: Vol. Second edition. Johns Hopkins University Press.
RWJ Barnabas Health. (ND). Treating child abuse. Child abuse awareness. https://www.rwjbh.org/treatment-care/pediatrics/parent-resources/child-abuse-awareness/
State of New Jersey, Department of Children and Families. (2012) Protective custody or Hospital Hold. https://www.nj.gov/dcf/policy_manuals/CPP-II-B-1-800_issuance.shtml
State of New Jersey, Department of Children and Families. (2018) Referral Guidelines for Regional Diagnostic and Treatment Centers. https://www.state.nj.us/dcf/policy_manuals/CPP-II-C-2-625_issuance.shtml?fbclid=IwAR0QN7bSHPs9Nmg6Dw28LkJFhruSn5uDaUpLEx4FS9b8OlBrvZ0oPHe0pdw
Vertrouwenscentrum Kindermishandeling.(2021). wat is kindermishandeling? https://www.vertrouwenscentrum-kindermishandeling.be
Vlaams Forum kindermishandeling. (2011). Samenwerkingsakkoord tussen de federaal staat en de Vlaams gemeenschap tot oprichting van een Vlaams Forum Kindermishandeling. http://www.dsb-spc.be/doc/pdf/Vlaams_Forum_Kindermishandeling.pdf
Bijlagen
Vragen interviews
1. Arts of verpleegkundige
Prevalentie
Heeft u vaak vermoedens van fysieke kindermishandeling bij binnenkomende patiënten (4-12j) op de spoedafdeling?
Hoe vaak heeft u in de afgelopen 12 maanden hulp ingeschakeld of melding gedaan doordat u een vermoeden had van fysieke kindermishandeling?
Welke leeftijd hebben de kinderen voornamelijk indien u fysieke kindermishandeling vermoedt?
Algemeen
Hoe merkt u aan een kind dat het fysiek mishandeld wordt/werd?
Zijn er bepaalde uiterlijke kenmerken?
Zijn er bepaalde gedragskenmerken?
Geven kinderen dit soms zelf aan?
Komt de fysieke kindermishandeling die u opmerkt in alle bevolkingslagen voor?
Preventie
Zijn er vormingen in het ziekenhuis over hoe het personeel moet omgaan met vermoedens van kindermishandeling?
Zoja, welke?
Zo niet, denkt u dat dit een goede investering zou zijn? Waarom wel? Waarom niet?
Voelt u zich voldoende opgeleid om risico’s in geval van eventuele kindermishandeling in te schatten en ook de ernst ervan?
Procedure
Herinnert u zich een casus waarbij u het vermoeden had dat er sprake was van fysieke mishandeling van een kind van 4 tot 12j?
Kunt u deze casus even bespreken en aangeven welke stappen u toen ondernomen hebben?
Heeft u bepaalde protocollen die u dient te volgen wanneer er een vermoeden van fysieke kindermishandeling?
Wie is de eerste persoon met wie u contact neemt indien u fysieke mishandeling vermoedt?
Moet u specifieke klinische onderzoeken uitvoeren wanneer er een vermoeden is van fysieke mishandeling van kinderen?
Welke diensten/personen worden betrokken binnen het ziekenhuis? Met welke externe organisaties werkt u samen (bv. ondersteuningscentrum jeugdzorg, kind&gezin, vertrouwenscentrum kindermishandeling, politie, ... )?
Hoe maakt u (vermoedens van) fysieke kindermishandeling bespreekbaar binnen het ziekenhuis?
Hoe maakt u (vermoedens van) fysieke kindermishandeling bespreekbaar met de omgeving van het kind?
Met welke moeilijkheden wordt u geconfronteerd bij (vermoedens van) fysieke kindermishandeling?
Wat kan er verbeterd worden in het omgaan met vermoedens van fysieke kindermishandeling?
Op welke manier werkt u samen met de sociale dienst van het ziekenhuis of met maatschappelijk werkers indien er een vermoeden is van kindermishandeling?
Wat is de rol van een maatschappelijk/sociaal werker in geval van vermoedens van fysieke kindermishandeling in het ziekenhuis?
Wordt de meldingsplicht van fysieke kindermishandeling volgens u voldoende nageleefd op de spoedafdeling? Waarom wel? Waarom niet?
2. De sociale dienst
Sociaal werk in het ziekenhuis
Wat is uw rol in het ziekenhuis?
Wat is uw rol bij vermoedens van fysieke kindermishandeling?
Op welke manier werkt u samen met de spoedafdeling?
Prevalentie
Krijgt u vaak meldingen van fysieke kindermishandeling (4-12j) via de spoedafdeling?
Komt fysieke kindermishandeling die u opmerkt in alle bevolkingslagen voor?
Welke leeftijd hebben de kinderen voornamelijk als u fysieke kindermishandeling vermoedt?
Procedure
Herinnert u zich een casus waarbij de fysieke mishandeling van een kind van 4 tot 12j vermoed werd?
Kunt u deze casus even bespreken en aangeven welke stappen u toen ondernomen heeft?
Heeft u bepaalde protocollen die u dient te volgen wanneer er een vermoeden van fysieke kindermishandeling is?
Hoe gaat u om met een kind waarvan vermoed wordt dat het fysiek mishandeld werd?
Welke personen contacteert u bij vermoedens van fysieke kindermishandeling?
Met welke externe organisaties werkt u samen (bv: ondersteuningscentrum jeugdzorg, Kind & Gezin, vertrouwenscentrum kindermishandeling, politie, ... )?
Met welke moeilijkheden wordt u geconfronteerd wanneer er een vermoeden van fysieke kindermishandeling is?
Wat kan er nog verbeterd worden in het omgaan met vermoedens van fysieke kindermishandeling?
Opvolging
Hoe volgt u de dossiers verder op na ontslag uit het ziekenhuis?
Wat denkt u dat er binnen de sociale dienst van het ziekenhuis en de spoedafdeling verder ondernomen kan worden om kinderen meer te beschermen tegen fysieke mishandeling?
Transcripten interviews
1. Gesprek met sociaal werker M.
T: Zoals we hebben afgesproken via mails en telefonisch, doen we een onderzoek over het vermoeden van fysiek kindermishandeling tussen 4 en 12 jaar oud via de spoed.
M: Dat klopt. Ik heb wel niet zo veel tijd. We zouden toch naar de essentie gaan van het onderzoek.
T: Inderdaad. Wat is rol in het ziekenhuis?
M: Ik werk als sociaal werkster in de psychiatrie en op de pediatrie. Ik werk niet via de spoed, maar ik werk wel samen met mijn collega van de spoed binnen het ziekenhuis. Mensen die dezelfde expertise hebben, werken samen met bepaalde thema’s.
T: Wat is uw rol bij vermoedens van fysieke kindermishandeling?
M: we hebben werkafspraken rond het thema kindermishandeling. Als er een vermoeden van kindermishandeling is, dan wordt dat gemeld in de juist afdeling, dus in de pediatrie. Als er een ernstige letsel is, dan moet dit via de spoed passeren. De kinderarts van wacht zal de pediater verwittigen. Eigenlijk is dat de kinderarts die de schattingen doet bij het vermoeden van kindermishandeling aan de hand van een GAMO-formulier waar wordt aangeduid welke letsels er zijn. Op basis van dit formulier wordt dan ingeschat of er een vermoeden van kindermishandeling of niet. Daarna zullen we de procedure starten voor een hulpverlening.
T: Krijgt u vaak meldingen van fysieke kindermishandeling via de spoedafdeling?
M: Via de spoed weet ik niet zo veel, omdat we niet altijd betrokken zijn, tenzij de kinderarts aan de pediater verwittigt dat er een vermoeden van kindermishandeling is. Ik weet zeker dat er via de dienst pediatrie zeker vermoedens van kindermishandeling zijn. Binnen het ziekenhuis komen we regelmatig gevallen tegen maar via het spoed weet ik niet zo goed.
T: Op welke manier werkt u samen met de spoedafdeling?
De spoedafdeling belt de kinderarts om een inschatting te maken over het vermoeden van fysieke kindermishandeling. Bijvoorbeeld als het kind niet moet opgenomen worden maar toch hulp moet krijgen. De spoed contacteert dan de sociale dienst, wij doen een anamnese bij de familie...anamnese is een soort onderzoek waar alle informatie van de patiënt in één dossier samengebundeld wordt.
T: Komt fysieke kindermishandeling die u opmerkt in alle bevolkingslagen voor?
M: Ja zeker. Mensen die hebben gestudeerd en ook allebei een job hebben, religieuzen zoals de “getuigen van jehova”; Afrikaanse gezinnen of Marokkaanse gezinnen... Ik vind soms dat onze multidisciplinaire teams, zowel arts, verpleging en maatschappelijke werkers sneller bij de lagere klasse iets gaan beoordelen als kindermishandeling dan bij de hogere klasse. Daar nemen we toch de tijd om te kijken wat er juist aan de hand is.
T: Welke leeftijd hebben de kinderen voornamelijk als u fysieke kindermishandeling vermoedt?
M: Dat kan ik niet zeggen. Ik kan daar geen cijfer op plakken.
T: Hebt u ooit een casus gehad in verband met het vermoeden van kindermishandeling?
M: Ja, ik heb een kind van 1 jaar oud gehad met afgebroken been.
T: Welke stappen heeft u toen ondernomen?
M: Ik ben een effectief onderzoek gestart in samenwerking met de kinderarts, de hoofdpediater en sociale dienst.
T: Heeft u bepaalde protocollen die u dient te volgen wanneer er een vermoeden van fysieke kindermishandeling is?
M: Ja, zeker. Er zal een stappenplan wordt gevolgd, waaronder we ook samen in team de situatie gaan bespreken.
T: Hoe gaat u om met een kind waarvan vermoed wordt dat het fysiek mishandeld werd?
M: Meestal gaat er een gesprek door met de ouders. Het nadeel binnen het ziekenhuis is dat het kind meestal niet zo lang in het ziekenhuis blijft. We zorgen zo snel mogelijk dat er externe hulp is die het kind verder kan helpen. Bij ons worden de kleine kinderen vaak opgevolgd door de kinderarts en bij de grote kinderen zullen we als sociale dienst apart mogen kan praten. MDO binnen het ziekenhuis om af te stemmen wie wat doet.
T: Met welke externe organisaties werkt u samen in verband met vermoeden van kindermishandeling?
M: Dat is vooral met het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling. Family Justice Center...We werken ook met het CAW en er is de dienst familiaal geweld... Maar in het geval van kinderen werken we vaak voornamelijk samen het VK.
T: Hoe verloopt de samenwerking tussen het ziekenhuis en de externe organisaties?
M: Meestal als we een casus hebben, bespreken we dat anoniem om effectief te weten of het een geval van verontrusting is of niet. Wanneer we merken dat de situatie ernstig is, zullen we dit melden met de correcte gegevens.
T: Zoals wanneer het dossier van het kind al bij kind & gezin of CAW is? Wordt het dan nog opgevolgd door de sociale dienst?
M: Nee, we moeten proberen loslaten wanneer het dossier terecht komt bij een externe organisatie. Dan vallen wij er gewoon tussenuit.
T: Met welke moeilijkheden wordt u geconfronteerd wanneer er een vermoeden van fysieke kindermishandeling is?
M: Sja, het moeilijkste is het gesprek voeren, binnen het team om te bespreken wat goed of niet goed gaat, maar ook de feiten met de ouders bespreken... Dat vind ik altijd moeilijk want je weet nooit op voorhand hoe de ouders zullen reageren. Sommigen zullen blij zijn dat er hulporganisaties zijn, maar de andere ontkennen gewoon de situatie en ze zijn defensiever. Ik vind het moeilijk om in te schatten of er echt sprake is van kindermishandeling is of niet.
T: Als je een advies zou geven als sociaal werkster wat zou zijn?
M: Ik vind veiligheid en vertrouwen superbelangrijk in dit thema. Voldoende tijd besteden bij elke situatie. Het is de bedoeling dat de ouders zich genoeg op hun gemak voelen om de juiste ondersteuning te krijgen maar dat vraagt ook tijd.
T: Wat denkt u dat er binnen de sociale dienst van het ziekenhuis en de spoedafdeling verder ondernomen kan worden om kinderen meer te beschermen tegen fysieke mishandeling?
M: Het personeel van de spoed moet alert zijn bij het signaal van verontrusting, de sociale dienst altijd betrekken bij het vermoeden van kindermishandeling... Iedereen moet weten bij welke situaties welke dienst het kind kan helpen of de ouders ondersteunen, welke methodieken te gebruiken om de ouders te bespreken....
T: Bedankt om deel te nemen aan het interview
M: Graag gedaan. Als je nog iets wil weten, stuur maar een mail en als de taak af is, wil ik deze ook lezen.
2. Gesprek met sociaal werker A
T: Wat is uw rol in het ziekenhuis in verband met het thema “vermoeden van kindermishandeling”?
A: Ik vang de patiënten op vanuit de spoed. Ik ben verbonden met de kinderarts en de spoedverpleegkundige. Door een samenwerking met de kinderarts ga ik langs bij de ouders voor een gesprek. Dat is een confrontatie en zorgt voor ongerustheid bij het benoemen van vermoeden van kindermishandeling, zowel voor mij als bij de ouders. Als een sociaal werkster probeer ik hen te informeren over ons vermoeden van fysieke mishandeling. Ik geef meer uitleg bij de bemerkingen van de kinderarts en ik probeer ervoor te zorgen dat ze alles goed begrijpen.
T: Hoe verloopt het gesprek met de ouders in verband met het thema?
A: Dat hangt van situatie tot situatie af....Als bijvoorbeeld de kinderarts een beslissing genomen heeft dat er effectief een fysieke kindermishandeling plaatsgevonden heeft, dan weten de ouders waarover het gesprek gaat. Maar als het omgekeerd is, dan is het soms moeilijk... Bijvoorbeeld de interactie met de ouders en de reactie van het kind. Wat ik soms moeilijk vind is dat ik eerst de toestemming van de ouders moet hebben om alleen met het kind te praten...
Het is belangrijk dat je weet dat het vermoeden van fysieke kindermishandeling niet alleen over ouders gaat, maar dat kan ook via de zussen en de broers of de onthaalmoeder zijn...
T: Op welke manier werken u samen met de spoedafdeling?
A: We zitten met een wachtsysteem. Er is 24/24 iemand bereikbaar van de dienst en als we worden gecontacteerd via de kinderarts over het vermoeden van fysieke kindermishandeling, dan komen we om te praten over wat er aan de hand is. Zo kunnen we ons als sociale dienst voorbereiden om met de ouders in gesprek te gaan...We hebben een continue samenwerking en een sterke uitwisseling van informatie binnen ons mutidisciplinair team.
T: Krijgt u vaak meldingen van fysieke kindermishandeling tussen 4 en 12 jaar oud via de spoedafdeling?
A: Dat is moeilijk te zeggen... dat is wel afwisselend, soms 1 keer in het maand en soms 2 keer in gans het jaar.
T: Komt fysieke kindermishandeling die u opmerkt in alle bevolkingslagen voor?
A: Ja, zeker.
T: Kan je me daar een voorbeeld van geven?
A: Zowel de hoge klasse als de middenklasse.
T: Heb je ooit casussen in verband met vermoeden van fysieke kindermishandeling gehad?
A: We krijgen hier niet zoveel gevallen van kindermishandeling. Het voorbije jaar heb ik maar twee casussen gehad in verband met het thema.
T: Welke leeftijden hebben de kinderen voornamelijk als u fysieke kindermishandeling vermoedt?
A: Dat is zeer afwisselend. Ik kan daar geen cijfers op plakken....Ik zou daar mijn statistieken voor moeten bekijken. Ik vermoed onder de 4 à 6 jaar.
T: Herinnert u zich een casus waarbij er fysieke mishandeling was van een kind van 4 tot 12 jaar?
A: Niet echt, maar ik heb ooit een casus gehad waar de baby van het verzorgingskussen gevallen was.
T: Kunt u deze casus even bespreken en aangeven welke stappen u toen ondernomen heeft?
A: We hebben dit samen met de kinderarts besproken. De volgende stap was naar de ouders en het kind gaan om een gesprek te hebben... Om te zien of het verhaal effectief klopte. Bij ernstige gevallen kan het snel zijn dat het parket betrokken raakt en daar is ook weer een andere procedure voor te volgen. Bijvoorbeeld het kind zal dan extra onderzocht worden in het ziekenhuis en er zal nog een extra gesprek volgen met de ouders en een hulpverlener van het Ondersteuningscentrum Jeugdzorg (OCJ) om extra begeleiding aan te bieden.
T: Heeft u bepaalde protocollen die u dient te volgen wanneer er een vermoeden van fysieke kindermishandeling is ?
A: We volgen de protocollen van het ziekenhuis. Wanneer de kinderarts vindt dat het kind in gevaar is, dan maken een speciaal dossier op. Dat noemt “Aanpak van fysieke kindermishandeling”.
T: Hoe gaat u om met een kind waarvan vermoed wordt dat het fysieke mishandeld werd?
A: Ik probeer altijd een gevoel van vertrouwen aan het kind te geven en mijn best te doen dat het kind de juist begeleiding krijgt of bij de juist dienst terecht komt.
T: Welke personen contacteert u bij het vermoeden van fysieke kindermishandeling?
A: De kinderarts, de vertrouwensarts, de ouders, het OCJ, het VK, enzoverder …
T: Met welke externe organisaties werkt u samen?
A: We werken samen met kind & gezin, het OCJ, de politiediensten, het parket, het VK, enzoverder.
T: Met welke moeilijkheden wordt u geconfronteerd wanneer er een vermoeden van fysieke kindermishandeling is ?
A: Er zijn wel wat moeilijkheden. Zo heb ik soms te weinig tijd om een vertrouwensband te creëren met het kind,...en ook de ouders. De procedures uitleggen aan de ouders kan moeilijk zijn. Het verzamelen van de nodige informatie wanneer vermoeden van fysieke kindermishandeling wordt vastgelegd. Het is soms ook niet evident om het kind een veilig gevoel te geven wanneer het kind lang in het ziekenhuis blijft. En afhankelijk van wanneer het kind binnenkomt kan het uitdagend zijn om buiten de werkuren sommige organisaties te contacteren zoals het VK
Wanneer een gerechtelijk procedure is gestart, dan hoor ik niets meer over het dossier. Het is moeilijk om te bepalen juist wat gedeeld beroepsgeheim is, enzoverder.
T: Hoe verloopt de samenwerking met extern organisaties?
A: Laat ons zeggen dat we een tamelijk goede connectie hebben met zowel het VK, OCJ als met kind & gezin. We werken goed samen in het belang van het kind.
T: Wat kan er nog verbeterd worden in het omgaan met vermoedens van fysieke kindermishandeling?
A: Een betere communicatie in de samenwerking met anderen, het belang van laagdrempeligheid, het verhaal van kinderen moet serieus genomen worden...Dat is niet altijd het geval. Er kan meer tijd genomen worden om de kinderen uit te leggen wat er aan de hand is. Want de kinderen zijn vaak loyaal aan de ouders en willen niet altijd praten. Er is nood aan psychologisch opvang omdat de kinderen zich ook vaak als de schuldige voelen. Er moet meer duidelijkheid zijn over wanneer en in welke situaties het beroepsgeheim doorbroken mag worden, ook naar de externe organisaties...En zeker bij de gerechtelijke procedures. Wat nog? Een beter coördinatie tussen de verschillende diensten zoals het parket, de politie, het VK, enzoverder...
T: Hoe volgt u dossier verder op na ontslag uit het ziekenhuis?
A: Soms blijven we in contact met bepaalde organisaties, kind & gezin, het VK, het OCJ... soms het parket en de politie, maar de coördinatie tussen al die diensten loopt moeilijk.
T: Wat denkt u dat er binnen de sociale dienst van het ziekenhuis en de spoedafdeling verder ondernomen kan worden om kinderen meer te beschermen tegen fysieke mishandeling?
A: Ik heb niet de indruk dat we daar meer moet doen. Maar er zijn wel bepaalde dingen waar we moeten op letten. Zoals het opletten om de ouders niet ronduit te gaan beschuldigen bij het vermoeden van fysieke kindermishandeling. Een beter netwerk tussen de verschillende organisaties is hier ook wel belangrijk. De psychologisch opvang voor het kind en...Een beter opleiding om te kunnen omgaan bij het thema. Het is ook persoonlijk heel zwaar.
T: Dank u voor dit interview.
A: Graag gedaan.
3. Gesprek met Spoedhoofdverpleegkundige B
T: Heeft u vaak vermoeden van kindermishandeling bij binnenkomende patiënten van 4 tot 12 op de spoedafdeling?
B: Het gebeurt niet zo vaak. De kinderen die binnenkomen op de spoeddienst met een fractuur worden doorverwezen naar de pediater of de geneeskundige arts.
T: Hoe vaak heeft u de afgelopen 12 maanden of melding gedaan doordat u een vermoeden had van fysiek mishandeling?
B: Het is moeilijk om te zeggen. Het gebeurt soms 2 keer in de maand, soms meerdere keren in het jaar, ...
T: Welke leeftijd hebben de kinderen voornamelijk waarvan u fysieke kindermishandeling vermoedt?
B: Het thema van kindermishandeling blijft nog een taboe. Ik durf daar geen cijfer op te plakken maar er zijn leeftijden van 3 tot 12 jaar. We werken samen met de dienst intra- familiale geweld binnen het ziekenhuis rond het thema. Het ziekenhuis is nu bezig om een instrument te ontwikkelen zodat de spoedartsen of pediaters van verschillende diensten gemakkelijker informatie kunnen delen. De bedoeling van dit platform is om te kijken wat de problemen zijn van het gezin in zijn geheel en te proberen een oplossing te vinden in het belang van het kind.
T: Hoe merkt u aan een kind dat het fysiek mishandeld wordt/ werd?
B: Het komt vaak door een val van een verzorgingkussen. Echt bepaalde uiterlijke kenmerken bestaan er niet, en het is ook vaak moeilijk bij het kind te zien want de loyaliteit van de kinderen naar de ouders toe is sterk aanwezig. Binnen het ziekenhuis hebben ze een formulier opgemaakt met verschillende vragen waarin we zullen opmerken als het kind fysiek mishandeld wordt of niet. Dit formulier noemt “kindreflex”. Kindermishandeling kan dan door de spoed gemeld worden door de hoofdverpleegkundige. De artsen, pediater en de sociale dienst worden ook verder betrokken.
T: Komt de fysieke kindermishandeling die u opgemerkt in alle bevolkingslagen voor?
B: Ik vermoed van wel. Kindermishandeling komt voor in alle bevolkinslagen in Vlaanderen.
T: Welke stappen nemen jullie als het vermoeden van kindermishandeling bevestigd wordt?
B: Er zijn drie belangrijk stappen volgens het stappenplan van Kindreflex: we kijken naar de ernst en de bezorgdheid over het welzijn van het kind, dan volgt er het overleg van de hoofdverpleegkundige met orthopedagogen en de sociale dienst zowel als een overleg met de behandeld kinderarts. Daarnaast hebben we ook noodmeldingen door de urgentie-arts waar verschillende diensten bij zijn betrokken. De kinderarts, de sociale dienst, de vertrouwarts de orthopedagogen enzoverder.
T: Wat is de rol van de vertrouwensarts?
B: De vertrouwensarts werkt samen met de sociale dienst, de politie en het parket wanneer het nodig is. Ze zullen bekijken of het kind bij de ouders kan blijven of niet en welke voorwaarden er zijn die de ouders moeten respecteren in het belang van het kind. Als samenvatting, de vertrouwensarts heeft een waakfunctie binnen ons ziekenhuis.
T: Zijn er vormingen in het ziekenhuis over hoe het personeel moet omgaan met vermoedens van fysieke kindermishandeling?
B: Er zijn nieuwe vormingen aan het komen rond ‘kindreflex’. Kindreflex is een werkinstrument dat hulpverleners stimuleert en ondersteunt om met hun volwassen cliënten een gesprek te voeren over het thema ouderschap. In 2017 werd voor de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) het Kindreflex ontwikkeld. De bedoeling is dat de spoeddienst, de kinderarts, de sociale dienst, de vertrouwensarts, allemaal samen informatie kunnen uitwisselen.
T: Voelt u zich voldoende opgeleid om risico’s in geval van eventuele kindermishandeling in te schatten?
B: We leiden onze hulverleners op om kindreflex te hebben en daarnaast verwachten we dat de overheid een meer globale aanpak uitwerkt.
T: Wat is uw advies als spoedhoofdverpleegkundige rond het thema van fysieke kindermishandeling?
B: De preventieve aspecten, kijken dat het kind en de ouders in een veilige omgeving kunnen leven. Dat ieder kind de kans krijgt om een beter leven te leiden.
T: Herinnert u zich een casus waarbij u het vermoeden had dat er sprake was van fysieke mishandeling van een kind van 4 tot 12 jaar?
B: Nee, maar ik hoor wel van de collega’s dat er vaak gevallen met brandwonden binnenkomen. Zo is er bijvoorbeeld een kind verbrand in bad
T: En zijn er bepaalde protocollen die u mag volgen?
B: Bevraging van de ouders aan hand van Kindreflex op spoed, als kinderen in nood zijn een noodmelding maken, de vertrouwensarts aanspreken.
T: Wie is de eerste persoon met wie u contact opneemt bij vermoeden van fysieke kindermishandeling?
B: De kinderarts en de vertrouwensarts.
T: Welke diensten of personen zijn betrokken bij vermoeden van fysieke kindermishandeling?
B: We werken samen met onze sociale dienst en verschillende organisaties zoals kind & gezin en het vertrouwenscentrum kindermishandeling.
T: Hoe maakt u het vermoeden van kindermishandeling bespreekbaar met de omgeving van het kind?
B: We bespreken dit natuurlijk eerst in ons team, in onze intern vergaderingen.
T: Wat zijn de moeilijkheden waarmee u geconfronteerd werd rond het thema?
B: Ik vind de communicatie met de ouders over fysieke kindermishandeling het moeilijkst.
T: Wat is de rol van de sociale dienst binnen het ziekenhuis rond het thema van vermoeden van fysieke kindermishandeling?
B: De situatie van de ouders bekijken in zijn geheel en zo in het voordeel van het kind handelen.
T: Wordt de meldingsplicht van fysieke kindermishandeling volgens u voldoende nageleefd op de spoedafdeling?
B: Ja... als we zeker zijn dan melden we onmiddellijk aan de juist betrokken personen. Als er een incident is, moet dit onmiddellijk gerapporteerd wordt.
4. Gesprek met Spoedpediater X.
T: We gaan nu spreken over wat er gebeurt als er een kind binnenkomt op de spoeddienst dat vermoedelijk mishandeld werd.
X: Kinderen die op het spoed binnenkomen met fracturen worden eerst gezien door de traumatoloog. Zij kijken eerst naar de fracturen. Als zij zich zorgen maken over de aard van de fracturen, dan zal de traumatoloog de pediater contacteren.
T: Hoe vaak is er een vermoeden binnen het ziekenhuis?
X: Gemiddeld 1 keer per week of per twee weken. Ik moet er wel aan toevoegen dat dit ziekenhuis binnen het Vlaams landschap wel ook ingeschakeld wordt door andere ziekenhuizen bij vermoedens van kindermishandeling omdat er meer expertise is binnen dat ziekenhuis. Daarom zien wij er meer dan in een doorsnee ziekenhuis. Casussen van kinderen waarbij naast fysieke mishandeling ook vermoeden is van seksueel misbruik worden ook sneller doorgestuurd naar dit ziekenhuis vanwege expertise. Dit zorgt ervoor dat er gemiddeld waarschijnlijk meer casussen zijn in dit ziekenhuis dan over Vlaanderen.
In meeste gevallen gaat het over baby’s, maar ook andere leeftijden komen voor. Het zijn dan de frequente, klassieke verhalen. Kinderen die gevallen zijn op het hoofd. Ouders gaan dan vaak zeggen dat het een val was van het verzorgingskussen. Dit kan dan vaak zijn dat het kind geschud is of geslagen.
Soms komen ze hier ook indirect terecht via een spoedopname. Kinderen worden verwezen door schoolarts omdat er hematomen of blauwe plekken gezien worden die niet normaal zijn. Dan worden ze ook verwezen naar de spoedpediater.
Of er zijn verwijzingen vanuit huisartsen. Dat kan bij vermoeden van seksueel misbruik of in sommige gevallen voor blauwe plekken. Maar dat is dan vaak niet via de spoeddienst, eerder via raadpleging.
T: Hoe vaak wordt een vermoeden van kindermishandeling vermeldt?
X: Tussen de 40 à 50 keer per jaar. Als er zo’n melding gemaakt wordt, dan hebben we 2 opties qua gekozen organisatie of instantie. Ofwel bij het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling. Of als we vermoeden dat de mishandeling of seksueel misbruik van zo een ernstige aard is dat gerechtelijke stappen nodig zijn, dan betrekken we het parket. Ik wil dus zeggen...Het kan dan zijn dat kind heel duidelijk mishandeld is en dat de stap meteen naar parket gezet wordt. Op dat moment wordt er ook een forensische arts aangesteld die het kind samen met pediater onderzoekt en officiële vaststellingen doet, en een officieel dossier opmaakt.
T: Wat is grotendeels de leeftijd van kinderen bij fysieke kindermishandeling?
X: Helaas heel vaak babyleeftijd. Veel baby’s huilen vaak, waardoor de ouders minder kunnen slapen. Zo zien we een piek in het eerste levensjaar en levensmaanden. Daarna gaat het naar beneden....Daarna komt het op adolescentenleeftijd weer wat vaker voor. Er zijn hier ook verschillende redenen voor. Maar we zien twee redenen het meest. Adolescenten zijn vaak opstandiger naar de ouders toe en worden ook sterker. Ze verweren zich makkelijker. En ten tweede, in kader van seksueel misbruik. Ze hebben een leeftijd waarbij ze tijdens puberteit meer ontwikkeld zijn, waardoor de stap naar misbruik makkelijker gezet wordt.
T: Hoe merk je aan een kind dat het fysiek mishandeld werd?
X: Ik word er specifiek voor opgeleid, dus voor mij is het makkelijker dan voor de meeste spoedartsen. Het is belangrijk om de uiterlijke kenmerken te herkennen. Blauwe plekken op onderbenen is heel normaal, maar op bovenbenen, billen, onderrug, bovenarm...niet zozeer. Zeker als het blauwe plekken zijn van te knijpen zijn ze een belangrijk teken.
Sommige blauwe plekken hebben ook een bepaalde vorm, de vorm van een hand van waar ze geslagen werden of van bijvoorbeeld een elektrisch snoer dat gebruikt wordt. Of met stokken of dergelijke, dan is er een langwerpige afdruk. We kijken naar de plaats en vorm van blauwe plekken.
Ook kijken we naar de leeftijd van de blauwe plekken. Soms zie je plekken van vandaag, maar ook van enkele dagen geleden. Dan wil dat misschien zeggen dat er meerdere keren mishandeling kan plaatsgevonden hebben.
Brandwonden kunnen normaal zijn...Kinderen kunnen zich verbranden. Maar het kan ook een verdacht teken zijn. Soms zijn er ook speciale fracturen of fracturen op bepaalde plaatsen. Dat is niet altijd uiterlijk te zien, maar het kan ook dat dit ontdekt wordt via foto’s van bepaalde lichaamsdelen.
Lichaamstaal is ook een belangrijke. Veel kinderen hebben angst om naar het ziekenhuis te komen... mondmasker, dokters hebben pakjes aan. Kinderen komen niet altijd graag naar het ziekenhuis, zijn ook al angstig, en... Angst op zich is geen zeker teken van kindermishandeling. We gaan er wel op letten. Gedraagt het kind zich anders als ouders er bij zijn of niet? Kinderen kunnen teruggetrokken zijn of angstig zijn, maar dat is niet altijd een duidelijk teken. Sommige kinderen babbelen ook heel veel of lijken heel vrolijk. Dit zijn dan soms kinderen die chronisch mishandeld worden. Sommige zijn het gewoon. Ook als een kind vrolijk is, dan wil dat niet zeggen dat het niet mishandeld wordt.
Sommige ouders gaan kinderen in kamer laten, zonder te slaan. Maar dat wil ook niet zeggen dat het kind oké is. Kinderverwaarlozing is voor de pediater ook een vorm van mishandeling. Dan wordt er gekeken naar de verzorging van de kinderen. Hebben ze zwarte nagels? Zijn ze gewassen? Hebben ze luizen? Vuile kleren? Geur? Vuil ondergoed?
Soms zijn dit tekens van verwaarlozing. Zeker bij ouders die niet omkijken naar hun kinderen of ouders die een alcohol- of drugsverslaving hebben. Ouders die niet vaak thuis zijn of als ze thuis zijn in een roes zijn. Dat zijn ook tekens waar naar gekeken wordt. Verwaarlozing wordt even ernstig genomen als mishandeling.
T: Geven kinderen mishandeling soms zelf aan?
Niet vaak. Het is voor hun geen gemakkelijke zaak. En voor ons is het ook moeilijk, want we mogen geen suggestieve vragen stellen als zorgverlener. Als je vraagt ‘Vertel me, heeft je mama je geslagen?’ dan is dat is een heel suggestieve vraag. Het kind kan daar ‘ja’ op antwoorden, maar dan ben je niet zeker waarom dat kind ja zegt en wat de inhoud dan is. We moeten heel voorzichtig met suggestieve vragen zijn.
Ook als er een verhoor nadien komt bij de politie moeten we zoveel mogelijk informatie verkrijgen. Maar alleen wat kinderen spontaan vertellen of informatie die we van de ouders krijgen, maar geen suggestieve vragen want dan kleur je het verhaal en dat is gevaarlijk.
T: Komt kindermishandeling in alle bevolkingslagen voor?
X: Ja, bij rijke en arme mensen. Doorheen heel de bevolking. Vanuit studies weten we wel dat het iets meer voorvalt bij lage opgeleide gezinnen, de socio-economisch zwakke gezinnen. Door werkloosheid, drugs, alcohol, enzoverder komt het daar vaker voor, maar het gebeurt evengoed bij twee hoogopgeleide ouders. En dat geldt zowel voor verwaarlozing als mishandeling.
T: Hebben culturele overtuigingen invloed op mishandeling?
X: Soms, in bepaalde maatschappijen is er meer tolerantie voor wat wij de ‘pedagogische tik’ noemen. Dan moet er uitgelegd worden dat dit in België niet gedaan wordt en dan schakelt de pediater vaak ook de psycholoog in om hiermee verder te gaan. We moeten hier ook wel met opletten, want als arts bestaat er nog zoiets als beroepsgeheim. Allleen alss wij vinden dat het kind in gevaar is, zullen wij het beroepsgeheim doorbreken anderen inschakelen.
Als we het uitleggen dat dit in België niet het geval is, ook niet binnen scholen, terwijl er vroeger, zo’n 100 jaar geleden ook getikt werd in België, dat is nu eenmaal evolutie. En ja, in sommige landen is dat nog aanwezig... Maar als dit uitgelegd wordt aan mensen, dan zie je ook dat mensen zich beginnen aan te passen. Dan vragen ze soms wel van hoe moet ik dat doen? We stellen dan alternatieve straffen of liever belonen voor als andere optie. Natuurlijk gaat het niet altijd over een pedagogische tik meer.
Als er een duidelijke uiting is van vermoedelijke kindermishandeling binnen het gezin, kiezen we altijd voor de veiligheid van het kind en maken we altijd een melding bij VK door telefonisch contact op te nemen. Het vertrouwenscentrum is vrijwillige hulpverlening, ouders worden dan gecontacteerd en gaan langs voor gesprek. Dan gaat het vertrouwenscentrum kijken op welke manier ze kunnen helpen, door toezicht aan huis, crisisdienst in te schakelen, andere zaken om te proberen problemen binnen thuissituatie te helpen of een veilige thuis voor de kinderen te zoeken.
Als ouders niet langs komen beslist het VK. Laten we het zo of schakelen we parket in? Dan moet de procureur gecontacteerd worden en zal die verder kijken.
Als de pediater ziet dat het zo ernstig is en er is sprake van mishandeling binnen het gezin en de ouders zeggen “neen, we gaan naar huis”, dan gaat de spoeddienst soms “stop” zeggen en zelf het parket en de justitie contacteren om aan te geven dat dit kind in gevaar is. Zelfs als het dan binnen de familie gebeurt, kan het zijn dat er naar het gerecht gestapt wordt. Het kind wordt dan toegewezen aan het ziekenhuis en dan gaat ziekenhuis verantwoordelijk zijn voor het kind en verder kijken waar het terecht kan en welke hulpverlening kan opgestart worden.
Als er mishandeling of misbruik voorkomt buiten het gezin. Bijvoorbeeld de buurman met zijn buurmeisje...Dan geven we advies. Klacht neerleggen bij de politie en dan wordt het parket gecontacteerd... de procureur gecontacteerd. Dan volgt er vaak een rechtszaak en wordt het medisch dossier vaak in beslag genomen. Veiliger om dat dossier dan via forensische geneeskunde te laten opmaken, omdat zij heel officiële manieren hebben om vaststellingen te doen, materiaal te verzamelen om in de rechtbank te kunnen gebruiken. Bijvoorbeeld bij een meisje dat werd misbruikt kunnen zij een rappe kit, verkrachtingskit gebruiken. Wissers voor ziekten worden afgenomen, sperma wordt opgespoord, ... Dit gebeurt meestal allemaal via forensische geneeskunde.
T: Hoe verloopt de samenwerking met de externe actoren?
X: De politie en het ziekenhuis kennen het systeem ondertussen. Het is niet één keer per jaar dat dit voorkomt, maar gebeurt meerdere malen. Ook intra-familiaal geweld kennen zij en dan wordt er op dezelfde manier gewerkt.
T: Zijn er vormingen in het ziekenhuis?
X: Er zijn zeker vormingen. Elk jaar is er een opleiding voor alle medewerkers van spoedgevallen. Alle verpleegkundigen, maar ook de mensen die aan de triage zit. De arts geeft dan de opleiding aan hen. Er wordt gewezen waarop gelet moet worden en zo is er een verhoogde waakzaamheid. Die training is er elk jaar opnieuw, en het is zeker niet slecht om dat allemaal op te frissen. Ik ben zeker en vast aanwezig op de volgende opleiding.
Natuurlijk, ik ben wel voldoende opgeleid. Ik heb zeer specifieke opleidingen gevolgd. Dat is ook nodig voor de interacties met andere organisaties. Bijvoorbeeld als de politiediensten merken dat er bij ons veel expertise is, dan gaan ze de artsen hier ook gemakkelijker geloven. Hoe minder iemand van een deftige opleiding genoten heeft, hoe onzekerder ze gaan omgaan met de andere betrokkenen.
Veel mensen hebben schrik om ouders vals te beschuldigen. Als je dat doet dan veroorzaak je soms onnodig een trauma. Daarom zijn er zoveel mensen die schrik hebben. Het is dan ook belangrijk dat er een goede opleiding voorzien wordt! ...Dat is heel belangrijk. Je moet de signalen goed kunnen inschatten... Er is nood aan goede expertise.
T: Herinnert u zich nog een casus waarin er sprake was van kindermishandeling van een kind tussen 4 en 12 jaar oud?
X: Ik herinner mij veel casussen. Het shaken baby’s komt heel vaak voor en dat zorgt voor bloedingen aan de binnenkant van de ogen, de hersenen en zorgt ook voor fracturen.
Maar voor die leeftijd, meestal blauwe plekken of... brandwonden en fracturen die niet kloppen. Fracturen van de ribben aan de achterkant. Aan de voorkant komt dat vaker voor. Sommige fracturen zijn heel suggestief.
T: Zijn er bepaalde protocollen te volgen?
X: Tuurlijk, er zijn dingen die we ‘moeten’ navragen en dingen die we absoluut ‘niet’ vragen. We maken duidelijke afbeeldingen van het lichaam en nemen foto’s voor het medisch dossier. Bij fysieke mishandeling maken we ook als eerste altijd het met het vertrouwenscentrum. Dossieren worden daar goed opgevolgd. We voeren ook specifieke klinische onderzoeken uit bij kindermishandeling, en dat is een onderzoek van kop tot teen.
Stel dat er een verdachte blauwe plek is, dan gaan we eigenlijk het kind verder onderzoeken, en het lichaam onderzoeken of er nog signalen van kindermishandeling zijn. Soms zijn er ook oude letsels.
Bij baby’s gaan we vaak ook de oogarts vragen om eens te kijken...om te zien of er bloedingen zijn rond het oog. Soms gaan we ook foto’s nemen van de botten om breuken op te zoeken. Oude fracturen worden onderzocht dan. Ook daar is een protocol van.
T: Welke diensten worden betrokken bij het onderzoek naar kindermishandeling?
X: Urgentiegeneeskunde, de spoeddienst, traumatologen. Als er iets aan de schedel en hersenen zou kunnen zijn, een neurochirurg...De kinderarts. De sociale dienst of pastorale dienst wordt ook betrokken. Stel u voor dat de vader een kind mishandelt en dat wordt opgemerkt, en de moeder weet daar niet van, dan kan dat emotioneel zijn en dan worden zij ingeschakeld om de gezinnen bij te staan.
De dokter gaat vooral voor het kind zorgen, maar het netwerk heeft ook recht op goede opvang. Daar wordt dan de sociale dienst of psycholoog voor ingeschakeld om hen bij te staan.
T: Hoe wordt vermoedelijke fysieke mishandeling bespreekbaar gemaakt binnen het ziekenhuis?
X: Binnen onze diensten is het heel bespreekbaar. Kindermishandeling is één van de zaken waar we beroepsgeheim voor mogen doorbreken. Advies vragen bij collega’s mag ook. We hebben er ook al heel wat ervaring mee, dus voor ons is het een onderwerp waar we eerder gemakkelijk over spreken. Bijvoorbeeld als er een kind is met een hersenbloeding op de dienst neurologie, dan contacteren ze mij ook sowieso om kindermishandeling uit te sluiten.
T: Wat kan er verbeterd worden in het omgaan met fysieke kindermishandeling?
X: Het beste zou zijn dat er in Vlaanderen of België enkele experten komen. Nederland heeft zo’n systeem. Zij hebben forensische psychiaters die worden opgeroepen als er casussen zijn van fysieke of seksuele mishandeling. Zij hebben enorm veel expertise. Intiem onderzoek bijvoorbeeld is niet makkelijk en kan traumatisch zijn. Als je dat niet vaak doet, dan weet je niet waar je moet op letten,... je kan dingen missen. Je kan ook een foute interpretatie doen. Soms ga je een uitspraak doen die niet helemaal klopt omwille van beperkte ervaring. Het zou beter zijn dat dit thema gecentraliseerd wordt. Voorlopig is dat niet zo. Voornamelijk kinderartsen worden nu ingeschakeld.
T: Denkt u dat dit in de toekomst nog kan?
X: Ik weet dat ze nu bezig zijn met zorgcentra na seksueel geweld. Dat is vooral voor volwassenen en kinderen. Per provincie komt er zo één, maar...Dat is enkel voor seksueel geweld. Daar zal wat meer expertise samenkomen. Dat is wel grotendeels voor de volwassenen.
T: Op welke manier werkt u samen met de sociale dienst of maatschappelijk werkers indien er een vermoeden is van fysieke mishandeling?
X: Het hangt ervan af, als het vertrouwenscentrum ingeschakeld wordt, gaan zij de rol opnemen van de sociale dienst. Stel dat we hen niet inschakelen, dan gebeurt het soms dat we aan de sociale dienst vragen een inschatting te maken van de socio-economische status van het gezin. Hoe leven ze? Hoeveel financiële problemen hebben ze? Bij verwaarlozing is dat van belang omdat je dan soms kan helpen. Je kan er dan voor zorgen dat er misschien een andere woonst komt, of hulp aan huis komt of dat ze kunnen zien dat bepaalde facturen anders aangepakt worden. Als arts weet je daar minder van, dat is hun expertise.
T: Wordt de meldingsplicht voldoende nageleefd?
X: Behoorlijk goed nageleefd, maar niet 100%. Heel veel artsen hebben angst om onterecht iemand van kindermishandeling te beschuldigen. Het erge is, en dat weten we uit studies, dat als een kind zich ooit al gepresenteerd heeft met het vermoeden van kindermishandeling, en er is niets gebeurd, dan is de kans ongeveer 13 of 14% dat het binnen het jaar terugkomt met een tweede teken van kindermishandeling. Als je niet meldt of niets doet, dan denkt persoon die het doet ‘Ik ben er mee weg geraakt’ en dan blijft hij dit in de toekomst verderzetten.
Stel dat je een kind hebt dat mishandeld is, en je confronteert de ouders en stelt een veiligheidssysteem in...Er volgt toezicht, er komen medische opvolgingen, enzoverder... dan merk je vaak dat het zich niet herhaalt, omdat mensen schrik krijgen.
Baby die geschud wordt bijvoorbeeld? Ik keur dat niet goed, maar vaak gaat dat om slaapdeprivatie. Huilbaby’s, die ouders zijn geen psychopaten. Dat kan gewoon gebeuren, hoewel ik het niet goedkeur. Als zoiets gebeurt, dan moeten we zien dat er geen herhalingsrisico’s zijn, he. Wat je moet weten is dat kinderen altijd beter bij de ouders zijn dan dat ze weggehaald of geplaatst worden. Op zo’n moment moeten we wel zeker zijn dat de ouders zich gaan gedragen. Het niet weghalen kan hechtingsstoornissen veroorzaken.
T: Oké. Bedankt voor het interview.
X: Graag gedaan.
Vergaderingen
Vergadering 1
Datum en uur: 8 oktober 2021 om 19u30
Aanwezigen: Thierno, Wedd & Shirley
Agendapunten:
Verwelkoming
Nood aan meer vragen voor de interviews
Verslagen
Bestandje aanmaken voor vragen
Feedback docent
Communicatie docent
Bespreking tijdens volgende les
Thema's artikels
Artikels op basis van literatuurstudie
Aanpassing van de planning voor artikels (zie planning)
Materiaal voor website
Verantwoordelijke voor verslagen: Shirley
Verantwoordelijke voor bestanden en vergaderingen Teams: Thierno
Verantwoordelijke voor website: Shirley
Overloop van vergadering
Taakverdeling:
Thierno:
Mappen aanmaken voor de interviewvragen en materiaal voor de website (10/10/21)
Bestand openen voor de vragen in de juiste map (10/10/21)
Vragen in correct bestand opladen (10/10/21)
Wedd:
Meer vragen + in correct bestand opladen (10/10/21)
Materiaal voor website in de juiste map opladen (altijd)
Shirley:
Verslag opmaken (zsm)
Vragen in correct bestand opladen (10/10/21)
Vragen doormailen naar docent (11/10/21)
Mailen mogelijke contactpersonen (10/10/21)
Materiaal voor website in de juiste map opladen (altijd)
Volgende vergadering agendapunten:
Thema's artikels
Feedback vragen voor interviews
Volgende samenkomst: dinsdag 12 oktober 2021 tijdens de lesuren
Vergadering 2
Datum en uur: dinsdag 12 oktober 2021 om 14u00
Aanwezigen: Thierno Diallo, Wedd Al-Diwan, Shirley Vandenkieboom & Veerle Van Gijsegem (tijdelijk)
Agendapunten:
Overzicht vorige agendapunten
Feedback van docent
Bespreken aan te passen vragen
Artikels voor website
Herinnering komende taken
Taakverdeling:
Thierno:
Vragen clusteren en in 2 aparte vragenlijsten gieten (spoeddienst & sociale dienst) (12/10)
Goedgekeurde vragenlijsten overmaken aan docent voor feedback (13/10)
Belgische werking aan de hand van literatuur uitschrijven (17/10)
Wedd:
Lezen geschreven artikels Shirley & Wedd (18/10)
Nalezen vragenlijsten na aanpassingen Thierno (12/10-avond)
Nakijken gekozen thema’s artikels (12/10-avond)
Lezen geschreven artikels Thierno & Shirley (18/10)
Shirley:
Verslag opmaken (zsm)
Thema’s voor artikels specifiëren ahv literatuur (12/10)
Amerikaanse werking aan de hand van literatuur uitschrijven (17/10)
Inleidende tekst over onderwerpkeuze (17/10)
Lezen geschreven artikels Thierno (18/10)
Volgende vergadering agendapunten:
Geschreven artikels van 17/10
Feedback vragen voor interviews
Volgende samenkomst: dinsdag 19 oktober 2021
Vergadering 3
Datum en uur: dinsdag 12 oktober 2021 om 19u00
Aanwezigen: Thierno Diallo, Wedd Al-Diwan, Shirley Vandenkieboom
Agendapunten:
Overzicht vorige agendapunten
Feedback van docent
Bespreking aanpassing thema’s
Herinnering late taken
Volgende samenkomst: dinsdag 19 oktober 2021 tijdens de lesuren
Vergadering 4
Datum en uur: woensdag 8 december 2021 om 19u
Aanwezigen: Thierno Diallo, Wedd Al-Diwan & Shirley Vandenkieboom
Agendapunten:
Alternatieve aanpak
Nieuwe taakverdeling
Toekomstige vergaderingen
Taakverdeling:
Thierno:
Teamvergadering aanmaken (18/12)
Meer fotomateriaal voor website verzamelen (5/1)
Uitvoeren interviews (10/11)
Wedd:
Resultaten Belgische interviews uitschrijven (18/12)
Algemeen besluit uitschrijven op basis van literatuurstudie en interviews (10/1)
Shirley:
Verslag opmaken (zsm)
Amerikaanse literatuurstudie uitbreiden wegens gebrek aan interviews (12/12)
Inleidende tekst over onderwerpkeuze uitschrijven (18/12)
Tekst methode/betrouwbaarheid/problemen uitschrijven (18/12)
Website of tumblr maken (10/1)
Volgende vergadering agendapunten:
Opmerkingen uitgeschreven teksten
Uitwisseling ideeën algemene conclusie ahv definitie sociaal werk
Website/tumblr
Fysieke vergadering vastleggen indien mogelijk
Volgende samenkomst: maandag 20 december 2021 om 14u
Vergadering 5
Datum en uur: Maandag 20 december 2021 om 15u
Aanwezigen: Thierno Diallo, Wedd Al-Diwan & Shirley Vandenkieboom
Agendapunten:
uitgestelde vergadering
Taakverdeling:
Shirley:
Verslag opmaken (zsm)
Volgende vergadering agendapunten:
Opmerkingen uitgeschreven teksten
Uitwisseling ideeën algemene conclusie ahv definitie sociaal werk
Website/tumblr
Fysieke vergadering vastleggen indien mogelijk
Volgende samenkomst: maandag 3 januari 2022 om 13u
Vergadering 6
Datum en uur: Maandag 3 januari 2022 om 14u
Aanwezigen: Thierno Diallo, Wedd Al-Diwan & Shirley Vandenkieboom
Agendapunten:
Nagaan huidige stand van zaken
Nieuwe taakverdeling
Toekomstige vergadering
Website overlopen
Taakverdeling:
Shirley:
Amerikaanse werking aan de hand van literatuur verwerken in gezamenlijke literatuurstudie (6/1/22)
Resultaten toevoegen aan blog (11/1/22)
Aan de hand van interviews, korte besluiten en ander interviewmateriaal met de kernvraag in gedachte een gepaste vergelijkende conclusie uitschrijven met citaten ter staving. (14/1/22)
Samenvatting toevoegen aan blog (15/1/22)
Bronnen toevoegen (15/1/22)
Andere bijlagen (zoals interviews) toevoegen aan blog (15/1/22)
Indienen product bij Veerle (17/1/22)
Wedd:
Resultaten opstellen aan de hand van interviews met bevindingen aangaande onderzoeksvragen uit inleiding en doorsturen naar Shirley (10/1/22)
Nalezen blog en feedback geven Shirley (16/1/22)
Thierno:
Samenvatting schrijven en doorsturen naar Shirley (14/1/22)
Nalezen blog en feedback sturen naar Shirley (16/1/22)
Volgende vergadering agendapunten:
conclusie
Antwoord formuleren op kernvraag ‘Wat leren ze van elkaar?”
Volgend vergadermoment
Volgende vergadering: Dinsdag 11 januari 2022 om 13u
Vergadering 7
Datum en uur: Maandag 11 januari 2022 om 13u
Aanwezigen: Thierno Diallo, Wedd Al-Diwan & Shirley Vandenkieboom
Agendapunten:
Nagaan huidige stand van zaken
Nieuwe taakverdeling
Toekomstige vergadering
Website overlopen
Taakverdeling:
Shirley:
Aan de hand van interviews, korte besluiten en ander interviewmateriaal met de kernvraag in gedachte een gepaste vergelijkende conclusie uitschrijven met citaten ter staving. (14/1/22)
Bronnen toevoegen (tegen 15/1/22)
Andere bijlagen (zoals interviews) toevoegen aan blog (tegen 15/1/22)
Samenvatting schrijven (15/1/22)
Nodige aanpassingen tumblr uitvoeren (17/1/22)
Indienen product bij Veerle (17/1/22)
Individuele portfolio (17/1/22)
Thierno:
Resultaten opstellen aan de hand van interviews met bevindingen aangaande onderzoeksvragen uit inleiding (tegen 12/1/22)
Expert laten nalezen (16/1/22)
Individuele portfolio (17/1/22)
Wedd:
Individuele portfolio (17/1/22)
Volgende agendapunt: feedback op eindresultaat tumblr
Volgende vergadering: zondag 16 januari 2022 om 19u
Vergadering 8
Datum en uur: Zondag 16 januari 2022 om 19u
Aanwezigen: Thierno Diallo, Wedd Al-Diwan & Shirley Vandenkieboom
Agendapunten:
Website overlopen
Portfolio
Nodige aanpassingen
Taakverdeling:
Shirley:
Nodige aanpassingen uitvoeren (17/1/22)
Indienen product bij Veerle (17/1/22)
Individuele portfolio (17/1/22)
Thierno:
Individuele portfolio (17/1/22)
Wedd:
Individuele portfolio (17/1/22)
Bron: Knack
Samenvatting
Dit onderzoek heeft ons bloed, zweet en tranen gekost, maar het was zeker de moeite waard. Als we denken aan de vele kinderen in onze maatschappij en hoe we ze het best kunnen beschermen, dan is de huidige pandemie niet het grootste gevaar dat op de loer ligt. Dagelijks zijn er ontelbare kinderen die het slachtoffer zijn van fysieke mishandeling. Zij lijden langzaam en in stilte.
Netflix heeft recent ook onze aandacht getrokken met de vele documentaires waar kindermishandeling wel één of andere rol in speelt. Seriemoordenaars die getuigen over hun jeugd als mishandeld kind, de vermoorde non in The Keepers die het kindermisbruik wou blootleggen binnen de katholieke instituten en The Trials of Gabriel Fernandez. De laatste heeft ons enorm geraakt met verschrikkelijke beelden die ons achtervolgen in nachtmerries.
Spijtig genoeg stapelen de verschrikkelijke verhalen zich nog steeds op. Namen zoals Adrian Jones, Anthony Avalos, Noah Cuatro, Amari Boone, enzoverder worden nog te vaak gescandeerd in de zoektocht naar gerechtigheid. Natuurlijk spelen dergelijke feiten zich niet alleen in de Verenigde Staten van Amerika af. Zo hebben velen van ons met puur ongeloof elk detail verslonden van wat er zich afspeelde met de kinderen die ontdekt werden in Ruinerwold.
Deze factoren hebben bijgedragen tot onze beslissing om met dit onderwerp aan de slag te gaan. Wij hebben dan ook bewust onderzoek gedaan naar de procedures die spoed- en sociale diensten hanteren als er een vermoeden bestaat van fysieke mishandeling van kinderen tussen 4 en 12 jaar oud voor de opname.
Tijdens ons onderzoek hebben we door de coronapandemie wel op enkele praktische obstakels gebotst waardoor de zaken anders gelopen zijn dan verwacht, maar toch hebben we dit rapport zo grondig mogelijk gemaakt met een uitgebreide literatuurstudie, een toelichting van de gebruikte methode, de resultaten van de interviews die afgenomen werden en onze conclusie waar we stilgestaan hebben bij de aspecten waar de landen onderling nog van elkaar kunnen leren en het belang van sociaal werk in het gehele gebeuren.
We willen al de respondenten in dit rapport bedanken voor hun bijdrage en welwillendheid om deel uit te maken van ons onderzoek. We hadden dit niet kunnen doen zonder hen. Ook wensen we onze docent te bedanken voor de tips en feedback die we gaandeweg ontvangen hebben. We hadden anders nooit de eindmeet gehaald.
Bedankt aan allen die ons gesteund en gemotiveerd hebben. Veel leesplezier.
Conclusie
Diensten in het ziekenhuis
Op heel wat websites van ziekenhuizen in New Jersey is het thema kindermishandeling terug te vinden. Zo verduidelijken ziekenhuizen vaak dat ze binnen hun werking een dienst hebben die zich focust op het onderzoeken van mishandeling en de verdere behandeling ervan. (RWJ Barnabas Health) Als er geen gespecialiseerde artsen aanwezig zijn, wordt er steeds nauw samengewerkt met aangewezen artsen uit een nabij kinderziekenhuis om de gepaste zorg te verzekeren.
In de Vlaamse ziekenhuizen die wij spraken is dit niet het geval. Kindermishandeling wordt er niet als een apart stuk behandeld, maar probeert men mee op te nemen in de algemene pediatrische zorg van kinderen en/of in de samenwerking met centra voor kindermishandeling buiten het ziekenhuis.
Mandaat om kindermishandeling te melden.
In België is er geen officiële erkenning van beroepen die kindermishandeling verplicht moeten melden. Wel zijn er wettelijke bepalingen die ervoor zorgen dat professionelen aangemoedigd worden om hun beroepsgeheim te doorbreken en te mishandeling te melden door bijvoorbeeld het gegeven van schuldig verzuim.
In Amerika zijn bepaalde beroepen bij wet erkend als belangrijke beroepen die kindermishandeling moeten melden wanneer ze er in aanraking mee komen en worden zij ook beschouwd als professionelen die zich in het onderwerp moeten verdiepen. Leerkrachten, politie, medisch personeel en sociaal werkers hebben in alle staten meldplicht.
In New Jersey is de meldplicht niet enkel een verantwoordelijkheid van professionelen, maar van elke burger die woonachtig is in de staat. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen professionelen en niet-professionelen. Als iemand een vermoeden heeft van kindermishandeling is men bij de wet verplicht dit te melden via de hulplijn. Bij het nalaten hiervan kan men strafrechtelijk vervolgd worden.
Wat kan er in België verbeterd worden?
In België zijn de professionelen niet verplicht om kindermishandeling te melden aan de gerechtelijke diensten maar de uitwisseling van informatie tussen de verschillende actoren zijn wel erg belangrijk aangaande het welzijn van het kind. De uitdaging en aanpak van (vermoedelijke) kindermishandelingen is niet evident, want de communicatie en coördinatie tussen de professionelen spoedarts, verpleegkundige, sociale dienst en andere instanties zoals hulpverleners, politie, jeugdrechters loopt soms moeilijk. (FOD Volksgezondheid, 2016)
De consultatie bij een spoed arts duurt ongeveer 20 minuten. Dat is net voldoende om de kindermishandeling op de spoeddienst te verklaren. Maar er wordt te weinig gekeken naar de algemeen conditie van het kind. Er moet ook focus zijn voor minder zichtbare letsels (Dubowitz,1989).
De spoeddienst is een belangrijk plek voor de signalering van vermoeden van kindermishandeling. Daarom heeft de inspectie voor de gezondheid (IGZ) de signalering van vermoeden van kindermishandeling in de spoeddienst verplicht gesteld.
Elke mens communiceert met zijn omgeving, wanneer een spoedarts een kind onderzoekt kijkt hij niet enkel naar het lichamelijke letsel, maar observeert hij ook de non-verbale taal van het kind.
Binnen de spoeddienst kan de arts het kind goed observeren door bijvoorbeeld blauwe plekken, een breuk, een snijwonde op te merken. Het zou vreemd zijn dat de bevindingen vanzelfsprekende zijn en dat er geen twijfel bestaat dat het om kindermishandeling gaat. De spoedarts handelt op basis van het gedrag, de verhalen van het kind en de eigen observaties. (Adriaenssens & Eggermont, 1991)
Ook op beleidsniveau is verbetering nodig. In het interview met één van de maatschappelijke werkers kwam het volgende aan bod: “Wat ik soms moeilijk vind... Ik moet eerst de toestemming van de ouders hebben om alleen met het kind te praten.“ Ook een arts gaf al aan dat ze wachten op globalere richtlijnen van de overheid uit. Er dienen duidelijk verschillende wetten doorgevoerd te worden ter bescherming van het kind om de werking in de ziekenhuizen bij vermoedelijke kindermishandeling te verbeteren.
Wat kan er in New Jersey verbeterd worden?
Er zijn zoveel verschillende instanties waar rekening mee gehouden dient te worden om de procedures en protocollen correct op te volgen. Ook bestaan er zoveel verschillende rolverdelingen voor de sociaal werker die de job onnodig bemoeilijken. Als we terugkijken naar de literatuurstudie zien we afhankelijk van hun plaats van tewerkstelling hun taken rangeren van het mee beoordelen van de kindermishandeling en het bijstaan en informeren van de familie en de andere diensten tot interne opleidingen, volledige bijstand in crisissen en zelfs tot beleidsmatige taken.
Het overbelasten van de sociaal werkers door grotere verantwoordelijkheden op hun schouders te leggen kan de behandeling van het kind niet ten goede komen. Het is tenslotte een menselijk fenomeen dat hoe groter de draaglast is, hoe sneller men fouten gaat maken door het feit dat men afstevent op een burn-out. Kindermishandeling is echter een concept waar zo min mogelijk fouten zouden gemaakt mogen worden. Een goed omlijnde functieomschrijving die meer uniform is, is aangewezen.
Wat kunnen ze dan van elkaar leren?
Belgische artsen hebben het soms moeilijk met het doorbreken van hun beroepsgeheim en zullen zich dan ook sneller afwachtend opstellen bij een vermoeden van kindermishandeling tot deze bevestigd is. Zo zegt één arts: “Als we zeker zijn, dan melden we onmiddellijk aan de juiste betrokken personen. Als er een incident is, moet er onmiddellijk gerapporteerd worden.” De andere geeft ook aan dat er angst bestaat om vals te beschuldigen. Deze vertelt ook verder over het feit dat het kind dan ook sneller terug op de spoed terecht komt doordat de dader een soort van bevestiging hierdoor gekregen heeft. “Als je niet meldt of niets doet, dan denkt de persoon die het doet: ‘ik ben er mee weg geraakt’ en dan blijft hij dit in de toekomst verderzetten.”
Ook wordt er in de interviews de nood aan experten aangehaald zoals die in New Jersey reeds actief zijn binnen de kinderziekenhuizen. De procedures die de spoeddiensten in New Jersey hanteren, en belangrijker de verplichting om vermoedelijke kindermishandeling onmiddellijk te melden, zijn twee zaken die België kan leren. Qua sociaal werk is België ook een laatbloeier, waardoor ze zeker ook van de opleidingsachtergrond en de gespecialiseerde teams kunnen leren.
Het stappenplan, Kindreflex, dat in België gehanteerd wordt door artsen en verpleging om naar ouders toe te communiceren over onveilige situaties, is dan weer een aanrader voor New Jersey. De gespecialiseerde kinderartsen in New Jersey genieten een zeer grondige opleiding om kindermishandeling vast te stellen, maar deze zijn gericht op de mishandelde kinderen en hun medische zorg. (FAAP, 2021)
Link met de internationale definitie van sociaal werk.
De internationale definitie van het sociaal werk in het Nederlands is de volgende:
‘Sociaal werk is een op de praktijk gebaseerd beroep en een academische discipline die sociale verandering en ontwikkeling, sociale cohesie, empowerment en bevrijding van mensen bevordert. Principes van sociale rechtvaardigheid, mensenrechten, collectieve sociale verantwoordelijkheid en respect voor vormen van diversiteit staan centraal in het sociaal werk. Onderbouwd door sociaalwerktheorieën, sociale- en menswetenschappen en inheemse of lokale vormen van kennis, engageert sociaal werk mensen en structuren om problemen aan te pakken en welzijn te bevorderen.’ (IFSW, 2014)
Het is als toekomstige sociaal werkers belangrijk om bij deze definitie stil te staan en te zien hoe ze vorm krijgt in verschillende omgevingen en landen.
Wanneer sociaal werkers in ziekenhuizen in Vlaanderen geconfronteerd worden met kindermishandeling, gaan zij hun kerntaken inzetten om het specifieke kind en zijn context zo goed mogelijk vooruit te helpen. Principes van mensenrechten, sociale verantwoordelijkheid en de bevrijding van mensen die in de definitie terug te vinden zijn, zijn belangrijk voor de sociaal werker in dergelijke casussen. Het is ook duidelijk dat het op de praktijk gebaseerd beroep hier centraal staat eerder dan de academische discipline.
In New Jersey hebben ze gespecialiseerde teams die zowel daders als slachtoffers verder begeleiden binnen het kinderziekenhuis met behulp van psychologen, psychiaters, sociaal werkers en artsen om verdere mishandeling te voorkomen. Ze zijn zich goed bewust dat kindermishandeling in alle lagen van de bevolking voorkomt, maar dat er ook risicogroepen zijn waaronder de kansarme groepen. In het expertisecentrum wordt voortdurend aan de slag gegaan met onderzoeken, cijfers, enzoverder om het beleid verder uit te werken en te verbeteren met oog op vermindering van dit voor New Jersey maatschappelijk prioritair probleem van kindermishandeling. (NACHRI, 2016) Alle principes vermeldt in de definitie komen hier duidelijk aan bod.
Kortom, sociaal werkers spelen een belangrijke rol bij vermoedens van kindermishandeling, zowel via de spoeddienst of andere diensten in het ziekenhuis. Ze mogen zeker niet vergeten worden, want zij fungeren als een belangrijke verbindingsfiguur tussen de interne en externe diensten.
Resultaten
Om antwoorden te krijgen op onze onderzoeksvragen hebben wij vier interviews uitgevoerd binnen België. 1 spoedarts, 1 spoedverpleegkundige en 2 medewerkers van de sociale dienst werden geïnterviewd. Uit deze interviews hebben we belangrijke informatie gehaald die we hieronder zullen bespreken. Het is wel belangrijk om te weten dat deze resultaten niet altijd te veralgemenen zijn naar alle ziekenhuizen, aangezien we maar 4 interviews hebben uitgevoerd. Er zijn drie ziekenhuizen betrokken in het onderzoek, voor de anonimiteit noemen we ze ziekenhuis (ZH) A, B en C. We vermelden geen namen van de geïnterviewden, maar wel hun beroep.
Voorkomen fysieke kindermishandeling op de spoeddienst
Alle geïnterviewden geven aan dat ze reeds te maken hebben gehad met fysieke mishandeling van jonge kinderen op de spoeddienst. In het ene ziekenhuis komt dit frequenter voor dan het andere. 1 ziekenhuis gaf aan dat zij als referentiepunt in de omgeving worden gezien wat betreft kennis rond kindermishandeling en daardoor meer gevallen zien op een jaar. Wat opvalt, is dat men vaak geen concrete cijfers kan geven van het aantal gevallen per jaar.
“ Het is moeilijk om te zeggen, er gebeurt soms 2 keer in de maand, soms meerdere keren in het jaar” (spoedverpleegkundige ZH B)
Taboe
De geïnterviewden geven aan dat spreken over kindermishandeling niet gemakkelijk is. Ze vinden het vaak moeilijk om het gesprek aan te gaan met de betrokkenen.
Een ander taboe heerst onder hulpverleners. Zij vinden het moeilijk om een vermoeden van kindermishandeling uit te spreken, omdat zij bang zijn een verkeerde inschatting te maken.
“Ook met ouders bespreken vind ik altijd moeilijk, want je weet nooit op voorhand hoe de ouders zullen reageren. Sommigen zullen blij zijn dat er hulporganisaties zijn, maar de andere ontkennen gewoon de situaties en ze zijn defensiever. Ik vind het moeilijk om in te schatten of het echt een vermoeden van kindermishandeling is of niet”. (sociaal werker ZH B)
Procedures en protocollen binnen het ziekenhuis
Elk ziekenhuis heeft zijn eigen protocollen en procedures wanneer er een vermoeden van fysieke mishandeling van kinderen is binnen de spoeddienst. Vaak volgt er dan een medisch onderzoek en daarnaast wordt er ook gerapporteerd aan verschillende teamleden. Hoe het team eruit ziet is voor elk ziekenhuis anders. Zo kan het dat in het ene ziekenhuis de sociale dienst sneller ingeschakeld wordt, dan het andere ziekenhuis. Het ene ziekenhuis werkt met een forensische arts, het andere met een vertrouwensarts of met een team intrafamiliaal geweld.
Eén medewerker van een ziekenhuis sprak over ‘Kindreflex’. Dit is een stappenplan voor ziekenhuizen en specifieker de spoeddiensten om in gesprek te gaan met ouders over ouderschap en zo verontrustende thuissituaties te detecteren. Zo kan ook kindermishandeling ter sprake komen. Dit is nog in opbouw en zou binnenkort verschijnen voor alle spoeddiensten in Vlaanderen.
“We leiden onze hulverleners op om kinderreflex te hebben en daarnaast verwachten we dat de overheid een meer globale aanpak uitwerkt. Belangrijk om te weten is wie er gecontacteerd kan worden, waar je kan signaleren, maar dat er dan ook iemand gespecialiseerd is die in de diepte kan gaan en een bevraging kan doen.” (spoedverpleegkundige ZH B)
Samenwerking met interne en externe diensten
Wanneer casussen rond kindermishandeling voor komen op de spoeddienst, dan valt het op dat de teams het belang van kind voorop stellen. Er wordt dan heel vaak samengewerkt met externe en interne diensten.
Belangrijke interne samenwerkingen zijn tussen de spoeddienst, de pediatrie en de sociale dienst. Daar is het opmerkelijk dat men probeert de situatie van het kind in een ruimer kader te plaatsen en bijvoorbeeld een anamnese uit te voeren.
‘Als we worden gecontacteerd door de kinderarts bij het vermoeden van fysieke kindermishandeling dan komen we om te praten over wat aan de hand is, zo kunnen we als sociale dienst ons voorbereiden om met de ouders in gesprek te gaan. We hebben een continue samenwerking en een sterke uitwisseling van informatie met multidisciplinaire team.’ (sociaal werker ZH C)
Voor externe samenwerkingen is het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling de eerste belangrijke partner waarmee men vermoedens gaat bespreken of waarbij men meldingen gaat doen. Ziekenhuizen leggen de opvolging van casussen rond mishandeling vaak in hun handen.
“Als er een vermoeden is van kindermishandeling binnen het gezin uit, dan kiezen we voor veiligheid van het kind. Er gebeurt dan altijd een melding bij het VK. Er wordt dan telefonisch contact opgenomen. Het vertrouwenscentrum is vrijwillige hulpverlening: ouders worden gecontacteerd en gaan langs voor een gesprek. Dan gaat het vertrouwenscentrum kijken op welke manier ze kunnen helpen: toezicht aan huis, crisisdienst inschakelen, andere zaken om te proberen problemen binnen thuissituatie te helpen of een veilige thuis voor de kinderen te zoeken. Dat is vrijwillig.” (Spoedarts, ZH A)
Wanneer er echter een extreem geval van mishandeling is, dan gaat men heel snel het parket of de politie erbij halen.
“Het kan dan zijn dat een kind heel duidelijk mishandeld is en dat de stap meteen naar parket gezet wordt. Op dat moment wordt er ook een forensische arts aangesteld die het kind samen met pediater onderzoekt en officiële vaststellingen doet en een officieel dossier opmaakt.” (spoedarts, ZH A)
Expertise en opleiding
Opleiding en expertise-ontwikkeling rond het thema kindermishandeling varieert sterk tussen de geïnterviewden. Zo was er één arts die heel wat opleiding had gekregen en ook zijn collega’s van opleiding voorzag, terwijl andere geïnterviewden aangaven dat kennis over het onderwerp soms heel beperkt is en verder opgebouwd moet worden.
“Elk jaar is er een opleiding voor alle medewerkers van spoedgevallen: alle verpleegkundigen, maar ook de mensen die aan de triage zitten worden opgeleid. Ik geef dan de opleiding aan hen. Er wordt gewezen waarop gelet moet worden. Zo is er een verhoogde waakzaamheid.” (Spoedarts, ZH A)
“In de opleiding wordt dat wel benoemd, in de lessen urgentie en pediatrie, maar dat is een klein onderdeel. Dat is een niche. We leiden onze hulverleners op om kinderreflex te hebben en daarnaast verwachten we dat de overheid een meer globale aanpak uitwerkt.” (spoedverpleegkundige, ZH B)
Samenwerking met sociale dienst/sociaal werker
Elke spoeddienst kan rekenen op iemand van de sociale dienst om mee samen te werken. Vaak worden sociaal werkers ingezet om enerzijds het gesprek aan te gaan rond de vermoedens of om verdere ondersteuning te bieden aan het kind en zijn netwerk. Ze bekijken de casus zo breed mogelijk en verkennen eventuele andere moeilijkheden zodat er hulp verleend kan worden en de band tussen ouder en kind niet verbroken moet worden.
“De spoed contacteert de sociale dienst, we doen een anamnese bij de familie, anamneses is een soort onderzoek waar alle info van de patiënt in een dossier zit.” ( sociaal werker, ZH B)
De twee sociaal werkers die wij interviewden gaven allebei aan dat het heel belangrijk is dat hun dienst altijd betrokken wordt bij casussen over het thema omwille van hun specifieke invalshoek.
Een sociaal werker gaf hierbij nog een belangrijke tip om het gesprek goed aan te gaan:
“Ik vind veiligheid en vertrouwen super belangrijk bij dit thema. Voldoende tijd besteden bij elke situatie. Het is de bedoeling dat de ouder zich veilig voelt om juiste ondersteuning te krijgen maar dat vraagt ook tijd” (sociaal werker, ZH C)
https://www.passaiccountycasa.org/report-abuse
https://www.facebook.com/NewJerseyDCF/photos/workingfromhome-socialdistancing-can-create-situations-that-are-unsafe-for-some-/1054229188289023/
Trailer voor de netflix-documentaire “The Trails of Gabriel Fernandez.” Deze documentaire heeft ons geïnspireerd om een onderzoek naar kindermishandeling te doen. Natuurlijk hebben we ons onderzoek verder moeten afbakenen. De beelden van dat jongetje op de spoedafdeling en de reactie van de spoedverpleegster die die avond van dienst was, heeft bijgedragen tot de keuze hierin.
Literatuurstudie
Dit onderzoek gaat dieper in op de vermoedelijke (huiselijke) fysieke kindermishandeling van kinderen tussen 4 en 12 jaar oud die binnengebracht worden via de spoeddienst van het ziekenhuis. We willen onderzoeken welke protocollen of procedures er bestaan in België en New Jersey en wat de rol van een sociaal werker hierin kan zijn. Om dit beter te begrijpen zullen we eerst stil staan bij wat kindermishandeling is, wat de gevolgen zijn en wat er reeds rond het thema bestaat qua wetten en procedures. Tenslotte zullen we ook even stilstaan bij de rol van de sociaal werker.
Wat is kindermishandeling in België?
Kindermishandeling is een brede term. Er kunnen verschillende betekenissen onder vallen. In dit onderzoek focussen we ons op de definitie van het vertrouwenscentrum voor kindermishandeling en op de definitie uit het onderzoeksrapport van het federaal kenniscentrum voor gezondheidszorg.
Het vertrouwenscentrum kindermishandeling omschrijft kindermishandeling als elke vorm van lichamelijk, emotioneel of seksueel geweld waar kinderen slachtoffer van zijn. Niet door ongeval, maar door daden of nalatigheden van ouders of andere personen. De gevolgen van kindermishandeling brengen de ontwikkeling van het kind ernstig in gevaar (VK, 2021).
Daarnaast verduidelijkt het federaal kenniscentrum kindermishandeling als volgt: “Kindermishandeling is een begrip dat in het Belgische Strafwetboek verschillende strafbare feiten omvat: verkrachting, aanranding van de eerbaarheid, aanzetten tot ontucht, slagen en verwondingen, vrouwelijke genitale verminking, foltering, onmenselijke behandeling, opzettelijk onthouden van voedsel en verzorging en het verlaten van een minderjarige. Psychologische mishandeling of verwaarlozing bij minderjarigen is niet expliciet als strafbaar feit opgenomen in het Strafwetboek” (KCE, 2016).
Binnen de hulpverleningssector wordt een ruimere definitie gehanteerd, namelijk die van het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind (artikel 19 IVRK) van de Verenigde Naties (20 november 1989). In België heeft dit verdrag ook een wettelijke kracht. Kindermishandeling wordt er als volgt omschreven: “Alle vormen van lichamelijk of geestelijk geweld, letsel of misbruik, lichamelijke of geestelijke verwaarlozing of nalatige behandeling, mishandeling of exploitatie, met inbegrip van seksueel misbruik.”
Kindermishandeling kent dus verschillende vormen. Er bestaat lichamelijke of fysieke mishandeling en verwaarlozing, psychische mishandeling en verwaarlozing en seksueel misbruik (VK, 2021).
In ons onderzoek houden staan we stil bij fysieke kindermishandeling en verwaarlozing. We spreken van lichamelijke of fysieke kindermishandeling, wanneer een volwassen persoon fysiek geweld pleegt op een kind of een jongere. Voorbeelden hiervan zijn: slaan, schoppen, bijten, het toebrengen van brand- of snijwonden, krabben, schudden, vergiftigen, … Dit geweld is verschillend van een ongeval. Daarnaast bestaat er ook lichamelijke verwaarlozing dit komt voor wanneer een volwassene een kind of jongere niet de nodige lichamelijke verzorging geeft. Dan is er geen, te weinig of verkeerde aandacht is voor kledij, voeding, slaap, veiligheid, medische verzorging, … (VK, 2021)
Wat is kindermishandeling in New Jersey?
Het begrip ‘kindermishandeling’ en de feiten die eraan verbonden worden kunnen in Amerika verschillen per staat. De federale omschrijving van kindermishandeling die overal van toepassing is in de Verenigde Staten luidt als volgt: “Elke actie of bewust niet-ondernomen actie van een ouder/voogd die resulteert in het overlijden, serieuze fysieke of emotionele schade, seksueel misbruik en uitbuiting, of die een onmiddellijk risico inhoudt op ernstige schade.” (CAPTA, 2010)
Dat is natuurlijk een heel ruime omschrijving, en elke staat vult deze verder aan in hun eigen wetgeving. Zo is de definitie voor ‘fysieke kindermishandeling’ die van toepassing is voor de staat New Jersey specifieker.
“Elk kind jonger dan 18 jaar waarvan hun ouders, voogden of andere personen met controle over het betreffende kind zich schuldig maakt aan één van de volgende feiten:
• Het opzettelijk verwonden of toestaan dat anderen het kind verwonden op een manier dat een aanzienlijk risico op overlijden, serieuze/langdurige misvorming, langdurige beperking van de fysieke/emotionele gezondheid of langdurig verlies/beperking van lichamelijke functies van organen inhoudt.
• Het creëren of toestaan dat er een aanzienlijk/aanhoudend risico op opzettelijke, fysieke verwonding van het kind gecreëerd wordt met de dood, serieuze/langdurige misvorming of langdurig verlies/beperking van de lichamelijke functies van een orgaan als gevolg.
• Het onredelijk schade of risico hierop aanbrengen, inbegrepen overdreven lijflijke straffen of andere straffen die even ernstig zijn volgens de rechtbank.
• Het buitenmatig lichamelijk in bedwang houden van een kind zonder dat deze een gedrag stelt dat schadelijk voor zichzelf, anderen of eigendommen is.” (NJ universal citation § 9:6-8.21, 2013)
Gevolgen van kindermishandeling.
Bij langdurige blootstelling aan mishandeling en toxic stress kunnen er vele gevolgen zijn. De gevolgen zijn vaak onderling verbonden, maar blijven niet beperkt tot één aspect van het leven van het mishandeld kind. Zo zijn er gevolgen op psychisch en fysiek vlak, maar ook het gedrag wordt mee beïnvloedt door wat er gebeurd is.
Fysieke gevolgen
Door de jarenlange geweldplegingen kunnen er zich veel verschillende letsels voordien die verder kunnen leiden tot blijvende beperkingen. Zo zijn veel voorkomende fysieke gevolgen diabetes, longziekten, ondervoeding, blindheid of zichtproblemen, fysieke handicap, ruggenletsels, hersenschade, hoge bloeddruk, migraines, slaapstoornissen, chronische darmklachten en hartproblemen. Natuurlijk blijven de gevolgen niet beperkt tot deze voorbeelden.(Widom, Czaja, Bentley, & Johnson, 2012; Monnat & Chandler, 2015; Afifi et al., 2016)
Psychische gevolgen
Een mishandeld kind kan op latere leeftijd een verhoog risico zijn om depressief te worden, die zich kan ontwikkelen in de adolescentie of de volwassene leeftijd. Ongeveer 25-33% van de mishandelde kinderen ontwikkelen een majeure depressie tegen hun 20ste verjaardag. (FOD Volksgezondheid, 2016)
Buiten depressie vertonen ze ook vaak hechtingsproblematieken, dwangstoornissen, angststoornissen, post traumatisch stress stoornis en andere psychiatrische aandoeningen. Het suïcidecijfer bij mensen die mishandeld waren als kind ligt ook veel hoger. (Choi, DiNitto, Marti, & Segal, 2017; Fuller-Thomson, Baird, Dhrodia, & Brennenstuhl, 2016, Doyle & Cicchetti, 2017; Sege et al., 2017)
Tenslotte kunnen deze slachtoffers eveneens tekenen vertonen van verstoorde motorische en cognitieve vaardigheden door de schade die ze opgelopen hebben als kind. Enkele voorbeelden hiervan zijn problemen met zelfbeheersing, geheugenproblemen, aandachtstoornissen, leerproblemen, enzoverder. ( (Kavanaugh, Dupont-Frechette, Jerskey, & Holler, 2016 & Bick & Nelson, 2016).
Gedragsmatige gevolgen
Slachtoffers van kindermishandeling zijn meer geneigd om een ongezonde, seksuele levensstijl te volgen aan de hand van meer seksuele partners, meer risicovolle gewoontes, vroegere seksuele rijpheid, enzoverder. (Thompson et al., 2017) Ze vertonen ook vaker delinquent of crimineel gedrag. ( (Herrenkohl, Jung, Lee, & Kim, 2017). Ze vallen sneller prooi aan verslavingen zoals alcohol, drugs dan mensen die geen geschiedenis van geweld kennen. (Choi, DiNitto, Marti, & Choi, 2017).
Tenslotte tonen studies ook aan dat ondanks de pijn, vernedering en geweld waaronder ze zelf als kind aan onderworpen werden, ze in hun volwassen leven deze cirkel vaker verderzetten met hun eigen kinderen, echtgenoten of andere uit de intieme kring tegenover volwassenen die uit een warmere omgeving komen. De slachtoffers worden dus als het ware de daders omdat misbruik hun aangeleerde manier van opvoeden of samenleven is vanuit hun eigen oorspronkelijk gezin. (Child Welfare Information Gateway, 2018; Yang, Font, Ketchum, & Kim, 2018)
Wat gebeurt er in België rond het thema?
Kindermishandeling is een erkend probleem in België, maar de omvang ervan is niet voldoende gekend. Het is ook een complex probleem waarvoor samenwerking nodig is tussen verschillende diensten.
De voorgaande jaren is het thema ‘kindermishandeling’ wel al aanbod gekomen op vlak van beleid en praktijk. Zo werd er op 30 maart 2010 het protocol van kindermishandeling Justitie-Welzijn ondertekend door de Vlaamse minister van Welzijn, volksgezondheid en Gezin en de minister van Justitie. In 2013 werd er door een werkgroep van huisartsen en CLB-artsen een richtlijn voor goede medische praktijkvoering opgesteld voor de aanpak van vermoeden van kindermishandeling. In 2016 werd er vanuit het Federaal kenniscentrum gezondheidszorg ook nog een onderzoek gedaan naar hoe de detectie van kindermishandeling verbeterd kan worden.
Protocol Kindermishandeling Justitie – Welzijn
Het protocol kindermishandeling kwam er in 2010 en zorgt ervoor dat er overleg is tussen de federale overheid en de Vlaamse gemeenschap over de aanpak van kindermishandeling. De vertrouwenscentra kindermishandeling en de referentiemagistraten kindermishandeling nemen hier een belangrijke rol in op. Op Vlaams niveau resulteerde dit in het Vlaams Forum Kindermishandeling. (Vlaamse Forum Kindermishandeling, 2011) In dit protocol is ook een stappenplan te vinden voor kwaliteitsvolle interventie bij het vermoeden van kindermishandeling. Dit werd opgemaakt voor alle actoren die met kindermishandeling te maken kunnen hebben, zowel justitiële als welzijnsactoren (Vandeurzen, J & De Clerck S, 2010).
Richtlijnen voor goede medische praktijkvoering en aanpak van vermoedelijke kindermishandeling
Het doel van deze aanbevelingen is het ondersteunen van (huis)artsen in het vroegtijdig opsporen van risicosituaties, het herkennen van situaties en weten welke stappen ondernomen kunnen worden. Het is in eerste plaats gericht aan huisartsen, maar is ook bedoeld om andere artsen zoals pediaters of spoedartsen te ondersteunen in het thema.
Het werd opgesteld om artsen te helpen een goede inschatting te maken en het opsporen van kindermishandeling beter te begeleiden. De richtlijnen werden opgesteld in het belang van het kind. Verschillende definities van mishandeling worden uitgelegd en ook worden er linken gelegd tussen bepaalde letsels en mogelijke vormen van kindermishandeling. Op die manier kunnen artsen een belangrijke rol spelen in het beschermen van de kinderen.
Vervolgens worden ook tips gegeven om over het onderwerp in gesprek te gaan. Het is niet eenvoudig om ouders te spreken over het thema wanneer vermoed wordt dat mishandeling binnen het gezin plaats vindt.
Tot slot wordt ook stil gestaan bij de diensten waarmee samengewerkt kan worden. Aangezien dit een complex probleem is, kunnen bepaalde diensten gecontacteerd worden. Er wordt melding gemaakt van de vertrouwenscentra kindermishandeling, het OCJ en Kind & Gezin. Ook wordt stilgestaan bij het beroepsgeheim en het uitwisselen van informatie met andere diensten. Dit is belangrijk om het kind te beschermen. Op die manier probeert men tot richtlijnen te komen waardoor er een goede samenwerking kan komen tussen verschillende diensten.
Onderzoek federaal kenniscentrum voor gezondheidszorg
Het federaal kenniscentrum voor gezondheidszorg heeft onderzoek gedaan via de literatuur en via bevragingen naar het huidig beleid rond kindermishandeling. Dit zijn de belangrijkste bevindingen wat betreft kindermishandeling in het algemeen, maar ook specifiek voor het beleid in ziekenhuizen.
Uit het onderzoek blijkt dat huisartsen, psychiaters en urgentieartsen een belangrijke rol kunnen spelen bij het vroegtijdig detecteren van kindermishandeling, maar dat er soms gebrek is aan expertise rond het thema. Dit wordt ook aangetoond aan de hand van cijfers waarbij gesteld wordt dat er maar een heel klein aantal meldingen komt vanuit de medische sector in vergelijking met de jeugdhulp. Er wordt ook aangegeven dat er in veel spoedafdelingen geen protocollen zijn voor de signalering van kindermishandeling en wordt er vaak ook niet juist geregistreerd.
Om artsen beter bij te staan in dit thema wordt het betrekken van forensische artsen gesuggereerd als mogelijke oplossing omdat zij meer knowhow hebben over het thema. Zij zouden hulp kunnen bieden bij het diagnosticeren van kindermishandeling. Ook bijscholing wordt gezien als een noodzaak om artsen voldoende bewust te laten zijn van het thema en zo ook juiste inschattingen te kunnen maken. De suggestie wordt gedaan om tot een screeninginstrument te komen die artsen kunnen gebruiken bij het omgaan met het vermoeden van kindermishandeling.
Vervolgens wordt het feit dat er geen meldplicht is besproken. De onderzoekers duiden daarom op de nood aan een stappenplan voor zorgverleners dat moet gevolgd worden bij een vermoeden van kindermishandeling. Daarbij is er ook nood aan communicatie en overleg tussen verschillende diensten om in het belang van het kind zo goed mogelijk samen te werken.
Gezondheidszorg en jeugdhulp zouden zo goed mogelijk samen moeten kunnen werken zodat er enerzijds noodzakelijke medische zorg kan verleend worden, maar daarnaast ook ingespeeld kan worden op de psychosociale noden. Een brede, systemische aanpak waarbij er ook voldoende middelen zijn, lijkt noodzakelijk om een antwoord te kunnen bieden op de complexe problematiek. Een family justice center wordt naar voor geschoven als een goede optie, dat is een plek waar zowel welzijn als justitie samen zitten om rond het thema te overleggen en casussen te bespreken.
Wat gebeurt er in Amerika en vooral New Jersey rond het thema?
20ste eeuw
Vanaf de 20e eeuw is er in Amerika sprake van diensten die het welzijn van kinderen behartigen. Vanaf de jaren ’30 kwamen verschillende wetten die ervoor zorgden dat kinderen beter beschermd werden. Zo was er de Social Security Act van 1935 die ingevoerd werd met daarin de Aid to Dependent Children (ADC) om alleenstaande moeders een inkomen te verschaffen zodat de geringe jobs niet naar kinderen gingen die noodgedwongen in de fabrieken moesten gaan werken. Dit staat niet onmiddellijk in verbinding met kindermishandeling maar het was wel een eerste opstap naar een natie die de kinderen wilde verzorgen in plaats van uitbuiten. (Wikipedia)
In 1974 werd de ‘child prevention and treatment act’ (CAPTA) ingevoerd, dat standaarden uitzette voor het voorkomen van mishandeling van kinderen. (Maschi & Leibowitz, 2018). Deze wetgeving wordt regelmatig herbekeken en aangepast om te voldoen aan de maatschappelijke veranderingen. CAPTA omvat richtlijnen omtrent de preventie, beoordeling, opsporen, vervolgen en behandelen van kindermishandeling op federaal vlak. Elke staat dient deze regels op te volgen en verder uit te werken. (CAPTA, 2019)
Amerikaanse onderzoeken
Amerika houdt per staat cijfers bij van kindermishandeling en geeft jaarlijks een rapport in waarin de belangrijkste statistieken terug te vinden zijn. Uit het rapport van 2019 blijkt dat vooral professionelen (68.6%) instaan voor het melden van gevallen van kindermishandeling. Leerkrachten melden hierbij het meest, gevolgd door politiediensten en medisch personeel. Medisch personeel wordt gezien als mandated reporter. Dit wil zeggen dat zij verplicht zijn volgens de wet om kindermishandeling te melden.
Onderzoek naar kindermishandeling is in Amerika uitgebreid aanwezig. Zo zijn verschillende boeken te vinden waarin mogelijke vormen van fysieke mishandeling beschreven worden. Vaak worden deze boeken geschreven specifiek voor gemandateerde professionelen die geacht worden kindermishandeling te melden en dus ook te weten wanneer er sprake is van kindermishandeling (Giardino A, Shaw L, Patricia M, Speck M & Giardino E, 2015)
Kinderziekenhuizen
In 2000 besloot het bestuur van NACHRI kindermishandeling te beschouwen als een prioritair maatschappelijk probleem en werkten ze aangepaste werkwijzen uit om de kwaliteit van de medische hulpverlening in deze gevallen te verbeteren, zowel als het herkennen en versterken van de rol die kinderziekenhuizen kunnen spelen in het identificeren en behandelen van vermoedelijke kindermishandelingsgevallen. Kinderziekenhuizen werken dan ook nauw samen met de andere medische instellingen waar kinderen behandeld kunnen worden. In 2006 werden deze richtlijnen van de NACHRI officiëel gepubliceerd onder de naam “Defining the Children’s Hospital role in Maltreatement.” Hierin worden 3 verschillende niveaus van het behandelen van vermoedelijke kindermishandeling beschreven, afhankelijk van de elementen aanwezig in het ziekenhuis, met name basishulp, gevorderde hulp of een expertisecentrum voor kindermishandeling. (NACHRI, 2016)
De basishulp omvat tenminste één arts met medische expertise, een administratieve hulp om te coördineren en een sociaal werker die een opleiding rond kindermishandeling genoten heeft.
De gevorderde hulp omvat een spoedafdeling, een traumacenter, een brandwondenafdeling en een academische afdeling. Het team verantwoordelijk voor de patiënten waar er een vermoeden van kindermishandeling bestaat wordt geleid door een gespecialiseerde pediater en heeft meer werknemers, zijn eigen administratie en management. Ze vergaderen regelmatig over de bestaande en nieuwe dossiers, en hebben ook contacten met andere instituten die zich bezighouden met kindermishandeling. Kinderen die opgenomen worden in andere ziekenhuizen met geen gespecialiseerde hulpverlening in kindermishandeling zullen bij vermoeden ook naar dit kinderziekenhuis verwezen en overgebracht worden.
Tenslotte hebben we nog het expertisecentrum die op nationaal vlak opereren. Zij hebben grote teams gespecialiseerd in kindermishandeling en zullen buiten de gewoonlijke artsen, administratieve krachten en sociaal werkers ook nog psychologen terplekke aanwezig hebben. Zij werken in onderlinge verbinding met andere regio’s, en werken geavanceerdere diagnoses en behandelingen uit.
De kinderziekenhuizen onderhouden een goede relatie met niet-gespecialiseerde ziekenhuizen. Zo kunnen hun kinderartsen die gespecialiseerd zijn in kindermishandeling ingeschakeld worden wanneer er vermoeden is van kindermishandeling op de spoeddienst van niet-gespecialiseerde ziekenhuizen. (NACHRI, 2016) Kinderziekenhuizen bedragen echter slechts 5 procent van de aangeboden zorginstellingen in de VS.
“Alle kinderziekenhuizen zien kindermishandeling en verwaarlozing. Het is een onvermijdelijk gezondheidsprobleem ongeacht of het ziekenhuis een gespecialiseerd kinderbeschermingsteam in dienst heeft of niet. Of er een mishandeld kind de spoeddienst binnenkomt of mishandeling vermoed wordt tijdens een huisbezoek, elk ziekenhuis heeft een onmiddellijke verantwoordelijkheid om direct zorg te verschaffen. De verantwoordelijkheid is zelfs groter al wetende dat veel van de opgenomen en ambulante patiënten van het kinderziekenhuis een verhoogd risico hebben op mishandeling. Dit geldt zeker voor kinderen met speciale noden of afkomstig uit een arm gezin.” (Eigen vertaling, CDC, 2011)
Andere ziekenhuizen
Aangezien de kinderziekenhuizen zo beperkt zijn, worden vele patiënten initieel binnengebracht via een regionaal ziekenhuis. Er bestaan bijkomende richtlijnen voor alle ziekenhuizen die zorg aan kinderen aanbieden. Zo dienen er gekende procedures opgelegd zijn bij opnames en ambulante verzorging van kinderen via de spoeddienst die voorzien in het identificeren van mogelijke kindermishandeling. Er moeten ook procedures voorzien zijn om de vermoedelijke kindermishandeling te rapporteren met een consultatie van een expert die een gegronde diagnose stelt en in de ondersteuning van de patiënt voorziet. Er moeten bijgevolg ook goed uitgewerkte procedures zijn om een expert aan te wijzen, die eveneens de wetten van de staat respecteert aangaande de aangifteplicht.
Een kinderarts met expertise in kindermishandeling dient steeds aangesteld te worden om de nodige bevindingen te doen. Er dient ook een interne ziekenhuismedewerker ter plaatse te komen die kennis heeft van alle richtlijnen en procedures om de constaterende arts te begeleiden en procedurefouten te vermijden. Verder dient er een sociaal werker aangesteld te worden om de administratie en communicatie te voorzien tussen diensten. En tenslotte is het een vereiste dat elke zorginstelling dat in contact komt met minderjarige patiënten constant bijgeschoold wordt in het herkennen en erkennen van kindermishandeling. (NACHRI, 2016)
De artsen die een vermoeden hebben van kindermishandeling dienen ook onmiddellijk de CP&P (Child Protection en Permancy) te verwittigen terwijl zij de andere stappen zetten. Zo heeft het de directeur van het ziekenhuis of eender welke arts dan het recht de ouders gedurende drie dagen te ontvoogden om het kind te beschermen. Zo wordt het kind niet onmiddellijk terug naar een mogelijk gevaarlijke omgeving gezonden en kan het CP&P de vermoedens onderzoeken. Als de vermoedens bevestigd worden zal er gezocht worden naar een alternatief binnen de verdere familie of een pleeggezin, terwijl de juridische kant verder uitgespit wordt om de daders te bestraffen. Als er geen kindermishandeling was, dan wordt het kind na drie dagen terug vrijgegeven aan de ouders of voogden. (nj.gov)
In New Jersey hebben niet enkel professionelen meldplicht. Alle burgers hebben eveneens meldplicht via het telefoonnummer 1-877 NJ ABUSE (1-877-652-2873) en kunnen vervolgd worden wanneer ze dit niet gedaan hebben. (State of New Jersey)
Sociaal werk in de Belgische ziekenhuizen
Bij het zoeken naar de rol van de sociaal werker in het ziekenhuis bij een geval van kindermishandeling, werd zeer weinig informatie gevonden. Om deze reden zijn we op zoek gegaan naar de rol van een sociaal werker in het ziekenhuis in het algemeen om dan later te kijken via de interviews hoe dit gekoppeld kan worden aan ons thema.
Sociaal werk in het ziekenhuis is een discipline die lange tijd onderbelicht is gebleven. Pas in 2010 werd een beroepsvereniging opgericht voor sociaal werk in het ziekenhuis. Deze heet Beroepsvereniging Sociaal Werkers Ziekenhuizen (BSWZ). Zij gaan ervan uit dat sociaal werk een effect heeft op de efficiëntie van de werking van een ziekenhuis en op de tevredenheid van patiënten. Dit zowel op het vlak van psychosociale begeleiding als op de perceptie van de medische zorg (BSWZ, 2010). Vanaf 2016 kwam er ook vanuit de federale overheidsdienst in samenwerking met het werkveld een beroepscode opgesteld voor sociaal werkers in het ziekenhuis en een gids opgemaakt voor ziekenhuizen om sociaal werk zo goed mogelijk te implementeren en de inhoud van sociaal werk in het ziekenhuis duidelijk te maken.
Hierin wordt uitgelegd dat de expertise van de sociaal werker in het ziekenhuis er vooral in bestaat om een verbindingsfiguur te zijn tussen de intra en de extramurale partners, tussen het formeel en het informeel netwerk. De bedoeling is dan steeds om een betere aansluiting te vinden tussen die organisaties en de hulpvrager. Verder beweegt de sociaalwerker tussen het ziekenhuis en de maatschappij in het kader van de hulpvrager. Dit is geen evidente rol omwille van de complexiteit van de sociale wetgeving want dat maakt moeilijk om de hulpvrager gemakkelijk hun weg te vinden naar bepaalde organisaties of hulpdiensten. Hier is het opdracht van de sociaal werker om te zorgen dat patiënten ook correct geïnformeerd worden over hun rechten en plichten. (FOD Volksgezondheid, 2016)
Het is belangrijk om aan te geven dat er in deze uitgaven vooral geduid wordt op de algemene taken van een sociaal werker in het ziekenhuis. Zo kan een sociaal werker ingeschakeld worden bij casussen waar er een sociaal onderzoek of psychosociale anamnese nodig is. Ook psychosociale hulpverlening, zorgcoördinatie en concrete hulp om de bestaansvoorwaarden van een patiënt te verbeteren wordt centraal gesteld. Ook preventie, belangenbehartiging en signalering worden als centrale taken naar voor geschoven. De link met kindermishandeling ontbreekt hier nog, maar bij een bepaalde casus zou er wel vanuit gegaan kunnen worden dat deze kerntaken van een sociaal werker ingezet kunnen worden om een geval van kindermishandeling zo goed mogelijk uit te klaren en continuïteit van zorg te garanderen.
Sociaal werk in de ziekenhuizen van New Jersey
In New Jersey zijn er mogelijk zowel interne als externe sociaal werkers actief bij het beoordelen van vermoedelijke kindermishandeling op de spoeddienst. Binnen het kinderziekenhuis zitten sociaal werkers in het gespecialiseerde team, terwijl men bij andere ziekenhuis vooral beroep doet op de sociaal werkers van het CP&P. Ook bij de kinderziekenhuizen wordt het CP&P ingelicht, maar wordt diegene die het dossier verder opvolgt ook bijgestaan door de sociaal werker van het ziekenhuis zelf.
De sociaal werkers binnen het kinderziekenhuis hebben een licentie en zijn gespecialiseerd in het omgaan met kindermishandeling.
Wanneer er basishulp verleend wordt in het kinderziekenhuis, richten ze zich op het detecteren, beoordelen en voorkomen van kindermishandeling. Verder lichten ze familie, omgeving en kinderen in over het concept en de situatie om hen daar verder in te begeleiden. Ze zullen tussenkomen bij het vermoeden van kindermishandeling en iedereen aan rechten en plichten herinneren. Ze kunnen helpen met het invullen van allerlei documenten en volgen van procedures. De sociaal werkers hebben een heel goede kennis van de wetten omtrent kindermishandeling en kunnen hierdoor ook diepgaande informatie verschaffen. Ze volgen gezinnen ook op om verdere mishandeling te vermijden. En tenslotte ondersteunen ze artsen en administratieve krachten terwijl ze samenwerken met andere diensten zoals de Kinderbescherming (CPS) en de politie.
Bij de gevorderde basishulp wordt dit nog verder uitgebreid. De sociaal werker zal hier ook meer permanentie hebben en gedurende een volledige crisis vereist zijn aanwezig te blijven. Ze dragen eveneens bij aan het opleiden en informeren van andere diensten en ziekenhuiswerknemers omtrent kindermishandeling zowel als de psychosociale, juridische en geestelijke gezondheidsaspecten van kindermishandeling. Verder dragen ze ook bij tot het ontwikkelen van een ontslagprocedure van het ziekenhuis dat de veiligheid en bescherming van het kind garandeert, en adviseren ze andere artsen en afdelingen waar nodig. Tenslotte wordt er ook op hun expertise beroep gedaan om te fungeren als expert-getuige op de rechtbank.
In een kinderziekenhuis dat fungeert als expertisecentrum zal de sociaal werker bovenop bovenvermelde taken ook nog beleidsmatige taken op zich nemen. Zo worden ze verantwoordelijk gesteld voor het correct in dienst nemen van sociaal werkers in de andere teams om de hulpverlening aan de hand van het aantal slachtoffers van kindermishandeling, te garanderen. De sociaal werker zal hier ook mee bijdragen tot het opstellen van procedures en reglementen, en het verbeteren van kwaliteit van de hulpverlening, enzoverder. (NACHRI, 2016)
De taken van de sociaal werker van het CP&P die het dossier beheert van de patiënt die vermoedelijk mishandeld werd, zijn toch iets anders en kunnen ook weer variëren naargelang de beoordeling van de spoedarts.
Als de arts of ziekenhuis zelf het eerste contact gelegd heeft zal de sociaal werker de ouders inlichten over de situatie met informatie over de ‘hold’-procedure waar zij gedurende 3 dagen hun kind niet mee mogen nemen naar huis en/of bezoeken aan de hand van een officieel document, CP&P formulier 14-47. Vervolgens gaan ze een werkveldonderzoek doen naar de omstandigheden waarin het kind leeft en de vermoedelijke kindermishandeling heeft plaatsgevonden. Dit onderzoek omvat het ondervragen van de eerste hulpverlener, het kind, getuigen, anders artsen en verplegers, de mogelijke daders en alle andere partijen die mogelijk meer kennis hebben van de feiten. Vervolgens gaan ze medische verklaringen en andere medische documenten van het ziekenhuis verzamelen om een betere kijk te krijgen op de situatie. Aan de hand van al deze gegevens gaat de sociaal werker dan beslissen of er nog langer toezicht gehouden moet worden op het kind of deze terug naar huis kan. En of er al dan niet gerechtelijke stappen dienen ondernomen te worden.
Als de sociaal werker het kind niet naar huis wil sturen gaat het CP&P via de rechtbank tijdelijke voogdijschap aanvragen. Ondertussen zoekt de sociaal werker naar een alternatieve woonomgeving voor het kind tussen andere bloedverwanten of als dit niet mogelijk is, in een pleeggezin. (State of New Jersey)
Wanneer de arts geen contact gelegd heeft, maar iemand anders het CP&P ingeschakeld heeft, dan zal de sociaal werker ook geen medische verklaring ontvangen van de arts waar de vermoedelijke kindermishandeling op vermeldt staat. In dat geval volgt de sociaal werker een ander procedure om het kind te beschermen. Het voorlopig dossier wordt dan doorgestuurd na contact naar het ‘Regional Diagnostic and Treatment Center’ (RDTC). Deze regionale centra werden specifiek gecreëerd met als doel medische hulp te verschaffen en mentale gezondheid te evalueren van mishandelde kinderen. Zij hebben het meeste expertise in het beoordelen en behandelen van kindermishandeling en zullen hun bevinding na een medische afspraak dan ook overmaken aan de sociaal werker van het CP&P om verdere acties te bepalen. (State of New Jersey)
Kindermishandeling en verwaarlozing zijn ernstige maatschappelijke problemen die op lange termijn gevolgen kan hebben op gezondheid, kansen en welzijn in onze maatschappij. CDC probeert actief het probleem van kindermishandeling en -verwaarlozing te begrijpen om ze zo te vermijden.
https://www.cdc.gov/violenceprevention/childabuseandneglect/index.html
Dana Kaplan, dokter en lid van de FAAP aan het Lawrence A. Aubin, Sr. Child Protection Center binnen het Hasbro Kinderziekenhuis, vertelt ons welke acties ondernomen dienen te worden bij het vermoeden van kindermishandeling.
Bron: http://www.hasbrochildrenshospital.org
bron: Vertrouwenscentrum Kindermishandeling
Methode
We hebben in ons onderzoek geopteerd voor een kwalitatief onderzoek in plaats van een kwantitatief onderzoek. Dit was een bewuste keuze om het onderwerp op een grondigere manier te kunnen uitdiepen. Echter tast dit ook onmiddellijk de validiteit aan, aangezien onze gekozen respondenten om persoonlijke redenen zonder ons medeweten bepaalde zaken verbloemd kunnen hebben.
De huidige coronapandemie heeft ook roet in het eten gestrooid, waardoor er geen fysiek contact met de buitenlandse respondenten mogelijk was. Het hoge emailverkeer van de gecontacteerde ziekenhuizen heeft er ook voor gezorgd dat er geen alternatieve kwantitatief onderzoek mogelijk was. We moeten dan ook in het achterhoofd houden dat de resultaten voor New Jersey louter gebaseerd zijn op onze literatuurstudie en ons vergelijkend onderzoek hierdoor minder betrouwbaar is.
Tijdens ons onderzoek naar de binnenlandse procedures hebben we 2 gespecialiseerde artsen vanop de spoeddienst kunnen spreken en 2 sociaal werkers die actief zijn binnen het ziekenhuis. De volledig uitgetypte interviews kunt u raadplegen via de link ‘interviews’ aan de rechterzijde van deze blog.
Inleiding
Waarom dit onderzoek?
Bijna een decennium geleden werd de wereld wakker geschud door het verschrikkelijk verhaal van Gabriel Fernandez uit Palmdale, California. Zijn leven was een aaneenschakeling van pijn en marteling. Toen hij uiteindelijk in mei 2013 op de spoeddienst terecht kwam, was zijn strijd al zo goed als verloren. Hij stierf de volgende dag. De gemeenschap schreeuwde het uit: “Nooit meer! Gerechtigheid! Bescherm de kinderen!”
Tot op heden is kindermishandeling een groot maatschappelijk probleem. En ondanks het feit dat bovenstaande feiten de media haalde en velen woedend gemaakt heeft, zien we toch dat dergelijke situaties nog steeds voorkomen.
Welke onderzoeksvragen?
Het bovenvermelde heeft ons wel aan het denken gezet. Had het verhaal van Gabriel en talloze anderen in de wereld anders kunnen uitdraaien als ze eerder op de spoeddienst van het ziekenhuis terecht gekomen waren? Hoe had een dergelijke interventie kunnen lopen? En daarom zijn we dan ook aan dit onderzoek begonnen.
Om het onderzoek haalbaar te maken zullen we ons richten op onze eigen habitat, namelijk België en een staat in de Verenigde staten waar we de meeste persoonlijke contacten hebben, New Jersey. We zullen ons in dit onderzoek ook beperken tot fysieke kindermishandeling van kinderen tussen 4 en 12 jaar oud.
Wij gaan onderzoeken wat de huidige procedures zijn in België en in New Jersey wanneer er fysieke kindermishandeling vermoed wordt bij de spoedopname van een kind, hoe de spoedmedewerker hier mee omgaat, welke wegen deze dient af te leggen om de nodige instanties op de hoogte te brengen, hoe zij omgaan met de ouders (mogelijke daders) en het kind zelf (slachtoffer) en hoe de sociale werker hier dan ook aan te pas komt. Ons onderzoek is ook vergelijkend van aard.
Concreter omschreven zijn onze onderzoeksvragen de volgende:
Welke procedure moet een spoedarts/spoedverpleger volgen wanneer hij fysiek misbruik van een kind vermoedt in België en New Jersey?
Welke rol speelt de sociale dienst van het ziekenhuis in deze procedures?
We Are Survivors