Het is zaterdagavond net na middernacht en de taxichauffeur zet me af bij het busstation in Knoxville, Tennessee. De hoofdingang van het gebouw is gesloten, dus loop ik via een verlaten parkeerterrein naar de achterdeur. Onder het felle licht van de tl-buizen is het verrassend druk voor dit tijdstip. Veel mensen slapen terwijl ze wachten of kopen nog een laatste snack uit een van de automaten. Een half uur later stap ik de bus naar Washington, D.C. binnen en installeer me voorin de bus voor hopelijk een paar uur slaap.
Slapen zal de komende 24 uur helaas niet gebeuren. Naast me gaat Daniel zitten, een buschauffeur in training. Een maand geleden begon hij bij Greyhound en hij moet nog een aantal ritten meerijden als passagier. Samen met zijn vrouw en hond Mofey woont hij in een dorpje vlakbij Knoxville. Eerder was hij ook al chauffeur, maar dan voor artiesten en entertainers.
Om 04:00 uur stoppen we kort in Wytheville, VA. In de wijde omtrek van de bushalte zie ik alleen een McDonalds, dus besluit ik te ontbijten met een patatje. We zijn tenslotte in Amerika. Daniel staat naast me en bestelt een burger. Hij kijkt me vragend aan en begint dan te lachen. ‘Ik herkende je bijna niet meer met een bril!’
Drie uur later blijk ik toch even geslapen te hebben, want wanneer ik m’n ogen open staat de bus stil langs de kant van de snelweg. Pech. We wachten twee uur op een monteur, die vertelt dat er een gat ter grootte van een vuist in de motor zit. We kunnen niet verder. De buschauffeur vraagt een nieuwe bus en chauffeur aan bij het hoofdkantoor, maar het zal nog vijf uur duren voordat die er zijn.
Ondanks dat de nieuwe bus helemaal uit Charlotte in North Carolina moet komen, hebben we toch een klein beetje geluk met de plek waar de bus kapot ging. We staan vlak voor een kruispunt met een dwarsdoorsnede van Amerika Fastfoodland. Links een McDonalds en Walmart, rechts pizza van Little Ceasars. De buschauffeurs hebben zin in pizza, dus wachten ze tot 11:30 uur totdat het wegrestaurant open gaat.
Beide heren bestellen een lunch special. Pizza en frisdrank voor slechts vijf dollar. Daniel vertelt dat hij het vooral lastig vindt om langere tijd weg te zijn van zijn familie. ‘Ik ben heel hecht met mijn vrouw. Als ik weg ben, heeft ze gelukkig haar hond Mofey. Ze doen echt alles samen. Vorige week vierde we ons veertienjarig huwelijk.’ Lachend laat hij me een foto van zijn vrouw én hond zien.
‘I can’t fucking believe this. Weet je zeker dat je een Greyhound chauffeur wilt zijn?’ Daniel’s collega is nog steeds gefrustreerd, maar houdt de sfeer er gelukkig goed in. Twee dagen geleden waren ze ook al samen op pad en ging hun bus niet ver van hier ook kapot.
We gaan weer terug naar de bus. ‘Ik denk dat fietsen sneller zou zijn!’, grapt Daniel. We zoeken het op en het blijkt nog zo te zijn ook. Ik vraag of ze wel eens iemand zien liften hier. ‘Nee, bijna nooit. Jij mag dat hier sowieso niet doen. Too dangerous, you’ll disappear.’
Gejuich stijgt op vanuit de bus als we om 14:00 uur eindelijk een andere bus zien aankomen. We verhuizen onze spullen naar de nieuwe bus en gaan zitten. De nieuwe chauffeur rijdt ons verder. ‘Ik hoop dat deze het wel haalt, want hij wilde zojuist al amper de berg op.’ Ik hou mijn hart vast.
Om 17:00 uur rijden we Charlottesville, Virginia binnen. Ik stap de bus uit om over te stappen, maar niet voordat ik beide heren de hand heb geschud. Daniel vindt het niet genoeg en geeft me een dikke knuffel. ‘Nog een hele goede reis!’
‘Union Station, this is Washington, D.C.’ Om 20:30 uur ben ik dan eindelijk waar ik wil zijn. Toegegeven, de eerste zeventien uur heb ik me een stuk beter vermaakt dan deze laatste drie. Thanks Daniel!