Soms lijkt het wel of de nacht een religie is. Een mysteriecultus die de heidense dag verjaagt. Een verering van het zachte en het lichte, waarbij de scherpe randjes worden afgerond. Waar je overdag dwaalt in een woestijn van geluiden, sluip je ’s nachts in een oase van rust. Elk geluidje is een doorbreking van een heilige stilte. Je hoort soms wel een auto snorren of een hond blaffen, maar het lijkt allemaal gedempt en ver weg. Overdag verdrink je in het leven, ’s nachts kan je erin ronddobberen en genieten van de golven om je heen. Als de nacht een cultus is, dan ben ik nog nooit zo gelovig geweest.












