Zittend in de bus of trein. Uren denkend in mijn bed. Verlangend naar een duidelijk antwoord, een teken, een signaal. Liefst met de bevestigende woorden DOEN of NIET DOEN. Zo’n signaal met flitsende lampen in de kleur groen of rood. Zodat ik zeker weet dat ik niet met iemands gevoelens speel, zoals dat met mij ook is gebeurd. Ik zou willen zeggen dat het me spijt, voor dat stomme onverklaarbare gedrag. Ik wil hem zo graag opheldering geven, een nieuwe kans van mij voor hem. Ik zou hem willen beloven mezelf te geven, ook al speelt nervositeit op bij die woorden. Ik wil een schot wagen, in het diepe, richting de roos, want mijn gevoel zegt dat het nu misschien al te laat is.
Zittend in de bus of trein. Uren denkend in mijn bed. Verlangend naar een zielsverwant. Kijkend naar de rest op de wereld. Stellen lijken zich te vermenigvuldigen als een plaag. Hand in hand geeft een steek in mijn zij, slapend op elkaars schouder maakt een snee. Leed delen is zoveel fijner. Lief delen nog veel beter. Iemand om bij thuis te komen, aan te denken tijdens die lange dagen. Die bekende geur die alleen hem omschrijft, de geur die niet te definiëren valt. Een simpele hand op mijn knie, vult mijn hart en hoofd met rust. Samen beleven, elkaar kunnen steunen, afschakelen en opleven. Mijn gevoel zegt dat het nu misschien al te laat is.
Zittend hier met mijn mobiel in handen. Bericht geschreven en weer verwijderd. Openingszinnen overwegend, of juist een foto die alles verklaart. Alles weggooiden, zinnen omdraaien. Je bent te jong, hebt meer ervaring en hoogstwaarschijnlijk een andere levenswijze. Een normale levenswijze voor een student. Je woont ergens anders, wat zal de rest wel niet denken? Ik wil nog reizen en ooit ook kinderen, moet toch langzaam denken aan de toekomst. Ik wil je zo graag, maar ook weer niet. Ben zo bang wat mijn naasten denken, je lijkt nog een kind, maar ik dan weer ook.
Schrik ’s nachts wakker met de angst dat je haar vindt. Je zielsverwant en liefdespersoon. Zonder dat ik de gok gewaagd heb. Mijn excuses heb aangeboden en je een verklaring heb gegeven. Tegelijkertijd ben ik bang datzelfde gevoel van paniek te krijgen, zoals ik bij de afgelopen twee bijna-liefdespersonen heb gehad. Een gevoel van misselijkheid, pure angst en onmacht. Wanneer mijn lichaam haastig naar excuses en uitwegen zoekt.
Maar het allermeest vraag ik me nu af: wil ik jou of ben je gewoon het makkelijkst bereikbaar, als mijn toekomstige liefdespersoon?











